is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 51, 1953, no 14, 04-04-1953

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

(en daarom ook alle cyclische vreugde) vertonen een treffende overeenkomst met een bepaald soort wiskundige stellingen, nl. dat ook het omgekeerde van de stelling waar is.

Wie bijvoorbeeld Pasen omkleedt met de religieuze romantiek van het leven, dat het altijd weer van de dood wint en van het licht, dat altijd weer het duister verdrijft, heeft stellig gelet op de natuur gelijk. Maar wie het omdraait en op Pasen beweert, dat alle leven uitloopt op de dood het licht altijd weer ondergaat in het donker, heeft net zo goed gelijk.

Wie daarom van Pasen een echt feest wil maken met alleen de natuur tot zijn beschikking, doet dat het beste zonder preek of toespraak en zonder omkeerbare stellingen. Hij verblijde zich met de natuur

zonder exegese in het ogenblik van het seizoen.

De cyclus is ook het ons bekende en vertrouwde. In de wisseling der dagen en jaargetijden, in de kringloop van geboorte en sterven, in het dagelijks proces van arbeid en rust, van moeheid en nieuwe energie. De ervaring van de gebondenheid aan cycli ligt sterker in ons verankerd dan wij ons bewust zijn. Daarom geeft de doorbreking er van dikwijls zulke grote spanningen. Men merkt dit bijv. vaak bij iemand, die zijn werk moet neerleggen.

Het Paasfeest der Christelijke religie nu gooit dit hopeloos in de war. Daarom is ook al op het eerste Paasfeest de verwarring onder degenen, die er bij betrokken waren, zo groot geweest. Want de wiskunde der cyclische vreugde liet hier in de steek. De stelling van het Christelijk Paasfeest is namelijk niet omkeerbaar. Ook hier is sprake van een leven, dat uit de dood herrijst... Maar dan klopt het niet meer. Want het vervolg, namelijk dat de dood elk leven overwint, gaat hier niet meer op.

’t Is dan ook helemaal niet vreemd, dat de Evangelist Marcus van de eerste personen, die met deze Paasgebeurtenis in aanraking kwamen, zegt, dat „siddering en ontzetting haar hadden bevangen” en dat Mattheus gewaagt van een „grote aardbeving”.

Dat Pasen is indercfaad ongehoord, huiveringwekkend vreemd. Siddering, ontzetting en aardbeving zijn waardiger attributen dan bloeiende crocusjes en uitbollende berken. De boodschap van het Christelijk Paasfeest is dan ook de goddelijke ontkenning van de „eeuwige heerschappij van de cyclus”. Zelfs van die meest machtige en onvermijdelijke cyclus van leven en dood.

Daarom is Pasen voor het menselijk denken, gebonden als het is aan de beperkte ervaring der feiten, zo’n harde noot om te kraken. Het Christelijk Paasfeest appelleert namelijk niet aan de feiten en ervaringen. Ook niet en misschien wel het minst aan die van de natuur. Wie vastzit in een denken, dat alleen rekening houdt met de uit feiten-reeksen en ervaringsgegevens opgebouwde causale verbanden, komt met het Christelijk Paasfeest nooit klaar.

Alleen wie gelooft, dat deze feiten-reeksen en ervaringsgegevens niet de uitputtende mogelijkheden zijn, maar dat er buiten ons ervaringsgebied en de cyclische structuur van deze onze existentie nog andere mogelijkheden zijn, namelijk bij God, kan dit Paasfeest vieren.

En dan kan het misschien juist voor de moderne mens, die in het tempo en het rhythme van het moderne leven en het moderne arbeidsproces zozeer de „gebonden” mens is, worden tot het centrale feest, dat hem het uitzicht opent op de radicale bevrijding en de definitieve verlossing uit de slavernij van de cyclus. J. H.

De teerlingen te Emmaus

– houtsnede – A. Dürer (1471—1528) uit de serie

„Die kleine Passion”

DE DISGENOTEN

„Indien iemand naar mijn stem hoort en de deur opent, Ik zal hij hem binnenkomen en maaltijd met hem houden en hij met Mij.”

OPENB. 3:20

Het simpele gerei.

het brood, dat is gesneden,

de stilte, de gebeden Wanf de avond is nabij.

Uit tranen en uit pijn dit samenzijn verkregen:

bij sober brood de zegen twee in Uw naam te zijn.

Waar aan de witte dis Uw teken wordt beleden,

verschijnt Gij: „U zij vrede.” Gij Brood.- Gij Wijn.- Gij Vis.

IDA G. M. GERHARDT