is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 50, 1952, no 45, 16-08-1952

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

doorbrekers en de uitbouwers. Nu is het de vraag of de doorbraakmensen niet op een te smalle basis staan. Is er een synthese mogelijk en kunnen zij leren van de uitbouwers? De meeste uitbouwers beginnen nu in te zien dat zij de doorbraak van harte kunnen aanvaarden.

Om uit te laten komen, dat de socialisatie in alle, landen niet onmiddellijk zeer snel gaat, haalde spreker het gezegde aan van André Philip, nl.: „Er is maar een socialisatie die de socialisten in alle landen hebben weten door te voeren en dat is de nationalisatie van de socialistische partij”.

Jan Hes had als kern van zijn betoog, dat de nieuwe mens in de nieuwe maatschappij gevormd moet worden.

Na deze drie lezingen ontstonden de volgende vragen:

1. Welke geestelijke inhoud kunnen wij ons volk brengen? 2. Welke methoden en welke wegen zijn daarbij aangewezen of liggen daarvoor bij de hand?

3. Hoe kunnen wij daarbij de bestaande instituten, o.a. de socialistische en de politieke al dan niet gebruiken? Na onderling gesprek kwamen wij tot de volgende oplossingen:

1. De mens zal zich open moeten stellen tegenover de positieve stromingen die in de mens aanwezig zijn. Wij zullen er op aan moeten dringen, dat de mensen zich geestelijk oriënteren, hetzij op christelijke of humanistische grondslag. De keuze wordt aan hen zelf overgelaten. Wij moeten oog krijgen voor een positieve verdraagzaamheid, dus open zijn voor anderen, opdat dezen met hun wezen ons kunnen leren.

2. De massa moet aangesproken worden in de taal die zij verstaat. Dit moet niet alleen bij de jeugd, o.a. door middel van onderwijsvernieuwing, doch ook bij de ouderen. Druppelsgewijze kan zij op hoger geestelijk peil worden gebracht. Dit peil kan geleidelijk worden opgevoerd.

3. Van zeer groot belang is, dat de organisaties de omgeving zo aantrekkelijk mogelijk maken. De leiding moet zelf contact houden met de bezoekers en nieuwkomers gezellig ontvangen en niet als individu aan zich zelf overlaten. Voorts kan de politieke partij een stimulans geven en zij kan de problematiek behandelen. De hoofdzaak is echter het wezen, dat van de leidende persoon uitgaat. Deze moet in zijn gedrag het voorbeeld zijn voor anderen. Het goede moet van hem uitstralen. De vierde lezing „Hoe bestrijden wij de geestelijke leegheid in ons volk?” door de heer R. Beu-

mer schetste ons zeer duidelijk de betekenis van het sociaal-culturele werk. Door deze arbeid komt men tot de vorming van de persoonlijkheid; zij brengt de mens tot zelfstandig denken en functionneren in de maatschappij, zij is de voorwaarde tot verwerkelijking van persoonlijkheidsvorming.

Zonder culturele politiek kan niet van cultureel werk gesproken worden, er zou dan culturele liefdadigheid kunnen ontstaan. Door de Westerse cultuur wordt de arbeid monotoon en alle arbeidsvreugde wordt er aan ontnomen. De activiteitsdrang wordt niet meer bevredigd. Zo is de sport het product van de ge'industrialiseerde en arbeidsvreugdeloos gemaakte maatschappij. Voorbeelden van geestelijke leegheid zijn de kijksporters en de bioscoopbezoekers.

De activiteit van de mens zal dus vergroot moeten worden. De levensvraag in onze moderne maatschappij is nu: hoe kan dit op de beste manier geschieden? Met Martin Buber .kan men nu zeggen: „Entmenget die Menge!” Hierbij moet men de mens weer nemen zoals hij is, dus in wezen actief, in zijn expressie van kind af aan beknot, en rekening houden met zijn drang naar bevrijding van zijn angst. '

Weer kwam duidelijk tot uiting, dat een goede leiding van het uiterste belang is. De massa moet actief mee kunnen leven. In de discussie bestaat hiervoor de mogelijkheid. Dit discussiëren kan op verschillende manieren geschieden. De leider moet hierbij echter wel de democratische methode volgen, d.w.z. hij moet onderwerpen behandelen die de discussianten actief bezighouden en toch de leiding stevig in handen houden om het peil geleidelijk hoger op te voeren. Ook nu weer' bleek, dat de mensen het liefst in een gezellige omgeving verkeren, omdat deze hun thuis dikwijls ontbreekt. Zij komen dan gemakkelijker tot het praten over verschillende onderwerpen.

De activiteitsdrang in de mens moet dus weer levend gemaakt worden. Hiermee moet bij het zeer jonge kind reeds begoïmen worden. Van groot belang is weer de onderwijsvernieuwing, hoewel de kaderscholingen en andere avondscholen voor ouderen ook van het grootste nut zijn om de mensen tot grotere activiteit te brengen.

