is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 51, 1953, no 35, 05-09-1953

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

GESAMTDEUTSCHE VOLKSPARTEI

Dit hebben de Duitse verkiezingen In leder geval vóór op de Nederlandse: er zijn vele onbekende factoren, die de uitslag tot een zeer spannend geval maken. Terwijl In Nederland het aantal partijen Inkrimpt en ■wij er aan gewend geraakt zijn, dat nieuwe formaties weinig of geen succes hebben, Is het Duitse politieke leven nog zo In gisting, dat men veel meer dan In Nederland nieuwe groeperingen een beroep op de kiezersgunst ziet doen.

Van deze nieuwe groepen Is de Gesamtdeutsche Volkspartel de Interessantste. In deze partij willen de leiders allen tezamen binden, die als voornaamste els van het ogenblik de hereniging van Duitsland zien. Dr Gustav Helnemann, na de oorlog burgemeester van Essen, daarna minister van Binnenlandse Zaken In Adenauers kabinet, maakte zich daaruit los, toen Adenauer stevig op de kracht van de westelijke mogendheden ging spelen. Rondom hem verzamelden zich vooral zij, die In de Evangelische kerk crltlsch stonden tegenover de r.k. Adenauer-polltlek, die bang waren voor een bewapend Duitsland, want zij weten, dat daarmee krachten worden losgemaakt, die héél ongezond zijn. In het verzet tegen de buitenlandse Adenauer• politiek vloeiden een aantal bezwaren van verschillend niveau te zamen en tenslotte vond men elkaar In de moeilijk te vertalen Gesamtdeutsche Volkspartel. Helnemann werd voorzitter, maar In ’t presidium vindt men ook de r.k. Adenaueropposant uit de kleine Centrum- (zuiver r.k.) partij, Helene Wessel. Het schijnt, dat ook een llnks-soclallstlsche opposant uit de SPD zich bij de leiding gevoegd heeft. Bovendien heeft deze partij voor de verkiezing een bondgenootschap aangegaan met een pro-sowjet groep onder leiding van dr Joseph Wlrth, de Bund der Deutschen.

Nu komt men zeker onder de indruk van het zware gewicht, dat het probleem van het gespleten Duitsland oproept. Alleen al de nood van de vluchtelingen dwingt tot dagelijkse confrontatie met deze zaak. Maar ook de opbouw van de nationale economie, geamputeerd door het verlies van grote agrarische gebieden, vraagt steeds weer om hereniging. En ten slotte spelen de gewone algemeen menselijke gevoelens van het gescheiden zijn der bloedverwanten en relaties een grote rol. Dat men dus de zaken beoordeelt naar de houding tegenover de hereniging is heel begrijpelijk. Intussen: hereniging willen alle partijen. Van de communisten af tot de meest rechtse partijen toe. Men zit elkaar in de haren, als het over de weg naar de eenheid gaat.

De GVP nu eist het volgende: Een viermogendhedenconferentie te zamen met vertegenwoordigers van geheel Duitsland; vrije verkiezingen voor een nationale vergadering voor geheel Duitsland; een rechtvaardig vredesverdrag met een uit deze verkie-

zing naar voren gekomen „Gesamtdeutsche” regering ten einde zo spoedig mogelijk een vrije orde in geheel Duitsland te kunnen vestigen.

Dit is de kern van alles. Men kan wel zeggen, dat elk ander politiek probleem in de GVP niet aan de orde komt. Het is, alsof men zeggen wil: de rest komt later. Daarom zal men geen uitgewerkt program van sociale, economische, culturele aard vinden en daarom kunnen in hun afwijzing van de Adenauerpolitiek zowel de vroegere CDU-er als de Centrum- en de linkse SPDafgevaardigde elkander vinden. Daarmee willen zij, dunkt mij, uitdrukken, dat de huidige toestand slechts voorlopig is en de positiekeuze in allerhande vragen van de dag niet ter zake doet.

Nu zijn er natuurlijk allerlei krachtige argumenten tegen de sfeer van de Adenauerpolitiek aan te voeren. Het gemakkelijk vertrouwen in bewapening als middel om zich het communisme van het lijf te houden, is gevaarlijk. De mensen van Heinemann hebben gelijk, als zij constateren, dat vooral een goede sociale politiek (waarover zij echter geen woord loslaten) het communisme binnenslands kan tegenhouden. Zij hebben er scherp oog voor, dat bij een eventuele herbewapening die krachten van het Duitse volk versterkt worden, die Duitsland gehaat en ongelukkig hebben gemaakt. Maar dat zijn argumenten tegen de wijze, waarop de Adenauerpolitiek aan de man gebracht wordt, niet tegen de zaak zelf.

