is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 51, 1953, no 30, 01-08-1953

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Van Rooms erf

Is er verband tussen drie verschijnselen, die mij in de laatste weken bij tijd en wijle bezighouden, wanneer ik iets van r.k. zijde in handen krijg? Ik meen, dat wij goed zouden doen, steeds weer nauwkeurig te letten op wat bij de r.k. in Nederland aan de gang is. Het kon wel eens noodzaken het felle wit-zwart beeld, waarmee velen rondlopen als het over Rome gaat, te corrigeren.

Verschijnselen zijn altijd tekenen van dieperliggende gebeurtenissen. Die te pogen waar te nemen en te verklaren, is voor ieder een nuttige zaak.

Laat mij de drie verschijnselen noemen.

Het geval Coccioli

Hiervan kan men lezen in „De Bazuin”, weekblad voor geloofsverkondiging van 18 Juli jl. Dit r.k. apologetisch blad heeft niets van een vroom parochieblad, dat allerlei zaken bekend veronderstelt en zich angstig binnen de traditionele paden houdt. Dat blad heeft bijv. in de afgelopen weken gepleit voor gemengd zwemmen en daarbij argumenten gebruikt, die ons zéér vertrouwd waren.

Nu komt het, op de voorpagina, met een artikel van de hand van Oskar van der Hallen. Het gaat over de Italiaanse schrijver Carlo Coccioli, die in 1950 de roman „Hemel en Aarde” publiceerde. Men was in katholieke kring enthousiast. Hij werd vertaald in het Frans en het Engels. Zeer bevoegde recensenten, deskundige geestelijken, prezen deze roman vanwege de diepreligieuze geest. Totdat... enkele maanden geleden, toen een nieuwe roman van deze Coccioli uitkwam, bleek, dat de schrijver niet alleen volslagen anti-Rooms was, „en er nopens moraal en dogma ketterse meningen op na hield, maar dat hij een voorstander is van homosexuele praktijken.” Men ging het toegejuichte boek nóg eens lezen, en, waarachtig, dóar en dó,é,r en ddar kwamen in dat boek inderdaad bedenkelijke uitingen voor.

De schrijver van het artikel vertelt dan, hoe het kanunnik Colruyt is geweest, die precies uitgelegd heeft, hoe „het mogelijk was, dat wij ons allen zo gruwelijk konden vergissen in gewichtige zaken als deze”.

Ik ga op deze uitleg niet in. Ik ken het boek niet, en ik kan derhalve niet beoordelen, of de verklaring aannemelijk is. De oorzaak ligt zowel in de meeslepende kracht van de kunstenaar als in het gemis aan orthodoxe onderlegdheid bij de lezer, óók bij de priesterlezer, concludeert v. d. Hallen.

De oorzaak van deze vergissing ligt heel liep, dat is duidelijk. Dat een r.k. apologetisch blad dit zo met nadruk onthult, is winst. Het is ook verstandig. Want bij hoe-

velen zullen de vragen opduiken naar de practische betekenis van de censuur? Nog een paar van deze vergissingen, die aantonen, hoezeer velen ook in de r.k. kerk aangestoken zijn door een modern antf-ethisch levensgevoel, en de kracht van de kerkelijke censuur zal afnemen, al zal de theologische noodzaak ervan nog zo stellig worden betoogd.

K.V.P.—K.W.G.

De Kromstaf-herdenking heeft het punt van de eenheid der r.k. opnieuw naar voren gebracht. Men weet, hoe het verbreken van de politieke eenheid de K.V.P. grote zorgen baart. Men weet ook, hoe zij de oproep van de kardinaal De Jong, die ook tot staatkundige eenheid maande, de andere r.k. voorhouden. Welter antwoordde daarop met een grapje. Hij zei: zeker, ik wil eenheid, net als de kardinaal. De kardinaal heeft de K.N.P. op het oog als katholieke eenheidspartij. Kom bij ons. De mannen van het katholiek Werk Verband in de P. v. d. A. zwegen. Zij zwegen tot na de verkiezing. In het Julinummer van de Katholiek in de P.v.d.A. publiceert Geert Ruygers, na diepgaand overleg met het bestuur van de K.W.G. een artikel, dat uitmunt door helderheid, intelligentie en waardigheid. Hij zegt dingen, die ons als protestanten wel zeer aanspreken. Hij laat zien, dat de eenheid ook zijn verlangen is, maar dat hij dan niet denkt aan politieke eenheid, maar aan een veel dieperliggende, geestelijke eenheid, die katholieken bindt, ook als zij tot verschillende politieke visie komen. Hij erkent, dat alle katholieken, tot welke partij zij behoren, te zamen een eenheid vormen en dat er ook in het politieke leven punten zijn, waarin zij elkaar vinden kunnen. Maar de partijpolitieke eenheid is niet vereist en, gezien de voortgaande emancipatie, ook niet gewenst. De verscheidenheid wijst op een toename van politieke bewustwording onder de katholieken en op een verrijking van het politieke leven. Hij wil graag over die eenheid spreken, mits men niet bij voorbaat capitulatie voor de K.V.P. gaat eisen.

