is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 51, 1953, no 8, 21-02-1953

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

GESPREK OVER HET SOCIALISME:

Balans van een discussie

„Socialisme en Democratie” heeft in 1952 een groot aantal studies gepubliceerd, waarin de problemen van de tegenwoordige socialistische beweging open en eerlijk besproken worden.

In het nummer van Januari 1953 heeft prof. Banning een samenvattende beschouwing gegeven in een artikel „Balans van een discussie”.

Naar zijn overtuiging is de socialistische beweging bezig zich zelf radicaal van haar wortel uit te herzien, terwijl zij tegelijkertijd de rijkdom en de verworvenheden van haar prachtige geschiedenis vasthoudt en in een nieuwe dynamiek omzet.

Als de wortel der socialistische beweging beschouwt Banning de overtuiging, dat in de historisch bepaalde worsteling tussen kapitaal en arbeid aan de factor arbeid de leiding van het maatschappelijke leven toekomt en het kapitaal dus aan de arbeid ondergeschikt behoort te zijn.

Prof. Banning tracht bij het opmaken van de balans de stof te ordenen met het oog op de voortzetting van de begonnen arbeid.

Probleem van staat en parlementaire apparatuur

Steeds meer vindt de gedachte van de welvaartsstaat aanhang, de staat, die verantwoordelijk is voor de welvaart van de burgers en dus tot actieve leiding van het maatschappelijk leven geroepen is. De socialistische schrijvers staan in het algemeen sterk in hun sociologische analyse van de verschijnselen, die deze verandering in de verhouding van staat en maatschappij hebben veroorzaakt. Veel zwakker staan zij, wanneer wijsgerige en ethische vraagstukken aan de orde komen.

Banning citeert Den Uyl: „Het gaat om een principiële fundering van taak en grenzen van overheid, staat en maatschappij, die politiek bruikbaar is.”

De welvaart der burgers moet gewaarborgd worden, maar niet minder hun geestelijke vrijheid en beide moeten in het recht verankerd zijn.

Er is een geestelijke problematiek van de welvaartsstaat.

De moderne staat kan zich ontwikkelen tot een machtsinstrument, dat, terwijl het de materiële welvaart verhoogt en waarborgt, tegelijkertijd een geestelijke slavernij oproept.

Ook bestaat de mogelijkheid, dat de staat in zijn tegenwoordige vorm het oorlogsgevaar vergroot.

De staat wordt terecht gezien als beschermer van de nationale en internationale rechtsorde, maar deze stelling wordt weersproken door de concrete feiten. Het werk van de Verenigde Naties willen wij steunen, maar de vraag dient gesteld, of de totalitaire oorlog in wezen het internationale recht niet onmogelijk maakt. Ligt de onmacht om tot een verbod van atoomwapenen te komen, alleen aan de imperialistische bedoelingen van Rusland? Of moeten wij spreken van de volstrekte onmogelijkheid om het begrip totalitaire

oorlog op enigerlei wijze te verbinden met het begrip recht?

Al verder: de dictatuurstaten hebben het begrip recht radicaal in zijn tegendeel doen veranderen en het gedegradeerd tot een wapen in dienst van de staatsmacht. Zijn onze democratieën vrij van deze tendenzen? Waarom heeft men in brede kringen een groot wantrouwen tegenover de stelling, dat de moderne staten beschermers van het recht zijn?

Nog moeilijker wordt de problematiek, wanneer de staat optreedt als beschermer der zedelijkheid, waarborg van onderwijs en opvoeding, bevorderaar van cultuur. Hoe zullen wij de staat een zodanige inhoud geven, dat hij heilzaam wordt voor het brede volksleven en hoe zullen wij op grond van die inhoud de grenzen vaststellen, die onder geen voorwaarde overschreden mogen worden?

De regeertaak is radicaal veranderd, maar het apparaat, dat nodig is voor de burger om zijn medezeggenschap en medeverantwoordelijkheid te verwerkelijken, is practisch ongewijzigd gebleven. Het gevolg is een verlies aan innerlijk gezag van staat en overheid, voor een democratie een uitermate gevaarlijke zaak.

De tegenkrachten

Welke tegenkrachten houden de socialistische verwerkelijking tegen?

Dat is weer een afzonderlijk probleem. Om de oplossing te vinden is een politieke, culturele en geestelijke analyse van het probleem noodzakelijk.

