is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 51, 1953, no 25, 20-06-1953

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

den Heer behoort de aardi en haar volheid, w Psalm 24 : 1 /

en Taak

ONAFHANKELIJK WEEKBLAD VOOR. EVANGELIE EN SOCIALISME

VERSCHIJNT 50 MAAL PER JAAR SISTE JAARGANG VAN ~DE BLIJDE WERELD”

Zaterdag 20 Juni 1953 Nr 25 Redactie: dsJ.J. Bmkesjr ds L. H. Ruitenberg dr J. G. Boinhoflf Redactie-Secr.: Roerstraat 48® Amsterdam-Zuid Telefoon 724386 p/a dr J. G. BomhofiT Vaste medewerking van prof. dr W. Banning J. Hulsebosch H. van Veen dr M. V. d. Voet dsH.J.deWijs Mej. M. H. V. d. Zeyde e.a.

finetneutper j<uzrf 5f / halfjcKiT j2j75i kwurtucilf 1^50plus f irtcüsso, Losse nrsf ö^tSi Postgiro 21876, Getn. K4S00j A.dm. De Arbeiderspers, Hekelveld 15, Atnsterdütti-Ci Postbus 800

Democratie

Het is daar in Voorburg heet toegelgaan. Eerst komt de boycot van een neutrale krant door R.K. ingezetenen, die deze krant dwingen geen berichten meer op te nemen betreffende het Humanistisch Verbond, de Vrijmetselarij, spiritisme en geboorte-beperking. De uitgever-redacteur zwicht. Dan komt er een raadszitting, waarin R.K. wethouders aftreden, omdat ze zich beklagen over een anti-papistische gezindheid van een deel van de gemeenteraad; ten slotte houdt het Humanistisch Verbond te Voorburg een protestvergadering, waarop, als de krantenverslagen juist zijn, het Humanistisch Verbond fel van zich afgebeten heeft. En dit is dan het zoveelste incident uit de laatste tijd, waarin sedert het gedenkwaardige woord van minister Mulderije, nl. dat de Humanisten „stenen voor brood” geven, de vraag weer aan de orde kwam over de plaats van het Humanisme in Nederland. Ik wilde over de zaak zelf niet schrijven; terloops alleen opmerken, dat de methoden van sommige (niet alle!) Rooms-Katholieken mij niet liggen, m.aar dat ik toch geheel de motivering van het Verbond niet zal overnemen. Ik kan mij voorlopig het best verenigen met wat Banning geschreven heeft in het laatste nummer van „Wending” (Mei 1953 „Het humanisme in het geding”. Als u zich voor deze brandende vraag interesseert, moet u dat artikel eens lezen.) Maar omdat in dit en in' andere vraagstukken van deze soort telkens weer de democratie aan de orde is, wilde ik wel voor mezelf verduidelijken, wat die democratie eigenlijk inhoudt en niet naar de formele, staatkundige zijde, doch ik wilde iets ter overweging aanbieden over democratie als gezindheid. Er zullen wel weer mensen zijn, die oordelen, dat zulk geschrijf idealisme is en niet met de harde feiten rekening houdt, maar als we ons idealisme kwijt zijn, is er niets, dat zo snei ontaardt als een louter formele democratie. Ik laat me hierbij leiden door de vaak gehoorde moeilijkheid, die scherp geformuleerd hierop neer komt: hebben 51 mensen per se meer gelijk dan 49 en dus het recht hun opvatting aan die 49 op te leggen. Concreet: „Wat de R.K. zullen doen als zij eens 51% van de bevolking uitmaken, ik weet het niet” (Dr Garmt Stuiveling te Voorburg, zie Parool 11-V).

Het gewone antwoord is: „democratie is vooral dó,arom waardevol, omdat zij aan minderheden recht doet”. (Banning t.a.p. blz. 120).

Ik wilde schrijven over de gezindheid waarop dit antwoord steunt. Laten we be-

ginnen met vast te stellen, dat de democratische idee van het tegenwoordig Europa teruggaat, vaaglijk op ideeën en practijken van het oude Griekenland, duidelijker op het oude Engeland, maar heel concreet op die stoere christenen, die destijds de grondslag legden van de Verenigde Staten van Noord-Amerika; ten slotte principieel werd ze uitgesproken in de onafhankelijkheidsverklaring van de USA van 1776 en de daaropvolgende verklaring van de rechten van de mens. Ik durf zeggen, dat dit een stuk christelijk erfgoed is, ontwikkeld in de kerken van de Reformatie, hoewel het me niet ontgaat, dat hier ook doorwerken de ideeën van het tijdperk der Verlichting (John Locke, Tom Paine). In de Franse revolutie krijgt de democratische idee een veel sterker profaan karakter, en hieraan is J.-J. Rousseau, de veel gesmade in kerkelijke kringen, niet vreemd, maar het wil me voorkomen, dat de drievoudige leuze: vrijheid, gelijkheid en bïnederschap, ten slotte en niet alleen historisch in het Evangelie gefundeerd is. (Ik zeg niet: alleen gefundeerd kan worden).

