is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 51, 1953, no 14, 04-04-1953

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

/inHecr I behoort de aarde I l en haar I \ volheid. j \ Psalm 24 ; 1 /

Jyd en Taah

ONAFHANKELIJK WEEKBLAD VOOR EVANGELIE EN SOCIALISME

VERSCHIJNT 50 MAAL PER JAAR SISTE JAARGANG VAN „DE BLIJDE WERELD”

Zaterdag 4 April 1953 Nr 14 Redactie: ds J. J. Buskes Jr ds L. H. Ruitenberg dr J. G. BomhoflF Redactie-Secr.: Roerstraat 48® Amsterdam-Zuid Telefoon 24386 p/a dr J. G. BomhoflF Vaste medewerking van prof. dr W, Batming J. Hulsebosch H. van Veen dr M. V. d. Voet ds H. J. de Wijs Mej. dr M. H. v. d. Zeyde e.a.

per jaar ƒ 5,—; halfjaar f 2,75; kwartaal ƒ 1,50 plus f 0,15 incasso. Losse nrs ƒ 0,15; Postgiro 21876; Gem. giro V 4500; Adm. N.V. De Arbeiderspers, Hekelueld 15, Amsterdam-C; Postbus 800

De grond van onze hoop

Makker, heb je nog hoop? Met die vraag wil ik vandaag dit artikel beginnen al is het natuurhjk wat dwaas: het is immers een zeer persooniyke vraag, die vanuit persooniyke levensomstandigheden beantwoord moet worden. Aan wie denk ik, als ik deze vraag neerschryf? Aan een oudere, wiens gezondheid ondermljnd wordt door kanker, of aan een jongere, die neergeslagen werd door de mislukking van zijn eerste, stralende liefde? Neen, ik denk niet aan deze persooniyke levenssituaties, wanneer ik in ons blad schrijf, elgenlyk bedoel Ik ook niet aan u, waarde Tijd en Taaklezers, een vraag te stellen, waarop Ik uw antwoord toch niet h00r... Ik stel de vraag aan mezelf in de eerste plaats: heb ik nog hoop, en zo ja waarom? En wat betekent dat? Maar als ik iets van myn antwoord tracht te formuleren, dan is wel de uitgesproken bedoeling, dat ieder mee denkt en leeft...

Is niet het meest benauwende van onze situatie, dat wij zó ingeklemd zitten In de politieke spanningen, In de dreiging van een nieuwe oorlog, dat wy zó worden meegezogen door allerlei vormen van barbarisme en daarachter de vereenzaming, de angst, de haatgevoelens dat wy geen uitzicht meer hebben, en zelfs niet vermoeden waar uitkomst mogeiyk zou kunnen zijn? Toen Ik verleden jaar In Duitsland met mensen van achter het yzeren gordijn sprak, zei lemand: wij hebben het gevoel, dat het Westen ons, Oost-Dultsers, heeft afgeschreven, wij bestaan voor hen niet meer... Ik heb niet durven tegenspreken. Heb Ik nog hoop?

Of Is nóg beklemmender, dat op grond van de zo even genoemde vereenzaming, angst en haat, de wereld zo vol Is van valse hoop? Zó hebben wij Indertyd het natlonaal-soclallsme gezien als valse hoop, en Ik meen nog steeds: terecht. Maar valse hoop kom Ik óók tegen In andere vormen: In de al te simpele gerustheid, dat de militaire voorsprong van Amerika groot genoeg Is om de vrede te waarborgen; of In de verwach-

tlng, dat de moderne techniek de volkeren zal verenigen In een nieuwe broederschap; of In het geloof, dat de eenheid van Europa grondslag zal zyn voor onze vryheld Valse hoop naar mijn mening, die de teleurstelling en vereenzaming der mensen alleen maar vergroten zal. Maar: met welk recht spreek Ik van valse hoop tegenover echte?

