is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 51, 1953, no 26, 27-06-1953

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Een eigen socialistische houding

Internationaal

In het vorige artikel (T. en T. 20-VI) spraken we over de uitdaging, die ons vanuit Azië tegemoet treedt (de honger, het nationalisme om nu maar deze twee te noemen) en het mogelijke antwoord daarop. In de eerste plaats hebben socialisten hier een groot stuk verantwoordelijkheid.

Ik wil hier verder noemen de erkenning van communistisch China en de toelating van dit land tot de Verenigde Naties. De Socialistische Internationale heeft dit gelukkig in een resolutie bepleit. Helaas heeft de PvdA over dit alles in haar Proclamatie gezwegen.*)

De eigen socialistische houding zal moeten blijken ook bij het probleem Duitsland. Hiertoe behoort, dat wij niet zullen mogen ophouden een eerlijk en zelfstandig protest te doen horen tegen de remilitarisering (die renazificering is). Een geünieerd, geneutraliseerd en gedemiiitariseerd Duitsland, dat na vrije, door een internationale commissie gecontroleerde verkiezingen zou kunnen ontstaan, zou een ontspanning in het steeds weer dreigende Oost-West-conflict betekenen. ,

Wanneer op deze wijze Oost-Duitsland bij West-Duitsland zou worden gevoegd, dan zou het percentage communisten waarschijnlijk even gering blijven als het nu is. De dreiging van een gemilitariseerd Duitsland vlak bij zijn Westgrens zou voor Rusland zijn opgeheven. Bovendien zou aan Europa een groep werkelijk Europeesdenkende mensen worden toegevoegd: diegenen uit Oost-Duitsland, die juist door hun ervaringen tijdens de Sowjet-Russische bezetting oog hebben gekregen voor de fouten, die het Westen maakt en die toch evenmin voor het communisme konden en kunnen kiezen.

Wij zullen niet steeds moeten blijven zeggen, dat wij door Rusland verhinderd worden een dergelijk initiatief te nemen. Het komt er immers op aan, dat wij, mensen van het Westen, juist door dergelijk initiatief op politiek gebied zullen tonen, dat wij vanuit een betere ideologie en een ander, meer constructief geloof leven dan Sowjet-Rusland.

Of dit alles geen risico’s met zich zou brengen? Zeker wel. Door een krachtige hulpverlening aan Azië en alle daarmee verbonden moeilijkheden zouden er waarschijnlijk van ons grote offers worden gevraagd; onze levensstandaard zou gevoelig worden verlaagd. Wat precies de gevolgen zouden zijn van de hier aangeduide Duitsland-politiek kan niemand met nauwkeurigheid zeggen. Wél kunnen we echter met vrij grote zekerheid zeggen, waar het spel, dat nu gespeeld wordt, op zal uitlopen: de „vrije wereld” wordt steeds minder vrij, het geloof in het geweld wordt met de dag sterker, het wantrouwen tussen Amerika en Rusland groeit en daarmee komt de dreiging van de oorlog nader totdat de volken, moe van de angst, in een fataal

*) Tijd en Taak 25-4-’53.

heroïsme de oorlogvoering als een soort bevrijding zullen aanvaarden.

Het democratische socialisme heeft daarom zulk een grote verantwoordelijkheid. En wanneer we dan zien, dat door een blad als Het Vrije Volk dadelijk na de „koerswijziging” in Rusland al maar wordt geroepen: „Minder dan ooit mag het Westen zich thans laten verleiden”, dan is dit wel zeer ontstellend. Dit kan ook gezegd worden van een radiotoespraak als die van de heer Voskuil op Zaterdag 4 April. Ddt is het erge, dat de PvdA zich op de beslissende punten van de internationale politiek in niets van AR en CH onderscheidt. Een eigen socialistische houding is er niet ten aanzien van Atlantische Gemeenschap, EDG, remilitarisering van Duitsland, enz.

Een verkiezingsgeschrift eindigt met deze woorden: „Christen-zijn in de politiek betekent in deze tijd de Partij van de Arbeid steunen”. Het begint te spreken van het Koningschap Christus. Maar nergens blijkt ook maar op enig punt van de internationale politiek; of dit Koningschap van Christus dddr ons noopt tot een uitzonderingspositie. In dit opzicht heeft het empirische socialisme het glansrijk van het Evangelie gewonnen. De keiharde feiten winnen het. En men heeft geen oog voor de keiharde feiten, die er gewéést zijn. Dat Speidel, die stafchef van Rommel is geweest, pas naar Engeland is gegaan om

daar demonstraties van wapenen mee te maken, dat slikken we. Churchill heeft het verdedigd met het argument, dat je toch de haat niet in het leven moet houden. Maar in diezelfde dagen verweet hij de Egyptische regering, dat zij zoveel contact had met vroegere nazistische stafofficieren.

En hoe zit het dan met de solidariteit? Ik geloof, dat we in deze uitermate belangrijke én gevoelige materie solidariteit moeten tonen in het uer-staan van de publieke opinie en zelfstandigheid in het wederstaan van de publieke opinie. Wij hebben nodig een eigen socialistische visie en een eigen socialistische dynamiek. De ban moet worden doorbroken.

Radicalisme

Wie zich verzet tegen de huidige gang van zaken in het democratische socialisme, vooral waar het de internationale koers betreft, moet al gauw het verwijt incasseren, ~dat je met al dat radicalisme heus niet zoveel opschiet”. Dat we, door een gebrek aan radicalisme hoe langer hoe meer de eigen socialistische visie en het eigen socialistische élan verliezen, schijnt bij velen niet tot de keiharde feiten te behoren.

In epn rede, die ook door de Quakers in Amerika in brochure-vorm wordt verspreidt, wijst William O.Douglas, raadsheer bij het hoogste gerechtshof in de Verenigde Staten, erop, „dat men bezig is het denken te standaardiseren en dat daardoor het toelaatbare terrein voor een rustige discussie verkleind is, dat zo ook veler geest is afgesloten voor enigerlei denkbeelden bijv. over Azië”.

Tot de gelijkgeschakelde mening in het Westen, die door een uniforme, van Amerika uit gedirigeerde berichtgeving in pers. radio en film wordt gecreëerd, beEoort als vast element: Rusland draagt voor bijna 100 % de schuld van de impasse, waarin wij internationaal zijn terechtgekomen. Consequentie (zie Het Vrije Volk van 24 April

Het mysterie der woorden

3

Toen ik de woorden huren ging was alles uitgewoond.

Behangers en stoffeerders hebben mij als beheerders

hun duur bezit getoond: beduimelde herinnering. Als raven

op graven krasten zij: „Wij droegen de baar en niet jij.”

4

Ongeboren stervend

in onaf gebaar; kort fel

in spel; in streken van pijn,

in horen, bestemd

en af geremd; in woordebreken

van een kind, in dieren

wervend

naar elkaar, in tieren.

wentelend

om het koord van zin en zijn

ontstond het woord.

Theo Vesseur