Volgens Banning ligt het probleem voor de socialistische beweging op economisch terrein niet ongunstig. Op politiek, cultureel en geestelijk terrein zijn er echter vele moeilijkheden.

Twee voorbeelden mogen dit illustreren.

a. Er is een verbijsterende ontwikkeling van de wetenschap in het algemeen en de techniek in het bijzonder. Het resultaat is de atoombom, allerlei arbeidsparende machines en de snel groeiende gecompliceerdheid van het bestaan.

De atoombom, de samenvatting van alle vernietigingsmiddelen anno 1953, maakt de zaak van de vrede tot een conditio sine qua non van ons bestaan en dus ook van het socialisme.

Daarover zijn wij het allen eens.

De verschijnselen moeten echter in een meer omvattende sociologische en geestelijke analyse van het heden geplaatst worden.

Zo’n analyse zal ons genezen van de verwachting, dat wij binnen afzienbare tijd een periode van rust en evenwicht tegemoet gaan. Zij zal ons bovendien de onverbiddelijke noodzaak doen beseffen van het functionneren van zedelijke en geestelijke krachten.

b. Als de tegenkracht van het socialisme wordt het communisme gezien.

Twee taken zijn onverbrekelijk met elkaar verbonden: het voorkomen van een derde wereldoorlog en het voorkomen van de uitbreiding van het communisme. De

éne taak kan niet vervuld worden zonder de tweede. Wanneer wij alle krachten concentreren op de éne taak, stellen wij de vervulling van beide in gevaar.

Daarom is het nodig, dat de militaire aspecten ook in Nederland ondergeschikt blijven aan de sociale en geestelijke aspecten.

Het communisme als tegenkracht van het democratische socialisme vraagt van ons niet uitsluitend en allereerst militaire, maar sociale en geestelijke krachtsinspanning. Banning vindt deze zaak zeer belangrijk, omdat de discussie met partijgenoten van de Derde Weg niet tot een bevredigend resultaat heeft geleid. Daarom vraagt hij om een diepergaande analyse van de tegenkrachten van de radicale democratisering van maatschappij en cultuur, die het socialisme voorstaat.

De situatie is zo moeilijk, omdat een aantal krachten en tendenzen gecombineerd optreden en elkaar wederkerig beïnvloeden en versterken.

Prof. Tinbergen noemde er drie: de verbijsterende ontwikkeling van de wetenschap, die van de techniek en de snelgroeiende gecompliceerdheid van het bestaan. Er zijn er veel meer: de groeiende afhankelijkheid van volken met verschillende cultuurtradities en de vermenigvuldiging van hun contacten, het verlangen van de gekleurde volken naar onafhankelijkheid, het einde van het kolonialisme, de uitbreiding van onderwijs en opvoeding onder bevolkingsgroepen en hele volken, die daaraan tot nog toe geen deel hadden en vooral het feit, dat traditionele waarden in de smeltkroes zijn geworpen en er in de nieuwe sociale en politieke verhoudingen verwarring in zake de fundamentele waarden bestaat, met als gevolg het ontstaan van een geestelijk nihilisme. Daartegenover het feit, dat velen fanatiek vasthouden aan de traditionele verhoudingen en formuleringen, zodat bewegingen, die niet conservatief en reactionnair behoeven te zijn, het toch feitelijk worden. Bepaalde krachten, die op zich zelf geen tegenkrachten van het socialisme zijn, worden het toch, doordat zij in combinatie met andere krachten optreden.

J. J. BUSKES Jr

EEN „GEBEURTENIS”

IN DEN HAAG

Zelfs tussen kale deftigheid, vormelijke ambtenarij en gure zeewinden kan plotseling een klein stukj e nieuw leven opbloeien. In alle stilte hebben de drie Haagse werkgemeenschappen van de Partij van de Arbeid een gezamenlijke bijeenkomst belegd. Het was kennelijk een proefballon die opgelaten werd, want anders had men er zeker meer ruchtbaarheid aan gegeven. Dat de humanist dr J. F. van Praag, de orthodox-protestant mr N. Stufkens en de rooms-katholieke priester pater Jelsma op één podium zijn gaan zitten om op hoog niveau over het begrip „vrijheid” te discussiëren, is geen alledaags verschijnsel. Ach, we zijn het gesprek met elkander al haast verleerd in de naoorlogse jaren.

Toch zou ik niet alleen vanwege het pogen om opnieuw tot een gesprek te ko-