is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 51, 1953, no 19, 09-05-1953

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

den Heer behoort de aarde en haar volheid. Psalm 24:1 >

fijd en Tank

ONAFHANKELIJK WEEKBLAD VOOR. EVANGELIE EN SOCIALISME

VERSCHIJNT 50 MAAL PER JAAR SISTE JAARGANG VAN „DE BLIJDE WERELD”

Zaterdag 9 Mei 1953 Nr 19 Redactie: dsj. J. Buskesjr ds L. H. Ruitenberg dr J. G. BomhofF Redactie-Secr.: Roerstraat 48’ Amsterdam-Zuid Telefoon 24386 p/a dr J. G. BomhofF Vaste medewerking van prof. dr W. Banning J. Hulsebosch H. van Veen dr M. V. d. Voet dsH.J.deWijs Mej. dr M. H. v. d. Zeyde e.a.

’onnementper jaarfS,—; halfjaarf2,7s; kwartaalf I,soplusf 0,15 incasso. Losse nrsf 0,15; Postgiro 21876; Gem. giro V 4500; Adm. N.V. De Arbeiderspers, Hekelveld 15, Amsterdam-C; Postbus 800

Een zwarte dag

De viering van de verjaardag van onze Koningin in de hoofdstad van ons land is een trieste geschiedenis geworden.

Het hoogtepunt van de feestviering was een parade van zeven km lengte.

De garnizoenscommandant deelde twee dagen tevoren mee, dat dit grootse militaire défilé opgezet werd met de bedoeling, de bevolking van de hoofdstad te laten zien, uit welke onderdelen het leger is samengesteld en met welk materieel er gewerkt wordt. Het meest spectaculaire werd in deze parade bijeengebracht.

Vijf en veertig honderd man en vijfhonderd voertuigen namen er aan deel, geen parade in gala-uniformen, maar een in battle-dress.

„Nu kan het Nederlandse volk zien, wat het voor zijn geld gekregen heeft”, zei de paradecommandant.

Vijf en twintig duizend programma’s, die uitvoerige inlichtingen geven over al wat er te zien was, werden gratis uitgedeeld.

Zie hier een opsomming van de voertuigen: mitrailleurs, mortieren, lichte en zware batterijen, vuurmonden (één afdeling lost met 64 vuurmonden 20.000 projectielen per minuut), Chaf fee tanks (18 ton), Centuriotanks (48 ton).

Tijdens de parade hebben 166 vliegtuigen gedefileerd.

In „Trouw” stond: „En dan zorgen 22 Centuriotanks van de Huzaren Prins Alexander ongetwijfeld voor de culminatie van het krijgsrumoer bij het Concertgebouw”.

Men kan verschillend over de bewapening denken, wij zullen het er echter allen over eens zijn, dat bewapening, als zij noodzakelijk is, een noodzakelijk kwaad is.

Het militaire apparaat is, al vindt men het noodzakelijk, in de grond der zaak een afschuwelijke instelling, waarop geen land trots kan zijn.

Het terrein van de militair is de kazerne, het oefenveld, de lucht, het atoomlabora-

torium, de stikgasfabriek. De militair vertegenwoordigt dat alles, ook het gifgas, dat mensen de verstikkingsdood doet sterven, ook de atoombom, die dood en verderf zaait over tienduizenden.

Dit alles is niet mooi, maar lelijk, niet heerlijk, maar afschuwelijk.

Zelfs al is een leger volmaakt in zijn soort, dan nog is er geen enkele reden, om er trots op te zijn. Het soort is van een bedenkelijke aard.

En nu gaan wij ook in ons goede vaderland al dat dood- en verderfzaaiende materiaal verwerken tot een parade, om daarmede de verjaardag van onze Koningin te vieren.

Als wij niet in zo’n krankzinnige wereld leefden, zou geen sterveling op de gedachte zijn gekomen, een dergelijke demonstratie te geven en dat nog wel bij een feestelijke gelegenheid.

In vroeger j aren behoorden zulke demonstraties niet tot de Nederlandse stijl. Ze zijn symptomen van de algemene en algehele ’vermilitarisering van het leven, die zich al meer doorzet.

Dat ons volk millioenen uitgeeft voor de bewapening en dat het leger beslag legt op een steeds groter deel van onze jeugd, is op zich zelf al erg genoeg. Waarachtig geen feestelijk verschijnsel. Want het is en blijft, zoals Fedde Schurer kort geleden zei, toch altijd een omkering van het bijbelse ideaal, wanneer een volk zich genoodzaakt gevoelt, zijn spaden en snoeimessen (productief materiaal) smeden tot spiezen en zwaarden (improductief materiaal).

Veel erger is, dat wij allen zo met deze dingen vertrouwd raken, dat ik stel mij even op het standpimt van de bewapenaars hun noodzakelijkheid haar tragiek verliest en zij als element nog wel het hoogtepunt in het volksfeest worden ingeschakeld.

De verjaardag van onze Koningin worde

gevierd met bloemen en vlaggen, muziek en zang, spel en dans.

Maar de viering van dit jaar met als hoogtepunt een machtige demonstratie van dood- en verderfzaaiend materiaal is het meest overtuigend bewijs, dat de vermilitarisering van het leven een uitholling van de waarachtige volkscultuur betekent.

Vroegere vieringen met palingkramen, muziektenten en harlekijns, met sprietlopen en koekhappen, met hossende jongens en meisjes, met ’s avonds laat wat dronkemansgelal en met na negen maanden een aantal wiegen in het Wilhelmina-Gasthuis, waren mij ondanks mijn bezwaren tegen het slot liever dan deze viering met de grootste en meest perfecte parade, die ooit in Amsterdam werd gehouden.

De omtrek van het Concertgebouw op 30 April 1953 verschilde in niets van de Siegesallee op de verjaardag van de Duitse keizer en het Rode Plein op 1 Mei.

Uit het diepst van ons hart protesteren wij tegen de grove aanslag, die hier van regeringszijde op de ziel van ons volk wordt gepleegd. Want was het anders dan een aanslag op de volksziel, wanneer men mannen, vrouwen en kinderen oproept God betere het, op Koninginnedag te komen kijken naar het materiaal, waarmee zo nodig hun medemensen mannen, vrouwen en kinderen worden uiteengescheurd en vernietigd?

Zo raken wij aan de oorlog, die abnorr maal is, gewend en gaan wij hem normaal vinden. Da oude oorlogsgod Mars kan tevreden zijn.

En het allerergste is, dat dit alles geschiedt, terwijl wij een regering hebben, waaraan onze socialistische leiders deelnemen.

Intussen maken wij ons druk over de Zondag en de bioscoop, vanwege de geestelijke en zedelijke gevaren, die ons volk bedreigen.

De dertigste April van het jaar 1953 was een zwarte dag in de geschiedenis van ons volk.

De socialisten zwijgen. De christenen zwijgen. De kerk zwijgt.

Neen, ze zwijgen niet. Deden ze het maar. Zij doen mee. Het gaat immers om de verdediging van christendom en cultuur.

J. J. BUSKES Jr