Aanstonds is hét weer Pasen: het feest van de Opstanding. Met recht kan men zeggen, dat door de hele Bijbel de adem van opstandlngsgeloof heen gaat: nooit Is het laatste woord aan zonde en verderf en ondergang, al zijn deze machten In de werkelijkheid nog zo verwoestend. Liefde Is sterker dan de dood, en Gods levende macht weet dorre doodsbeenderen met vlees en zenuwen te bekleden en Zijn adem In te blazen (Ez. 37). Inderdaad: de hele Bijbel predikt de overwinning van het Rijk. Maar toch Is het feest van de Opstanding In het bijzonder verbonden aan de geschiedenis van Jezus Christus: Pasen Is de opstanding van de Gekruisigde. Men moet van het Paasfeest dus geen natuurfeest maken of een overwinningsfeest van welke zedelijke Idealen ook dat alles Is er, hoe goed ook bedoeld, wezenlijk naast. Het gaat om de Opstanding van die Liefde van God, die zich In diep erbarmen geeft aan de wereld om haar te verlossen van alle verderf en nood, en Die daarom gekruisigd wordt. „Ik ben de Opstanding en het leven; die In Mij gelooft, zal leven, ook al Is hy gestorven, en een leder, die leeft en In My gelooft, zal In eeuwigheid niet sterven” (Joh. 11 : 25,26). Volgend jaar zal de tweede byeenkomst van de Wereldraad der Kerken samenkomen, ditmaal In Amerika. Uit de beraadslagingen over de centrale gedachte, die men gezien de geesteiyke situatie der huidige wereld In het middelpunt zou stellen, Is dit naar voren gekomen: „Christus de hoop der wereld”. Men heeft die gedachte terecht toegespitst op Kruisiging en Opstanding: niet alleen „de wereld”, maar speciaal de kerken moeten zich scherp rea-

liseren, dat Christus gekomen Is om te „dienen tot het einde”, en dat de inhoud van het overwinningsgeloof volkomen verdampt of tot mummie verstart, indien niet het Kruis: het dienen tot het einde in een wereld vol haat, is doorsireden.

Met welk recht spreek ik van valse hoop tegenover echte? Met geen ander dan dat van het mij geschonken geloof; met geen ander dan dat van de Paasboodschap. Echte, levenwekkende hoop is gebonden aan de eindeloze Liefde van God, die zich vrijwillig offert. Wij hebben de hoop der nazi’s, maar ook die der communisten radicaal afgewezen en als vals bestreden, omdat zij duidelijk stond in het teken van machtswil en dictatuur niet elk offer is waarlijk bevrijdend. Wij wijzen de hoop op redding der wereld door militair geweld of door technische vervolmaking of door politiek eveneens radicaal af als vals, omdat zij gedragen wordt door vertrouwen op aardse, tijdelijke, uitwendige machten en men God daarbij buitensluit. In een wereld enerzijds van doffe moedeloosheid, anderzijds van valse hoop is het goed en het eerst noodzakelijke, dat de vraag wordt gesteld: Makker, medemens, heb je nog levende, alles dragende, alles overwinnende hoop? Heb je nog... geloof? Vecht met de oude Paasboodschap opnieuw.

Natuurlijk: dat betekent voor de gelovigen zelf opnieuw de eis om het wèar te maken in de huidige politieke, sociale, geesteiyke situatie, wy wachten met gespannen aandacht op de concretisering van de Wereldraad der Kerken wy wachten niet alleen, maar werken er aan op onze post in ons land. Eén ding heb ik met inneriyke ontroering geleerd van de Paasviering uit de Oosters-orthodoxe kerk, zoals die beschreven is in ons land o.a. door dr Hendrix; het hoogtepunt van de Paasviering, als de saamgestroomde menigte de oude melodieën jubelend zingt, is de omarming en de Paaskus, waarby gezongen wordt: „laten wy, broeders, ook tot degenen, die ons haten, zeggen: laten wij alles elkander vergeven omwille van de Opstanding”. Hier is toch wel het hart van het Evangelie: Kruis, Opstanding en Broederschap der mensen, met vergeving aan de vijanden, horen wezenlijk en onafscheideiyk bij elkaar. Het is zo eenvoudig-diep: de Liefde van God, die komt tot de mensheid in haar gespletenheid, haat, eenzaamheid en angst, en deze alle uitbrandt, kan immers niet anders dan samensmeden tot Broederschap ... De overwinning van het Goddelijk leven kén immers niet anders betekenen dan het uitbannen van verdrukking, uitbuiting en terreur ...

In deze eenvoudige diepte ben ik Christen én socialist.

Zó, makkers, mag ik h o p e n. „ W. o.