En nu is deze week het besluit gepubliceerd van de K.V.P. om Welter en Ruygers tot een bespreking uit te nodigen. Gelijkluidende brieven zijn uitgeg'aan. Wij, zeer geïnteresseerde buitenstaanders, wachten nu af, wat er gaat gebeuren.

De persreacties na de publicatie van Ruygers antwoord op de roep om eenheid zijn niet zonder meer hoopvol en evenmin niet geheel zonder hoop. Er zijn schrijvers onder, die niet alleen de fraaie allure van het stuk prijzen (dat doen ze vrijwel allemaal) maar ook die begrijpen, dat hier zeer

diepe problemen aan de orde zijn, die niet alleen van partij-politieke aard zijn. Toch heeft mij de uitnodiging van de K.V.P. enigszins verbaasd. Hierbij wordt immers uitgegaan van de gedachte, dat de K.V.P. de natuurlijke behoedster is van de katholieke politieke eenheid, en dat is nu juist in het geding.

In protestantse kringen kent men al veel langer grote politieke verscheidenheid, al ligt de tijd nog niet zo heel ver achter ons (van 1878^—1894), dat er één grote antirevolutionnaire partij was, die, voorzover zij zich organiseren wilden, alle rechtzinnige protestanten omvatte. Die tijd is voorbij. En toch blijft het verlangen naar eenheid levend. Men beseft wel, dat deze eenheid er is, ook al wordt die niet partij-politiek uitgedrukt. Herhaaldelijk hebben organen van de Hervormde Kerk, waar deze on-enigheid vooral een rol speelt, het initiatief genomen om mannen en vrouwen van de verschillende partijen bijeen te roepen en naar hun een-zijn te peilen.

Zoiets staat mij nu voor de geest, als men mij zou vragen wat de oplossing zou zijn voor de rooms-katholieken. De eenheid is van niet-politieke aard. Welnu, laat dan een niet-politieke instantie de politiek-gescheiden katholieken samenroepen en nagaan hoe hun eenheid in de verscheidenheid der politieke keuze functionneert. Maar men vraagt mij niet om advies...

Intussen, en dat is voor ons allen belangrijk, blijkt de kans op een gemakkelijke oplossing niet groot. Gemakkelijk wil zeggen: door het gezagswoord van een bisschep, die een einde zou kunnen maken aan alle discussie. Ben ik ver mis, als ik constateer, dat in dit verschijnsel wel niet een ander principe maar toch wel een andere methode van beïnvloeding gevolgd wordt dan waaraan wij in Nederland gewend waren. Een methode, die de „andersdenkenden” beter verstaan, dan die van het gezagswoord van de kansel af.

Sociaal Kompas

Voor mij ligt het eerste nummer van het tijdschrift voor sociologie enz. „sociaal Kompas” geheten. Het wordt geredigeerd van het Katholiek Sociaal-Kerkelijk Instituut te Den Haag uit. Een instituut, dat te vergelijken valt met het Sociologisch Instituut van de Hervormde Kerk.

Wie dit nummer fraai uitgegeven doorneemt, wordt getroffen door het ontbreken van een apologetische toon, die vroeger r.k. geschriften zo onleesbaar maakten. Integendeel: hier worden de zaken open behandeld. Precies wordt bijv. nagegaan wat er aan de hand is met echtscheidingen van katholieken in Nederland. Het is helemaal niet zo best, als blijkt, dat óók in de zuidelijke provincies en ook bij huwelijken tussen twee r.k. de echtscheiding meer voorkomt, dan men, de strenge verbodsbepalingen kennende, zou denken.

De volgende nummers beloven een analyse van de priesterroepingen (een hachelijk punt in de „strategie” der r.k. kerk) en vooral de gezinsvragen zullen de grote aandacht hebben. Dit gaat uit van dezelfde mensen, die opzien gebaard hebben door drs Platenburg, de man die op grond van eigen becijferingen de katholieke gezinspolitiek wilde ondersteunen, maar deze daardoor juist in opspraak bracht, in het openbaar aan en af te vallen. Deze vrijmoedigheid is eveneens een teken van groeiend zelfbewustzijn, maar ook van een zakelijke èn geestelijker aanpak van de sociale problemen. Hiervan moeten wij nota nemen. Want ook dè,t hoort bij het beeld van het tegenwoordig roomskatholicisme in Nederland.

L. H. R.