is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 51, 1953, no 12, 21-03-1953

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

KORTE AANKONDIGING

Het mocht u misschien ontgaan en daarom wijzen wij u er even op:

Ie Ds D. Bakker: Schuld en lijden (God en de watersnood), uitgave drukkerij A. C. Westerbaan, Molenpad 9, Leeuwarden. Ook bij de schrijver te bestellen (Verlengde Schrans, Leeuwarden, giro 199358). Minimumprijs ƒ0,50, waarvan de helft voor het Rampenfonds is. In een eenvoudige taal beantwoordt ds Bakker de vraag, die de watersnood stelt aan de gelovige mens. Aanbevolen.

2e. A. R. de Jong: Waarom? Een woord naar aanleiding van de stormramp op 31 Jan. 1953. Uit de serie Religieuze toespraken is dit het Febr.—Maartnummer 1953. Verkrijgbaar bij mej. Jettie Kruseman, Westerhoutpark 15, Haarlem. Abonnementsprijs ƒ 5,— per jaar.

Deze preek is uitvoeriger en schijnt diepzinniger. Ze zal ook wel niet, zoais op de omslag van de vorige preek staat, in een „dorpskerk” gehouden zijn. M.i. is ze echter minder bevredigend. Ik kan noch met Ahriman, noch met een apocalyptisch tijdperk in verband met de watersnood veel beginnen.

3e. Bestek. Het kaderblad van de Moderne Jeugdraad bracht weer twee aardige brochures, één over „De vormende waarde van de handenarbeid” door Ab Meilink, één over „De film in onze samenleving” door J. A. Hes. Los nummer ƒ 0,40, uitgave Moderne Jeugdraad, Keizersgracht 717, A’dam-C. Het eerste boekje is een overtuigend pleidooi voor rationele handenarbeid als opvoedingsmiddel. Het tweede is geschikt als inleiding ter discussie. Het haait veel overhoop, soms te veel (welke lezer is gebaat met de slordig weergegeven theorie van Tönnies?), soms ook lijkt het me thetorisch (De industriële revolutie heeft zich verhevigd tot een technische revolutie”). Toch is dit een goed boekje, omdat het zijn titel waar maakt en aan het denken zet.

4e. E. Howard Cobb: Christus, de geneesheer (uit het Engels, vertaler niet vermeld), uitgave W. ten Have, A’dam 1952, 142 blz. Een typisch Engels boekje over genezing door gebed. Engeis, zowel om zijn practische, eenvoudige argumentatie, als om een soms eigenaardig Anglicaans geluid. Ik las het geboeid, was door de strekking overtuigd, maar bleef toch bezwaren hebben tegen veel details (bijv. over de verhouding van geneesmiddelen en gebed). Ge moet dit boekje eens lezen.

se. J. A. van Nieuwenhuyzen en E. B. A. Poortman: Evangelie en Kerk in de internationale spanning,-uitgave De Tijdstroom, Lochem z. j. (1952), 78 blz., ƒ2,40.

Dit boekje is de neerslag van een conferentie waarin de Remonstrantse Broederschap zich bezon op het vraagstuk van oorlog en vrede en welke weg de kerk hier te gaan heeft. Ds v. Nieuwenhuyzen heeft de kwestie behandeld in algemene zin en besluit in ten genuanceerd opstel tot christelijk pacifisme; ds Poortman bespreekt de individuele geesteshouding van de christen in deze tijd. Aanbevolen.

6e. Dr André Llengme: De vier grondregels voor het leven (uit het Frans, vertaier niet vermeld) uitgave W. ten Have, A’dam 1952, 174 blz., ƒ4,50

geb., ƒ 3,90 gec. Met een voorwoord van prof. Lindeboom. Een wijs boekje over het goede leven, doortrokken van Evangelische wijsheid, maar tevens met veel kennis van psychoiogie en psychiatrie geschreven door een Zwitsers psychiater. De lectuur er van lijkt me zeer nuttig voor mensen, die zoals we dat tegenwoordig zeggen „met zichzeif in de knoop zitten”. Het is vanuit de praktijk van een gesticht voor lichte zenuwlijders geschreven door een directeur, die bevonden had, dat als sluitstuk van zijn psychische behandeling nodig was het aanbieden van een constructief levensprogram. Kortom, een waardevol boekje. RED.-SECR.

