is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 51, 1953, no 37, 19-09-1953

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Een comité van actie tracht De Boer weg te werken, wil samenwerking van de ANAB en wil de arbitrale uitspraak loyaal nakomen.

Intussen is het interessant na te gaan, hoe men tot arbitrage kwam en welk resultaat deze methode van oplossing van het conflict had.

Het voorstel van het CNV om een arbitragecommissie te benoemen was voor dit verbond een uitweg om uit de moeilijkheden in eigjn kring te komen.

De ene aangesloten organisatie, de Christelijke Bedrijfsgroepen Centrale, was vóór de staking, de Christelijke Landarbeidersbond was er tegen. Officieel had het CNV de staking afgekeurd, doch in feite kon men ook van die zijde de houding van de werkgever niet goedkeuren. De beide partijen in het conflict verklaarden bij voorbaat de uitspraak van de arbitragecommissie te zullen aanvaarden.

Blijkbaar heeft de heer De Boer gedacht, dat de uitspraak toch wel in zijn voordeel zou uitvallen. Immers, hij had regelmatig en goed contact met de bestuurders van de Christelijke Landarbeidersbond, terwijl de arbiters door het CNV werden aangewezen.

Dat de uitslag teleurstellend voor hem was en dat hij daarna ook geen vertrouwen meer in de Christelijke vakbeweging had, getuigde hij, volgens het verslag van de ledenvergadering (Het Parool van 22 April 1953) door te verklaren, dat de heer Ruppert (voorzitter van het CNV) zou hebben verteld, dat het aanvaarden van de arbitrage maar een formaliteit was en dat het CNV er ook beter van moest worden. De arbitrage moest dan ook wel worden aanvaard, omdat anders ook de Christelijke vakbeweging hem niet langer zou steunen. Overigens, wat die arbitrage-commissie betrof, het was slechts een verlengstuk van de ANAB. Wij zijn steeds door deze commissie op onheuse wijze behandeld, aldus de directeur van „De Ommelanden”.

Intussen schreef een bestuurder van de Christelijke Landarbeidersbond een brief aan de directie van „De Ommelanden” en verklaarde daarin, dat hij de arbitrale uitspraak onrechtvaardig vond.

Een direct succes voor het CNV was de arbitrale uitspraak dus niet, te meer, toen al spoedig bleek, dat de leiding van „De Ommelanden” er ook niet aan dacht om deze uitspraak na te leven.

De commissie, gevormd door drie bekende professoren, van wie men toch zeker niet kan zeggen, dat zij het NVV zo goed gezind zijn en nog minder, dat zij de revolutie zouden willen bevorderen, deed voor de directeur ook geen vleiende uitspraken.

Vastgesteld werd, , dat niet alleen gedurende de Duitse bezettingstijd sinds 1942, maar ook na de bevrijding „De Ommelanden” in gebreke was gebleven met de nakoming van haar verplichtingen inzake de pensioenregeling voor haar personeel en dat deze handelwijze een betreurenswaardige uitzondering heeft gevormd in de zuivelindustrie hier te lande. Het wordt haar bovendien ernstig aangerekend, omdat zij de ANAB er een verwijt van heeft gemaakt, een revolutionnaire activiteit te ontwikkelen, terwijl zij zelf gebrek aan eerbied voor de door de overheid uitgevaardigde voorschriften toont. Op de vraag, wie er nu tegen de revolutie strijdt, geven de arbiters dus een duidelijk antwoord.

Het moet overigens voor deze heren wel een teleurstelling zijn geweest, toen bleek, dat de Ommelanden de uitspraak niet wenste na te leven. Zij hadden hun vertrouwen in „De Ommelanden” uitgesproken, omdat herhaaldelijk en uitdrukkelijk tegenover arbiters was verzekerd, dat „De Om-

melanden” de uitspraak on voorwaardelijk en met alle haar ten dienste staande middelen zou nakomen. De leider van „De Ommelanden”, die zo veel voor de verwaarloosde dieren doet; liet de arbeiders voor de gesloten poort staan op het ogenblik, dat volgens beslissing van de arbitragecommissie het hek geopend moest zijn om de arbeiders weer toe te laten.

Hij, die zijn hond zo goed verzorgt, denkt er niet aan een pensioenregeling in te voeren, zoals in de zuivelindustrie gebruikelijk is en die dan nog maar minimaal is voor de arbeiders of de weduwen in nood. Intussen kan men zich afvragen, of de Christelijke vakbeweging zich welbewust is geweest, welke verantwoordelijkheid hier werd aanvaard door bij de heer De Boer de indruk te vestigen (wij nemen nu maar aan, dat Ruppert niet gezegd heeft, hetgeen hem door De Boer in de mond is gelegd) dat door de houding van het CNV de staking direct zou mislukken en ten slotte dat de arbitrage hem wel de gewenste oplossing zou brengen.

