is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 50, 1952, no 63, 20-12-1952

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gelijksoortig inlands procédé en ten overstaan van een goedwillende medicijnman.

Het mocht niet veel baten. Het herstel van het Engelse recht in een dorp stond tegenover het opbloeien van nieuwe terreur in een aantal andere nederzettingen.

Daarop is het getergde gezag met zwaarder geschut gekomen. Talrijke arrestaties vonden plaats, vooral ook van de bekende inheemse leiders. Men begon terug te slaan. Planters gingen gezamenlijk hun bezit beschermen, namen het recht in eigen handen. Er kwamen meer troepen, de rechters deelden zware straffen uit.

Op het ogenblik zijn er reeds 13.000 Negers gearresteerd, van wie er 2000 weer wegens gebrek aan bewijs zijn vrijgelaten, 5000 berecht zijn en nog 6000 hun berechting af wachten. In een district, waar een betrouwbaar stamhoofd werd vermoord, werden 4000 stuks vee in beslag genomen. In een ander district werd een bevolking van 3000 mensen verplaatst. Ook deze collectieve maatregelen hebben niet veel mogen baten. De Mau-Mau werkt verder en breidt zich kennelijk steeds meer uit.

Nu al dit krachtsvertoon niet voldoende blijkt te helpen, staat de Britse regering voor een moeilijk dilemma. Wat moet men doen? De tegen-terreur verscherpen, met alle gevolgen van dien? Zo niet, wat dan wel?

De oppositie in Engeland, Labour dus, heeft in zekere zin al gekozen. Aanvankelijk bestond er weinig verschil van mening over de te nemen maatregelen. Het brute geweld, waaraan de Britse regering nu toe is, wordt echter als een wel zeer duidelijk blijk van machteloosheid gezien, terwijl daardoor een blijvende verwijdering tussen de blanke en zwarte bevolking kan ontstaan.

Maar er is meer. Verschillende Labourleden hebben zich beziggehouden met de vraag, of inderdaad, zoals men aanvankelijk meende, het verschijnsel Mau-Mau een „heidens” verschijnsel was, losstaand van de ontwikkeling in Kenya, dan wel of het een felle uitloper is van een algemene ontevredenheid en een algemeen gevoel van verzet bij de Negerbevolking.

Het verrichte onderzoek heeft het beeld wel iets verhelderd. De maatschappelijke en economische omstandigheden der Negers zijn inderdaad verre van gunstig. Daarbij komt de toenemende blanke kolonisatie, die weliswaar voor het land als geheel groter welvaart brengt, maar voor de inheemse bevolking maar al te dikwijls ernstig nadeel. De beste gronden worden door de blanke kolonisten in beslag genomen. Zij verbouwen daar producten, die de economie der inheemse bevolking eerder schaden dan goed doen.

Het moet gezegd worden, dat de Britse regering daarnaast grondige pogingen heeft gedaan om de bevolking tot ontwikkeling en zelfs op den duur tot enige zelfstandigheid te brengen. Maar tegenover deze achtergrond van blanke indringing is in de ogen van vele inheemsen het voordeel van de ontwikkeling die de blanken brengen van weinig waarde. Misschien wordt de school mogelijk, en daarmee een betere toekomst voor latere geslachten, maar tegelijkertijd wordt de boterham van vandaag bedreigd.

Er zijn nog te weinig gegevens om met volstrekte zekerheid te kunnen vaststellen of bovenstaande veronderstellingen van Labour geheel en al juist zijn. Maar zij winnen vooral ook aan waarde, omdat het geweld zonder meer, dat thans als remedie gelden moet, de kwaal geneest noch uitroeit. H. VAN VEEN

KERSTLIEDJE

Zij kwamen gelopen uit verre land; zij droegen hun hele bezit in hun hand.

Zwaar sleepten hun voeten langs steen en door stof; ze klopten vergeefs aan bij huizen en hof.

Ze trokken maar voort, waarheen wisten ze niet. Ze hadden geen toekomst meer in het verschiet.

Ze hadden alleen maar de dag van vandaag met alleen maar elkaar en een hongrige maag. Toch vonden ze eindelijk onderdak.

wel niet in een stal, maar in een barak. Daar zaten er honderden net zo als zij

en elke dag kwamen er anderen bij.

Ze waren gekomen uit verre land

en zaten daar schamel en moe, hand in hand. Ze hoord’in de verte geen engelenlied.

maar ze waren Maria en Jozef ook niet. Ze hadden alleen maar geen huis en geen haard.

Ze waren voor ’t leven niet heel veel meer waard. Misschien wordt hun straks ook een kind nog geboren ....

Mijn God, aan wie moet dan dit kind toebehoren! Ze hebben toch immers geen land en geen thuis. Ze hebben alleen maar, alleen maar een kruis.

Als de klokken straks zingen van Christus’ geboort, wordt dat dan ook in de barakken gehoord?

En zullen ze dan niet in bitterheid vragen: „Zijn wij dat soms, mensen van Uw welbehagen?

En waar is die vrede en waar God, zijt Gij! Niet in de barak, want daar zijn alleen wij . . . .”

Eén woord van U, God, één lichtstraal van hoop!

Elk woord dat wij zeggen is vals en goedkoop. Wij hebben vandaag nog een dak en een land.

wij werden nog niet tot een handvol grauw zand .

Verlicht de barak met de glans van Uw ster! Uw Koninkrijk, Heer, voor wie kwamen van ver .

Uw Koninkrijk, God, voor een wereld in nood. Eén vonk van Uw licht, van Uw licht uit de dood .

V. W.—Q. 1952

EEN NIEUWE FILM VAN HARALD BRAUN

De Duitse regisseur Harald Braun heeft ook in ons land een zekere bekendheid verworven met zijn film „Die Nachtwache”. Vooral in kerkelijke kring maakte deze rolprent diepe indruk. Hier zagen wij nu eens een film, die de kracht van het Evangelie in het dagelijks leven van gewone mensen aanschouwelijk maakte. Een film, die niet kon bogen op uitzonderlijke aesthetische kwaliteiten, die zelfs niet vrij te pleiten was van wat sentimentaliteit maar die niettemin door haar eerlijkheid wist te boeien en te overtuigen.

Met spanning hebben wij dan ook uitge-

zien naar nieuwe films van Harald Braun. „Der Fallende Stern” een film met apocalyptische motieven, vond in Duitsland weinig waardering en kwam niet naar Nederland. Meer succes had bij onze Oosterburen „Herz der Welt”, Brauns jongste film. De Nederlandse première vond enige weken geleden in Amsterdam plaats. „Herz der Welt” (Ned. titel: „Hart der Wereld”) is een rolprent, die zich bezighoudt met het vraagstuk van oorlog en vrede. Een film dus, die alleen al door haar probleemstelling onze belangstelling verdient.

In „Herz der Welt” schildert Braun ons