is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 51, 1953, no 33, 22-08-1953

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

men voor zijn eigen retraite de goede houding.

Maar tevens en dat is meen ik niet minder belangrijk wijst het eenvoudige werkzame leven van de „zusters” in haar bereidheid elk werk aan te vatten waartoe de roeping tot haar komt, de retraitant ook weer terug naar de wereld, waar naar alle waarschijnlijkheid zijn eigen taak zal liggen. Het moet toch mogelijk zijn, denkt men dit leven aanziende, om in diezelfde geest ook tegenover je eigen levenstaak te staan: pretentieloos, zonder bezorgdheid, trouw in het kleine, levend in die innerlijke stilte waar dezelfde Stem die in de retraite hoorbaar werd, blijft doorklinken. In de wereld, niet van de wereld, luidt de goedprotestantse term.

Dat zijn zo een paar dingen die een verblijf in Grandchamp bij je wakkerroept.

M. H. VAN DER ZEYDE

Rondom Jeruzalem zijn bergen

I

De Moslims hebben hun doden begraven bij de stadsmuur op de Westelijke helling van het Kidron dal. De Joden begroeven hun doden op de hellingen ten Oosten van de beek, op de Olijfberg, vanwaar men een prachtig uitzicht heeft op de plaats, waar eens de tempel stond. Dwars door dit uitgestrekte complex kerkhoven is de snelweg naar Jericho aangelegd. Toen in de Arabisch-Joodse oorlog honderdduizenden Palestijnen, deels uit angst, deels door de wapens der Israëli gedwongen, gevlucht waren uit het door de Israëli bezette gebied en na de wapenstilstand niet konden terugkeren naar hun woonplaatsen, zijn de Joodse kerkhoven zwaar geschonden. Men brak de zerken en sleepte ze weg, zgn. om er woningen van te maken, nu het eigen huis door de Joden was bezet. Maar wie wil er wonen in huizen gemaakt van stenen die graven gedekt hebben? Telkens heeft men zijn woede gekoeld op de dode graven, en de vreemdeling, die het kerkhof betreedt wordt door de jongens, die er spelen, voor Jood gescholden.

Beneden, waar de verkeersweg de bedding van de beek kruist, ligt de olijven tuin, welke Gethsemane wordt genoemd. Daar toont een Nederlandse frater aan de bezoekers de bomen, welke er reeds gestaan zouden hebben toen Jezus in de nacht van het verraad worstelde met zijn angsten. De Rooms-Katholieke kerk, welke in de tuin staat, verbeeldt in zijn interieur de nacht van de gevangenname. Het is er zeer donker, slechts bij de rots waarop Jezus knielde branden enkele lampjes. Hier en daar sloegen granaatscherven stukjes uit de glas in lood ramen, zodat een enkel zonnestraaltje kan binnendringen nu. Bij het bouwen van deze kerk ontdekte men de fundamenten van een door de kruisridders gebouwde kerk; stukken van de oude mozaïekvloer liggen er nog. Misschien was die kerk bescheidener dan deze, met zijn enorme gevelplaat van ingelegde steentjes zonder enige harmonie met de omgeving, als een reclamezuil aan de bosrand. Zo is de heilige rots veilig opgeborgen in de kerk, en het ontbreekt niet aan „historische bewijzen” dat men de juiste plek heeft. Grieks-orthodoxen hebben wat hoger op de helling hun eigen heilige hof van Gethsemane, plus bijbehorende rots, kerk en historisch bewijs. Geschonken graven, geschonden landschap en schennende hebzucht der kerken zijn het beeld van de Olijfberg. Maar gelukkig slechts aan een zijde. H. J. F.

HET GRAS IN J UNI

In Juni rekt zich dan het gras, dat eertijds maar een vlakte was, tot hloeisel van zo veler aard,

dat het bekijken dubbel waard.

Hier is een pluim, daar is een tros. Vast als een kolf, of teer en los,

het siddert in de zomerwind het buigt als een gehoorzaam kind.

De boeren kijken naar de lucht, naar maan en wind en zwaluwvlucht;

ze zeggen: morgen wordt gemaaid,

voordat de wind naar ’t westen draait. En als het dan weer avond wordt

ligt al dat rechtop gras gestort. Door open raam en open deur

dringt in de nacht de zonnegeur

van ’t gras, dat zich als offer spreidt op ’t vlakke, af gemaaid tapijt.

’t Was gras, dat op een Sintjansdag zijn leven gaf en treurig lag,

dat in de Kerstnacht in een grot

het bed werd voor een kind, dat god en mens en koning was.

Hem droeg het gras.

E. LINDENBERG

Ten vervolge van „Het gras” van Dirk Jorritsma in Tijd en Taak van 30 Mei 1.1.