Daarmee is de verantwoordelijkheid van de aanstichter van het conflict wel niet weggenomen, maar wel is opnieuw gebleken, hoe gevaarlijk het is onder de naam „christelijk” op te treden. De gewone man zal immers vragen wat

er nu specifiek christelijk is in het optreden van het CNV en de daarbij aangesloten organisaties.

Betekent dit dan, dat de werkgever altijd gelijk heeft? Is het anti-klassenstrijd-beginsel van het CNV dan zo, dat de arbeiders niet mogen opkomen voor hun rechten, die in een door de wettige overheid vastgestelde regeling zijn bepaald? De kinderen en weduwen van de overleden arbeiders van „De Ommelanden” zullen niet kunnen begrijpen, waarom speciaal de christelijke vakbeweging toelaat, dat een onwillige directeur van zijn machtspositie misbruik maakt door hen de hun toekomende pensioenuitkering te onthouden.

Het staat voor ons wel vast, dat de sfeer en het sociaal klimaat in dit bedrijf niet verbeterd zullen worden, zolang de leiding in handen blijft van iemand, die van modern personeelsbeleid niets wil weten en die niet bereid is de vakorganisatie van de arbeiders te erkennen. Want bij al deze zaken gaat het niet om de vraag, of men de hond goed verzorgt, maar of men bereid is, de arbeider als medemens te erkennen. Voor dat laatste vecht de moderne vakbeweging reeds gedurende vele jaren, waarbij de materiële verbeteringen slechts middelen zijn op de weg naar het verderliggende doel. Den Haag. J. VAN DER PLOEG.

Rondom Jeruzalem staan bergen

5

De oude stad Jeruzalem, steeds uitgebreid in de loop der eeuwen, werd in de 17de eeuw door een zware muur omgeven, welke nog geheel intact is. Daarbuiten, in het Westen en het Noorden, groeide de moderne stad, welke thans grotendeels aan Israël behoort. Die stad vertoont zo’n volkomen modern gezicht, dat men zich niet kan voorstellen, dat de oude en de nieuwe stad ooit bij elkaar hebben behoord.

Toen ik met een lange omweg, welke meer dan een week duurde, van de oude stad in de nieuwe kwam, kon ik niet wennen aan het feit, slechts enkele minuten gaans van de oude stad verwijderd te zijn. Beide steden zijn een symbool /en zij spreken zo duidelijke taal, dat zij evenver van elkander verwijderd schijnen als „Oost” verwijderd is van „West”.

De nieuwe stad ligt op een van de bergen, die de oude stad omringen. Maar het is er mee als met de steden in de oudheid, welke gebouwd werden op de puinhopen van de vroegere stad. Daar verging de vorige cultuur in de vernietiging en werd door die van de veroveraars vervangen, en er ontstond een nieuw tijdperk. Hier vindt men dan niet twee beschavingslagen op elkaar, maar naast elkaar, hermetisch tegen elkaar afgesloten en in een dodelijke vijandschap met elkaar. Zo schijnen geen van beide kanten veel mogelijkheden voor de toekomst te hebben. Het nieuwe Jeruzalem is een saillant in het gebied van Jordanië, een stad zonder achterland, door een corridor met Israël verbonden. Deze stad schijnt de nieuwe en echte hoofdstad van Israël te moeten worden. De regering wordt van Tel

Aviv er heen overgeplaatst. Het drukt de nationale aspiraties uit, maar Jordanië laat zich niet onbetuigd. Beide partijen vleien zich met de gedachte eenmaal de beide delen van de stad weer te herenigen, maar overeenstemming tussen beide visies is ver te zoeken.

Wij kunnen ons Jeruzalem niet voorstellen zonder de Joden; sinds vele eeuwen heeft er een gemengde bevolking gewoond: Arabieren, Joden en christenen, eik in eigen wijken min of meer broederlijk naast elkaar. De stichting van de staat Israël heeft aan dit samengaan een abrupt einde gemaakt, en daarbij een groot probleem geschapen. Wanneer al christen en moslim vrij zijn om in Israël hun geloof te belijden, de Jood kan dat in Jordanië beslist niet meer doen. De haat in de Moslimse staten wegens het verloren gebied, en de onnoemelijke oorlogsellende met de nasleep ervan, is zeer groot, en geldt niet slechts Israël, maar ook het „christelijke” (nog altijd!) Westen, dat in deze chaos geen dragelijke orde wist t,e scheppen.

De radicale scheiding tussen het oude en het nieuwe Jeruzalem is symbolisch voor Israël, dat een staat bouwt uit geheel nieuwe levensovertuigingen, los van elke traditie. En deze nieuwe staat bergt een probleem, wegens deze breuk met het verleden, zelfs het recente verleden. De onoplosbaarheid van dat probleem is een ernstige bedreiging voor die nieuwe levensvorm en men zal het niet ongestraft kunnen negeren. De vrede is van de bergen rondom Jeruzalem volkomen geweken. H. J. F.