JEUGDLECTUUR

E. F. Lattimore: Kleine Sjang en zijn vriendjes. Ned. vertaling van Clara Asscher—Pinkhof f, met honderd tekeningen van de schrijfster, 137 blz., uitgave H. P. Leopold, Den Haag, 2e druk ƒ 3,50. Wie „Kleine Sjang” van dezelfde schrijfster kent, zal graag meer willen horen over wat het jongetje beleefde in dat verre geheimzinnige China. Ook dit deel is weer een prachtboek voor jonge kinderen. Heel geschikt om voor te lezen thuis en op school. Uitstekend van tekst, uitstekend van tekeningen. Warm aanbevolen voor 7—lo jaar.

Erich Kastner: Conferentie der dieren, naar een idee van Jella Lepman, geïilustreerd door Walter Trier, vertaalster Renée Belinfante, uitgave L. J. Veen, A’dam, 64 blz., geb. ƒ6,90.

De dieren, ongerust over de mensenkinderen, die opgroeien in een wereld van oorlog, ellende en revolutie, beleggen een conferentie. Op listige wijze weten zij de politici hun wil op te leggen, zodat de staatshoofden een verdrag ondertekenen waarin ze zich verpiichten vijf punten ten uitvoer te brengen: opheffen van grenzen, afschaffen van ooriog, uitrusten van orde-politie met pijl en boog, inkrimpen van bureau’s, ambtenaren en aktenkasten en als slot punt 5, dat ik u niet wil onthouden: „De best bezoldigde ambtenaren zulien in de toekomst de onderwijzers en leraren zijn. De taak, om de kinderen in waarheid tot mensen op te voeden, is de hoogste en moeilijkste taak. Het doei van de ware opvoeding zal luiden: Er is geen traagheid des harten meer!” Zoals gezegd, dit ondertekenden alle staatshoofden... Dit verzorgd uitgegeven boek, grappig maar met een diep-ernstige ondertoon, met veel platen en plaatjes, geestig en mooi van kleur is zeer de moeite waard om met elkaar te bekijken en uit de tekst te halen wat er in zit en er over door te bomen, kortom, een waardevol gezinsbezit, dit prentenboek voor jong en oud. Voor ong. 12 jaar en ouder.

Annie Winkler—Vonk: Heidi, vrij bewerkt naar Johanna Spyri en de gelijknamige film, met acht filmfoto’s. 116 blz., uitgave Ploegsma, A’dam en C. de Vries—Brouwers, Antwerpen, geb. ƒ 2,95. Er zijn van die boeken uit je jeugd, die je niet vergeet. Als je ze bewaard hebt en wilt doorgeven aan een volgend geslacht merk je dat ze niet meer passen in deze tijd, niet zozeer door hun gedachten als wel door hun vorm. Toen ik „Heidi” in handen

kreeg zag ik opeens het toen al ouderwetse boek van vroeger, nog uit m’n moeders jeugd (Joh. Spyri werd vertaald in 1888!) voor me: „De kleine Heidi”, en meteen was er een herinnering aan een romantisch verhaal dat ik erg mooi had gevonden. Met deze gemoderniseerde Heidi had ik weer prettige uren. Ze bleef het onbevangen natuurkind, dat zonder dat ze het beseft wonderen verricht aan een ziek vriendinnetje en een verbitterde oude man. Ik hoop dat veel ouders de Heidi van hun jeugd aan hun kinderen zullen doorgeven in deze nieuwe gedaante. De romantiek bleef in het gebeuren, maar de vorm werd nuchterder. De filmfoto’s sluiten opmerkelijk goed aan bij het verhaal.

