is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 51, 1953, no 24, 13-06-1953

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VACANTIECURSUSSEN

BENTVELD

Vacantie houden is een kunst. De kunst namelijk, om het juiste midden te vinden tussen niets-doen en geestelijk zich opfrissen.

Wij proberen in onze vacantiecursussen te Bentveld dat midden zo goed mogelijk te benaderen. Ze zijn in het bijzonder bestemd voor diegenen die buiten schoolvacanties vacantie kunnen houden. Gezinnen dus met niet-schoolgaande kinderen, jongeren en ouderen, wier vacantie om welke reden dan ook, vóór 16 Juli valt.

Bentveld ligt dicht bij de kust (Zandvoort), zonder dat men daarom altijd op het strand aangewe-

zen is. Duinen en bossen zijn er ook, en wie eens naar Amsterdam wil, vindt de tram naast de deur. Deze vacantiecursussen nemen de plaats in van de vroegere vacantieweken. Er zijn allerlei excm'sies geprojecteerd, maar men is vrij daaraan al dan niet deel te nemen.

4—ll Juli Vacantiecursus I.

Het hedendaagse mensbeeld. De ontmenselijking van de mens de eenzame mens de bedreigde mens de menswording van de mens de strijd om een menswaardige samenleving. Leiding: ds en mevrouw Van Dijk—Ploeger, dr A. van Biemen.

11—18 Juli Vacantiecursus 11.

Levenskunst. Leven als spel leven als opdracht leven met God leven met anderen levenslot en levensontplooiing. Bovendien beoefening van het spel, o.a. toneelspel. Leiding: de heer en mevrouw Termaat, mejuffrouw ds W. H. Buijs.

N.B. In de beide vacantie-cursussen zijn enkele excursies geprojecteerd, o.a. naar de tentoonsteliing van Venetiaanse kunst in het Rijksmuseum, als mede muziek of voordrachtskunst.

Kosten: ƒ37,50 per persoon; echtparen ƒ72,50. Kinderen: 4 t.m. 11 jaar ƒ22,50, 12 t.m. 15 jaar ƒ27,50. Aankomst: Zaterdagmiddag, vertrek de daaropvolgende Zaterdag na het ontbijt.

Spoedige aanmelding is zeer gewenst.

KORTEHEMMEN

27 Juli—3 Aug. Vacantiecursus I.

Aspecten van de literatuur. Humor in de literatuur Andersen en het sprookje Het tragische in de literatuur Boekbespreking Het lied. Leiding en sprekers: dr J. G. Bomhoff, mevrouw R. Bomhoff—van Rhijn, mejuffrouw Sj. Gorter, mejuffrouw Mien Peters, mejuffrouw Griet Calsbeek.

3—lo Aug. Vacantiecursus 11.

Het streven naar nationale zelfstandigheid. Zuid-Afrika Israël India „Tranen over Johannesburg”. Leiding: ds en mevrouw Eender—Ham, mejuffrouw Sj. Gorter. Sprekers: ds D. Eender, mevrouw L. Dudock—van Lerven, mr J. A. de Jong, ds K. M. Witteveen.

10—17 Aug. Vacantiecursus 111.

Grote gestalten. Uit de zending uit het maatschappelijk leven: mevrouw H. Roland Holst—van der Schalk uit de kerkgeschiedenis: Augustinus uit de muziek: Ludwig van Beethoven. Leiding en sprekers: mejuffrouw zr J. Bentum, ds K. M. Witteveen, ds D. Bakker, mejuffrouw Sj. Gorter.

Cursusprijs: ƒ3O,—; echtparen ƒ55,—kinderen t.m. 10 jaar ƒ 17,50, 11 t.m. 14 jaar ƒ 22,50. Aanvang Maandagavond, einde Maandag daaropvolgende na het ontbijt.

Opgaven te zenden aan mej. Sj. Gorter, Woodbrookershuis Kortehemmen, post Boornbergum Fr. N.B. De beide eerste weken zijn nagenoeg vol geboekt, speciaal wat kinderen betreft de derde week biedt nog voldoende plaats.

