is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 51, 1953, no 37, 19-09-1953

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

BENTVELD-NIEUWS

Bijzondere ledenvergadering op Zondag 4 October om 15 uur te Bentveld.

Waarde vrienden.

Bijzondere omstandigheden maken een extra-ledenbijeenkomst noodzakelijk. De zaak is deze: er bestaat enige kans, dat ons werk gesubsidieerd zal worden door de overheid. Gezien de précaire financiële situatie, is het van groot belang voor ons werk, dat wij deze steun krijgen, ook al zal die slechts een deel van onze tekorten dekken.

Gelijk alle subsidies zijn ook deze aan voorwaarden gehouden. Voorwaarden waaraan onze statuten niet geheel en al voldoen. Dientengevolge moeten er enige wijzigingen in onze statuten komen de doelstelling van ons werk moet aangevuld en misschien zelfs gewijzigd worden, terwijl ook het artikel omtrent de geldmiddelen een onbetekenende wijziging behoeft.

Wijzigingen in de statuten kunnen echter slechts door een officieel daartoe bijeengeroepen ledenvergadering worden vastgesteld. Vandaar deze uitnodiging.

Uitstel tot voorjaar 1954 bleek onmogelijk, daar de kans om over 1953 mee te delen in het subsidie, dan verkeken is.

De vergadering zal plaats vinden te Bentveld, Zondag 4 October te 15 uur namiddags.

AGENDA; 1. Opening.

2. Voorstellen tot wijziging van de statuten. 3. Stand van het werk en plannen.

4. Rondvraag. 5. Sluiting.

INTERN BERAAD

Al enige tijd lopen wij rond met het plan een aantal medewerkers en actieve leden bijeen te brengen om de situatie van ons werk, onze moeilijkheden en mogelijkheden uitvoerig te bespreken. Vroeger deden we dit meer, met uitstekend resultaat voor ons werk. De hoge kosten eraan verbonden, gepaard met de zorgelijke stand van onze geldmiddelen heeft ons van herhaling weerhouden.

Nu toch een extra ledenvergadering gehouden moet worden, leek de kans gunstig een groot deel van het weekend te bestemmen voor zulk een openhartig beraad.

W. Banning heeft toegezegd Zaterdagavond te spreken over:

„Moeten we Bentveld opheffen?”

Zondagochtend zal A. van Biemen de vraag:

„Welke mogelijkheden voor verder werken zijn er?”, ter discussie stellen.

Om de gesprekken en vooral de resultaten van dit beraad zo bruikbaar mogelijk te maken, verzoek ik u de mogelijkheden, die u ziet om ons werk een groter draagvlak te geven, met name, meer mensen voor ons werk te interesseren, zorgvuldig te overwegen. Mocht u ideeën hebben, zend ze mij van te voren; kunt u niet komen, doe evenzo.

We mogen onder geen beding voortsukkelen met ons werk, noch in Bentveld, noch in Kortehemmen.

Wij hopen dat u aan dit beroep op uw medewerking gehoor zult kunnen en willen geven.

Kosten voor weekend en ledenvergadering zijn er niet: de A.G. draagt de verblijfkosten. Wij hopen dat u de reiskosten zelf zult kunnen opbrengen, mocht dit een bezwaar zijn, schrijf dan de secretaris opdat hij er een oplossing voor kan vinden.

Mag ik tot slot u verzoeken, met het medio September verschijnende najaarsprogramma belangstelling te wekken bij hen, die tot nog toe niet met ons werk kennis hebben gemaakt?

Tot ziens in Bentveld,

A. VAN BIEMEN

„Het bedrijf als gemeenschap’”.

Weekend-cursus op 24-25 October 1953 te Bentveld.

In de laatste jaren zijn de onderlinge verhoudingen in het bedrijfsleven veranderd en stellig verbeterd. En toch blijken er nog tal van wrijvingsvlakken te zijn, die van tijd tot tijd spanningen en botsingen veroorzaken, grote en kleine.

Eén der oorzaken van deze langzame voortgang en van dit telkens struikelen ligt ongetwijfeld in

het feit, dat het mensen zijn, die met elkander moeten werken. En mensen zijn en blijven nu eenmaal wonderlijke wezens.