Uit de wereld van Manus Mol door Oom Hans, serie Dierenfilmpjes b 1/6, uitgave Van Gorcum, Assen, ƒ 0,65. Zes prenten die tegen elkaar geplakt een boekje vormen. Op de linkerzijde zien we Manus Mol vermenselijkt in z’n dagelijkse doen, en rechts krijgen we een biologisch lesje over de mol. Waarom zulke vreemde letters voor de versjes over Manus? Voor jonge kinderen zijn ze ongewoon en daardoor onleesbaar. De tekeningen zijn aardig, maar als kleurplaten stellen ze teleur, omdat er al zoveel bruin gedrukt is en omdat de te kleuren delen zo klein zijn. De tekst is aardig en goed. R. B.—v. R.

RETRAITE NED. HERV. KERK 1953

Bij de voorbereiding van de retraites in 1953 heeft de Comm. voor de Retraiten in het bijzonder aandacht geschonken aan een plaats- en streeksgewijze indeling. Wij hopen op deze wijze meer mensen te bereiken en bovendien aan de kernvorming in de gemeente bij te dragen. Allen, die er aan willen medewerken het leven van de gemeente langs de weg van het gebed te versterken, verwachten wij op één der volgende retraites:

20—22 April: Zuid-Limburg olv. ds A. F. L. van Dijk, ds W. Heins. B—lo8—10 Juni: Predikanten olv. ds A. F. L. van Dijk, dr H. V. d. Linde. 16—19 Juni: Studenten olv. mej. ds E. B. A. Poortman, dr J. M. van Veen. 19—22 Juni: Algemeen olv. dr E. A. A. de Vreede. 26—29 Juni: Noord-Hoiland olv. ds L. Cannegieter, ds A. de Jonge. 3—6 Juli: Utrecht olv. ds C. B. Burger, dr E. v. d. Schoot. 3—7 Aug.: Algemeen olv. ds A. F. L. van Dijk; ds A. M. Nortier. 25—28 Sept.: Algemeen olv. dr J. C. Roose. 30 Oct.—2 Nov.: Amsterdam olv. ds A. Dönszelmann, ds A. Th. Stegenga. 13—16 Nov.: Rotterdam olv. ds A. F. L. van Dijk, ds G. F. W. Hemgreen. De eerste retraite vindt in Zuid-Limburg plaats, alle andere retraites worden gehouden op de „Hoorneboeg” te Hilversum, behalve de retraite van 3—7 Aug., die op de „Eykmanhuis” gehouden wordt. De kosten van een retraite op de Hoomeboeg bedragen ƒ 14,—, voor het Eykmanhuis ƒ 24,—; voor de predikanten- en studenten-retraite wordt een afzonderlijke regeling getroffen. Opgaven kunnen, voor zover niet aan de plaatselijke correspondent is opgegeven, worden gedaan bij ds A. F. L. van tige, bijna vorstelijke band. J. T.

LEESTAFELNIEUWS

H. van Praag: De boodschap van Israël in cultuur, maatschappij en geschiedenis met een voorbericht van K. H. Kroon. Het Wereldvenster te Amsterdam. 248 blz.

Ds Kroon vindt het een vreugde „dit uiterst belangwekkende boek” bij het Nederlandse publiek te mogen inleiden. Het voorziet in een leemte: naast Hellas en Rome is Israël bron van onze cultuur. De schrijver vat allé Joodse bijdragen op als bijdragen van het Joodse volk. Voor zo ver de individuele Jood een typisch Joodse prestatie verricht, wordt hij beschouwd als gezant van zijn volk tussen de volken. De bedoeling van het boek is, duidelijk te maken, wat de bijzondere functie is van de Joodse zuurdesem in de beschaving der volken. Het is de schrijver niet te doen om de verheerlijking van het Jodendom, maar om het historisch bewijsdat Jood en niet-Jood elkaar in diepste zin nodig hebben om samen te geraken tot een nieuwe gemeenschap.