VORMINGSCENTRUM „DE VONK”

te Noordwijkerhout

Het Vormingscentrum „De Vonk” organiseert van 24 Aug. tot 19 Sept. een cursus voor meisjes van 17—20 jaar.

Uitvoerige gegevens worden graag op aanvraag verstrekt door de administratie van het vormingscentrum „De Vonk” te Noordwijkerhout. De kosten bedragen per week ƒ 8,—, ƒ 10,—, ƒ 12,— of ƒ 15,—, naar draagkracht.

LEESTAFELNIEUWS

Ernst Wiechert: „De Stokebrand”. Uitg. De Boekerij Baarn; ing. ƒ5,—, geb. ƒ6,90; 219 blz.

Tintelend van levensblijheid, verrassend en verfrissend is deze roman van Ernst Wiechert. Wie „De geschiedenis van het geslacht Jeromin” kent, weet, dat Wiechert een uitzonderlijk begenadigd schrijver was en een meesterlijk verteiler, maar dit boek is lichter van kleur, al ontbreekt de ernstige ondertoon niet. Het houdt ons van ’t begin tot 't eind geboeid met zijn fleurige beschrijving van de terugkeer uit de jungle van de „Indiaan”, één der oud-gymnasiasten van een echt oer-oud en oer-degelijk Duits provinciestadje. Wolf Wiltangel, bijgenaamd de cowboy of de zet de hele stad op stelten, alleen al door zijn komst. Zijn optreden, zijn manier van leven, is als het waaien van een frisse wind, waarvoor alie kleinheid en bekrompenheid viuchten moeten. De gymnasiumjeugd is wildenthousiast over zijn terugkeer en dit enthousiasme stijgt al gauw tot verering en trouwe aanhankelijkheid, wanneer zij hem kennen leren bij de nachtelijke kampvuren en bij aile verdere gebeurtenissen, die eikaar in snei tempo opvolgen in het anders zo slaperige en stiile stadje. De „Indiaan” zelf brengt bezoeken aan zijn oude kameraden van het gymnasium, die, hoewel nu volwassen en merendeels getrouwd, toch eigenlijk niet veranderd zijn. Maar één bezoek stelt hij uit, omdat hij weet, dat hier wél iets veranderd is, zelfs véél veranderd. Zijn oude jeugdliefde is tijdens zijn verblijf in den vreemde getrouwd, echter niet uit liefde. Als zij elkaar dan tóch ontmoeten schijnt het een hopeloze lief- te zullen blijven, tot er, vlak voor Wolfs terugkeer naar Argentinië een gebeurtenis plaats vindt, die toe een geheel onverwachte ontknoping leidt.

Op een enkel germanisme na werd dit boek uitstekend vertaald door dra M. G. Schenk. Van harte aanbevolen!

Dr K. F. Proost: Bijbelse Figuren. Uitg. Firma W. Gaade, Delft; ƒ 4,75, 150 blz.

De titel van dit boekje uit de tweede reeks van de Vrije Geluiden Serie spreekt voor zichzelf. Een vijftigtal figuren uit het Oude en het Nieuwe Testament, bekende en minder bekende, worden ons door dr Proost in bonte volgorde en verscheidenheid voor ogen gesteld. De schrijver heeft getracht ze levend voor onze tijd te maken en onze tijd levend in hen te maken”, zoals hij in zijn voorwoord zegt en hij is daar over ’t algemeen zéér wel in geslaagd. Persoonlijk acht ik enkele uitspraken, zoals op blz. 62 over ascese minder gelukkig en „verdingelijking” (blz. 45) is geen Nederlands, dr Proost! Naar mijn smaak bekijkt de schrijver de Bijbelse figuren te veel vanuit het literaire gezichtspunt of als u wilt te veel vanuit het intellectualistische gezichtspunt, maar het is nu eenmaal moeilijk voor een mens om uit zijn huid te kruipen! Waarmee ik niet wil zeggen, dat er niet veel waardevols door dr Proost gezegd wordt en dat het al met al toch een zéér lezenswaardig boekje is, dat ons op zijn eigen wijze nader brengt tot het verstaan van de bijbelse figuren... en van ons zelf! L. W.-S.

