is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 51, 1953, no 36, 12-09-1953

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Frankrijk

HET ZIEKE HART VAN EUROPA

Frankrijk zit voortdurend in het nieuws. Is het niet met een regeringscrisis, dan met een staking. Willens of onwillens – het laatste het meest – dringt Frankrijk zijn geestelijke, sociale en politieke problematiek aan de rest van Europa op. De meeste toeristen schijnen van dit alles weinig te merken, tenzij zij er zoals in de laatste weken door een grote staking op gevoelige wijze mee geconfronteerd worden. Doch ook dan blijken zij de achtergronden ervan niet of bijna niet te verstaan. „Die gekke Fransen staken weer eens.” Ongehoord dat zij hun toevallige gasten daaronder mee laten lijden!” „Ze moesten daar”... vult u maar in wat u aan krachtigs en fraais voor de geest komt.

Probeert men met de doodgewone Fransman tot een gesprek te komen – wat weinig moeite kost – dan ontwaart men al spoedig dat de achtergronden en de oorzaken van al die sociale onrust erg ingewikkeld zijn. De gewone Fransman is behoorlijk eenkennig. Van de wereld buiten Parijs weet de Parijzenaar niet te veel, van de wereld buiten Frankrijk de Fransman niet. Gebrek aan kennis, gebrek ook aan belangstelling. Binnenslands denkt hij vooral in blokken, beter in belangengroepen: Wij en de anderen”. De anderen willen iets van zijn groep, willen zijn groep benadelen en daarom is hij tegen die anderen. Belangengroepen zijn er talrijke in Frankrijk; slecht georganiseerd waar het geldt de chaos in eigen rijen op te ruimen, goed zodra men voor deze vaak tegenstrijdige belangen druk moet uitoefenen op het parlement.

Veel waardering voor de parlementaire democratie trof ik er niet. „Onze zaakwaarnemers” betitelde hen een welgestelde middenstander; of ge nu met arbeiders, studenten of professoren spreekt, dit oordeel komt – uiteraard gevarieerd – steeds terug. De meeste Franse politieke partijen zijn dan ook typische belangengroeperingen. Organisatie en leden kennen zij zelden. Slechts de communisten en de socialisten zijn goed georganiseerd, de eersten overigens veel beter dan de laatsten. Politieke scholing door middel van de pers is moeilijk, aangezien de meeste grote bladen tjT)ische sensatiebladen zijn en in hun politieke houding min of meer conservatief. Slechts één blad maakt een loffelijke uitzondering op deéie regel, en wel „Le Monde”. Om een indruk van de belangstelling voor deze krant te krijgen heb ik eens een paar keer gepost bij krantenverkopers – beter verkoopsters, want het is typisch vrouwenwerk! – welnu: in arbeiderswijken was het blad vrijwel niet te krijgen, in het centrum lag het één op tien. In de studentenwijk was de af zet bevredigend. En verder – aldus een verkoopster – vragen vooral de buitenlanders erom.

Ik was er in de tweede helft van Juni, een tijd met op z’n minst drie belangrijke aangelegenheden: de slepende regeringscrisis in Frankrijk, de executie van het echtpaar Rosenberg en de opstanden in Oost-Duitsland. De belangstelling ging uit naar het echtpaar Rosenberg. Lange en bewogen artikelen in dag- en weekbladen, plakkaten en opschriften: vrijheid voor de Rosenbergs, gesprekken, meetings en demonstraties. Avond aan avond kreeg je een gedrukt of gestencild papier in je handen gedrukt om op ettelijke plaatsen te betogen voor de Rosenbergs. De leiding van die betogingen was vrijwel steeds in handen van communisten, al zorgden dezen er wel voor dit naar buiten niet te laten blijken. In de wijk St. Germain-des-Prés maakte ik zo’n bijeenkomst mee, georganiseerd door kunstenaars, toegankelijk voor een ieder. Een jonge vrouw, doctor in de natuurkunde zoals ze vertelde, met een scherp gesneden, intelligent gezicht, blond haar en felle blauwe ogen hield een kort anti-

Amerikaans betoog. In een overigens dorre manier van spreken wist zij de emotionaliteit der luisterende menigte bepaald te boeien. Critiekloos applaudisseerde men. Na haar kwam een cineast, die het wat pathetischer deed en en-passant de Amerikaanse filmindustrie kraakte; daarna een nog pathetischer beeldhouwer. Op m’n vraag aan enkelen in mijn omgeving of men hier allemaal communist was, kreeg Ik een ontkennend antwoord. Men wilde uit menswaardige overwegingen het echtpaar Rosenberg redden en aanvaardde daarbij min of meer fatalistisch de leiding der communisten.

Hetzelfde (beeld kreeg ik in gesprekken met arbeiders. Men is geen communist, stemt het echter wel. Waarom, vraag je dan? Eerst krijg je in zo’n geval iets te horen over het te lage levensniveau van de Franse arbeider, die, of hij nu geschoold is of ongeschoold, hard werkt of niet, met zijn verdiende loon de week niet rond kan komen. Dank zij een soort staatsbedeling omstreeks het midden van de maand, en hard meeploeteren van de vrouwen, slaagt men er in de maand rond te komen. Van de politieke partijen verwacht men in dit opzicht niets, ook niet van de socialisten, en al evenmin van de communisten. Men stemt echter communistisch enkel en alleen om „de anderen” te dreigen en zo te strijden voor verbetering van eigen ellendige situatie. „De socialisten komen op voor de ambtenaren en de onderwijsmensen. Op wie moet je als

HERINNERING

Voor Siebe en Katharten

Langs een smal pad te genaken tussen bomen door een groene put bewaakt,

strak, rechtlijnig in een hoek, grens van dromen

juist nog werkelijk gemaakt, lag met dichtbegroeide gevel ’t huis als een verloren boek door de tijd niet meer te raken.

Lang heb ik dit boek gelezen tussen bomen

door de groene put bewaajct, weg, verloren bij het huis.

grens van dromen juist nog werkelijk gemaakt,

in een wereldloze nevel

als een monnik in een kluis van de wereld graag genezen.

Nu nog met dit huis verbonden tussen bomen

door de groene put bewaakt, teruggekomen in de stad.

ver van dromen

in de straten weggeraakt, denk ik aan die witte gevel

waar ik God en leven had, nooit nog zo door mij gevonden.

THEO VESSBUR

Thomas Gainsborough 1727-1788. Studie van een laantje ten plattelande.

Ameland Amsterdam Juli 1953