Deze cursus is door personen van zeer uiteenlopende leeftijd bezocht, maar het was opmerkelijk dat zij bij de discussies 0.1. v. ds Van Biemen en Jan de Leede, meest tot dezelfde resultaten kwamen. De sfeer in Bentveld was reeds een verwerkelijking van de kerngedachte van deze lezingen.

Thema: Van oude paden naar nieuwe wegen. Onderwerpen: a. De kentering in het geestelijk leven; b. Onze houding in een veranderde wereld.

Leiding en sprekers: mej. dr A. v. d. Torre, J. Hulsebosch en mr. J. J. R. Schmal uit Driebergen. Kosten: ƒ7,50 (tot Maandagmorgen ƒ8,50).

Aanmeldingen worden gaarne spoedig verwacht, met opgave van leeftijd, bij het secretariaat van „Kerk en Wereld” te Driebergen.

KORTEHEMMENNIEUWS

VACANTIEWEEK 21—28 JULI.

Onder leiding van ds A. Horst en de heer S. Knigge hebben we een vacantie-week gehad die voor allen een waar gemeenschapsfeest is geworden. Verschillenden van ons waren nog nooit in een Woodbrookershuis geweest en we wisten ook niet goed wat dit inhield. We kwamen van diverse richtingen, zowel wat taal en streek als geloof en wereldbeschouwing aanging. Er waren Hervormden, R.K., Humanisten, die samen als socialisten de weg zochten naar „De Blijde Wereld””.

In het' eeuwenoude, stijlvolle kerkje, dat slechts enkele minuten gaans van het huis ligt, werden de morgenwijdingen geleid door ds Horst, die juist door zijn groot begrip voor de moeilijkheden en problemen van anderen, zo heel veel heeft bijgedragen tot inzicht van de waarde en de blijdschap, die het Christendom, ook in deze tijd van algemene verwarring, te brengen heeft. De confrontatie van Christendom en Socialisme werd hier wel sterk beleefd. Wij voelden allen, dat het ideaal van ’t socialisme, een betere wereld, de kracht en steun van ’t Geloof, van node heeft, daar het anders op een vormloze materie-verheerlijking uitloopt. De heer en mevrouw Knigge, die samen met ds Horst de leiding van deze week hadden, bleken niet alleen voortreffelijke leiders, maar ook ware kameraden te zijn, die zeker geen gering aandeel hadden in het welslagen van deze onvergetelijke dagen.

Ook komt een woord van grote dank toe aan onze gastvrouw, mej. S. Gorter, die ons, vanaf het ogenblik dat wij kwamen, het gevoel heeft gegeven werkelijk thuis te zijn en met haar staf van personeel, de leidsters van de kinderen inbegrepen, alles tot in de finesses verzorgde. De onderwerpen, die ’savonds behandeld werden: „Hedendaags bouwen” door de heer J. F. Vellenga, „Ongrijpbare jeugd” door ds A. A. Wildschut,

gaven ons stof tot verdieping en inzicht van de hedendaagse mogelijkheden en moeilijkheden. Een fijne avond was voor ons, toen ds J. J. Meijer over „De Blijde Wereld” sprak en de hele ontwikkeling van het latere „Tijd en Taak” weergaf. De voordracht door L. Dudock—Van Lerven was uitnemend, we hebben volop genoten van haar ernst en luim. Als tegenstelling tot deze leerrijke avonden vormden sport en spel een welkome afwisseling. Ook de bonte avond, verzorgd door de deelnemers zelf, heeft ons veel genoegen gebracht. Wij allen hadden een heerlijke week, waarvoor wij langs deze weg een ieder die hier het zijne toe heeft bijgedragen, hartelijk dankzeggen.

Vacantieweek 28 Juli—1 Augustus. Alweer ligt een mooie vacantieweek achter ons, mooi, ondanks wat regen- en onweersbuien. Daar was weer echt ons vriendelijke tehuis van Kortehemmen; rustig, eenvoudig, maar keurig verzorgd, als altijd. Onze groep was niet overtalrijk, maar groot en klein zorgde er voor, dat aanstonds weer de ene, grote familie ontstond en we ons allen één gevoelden.

De leiding, in de beproefde handen van ds en mevrouw Witteveen, droeg zeker in hoge mate het hare et toe bij om deze week tot een echte mooie vacantieweek te maken. Niet alleen in de kerkdienst, ook als voorganger bij zang en spel bleek ds W. te beschikken over benijdbare gaven, waarvan wij in hoge mate hebben mogen profiteren. Onze lezingen stonden deze week in het teken van de vrouw. Ds Witteveen en mevr. Sikkes—Hartelust belichtten achtereenvolgens de positie, de taak van de vrouw in de Christelijke kerk en socialistische vrouwenfiguren. Tenslotte kregen we vrouwentypen in de literatuur, voorgedragen door mevr. Dudock—van Lerven. Een gezellige bonte avond besloot het geheel. Een zeer goede Kortehemmenweek.