Walter Nigg: Schilders van het eeuwige. Vertaling Rob Limburg. Met acht en veertig afbeeldingen. Uitgave Ploegsma, A’dam; 306 blz., ƒ 16,90. Er doet zich in de waardering van de beeldende kunst vandaag een merkwaardige wijziging voor. De tijd, waarin ons telkens voorgehouden werd dat we in de kunst vooral op het schilderkunstige moesten letten, dat het om lijnen en kleuren en vormen ging lijkt voorbij. Het wordt niet ontkend, integendeel, deze beschouwingswijze is allernuttigst gebleken, maar als alleen-zaligmakende heeft ze afgedaan. Men durft ook weer de geestelijke inhoud aan de orde te stellen. Ik denk aan de verrassende kunsthistorische studies van André Malraux. Het boek van Walter Nigg beweegt zich in dezelfde lijn. Het eerste hoofdstuk bevat een artistieke geloofsbelijdenis; kunst is een weerglans van het Eeuwige. Vanuit dit beginsel wordt de beeldenstorm beoordeeld. Ik kan me voorstellen, dat niet ieder dit opstel zal bijvallen, maar dan komen er vier grote opstellen over „schilders van het eeuwige”, n.l. over Griinewald, Michelangelo, El Greco en Rembrandt, die kortweg meesterlijk zijn, prachtige inleidingen tot het diep-reiigieus karakter der besproken kunstwerken, die in fraaie reproducties de lezer ter beschouwing aangeboden worden. De schrijver beschikt over een grote eruditie, voert prachtige citaten aan, en weet op meeslepende wijze zijn bewondering en intens inleven van deze kunst op zijn iezer over te brengen. Zelfs als de verklaring van sommige kunstwerken op goede gronden wel eens betwijfeld kan worden ük denk aan de Christusfiguur bij Michelangelo in de Sixtijnse kapel) dan nog is m.i. in elk geval deze manier om de religieuze kunst in te leiden ongemeen vruchtbaar en suggestief. Persoonlijk kan ik me een meer terughoudende stijl indenken. Deze schrijver is zo enthousiast en overtuigd, dat hij sommige lezers misschien weerspannig maakt, zeer tot hun eigen nadeel, want het moet met nadruk gezegd worden; dit is een

groot boek, dat op originele wijze de hoogste taak der kunst begeleidt: tot de heilige God inleiden. Zie op een andere bladzij van deze aflevering hoe deze schrijver een kunstwerk toelicht. J. G. B.

KORTE AANKONDIGING

Het mocht u misschien ontgaan, daarom wijzen wij u er even op:

Ie Ds J. H. Sillevis Smitt: Vijf minuten vóór appèl. Uitgeverij van Keulen, Delft;2e druk, 56 blz., ing. ƒ 1,—, geb. ƒ 1,75.

De hoofdvlootpredikant richt zich in dit eenvoudig boekje tot hen die onder dienst gaan. Ik geloof dat het een goed boekje is, dat aan „onze jongens” enkele voortreffelijke en juiste gedachten voorhoudt. Daarom betreur ik het des te meer dat enkele, kleine denkfouten het boekje zo ontsieren. Het is eenvoudig misleidend om het „geen man en geen cent” alleen maar dwaas en materialistisch te noemen (blz. 20). Misschien dwaas, maar materialistisch? Of er onder de voorstanders van bewapening geen materialisten schuilen? En elders: er wordt gesproken over gebedsverhoring, als voor een militaire schermutseling soldaten gebeden hebben om Gods zegen en bescherming. Dat

gebed prijs ik, maar laten we er toch voor oppassen God als bondgenoot te beschouwen in een zeer aardse strijd. Hem danken voor de redding is zinvol. Maar als de soldaten nu eens gesneuveld waren, was dan het gebed onverhoord gebleven? Jammer van het overigens sympathieke boekje!

