is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 51, 1953, no 38, 26-09-1953

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

derlijk daarentegen, harmonisch in bouw en rhythme, zijn enkele films van de Tsjech Trnka, wiens „Keizers nachtegaal” (met zijn mooie muziek, kleuren en poppen) boven de tekenfilms van Disney staat. Geraffineerder wordt Disney met het jaar, omdat... omdat hij doodgelopen is. Beschamend laag is de laatste jaren opnieuw en nóg duidelijker het niveau der Amerikaanse films geworden. De bekende Amerikaanse scenarioschrijver en criticus Gilbert Seldes noemt het „kentekenend voor Hollywood, dat het, zodra het tegen scherpe concurrentie op moet boksen, niet meer intelligentie of fantasie aan de dag legt, doch een andere techniek gaat toepassen”.

De concurrentie van de televisie moet worden bestreden door de „driedimensionale films”, waarvan de productiekosten veel en veel hoger zijn dan die van de „gewone” rolprenten. Dit feit zegt ons al genoeg, dit namelijk: omddt die kosten hoger zullen zijn, zullen de producers nóg minder risico’s nemen en zullen de stereoscopische films nog minderwaardiger worden dan hun eenvoudiger broertjes van nu. Aangezien zij buitendien door hun diepte-werking (en -illusie) nog suggestiever dan de films van nu zullen zijn, zal hun invloed op velen ook „dieper”, ook fataler zijn. Zoekende naar hoogtepunten uit de Amerikaanse filmproductie sinds 1952, kan ik

met goed gewfetéri slechts drie werken noemen: Kazans „Viva Zapata”, Lityaks „Geen medailles voor spionnen” en Zinnemanns „High Noon”. Merkwaardig, dat twee van deze werken van meer of minder politieke aard zijn, terwijl in „High Noon” een gewoon wild-west-thema echte diepte en expressiviteit dank zij de menselijke achtergrond en de vormgeving krijgt. Anti-dictatoriaal zijn deze zich met economische en politieke machten en figuren bezighoudende films, en zij kunnen ons overtuigen. Dit in tegenstelling tot de vele zogenaamd „anti-dictatoriale”, anti-Russische, anti-Hongaarse, en andere anti-films over spionnage, atoomgeheimen, enz., die eigenlijk meer tot de en dan nog slecht gemaakte gangsterfilms behoren.

Het nieuwe filmseizoen begint met Moulin Rouge

Chaplin naast de „Amerikaanse film” noemen, zou Chaplin noch Hollywood plezierig vinden. Zijn „Limelight” mag echter niet worden vergeten. Een onvergetelijk groot kunstwerk? Een lachwekkend melodrama? Het ene noch het andere, wil mij voorkomen. Een film, die belangrijk is, omdat zij hier, zoals dikwijls, de rol van bemiddelaar speelt: in dit geval die van bemiddelaar van de grootste aller filmacteurs (met nadruk op film!).

Wij hebben het over speelfilms, en laten wij er daarom aan Nederland denkende het zwijgen toedoen. „Een koninkrijk voor een huis” had ten minste geen pretenties, die „Sterren stralen overal” wél heeft... Ook Zwitserland is een klein land; maar het heeft de laatste jaren twee heel Ijijzondere films uitgebracht: „Vier in een jeep” en „Een nieuwe morgen” (Het Pestalozzidorp) van Lindtberg. „Vier in een jeep” werd een politieke film uit onze tijd; maar sterker dan de politieke zijn hier de menselijke accenten. „Een nieuwe morgen” blijft de meest ontroerende film van het nieuwe seizoen, waarop ik binnenkort hoop in te gaan.

Geopend werd het nieuwe seizoen met een sensationeel aangekondigde film „Moulin Rouge”, waarin zo een en ander en ook het leven van Toulouse-Lautrec werd vervalst. Goed is alleen het kleuren-procédé en soms de sfeer. Niet veel dus... H. WIELEK

Nieuw-Guinea

Deze zomer heeft veel activiteit gebracht rond Nieuw-Guinea. Minister Kernkamp is er op bezoek geweest. Een Kamercommissie is juist van de reis naar dit nog vrijwel onontdekte eiland teruggekeerd. In Rotterdam is een particulier Nieuw-Guinea Instituut opgericht. Er gaan stemmen op, om het eiland zo spoedig mogelijk in exploitatie te brengen. De uitdrukking: „een land met ongekende mogelijkheden” wordt in verband met Nieuw-Guinea te pas en te onpas gebruikt. Talloze Nederlanders, met veel energie maar zonder een Indië om hun activiteit op te richten, hebben nu hun hoop gevestigd op dit laatste restant van het Rijksgebied in Azië.

Bij een beoordeling van dit alles dienen twee zaken te worden vastgesteld: 1. de openlegging van een onontwikkeld land in Zuidoost-Azië, is binnen de huidige internationale verhoudingen geen zaak meer van een klein Westeuropees land alleen; 2. elke verdere stap die Nederland ten aanzien van Nieuw-Guinea neemt, brengt onherroepelijk verdere verwijdering van Indonesië met zich mee.