Want als in „Kirche und Mann” aan dr Heinemann gevraagd wordt: bent u principieel tegen een bewapend Duitsland of alleen op dit ogenblik, dan ontwijkt hij de vraag door te antwoorden: Wij zullen dat wel zien. Dwang in de fractie kennen wij niet en bovendien moet deze vraag beslist worden niet door de Bondsdag van Bonn, maar door een nieuw te verkiezen gezamenlijk Duits parlement. Dit moet een teleurstellend antwoord zijn voor alle principiële pacifisten.

En hier komt ook nog iets anders om de hoek kijken. NI. een stuk Duits nationalis-

me. Zeker, het is geen chauvinisme. En wat vooral een man als Nlemöller (die overigens niet voor de GVP optreedt, maar wel kennelijk er sympathie voor heeft) over de rol van de Duitse natie te zeggen heeft Is nieuw... maar het brengt ons politiek niet verder. Want bij de propaganda voor een verenigd Duitsland wordt een beroep gedaan op de ongelouterde nationale gevoelens, al zegt men er dan bij, dat zij gelouterd dienen te worden. Deze gevoelens Intussen brengen geprikkeldheid met zich mee tegen alles wat nlet-Dults Is, vooral tegen de Amerikaanse politiek. Een voorbeeld. In „Deutsche Woche” van 12 Augustus lees Ik een verkiezingsmanifest van de GVP. Daarin wordt meegedeeld, dat Adenauer, (die kennelijk over enorme verklezlngsfondsen beschikt) 120 luldsprekerauto’s, voorzien van filmapparaten, het land Instuurt om een „gerichte propaganda” te voeren: Dan, letterlijk, „Dergelijke nieuwigheden volgens U.S.-voorbeeld moeten de kiezer de U.S.-lljn van de Adenauerse politiek smakelijk maken”. Zo kan men alleen schrijven, wanneer men affecten tegen de V.S. wü oproepen. lets, wat In Duitsland niet zo heel moeilijk Is.

De grote zwakte van deze partij is, dunkt mij, dat de kiezers volkomen in het duister worden gelaten over alle andere toch uiterst belangrijke problemen, die de Bonner regering nu en straks zal moeten opknappen. Een politieke partij zonder sociaal-economisch program is een onding. Een politieke partij zonder richtlijnen op het punt van de cultuur, kan in een concrete situatie geen beslissingen nemen. Wie de beslissing over deze dingen overlaat aan de afzonderlijke fractie-leden voedt de kiezers niet op in meedenken over deze uiterst gewichtige zaken. Juist, omdat deze partij op die punten niet concreet is en alles samentrekt op dat ene probleem en dan nog typisch nationaal-Duits gericht daarom kan zij slechts als crisisverschijnsel worden aangemerkt.

Het is merkwaardig, dat nergens van een discussie tussen deze partij en de SPD sprake is. De SPD immers eveneens op haast onsocialistische wijze appellerend aan nationaal-Duitse gevoelens wil ook de buitenlandse politiek van Adenauer niet. Wel staat zij onder verdenking deze politiek toch te moeten voeren, wanneer zij aan de macht zou komen, maar zij wil het in ieder geval niet. De SPD heeft ten minste wèl een sociaal-economisch program en wordt gedragen door een internationale traditie. Het is een veeg teken, dat een grote groep christelijke leiders die de politiek van Adenauer niet wensen, geen aansluiting hebben kunnen vinden met de SPD, die deze politiek eveneens niet wil.

Dit zijn dan een aantal opmerkingen over een nieuwe Duitse partij, die een antwoord wil geven op vragen, die ook in Nederland en ook in onze christensocialistische kringen leven. Als ik dit alles zo door mij heen laat gaan, dan voel ik benauwenis over Duitsland. Hoeveel kracht ligt er in de zedelijke verontrusting, die in deze nieuwe partij baanbreekt. Maar hoe krampachtig is het gehele politieke leven! Want met iets meer werkelijke aandacht voor elkander en met iets rijper wil om aan eigen gedachten een goede politieke gestalte te geven, zou Duitsland ook moreel sterk staan. Nu dreigt het toch weer alleen maar een vermoeiende zaak te worden, waardoor het volk in zijn geheel niet werkelijk verder wordt geleid, maar teleurgesteld wordt. En teleurstellingen zijn gevaarlijk. Vooral in Duitsland.

L. H. R.

o, DAT GRAS Vaak loop ik het gras te loven omdat het zo heerlijk spruit, maar komt het in mijn tuin naar boven dan scheld ik het: onkruid! D.J.