2e Ds J. H. Sillevis Smitt: Angst. Uitgeverij J. N. Voorhoeve, Den Haag, z.j. (1953?); 85 blz. ƒ2,90. Dit boek is ondanks zijn verkeerd suggestieve omslag, een -uitstekend boek. Het ontleedt de oorzaken van de menselijke angst en beschrijft hoe de mens van vandaag er zich van bevrijden kan. Ik vrees aileen, dat het nieLgelovigen weinig zal aanspreken, omdat het een beetje te zelfverzekerd van toon is. Maar ik zou het iedereen willen aanraden, die enig vermoeden heeft, hoe de overwinning op de angst wel eeils in het Evangelie te vinden kon zijn. Dit boek is een goede preek van die zijn tijd verstaat.

3e Anna Blaman: Eenzaam avontuur. Uitgave J. M. Meulenhoff, A’dam, 6e druk, 1953; 277 blz., ƒ3,95. Een goedkope uitgave van een roman, die destijds uitvoerig in ons weekblad besproken is door M. H. V. d. Z. (5 II 49). Ik zie geen reden op die uitspraak terug te komen. Het is zeker geen prul en de moeite van het lezen waard, maar aan de hoogste maatstaven gemeten, en dat mocht na de eersteling van deze schrijfster („Vrouw en vriend’), valt dit boek tegen.

4e Boger Pilkington: Zoons en dochters. Vertaald door P. J. Stolk. Rijk geïllustreerd. Uitgave van Loghum Slaterus, Arnhem, 1952; 238 blz., ƒ9,90. Die boek beoogt voor een lekenpubliek „de wonderbaarlijke geschiedenis van de groei van het menselijk embryo” te vertellen. Wie nu eens wil weten, welke weg de mens beloopt vanaf het ogenblik der conceptie totdat hij een menselijk individu is, uitgerust met zijn lichamelijke en geestelijke eigenschappen, leze dit aardige boek. De stijl van de joviale Amerikaanse schrijver ligt me niet, maar dat is persoonlijk. Over erfelijkheidskwesties en eugenetiek wordt ge hier uitvoerig ingelicht. Ik heb in een deskundige recentie geen kritiek op de inhoud van dit boek gelezen en neem dus, onder voorbehoud, aan, dat, wat hier staat, de feitelijke stand der wetenschap weergeeft. En dan moet gezegd worden: leerzaam en interessant.

5e Egon Larsen; 1% Inspiratie, uitvinders en hun invallen. Geïllustreerd. Vertaald door H. W. J. Schaap. Uitgave Arbeiderspers, A’dam, 1949; 215 blz., ƒ6,90. Dit boek vertelt op anecdotische wijze de geschiedenis van beroemde uitvinders, van hun levensomstandigheden en van hun vaak romantische wederwaardigheden. Tevens weet de schrijver een helder en bevattelijk idee te geven van de uitvindingen zelf. Uitvinders en kunstenaars, zo leert men uit dit boek, hebben iets gemeen, n.1. hun maatschappelijk onaangepast-zi.ln. Dit is geen geschiedenis der wetenschap, noch zelfs der techniek. Daar is het hoek te verbrokkeld voor. Maar wat een gezellig en leerzaam boek voor een grote jongen en ik denk, dat vader het ook met plezier zal lezen.

6e Vincent van Gogh: Zelfportret in brieven en schetsen. Geïllustreerd. Uitgave Wereldbibliotheek, A’dam, 1953; 40 blz. , v, uf Als u aboiiné bent op de Wereldbibliotheek hebt u dit fraaie boekje cadeau gekregen. Anders moet u overwegen het dit jaar van Vincents eeuwfeest, te kopen. Na een goede inleiding van ir V W van Gogh volgen brieffragmenten. Ze helpen u de van V. V. Gogh te verstaan en ze leiden u in tot de kennismaking van een der zeer edele mensen, die ons volk heeft voortgebracht. Aanbevolen. Red.-secr.

• Druk N.V. De Aibeidersper» Amsterdem