Zo is er bijvoorbeeld in de laatste jaren heel wat geschreven en gesproken over het bedrijf als gemeenschap; als democratische gemeenschap in het bijzonder. Van hoog tot laag heeft men er over gefilosofeerd. Men heeft plannen gemaakt, voorstellen gedaan, experimenten ondernomen, doch de practijk bleek erg moeilijk te zijn. In zulke gevallen is het gevaar niet denkbeeldig, dat men zich maar bij de situatie neerlegt en teleurgesteld of zelfs mokkend de zaak maar laat zoals ze is.

In zo’n situatie is het gewenst zich opnieuw te bezinnen op wat men nu eigenlijk wil. Wil men van het bedrijf een werkelijke gemeenschap maken? En zo ja, wat stelt men zich daarbij voor?

Niet minder belangrijk is de vraag of het wel mogelijk is van een bedrijf, hetzij groot, hetzij klein, enigermate een werkgemeenschap te maken. Het heet mogelijk te zijn, doch het blijkt erg moeilijk te zijn. Welnu: zijn die moeilijkheden soms te groot, dat er geen mogelijkheden blijven? Of tilt men van hoog tot laag deze moeilijkheden te zwaar, heeft men te weinig geduld met elkander?

Nog moeilijker wordt het als we ons zo eerlijk mogelijk afvragen: zijn wij er wel rijp voor; rijp voor een bedrijfsgemeenschap op democratische basis?

De Arbeiders Gemeenschap is zich bewust een teer en zelfs pijnlijk thema aangesneden te hebben. Zij meent” echter dat eerlijke bezinning op deze vragen broodnodig is. Natuurlijk komen we met praten en luisteren alléén niet verder. Het is echter eveneens waar, dat vele moeilijkheden voorkomen kunnen worden, wanneer men eerst eens in kleine kring rustig nadenkt én spreekt over wat men zou willen bereiken. Daarom hebben wij „het bedrijfsleven als gemeenschap” aan de orde gesteld.

Wij hopen en verwachten dat vele werknemers en werkgevers behoefte zullen gevoelen over deze belangrijke zaken mee te denken en te spreken.

Dr A. VAN BIEMEN, directeur

PROGRAMMA:

Opening Zaterdag 17.00 uur

„Wat bedoelen we met gemeenschap?

Dr A. van Biemen Zaterdag 19.30 uur

Ochtendwijding Zondag 9.45 uur

„Kan een bedrijf een gemeenschap worden?

Dr D. Horringa (gevraagd) Zondag 10.15 uur

Zijn wij er rijp voor?

Gespreksgroepen Zondag 15.00 uur

Sluiting Zondag 18.00 uur

Leiding: dr A. van Biemen.

Kosten naar draagkracht: ƒ2,50 tot ƒ9,— per persoon.

Echtparen respectievelijk ƒ5,—, /6,50. /8,50, enz. De kostprijs is ƒ5,—. Wie meer kan betalen, geVe meer; wie minder betaalt, voele zich niet bezwaard.

Opgave zo spoedig mogelijk, in ieder geval vóór 10 October aan de administratie van de A.G. der Woodbrookers, Bentveldsweg 3, Bentveld.

KORTEHEM MENNIEUWS

De vrouw en haar werk in de maatschappij. Week-end 3—4 October. Aan de ene kant is het een vanzelfsprekende zaak, dat de vrouw in het maatschappelijk leven haar plaats inneemt en haar taak verricht, aan de andere kant schijnt dit echter toch geen probleemloze taak te zijn.

Want hoewel de maatschappij de vrouwelijke arbeid gaarne accepteert, ze doet dit toch nog dikwijls op zodanige wijze, dat de vrouw niet in gelijke mate de mogelijkheid heeft zich in dit werk te kunnen ontplooien als de man.

En hoezeer veel vrouwen weten, dat haar werk waardevol is voor het geheel van de samenleving, is het toch al te dikwijls dat zij haar werk niet zien als het bij haar behorende, of kunnen zij de plaats niet vinden, die zij eigenlijk zouden willen innemen.

Dat dit vele kleinere en grotere problemen meebrengt en allerlei vragen oproept, spreekt vanzelf.

Daarom meende de Arbeiders Gemeenschap der Woodbrookers, dat het goed was deze dingen tijdens een week-end in een openhartig gesprek te bespreken, om daardoor een duidelijker begrip te krijgen van de mogelijkheden en moeilijkheden, die de vrouw heeft in haar werk in de maatschappij.