Men kan het met deze inzichten eens zijn, men kan dit boek zelfs een belangrijk boek achten, dat door velen gelezen moet worden ik heb er veel uit geleerd en het toch met heel wat minder vreugde lezen als waarmee ds Kroon het heeft ingeleid. Laat ik in enkele woorden aangeven, waar mijn bezwaren liggen. De boodschap van Israël, zo luidt de titel.

Nu meen ik, dat men die boodschap kan zoeken in het Oude Testament of in het bestaan van het volk Israël als zodanig. Ik geloof echter, dat het misverstand wekt, wanneer men die boodschap, zoals de schrijver doet, zoekt in al de prestaties van alle mogelijke Joden in de loop der eeuwen. Dan komen Jesaja en Paulus naast Spinoza, Preud en Einstein te staan. Dat kan voor velen iets aantrekkelijks hebben, ik vind het maar griezelig, omdat men m.i. de boodschap van Israël niet verheldert, maar verduistert. Men ontkomt niet aan de indruk, dat de schrijver toch eigenlijk bezig is om alle prestaties van de Joden tot een monumentaal en bewohderenswaardig momunent op te stapelen. Ik hoop niet, dat ik de schrijver pijn doe, maar ik moet het toch maar zeggen: dit boek maakt op mij een indruk van zelfvoldaanheid. En het zou mij niets verwonderen, indien het tegen de bedoeling van de schrijver in het antisemitisme meer versterkt dan verzwakt. Wanneer men deze methode toepast, is het bovendien mogelijk een heel ander boek te schrijven, waarbij het Joodse aandeel in de westerse cultuur niet de functie van een zuurdesem heeft, maar veeleer een ontbindende en destructieve factor is. De schrijver moet er op rekenen, dat het zwaard, dat hij hanteert, zich ook tegen hem en het Jodendom laat gebruiken. Daarom kan ik over de verschijning van dit boek niet enthousiast zijn. Ik vind het in wezen een voor het Jodendom en de plaats van het Jodendom in de geschiedenis gevaarlijk boek. Het roept verzet op. En dat is nu juist iets, dat de Joden in onze dagen het minst nodig hebben.

Ds J. Overduin: Het Onaantastbare (Over de christelijke hoop), tweede herziene en vermeerderde druk. J. H. Kok, Kampen. 214 blz., f 7,25.

Een boek over de toekomstverwachting van dr Overduin, de bekende evangelisatiepredikant van Amsterdam. Ook dit boek komt uit Gereformeerde kring. Ds Overduin is echter een heel ander man dan dr Schilder. Zo moeilijk de laatste voor een buitenstaander te verwerken is, even begrijpelijk is de eerste voor hem. Overduin is niet voor niets evangelist.

zouden wel gewild hebben, dat Overduin zijn opvattingen nog wat meer uitgewerkt had ten opzichte van de sociale en politieke vraagstukken van onze tijd. Voor wat hij ons intussen geeft, zijn wij dankbaar. Op het terrein van de eschatologie wordt er veel onzin op de markt gebracht. Wat Overduin geeft is zinvol. Vooral zijn beschouwingen over de verhouding van ethiek en eschatologie zuljgjj verhelderend werken: „Een ethiek zonder eschatologie is een vrome dood, een eschatologie zonder ethiek is het najagen van een ziekelijk denkbeeld.” Pgjj ligj; geheel met hem eens, dat de christelijke kgrk haar jaarlijkse feestdag van de wederkomst yan Christus behoorde te vieren,

jk vermoed, dat velen uit onze kring aan dit boek yggj zullen hebben. Het is waarlijk niet zo, dat er bij ons ten opzichte van deze vragen voldoende inzicht gevonden wordt. Wij kunnen van deze Gereformeerde dominee nog wel het een en ander leren. De uitgever stak dit geschrift in een prachtige, bijna vorstelijke band. J. J. B. Jr.

Druk N.V. De Arbeiderspers Amsterdam