Juist in Amerika heeft men de laatste tijd de idee der democratische gezindheid vaak treffend doordacht en uitgewerkt, en dan blijkt dat ook Rousseau in christelijke kring wel eens wat eerherstel toekomt. Ik wilde die democratische gezindheid eens nader beschouwen, door aan te tonen, dat zelfs, wanneer bijv. de raswetten van het Derde Rijk door een gekwalificeerde meerderheid zouden zijn aangenomen, ze toch in de grond niet democratisch waren geweest, gemeten aan de democratische gezindheid, en volg daarbij de gedachtengang van de Franse denker.

Het uitgangspunt zou dan kunnen zijn de overtuiging, dat ons verstand, indien niet belemmerd door kwade gewoonten en hartstochten, spontaan kiest vóór rechtvaardigheid en tegen onrecht, vóór onschuld en tegen misdaad. Wanneer dus iedereen uitgenodigd wordt na te denken over een ernstig, ons allen aangaand vraagstuk, en iedereen daarover zijn mening zegt, dan ligt het voor de hand, dat in de wirwar der opinies blijken zal, dat ze samenvallen onder het opzicht van rechtvaardigheid en redelijkheid en goedheid, maar uit elkaar gaan door de krachten van kwade gewoonten en boze hartstochten. Immers de waarheid is één, de dwaling veelvoudig. Anders gezegd: het is het onrecht, de leugen, de slechte daad, die de mensen uiteendrijft. Men hoeft zich geen illusies te maken; de boze krachten zijn onder ons mensen oppermachtig, maar het is de list

der democratische gezindheid, dat ze deze neutraliseert en deze onschadelijk maakt.

De democratie als staatsvorm staat dus voor de geweldig moeilijke taak om te bewerkstelligen dat deze democratische gezindheid verwerkelijkt wordt en we kunnen het er over eens zijn, dat een behoorlijk systeem om de algemene wil de voorrang te doen geven boven de individuele, door hartstocht geïnspireerde wilsstrevingen, ontzettend moeilijk is gebleken. In deze, beperkte zin, is het waar, dat democratie de minst „beroerde” staatsvorm is. Nu begrijpt men ook, dat de algemene wil voor moet gaan boven de individuele wil. Niet omdat 51 meer gelijk hebben dan 49, ook niet omdat een onpartijdige, onverschillige neutraliteit dat zo wil, uit lauwe gemakzucht, maar omdat die algemene wil dichter de rechtvaardigheid en de waarheid zal treffen, doordat de middelpuntvliedende krachten van hartstocht en dwaling uitgeschakeld worden.

Democratie is heel erg moeilijk te beoefenen, want niet alleen individuele mensen, maar ook groepen (lees: partijen) kunnen bezeten zijn van troebele hartstochten, van minderwaardig eigenbelang, van dom vooroordeel, ja een heel volk kan door een collectieve hartstocht, die zich vermomt in nationale frases, verblind worden. Zo begrijpt men ook beter, dat de democratische gezindheid principieel zich moet verzetten tegen de ontaarding van het democratisch spel (ja waarlijk een spel!) tot een strijd van macht tegen macht. De democratie mag geen arena zijn, waar men elkaar op leven en dood bestrijdt, maar een raadzaal, waar men naar elkaar luistert.

Democratie is ook daarom zo razend moeilijk, omdat in de practische verwerkelijking het gevaar groot is, dat niet meer verantwoordelijke persoonlijkheden naar elkander luisteren en samen beraadslagen, maar exponenten van onverantwoordelijke collectiviteiten, die blind de eigen belangen der massa’s najagen.

Ik besluit dat een echte democratie een dierbaar ideaal kan zijn, niet meer. Maar het beroep dat de democratische gezindheid doet op ons geweten, is in de grond niet anders, dan waartoe het Evangelie ons oproept om te staan in de vrijheid der kinderen Gods, alles te onderzoeken en het goede te behouden.

Het is goed met onze gedachten nu en dan te vertoeven in de misschien wat ijle lucht van deze nobele gedachten, om terugkerend tot het vlakke landschap der alledaagse politieke bedrijvigheid te beseffen, waar en hoe niet alleen onze politieke tegenstanders, maar ook wijzelf te kort schieten.

De democratische gezindheid blijkt een edele taak te zijn voor een gezuiverd en verlicht hart. J. G. B.