Van twee kanten willen wij in deze bespreking de zaak belichten, n.l. van de maatschappelijke en van de persoonlijke kant.

Programma:

Zaterdag: Welkom 4 uur; broodmaaltijd 6 uur; opening door mej. ds W. H. Buijs 7.30 uur; De maatschappelijke positie van de werkende vrouw, door mej. ds W. H. Buijs 8 uur.

Zondag: Ochtendwijding 9.30 uur; eventueel voortzetting gesprek Zaterdagavond 11 uur; warme maaltijd 12 uur; Arbeid als vorm van levensontplooiing, door mevr. A. J. Aarsen-Jansen 1.30 uur; na afloop gesprek; sluiting ongeveer 5 uur.

Leiding: mej. ds W. H. Buijs, mej. Sj. Gorter.

Opgaven, graag pet briefkaart, vóór Zaterdag 26 September a.s. te zenden aan de administratie van het Woodbrookershuis Kortehemmen, post Boombergum. Daarna volgen nadere mededelingen plus deelnemerslijst.

NIEUWS VAN DE VONK

Het Vormingscentrum „De Vonk” te Noordwijkerhout organiseert van 12 October tot 19 December weer een cursus „Tussen School en Leven”.

Meisjes van 14-16 jaar, die niet meer leerplichtig zijn, zijn er welkom. De kosten bedragen fi—, 16,— of ƒ 10,— per week naar draagkracht. Opgave met vermelding van naam, voornaam, geboortedatum en genoten schoolopleiding bij de administratie van „De Vonk” te Noordwijkerhout. Waar ook uitvoeriger inlichtingen zijn te krijgen.

W. BOS en C. H. DOMMISSE

LEESTAFELNIEUWS

Dr P. J. Bouman; Revolutie der eenzamen. Spiegel van een tijdperk. Uitgave: Van Gorcum en Co, Assen 1953 eerste druk, 1953 tweede druk, 456 blz., / 6,90.

Dit is een terecht algemeen geprezen boek. Het is een historische uitbeelding van de laatste vijftig jaren wereldgeschiedenis op een filmische wijze; korte, dramatische scènes volgen elkaar op, waarbij de aandacht gericht wordt op de knooppunten van het gebeuren; vlug worden de tonelen verwisseld; het commentaar blijft uiterst sober; détails van het grote gebeuren worden bijzonder belicht om hun symbolische betekenis. Zo beleeft de lezer de geschiedenis, als zat hij in een bioscoop naar het journaal te kijken. Men kan niet anders zeggen dan dat prof. Bouman een voortreffelijk regisseur bleek te zijn met een fijn gevoel voor filmische effecten. Zeldzaam boeiend is het boek, hoewel allesbehalve vrolijk. Bouman kan het niet helpen, dat de grote geschiedenis een triest verhaal is. Montesquieu beweerde destijds reeds: gelukkig de volken, die geen geschiedenis hebben. Wij ouderen hebben onze portie geschiedenis gehad!

Na al deze lof toch ook enige critiek; ik ga voorbij aan de hardnekkige misspelling van het woord litanie (blz. 15, 88), aan kleine slordigheden; het eerste het beste citaat wordt verkeerd thuisgebracht; het is van O. G. Jung! de „priesterwijding” op blz. 113 is onbedoeld luguber. Men leze: zegening door de priester. Ik hoop, dat de schrijver het met me eens is, dat zijn methode de vakwetenschappelijke geschiedenisbeoefening, waarvan hij sterk profiteert, niet kan vervangen. Ook als men dankbaar is voor het gebodene, blijft er te wensen over; persoonlijk vind ik dat twee aspecten onderbelicht zijn: a) de doorwerking van de industriële revolutie en in verband daarmee de doorwerking van de socialistische idee; b) de ontwikkeling (groei en ontaarding) van het empirische kerkelijke leven.

Dit boek is bezig voor deze tijd te worden, wat Huizinga’s „In de schaduwen van morgen” was voor de jaren vlak voor de tweede wereldoorlog. Het is anders en toch eender. Ook hierin stemmen de twee schrijvers overeen: ze geven een meeslepende diagnose de therapie ontbreekt of blijft vaag.

J. G. B.

Druk N.V. De Arbeiderspers Amsterdam