is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 51, 1953, no 29, 18-07-1953

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Of wel: het zoete niets-doen. Een onderwerp in vacantie-kledij, dat er degelijker en deftiger uitziet als: de vrije-tijdsbesteding en de daarmee samenhangende problemen. Hoe hoog de vacantie ook terecht in aanzien staat als vorm-bij-uitnemendheid van het begrip vrije tijd, zij is toch uiteindelijk een vorm naast verscheidene andere. De vrije tijd, die niet alleen door de sociale strijd is verworven, maar ook door de techniek mogelijk is gemaakt. Het is een aspect van de techniek, dat vaak over het hoofd wordt gezien en waarop dr Dippel enige tijd geleden in het mooie maandblad „Wending” nog eens heeft gewezen. Techniek schept t ij d voor de mens, doordat de techniek veel moeizame en langdurige arbeid van de mens afneemt en deze arbeid bovendien veel sneller verricht.

Dolce far niente...

benadering van het begrip vrije tijd komen we dus zeker niet klaar.

Daarom zou, wanneer de verdere ontwikkeling der techniek en de economische situatie dit op een gegeven ogenblik mogelijk en misschien zelfs wel gewenst zouden maken, een verdere verkorting van de arbeidstijd niet alleen beschouwd moeten worden naar de economische aspecten daarvan, maar zeker ook vanuit het aspect van vergroting van de kwalitatieve vrije tijd.

ledere verruiming van de vrije tijd maakt tegelijk het probleem van de „vulling” van die tijd dringender. Daar is en wordt al zoveel over geschreven, dat het onnodig is (en ook ondoenlijk!) om een globaal beeld te geven van de vele vragen, die zich hier voordoen. Daarom enkel maar een paar losse opmerkingen hierover. Allereerst: de

woningbouw. Misschien zie ik het verkeerd, omdat ik zelf niet anders gekend heb dan het vrije huis met een behoorlijk stuk tuin, maar wanneer ik de opeengestapelde en straat aan straat aaneengerijde woonruimten zie, waarmee ook onze grote steden worden uitgebreid in een uniform schema van rechte lijnen en mathematische plantsoentjes, dan komt soms de vraag bij mij op, of in deze woonruimten nog de eigen ruimte voldoende kan worden ervaren en of in zo’n omgeving nog een niet-uniform, in de goede zin van het woord speels en beweeglijk levensgevoel zich kan ontwikkelen. Niet alleen individueel, maar ook in de sfeer van het gezin. Terwijl toch de ervaring van de eigen ruimte, van het nietuniforme, van de vacantie en de geschakeerdheid voor de kwalitatieve vulling van de vrije tijd zo belangrijk zijn.

Verder zal men, geloof ik, bij het vraagstuk van de vulling van de vrije tijd voldoende rekening moeten houden met de elementaire behoeften aan ontspanning en gezelligheid. Er wordt vaak direct zo verschrikkelijk gewichtig gedaan, wanneer het gaat over de vrije-tijdsbesteding. Professionals op dit terrein komen dan soms dadelijk aandragen met de Kunst (met een

Wanneer wij echter de aan de mens toegemeten tijd niet enkel kwantitatief, maar ook kwalitatief proberen te meten, moet daar onmiddellijk aan worden toegevoegd, dat tegenover de vergroting van de kwantitatieve vrije tijd de ontwikkeling van de techniek, die geleid heeft tot het verschijnsel van de moderne industrie, dikwijls een ernstig verlies aan kwalitatieve vrije tijd heeft gebracht. Het duidelijkst is dit te demonstreren aan het continubedrijf en het daaraan onvermijdelijk verbonden ploegenstelsel. Kwantitatief is er doorgaans geen verschil tussen de arbeid in ploegendienst en arbeid in normale dagdienst.

In beide gevallen zal de arbeidsweek normaal 48 werkuren omvatten. En zijn er afwijkingen, dan zullen die waarschijnlijk in het voordeel van de ploegendienst uitvallen.

Kwalitatief ligt de zaak echter geheel anders. De ploegendienst in het continubedrijf verbreekt namelijk in de eerste plaats het natuurlijke levensrhythme, zeer speciaal wat de nachtdienst betreft. In de tweede plaats neemt de ploegendienst doorgaans een groot stuk van de kwalitatief zo belangrijke gezinstijd weg: de gemeenschappelijke maaltijden, waarbij men als gezin samen is; het gezinsleven ook buiten de maaltijden om. In de derde plaats belemmert deze arbeidsvorm vaak de kwalitatief ook zo belangrijke vrije tijd voor sociale contacten, verenigings- en kerkelijk leven, enz. Met een zuiver kwantitatieve

Vervolg van pagina 3

ren”. Dit is een ongeoorloofde generalisatie. Ook in Nederland waren er, die helemaal niet blij waren. Het is uiterst merkwaardig, dat Kerk en Vrede toen geheel aan de kant van Barth stond in zijn verontwaardiging over München. Het noemde de vrede van München een valse vrede en nog voordat Barths brief over de Tsjechische soldaat gepubliceerd werd, belegde het te midden van de feestvreugde en de vlaggerij een protestvergadering in Amsterdam. Toen allen vlagden, vlagde Kerk en Vrede niet. Het anti-militarisme van Kerk en Vrede is heel wat minder rechtlijnig dan velen denken.

Ik ben met het boekje van dr Bronkhorst heel gelukkig en van harte hoop ik, dat velen het zich zullen aanschaffen, om Karl Barth wat beter te leren kennen.

J. J. BUSKES Jr

OVERPEINZING

Hoe kan ik weten wat ik ben?

De lamp kan alle dingen beschijnen, behalve zijn eigen vlam.

Op twee zuilen rust het al: Te zijn te weten.

Wat ik weet, dat ben ik niet en wat ik ben, dat weet ik niet.

Want ik.

ik ben een schepsel

uit Gods onkenbaar wezen:

laat ik dan zijn wat ik ben.

VOOR DE POORT

Ik klopte aan, ’k was over tijd en ’t wachtwoord, ’t wachtwoord was ik kwijt.

Ik stond voor de gesloten poort en peinsde, peinsde op dat woord.

maar toen het mij te binnen schoot, de poort zich op mijn roep ontsloot.

toen was ’t... de ingang van de dood.

JAN JANSEN