Van oude paden naar nieuwe wegen. Een ieder wordt hartelijk uitgenodigd deel te nemen aan het weekend, dat op 23 en 24 Augustus as. in het „Eijkmanhuis” zal worden gehouden.

B ARC HEM – NIEUWS

VACANTIECURSUS 21—26 JULI 1952

Onderwerp: Bevolkingstoename en de eerbied voor de mens.

Deze vijfdaagse cursus te Barchem mag m.i. zeer geslaagd heten. En dat het onderwerp er een was, dat de belangstelling had van velen, blijkt wel uit het grote aantal mensen dat naar Barchem was gekomen, om de serie lezingen, waarin dit onderwerp werd behandeld, bij te wonen.

De geest onder de mensen, die van jong tot oud te Barchem aanwezig waren, was uitstekend. Er was een saamhorigheid, die vooral sterk tot uiting kwam, wanneer men des morgens na het ontbijt gezamenlijk zwijgend de berg optrok, onder het luiden van de klok der kapel of lezingzaal, boven op de berg. Er werd daar in die lezingzaal dan een zwijgende morgenwijding gehouden, ingeleid en afgesloten door orgelspel.

Welk een waarde heeft het, een ogenblik de stilte te kunnen „horen”, en te kunnen inkeren tot het eigen hart, in een gemeenschap waarvan elk lid deze behoefte voelt. Het je bezinnen op je eigen leven en je taak in dat leven, die wacht, als' je straks weer uit elkaar gaat, en die je misschien door de goedheid van dat samenzijn, weer met groter vertrouwen en grotere moed aanvaardt. Daarna kwam dan de ochtendlezing, waarna (na de gezeliigheid van een gezamenlijk kopje koffie) de gelegenheid bestond tot vragen aan en discussie met de inleider en van die gelegenheid werd terdege gebruik gemaakt. Zo zelfs, dat de cursusleider soms de discussie moest onderbreken om te verhinderen, dat het middagmaal koud werd.

In de middag was er de gelegenheid tot rusten of genieten van de prachtige omgeving van Barchem, een omgeving waarop je werkelijk niet uitgekeken raakt, waarvan een rust uitgaat, die het overbevolkingsvraagstuk bijna op de achtergrond schuift. Dat het zich echter niet op de achtergrond laat schuiven, liet dr Idenburg in zijn lezing van Dinsdagmorgen duidelijk uitkomen. Hij noemde de bevolkingstoename een gecompliceerd vraaptuk, noemde verschillende cijfers van toename in de laatste eeuw en toonde aan dat de voedselvoorziening op den duur geen gelijke trek kan houden met de bevolkingstoename. Op vele vragen die tijdens zijn lezing bij de toehoorders waren gerezen, gaf dr Idenburg in de discussie een bevredigend antwoord. Des avonds om 8 uur trok men weer gezamenlijk naar de lezingzaal op de berg, om de avondlezing bij te wonen, die tot pl.m. 9.15 uur duurde, waarna, na de thee, weer de gelegenheid bestond tot discussie, die steeds weer zo geanimeerd was, dat de cursusleider vaak met schrik bemerkte, dat het al heel laat was, en bedtijd. ledere lezing gaf steeds veel stof tot discussie. Ds Moulijn sprak over de „Vereenzaming als maatschappelijk verschijnsel”. Hij wees daarbij duidelijk op het verschil tussen vereenzaming en eenzaamheid, en noemde de vereenzaming onvruchtbaar gebleven eenzaamheid.

Ook prof. Banning wist ons allen zeer te boeien in zijn lezing over de „Mechanisatie en de mens”. Hij toonde aan waartoe een algehele mechanisatie kan leiden en noemde een dergelijke samenleving, waarin geen plaats meer zou zijn voor de menselijke gevoelens, geen plaats meer voor God, een „gepolijste hel”. Dr Van der Spek behandelde het vraagstuk der geboortebeperking, en ook na zijn lezing ontspon zich een levendige discussie, waaruit vele vragen naar voren kwamen. Hierna kwam „het gezin in een veranderde maatschappij” ter sprake, een onderwerp dat door drs Saai op voortreffelijke wijze werd behandeld. Ook ds Knoppers, die over de „Mogelijkheden tot persoonlijk leven” sprak, en ds Smits, die het onderwerp: „De taak van de kerk in de massamaatschappij” behandelde, vonden een aandachtig gehoor en hadden na afloop vele vragen te beantwoorden.

Zaterdagmorgen werd deze zo interessante en waardevolle cursus besloten met een sluitingsdienst door ds Postma, die ons met ernst en vertrouwen uit elkaar deed gaan, elk weer naar zijn eigen taak, na deze vijf dagen van aandacht en bezinning. Ik wil hier eindigen met een woord van lof aan dr Wansink, aan wiens voortreffelijke leiding wij het welslagen van deze goede en prettige week danken.

Druk N.V. De Arbeiderspers Amsterdam