Het is de vraag, in hoeverre de Nederlandse regering deze punten in overweging neemt bij de verdere uitstippeling van het beleid. Hoe begrijpelijk het ook is, dat een aantal Nederlanders in Nieuw-Guinea de mogelijkheid zien van een „koloniale revanche”, hoe waarschijnlijk het ook is, dat Nederland van het tot ontwikkeling brengen van Nieuw-Guinea oneindig veel meer terecht zal kunnen brengen dan bijv. Indonesië, het feit blijft bestaan, dat er nu eenmaal andere internationale verhoudingen zijn gegroeid, welke op de een of andere wijze eerbiediging vragen.

Als Nederland thans op ruime schaal de ontwikkeling van het eiland op eigen gezag ter hand neemt, dan aanvaarden wij een aanzienlijk zakelijk risico. Een verdere verslechtering van de verhouding met Indonesië brengt stellig opnieuw schade met zich mee. Gezien de onstabiele situatie in de Republiek is het echter de vraag, of er hoe dan ook iets overblijft van de Nederlandse belangen daar. De toestand is zorgwekkend. Indonesië gaat snel bergafwaarts. Maar in elk geval staat wel vast, dat een kolonie Nieuw-Guinea, volgens welke verlichte denkbeelden ook bestuurd, een doorn in het oog zal blijven van de andere Aziatische landen. Nu deze landen onder leiding van India langzaam maar zeker een geduchte politieke macht worden, vooral binnen het verband der Verenigde Naties, moeten wij er rekening mee houden, dat wij in de komende jaren achtervolgd zullen worden door de nadrukkelijke eis Nieuw-Guinea van de Nederlandse voogdij te ontslaan.

Welnu, gezien dit alles, moeten wij ons afvragen, of het verantwoord is dat Nederland in de ontwikkeling van dit land vele millioenen gaat steken. Een land tot ontwikkeling brengen wordt gemeenlijk niet ondernomen uit ethische overwegingen. De Nederlandse regering moet dus overtuigd zijn van zakelijke voordelen, voortvloeiende uit de noodzakelijke investeringen in Nieuw-Guinea. Deze lijken ons echter op den duur dubieus. Ten minste, wanneer inderdaad die ontwikkeling van Nieuw-Guinea een volkomen Nederlandse zaak blijft. En het ziet er naar uit, dat dat de bedoeling is.

De plannen rond Nieuw-Guinea zijn dus, dat is onze opvatting, zakelijk riskant. Zulks valt vooral te betreuren, omdat van Nederlandse zijde tot nog toe allerminst

TER ZAKE

Wij in Amsterdam hebben de Koningin op bezoek gehad en het was heel gezellig. De kranten deden ondertussen hun best de zaak nog wat extra te versieren en daar hebben de Koningin en wij nogal last van gehad. De Koningin had verklaard, dat ze zich ongedwongen tussen de Amsterdamse bevolking wilde bewegen. Maar wanneer nu de kranten vooraf in grote opmaak gaan vertellen, dat de Koningin om zo en zo laat bijv. de R.A.I. komt bezoeken er was daar een mooie tentoonstelling van volkstuinders dan kan men toch niet anders verwachten, dan dat allerlei Amsterdammers, op het voorbeeld van hun krant, naar de R.A.I. trekken, en daar dan de Koningin voor de voeten lopen en haar aangapen. Maar ook dat is kopij. En ’s avonds verschijnt een sappig stukje in de krant, dat het publiek Hare Majesteit zo lastig valt. De Koningin gaat naar Amsterdam-West, om daar enige scholen te bezoeken. De kranten kondigen vooraf precies de route aan. Ik heb langs de weg honderden kinderen zien staan met oranje mutsjes op, mooi op een rijtje onder toezicht van hun „juf” en hun „meester”; ik weet van een middelbare school die langs de weg opgesteld

stond, en daar reed in vliegende vaart de koninklijke auto voorbij. Men had de jeugd die teleurstelling kunnen besparen en er op kunnen wijzen, dat de Koningin alleen langzaam zou rijden op haar officiële rijtoeren door de stad.

Ten slotte hebben we weer kunnen genieten van de uitbundigste vormen van byzantinisme. Persoonlijk heb ik erg genoten van dit journalistieke fraais, in grote letters gedrukt: „De Prins wordt ingewijd in de geheimen van de atoomphysica”. Dit n.a.v. zijn bezoek aan een physisch laboratorium. En dan had u het commentaar moeten lezen over de toespraak van de Koningin tot de jeugd!

Slotopmerking: wij vereren de Koningin, niet omdat ze zo’n voortreffelijke huismoeder, zo’n innemende vrouw, zo goed gekleed, enz. is. Op elk punt wordt ze wellicht overtroffen door andere Nederlandse vrouwen die nooit koningin zullen zijn. Wij vereren haar, omdat zij nu eenmaal krachtens haar afstamming van het huis Oranje-Nassau, door de Grondwet is aangewezen de kroon van het Koninkrijk der Nederlanden te dragen en dus het hoogste gezag van dit land vertegenwoordigt. Ook als de Koningin eens geen sympathieke vrouw was se is het gelukkig wel! dan nog zouden we haar moeten gehoorzamen en huldigen. KORZELIGE KES