is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 51, 1953, no 32, 15-08-1953

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

deze tijd ons als het ware opdringt, niet schuwen. Er zijn tallozen die hun plicht doen en blijven doen onder de moeilijke omstandigheden van het heden.

Zij beseffen hun maatschappelijke verantwoordelijkheid. Zij zien duidelijk in dat er allerlei dingen in onze maatschappij dienen te veranderen. Zij zwoegen en ploeteren op alle plaatsen in onze samenleving, in hoge posities en bij het meer eenvoudige, maar evenzeer noodzakelijke werk. Zij allen dragen een stuk verantwoordelijkheid. En naarmate de invloed op hét welzijn van anderen groter is, behoort ook de bewust aanvaarde maatschappelijke verantwoordelijkheid ruimer te zijn en zwaarder te wegen bij hetgeen men doet en nalaat.

Het kan daarom zijn nut hebben dat leder zich eens op zijn taak bezint. Dat wij deze taak opnieuw gaan bezien in het licht van geestelijk vrije mensen, die daardoor een eigen verantwoordelijkheid dragen om onze samenleving „meer menselijk” te maken. Een maatschappij, die sterker steunt op de waardering voor elkanders arbeid. Een maatschappij waarin een ieder iets meer gaat geven van zich zelf, van zijn arbeid, omdat hij gaat beseffen dat het geheel alleen hierdoor kan bloeien. Dat dit „iets meer geven” niet voor iedereen hetzelfde is en ook niet voor iedereen even groot kan zijn, behoeft hier nauwelijks nader betoog. Waaruit dit „iets” bestaat verdient nadere toelichting. Maar wat hiermee bedoeld is, zal langzamerhand duidelijk worden, wanneer eerst eens nader is bepaald wat deze verantwoordelijkheid nu eigenlijk voor ons inhoudt. Wat verantwoordelijkheid betekent zal dus het thema zijn dat de volgende maal aandacht verdient.

E. H. F. V. d. LELY

Aquard

De hemel is een wilde aquarel, overal steekt de zon penselen,

spelend in luchtig vlakverdelen met schilder wind een wisselspel.

Het licht schiet toe: hij dekt het snel en laat het transparant omspelen

met keur van grijs en okergelen, het blauw gebannen in een wolkencel.

Maar op het eind geeft zich de zon gewonnen en kruipt knipogend in haar kleurig bed;

de wind wordt koel en zeer bezonnen en maakt ruimbaan voor donkerder palet;

de nacht, in ’t oosten saamgeronnen wordt langzaam aan het firmament gezet.

DIRK JORRITSMA