is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 51, 1953, no 39, 03-10-1953

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

f den Heer I behoort de aarde i l en haar i \ volheid. , Psalm 24 ; 1 /

Jud en Taah

ONAFHANKEigK WEEKBLAD VOOR EVANGELIE EN SOCIALISME

VERSCHIJNT 50 MAAL PER JAAR 51STE JAARGANG VAN „DE BLIJDE WERELD”

2Saterdag 3 October 1953 Nr 39 Redactie: dsJ.J. Buskesjr ds L. H. Ruitenberg dr J. G. Bomhoflf Redactie-Secr.: Roerstraat 48“ Amsterdam-Zuid Telefoon 724386 p/a dr J. G. Bomhoff Vaste medewerking van prof. dr W. Banning J. Hulsebosch H. van Veen dr M. V. d. Voet dsH.J.deWijs Mej. dr M. H. v. d. Zeyde e.a.

bonnement per jaarf 5,— ; halfjaar f2,75; kwartaal f 1,50plus Jo,iS incasso. Losse nrs f 0,15; Postgiro 21876; Gem. giro V4500; Adm. N.V. De Arbeiderspers, Hekelveld 15, Amsterdam-C; Postbus 800

VOORONZE LEDENVERGADERING /

Er is enige deining ontstaan om de uitnodiging aan de leden der Arbeiders Gemeenschap om tussentijds in ledenvergadering bijeen te komen, een uitnodiging, die ook in Tijd en Taak onder Bentveldnieuws is opgenomen. Men is nl. geschrokken, toen men las, dat de vraag zal worden overwogen: Moet Bentveld worden opgeheven? De deining drong door tot buiten onze eigen kring, toen Parool, Het Vrije Volk, Handelsblad, Haarlems Dagblad en wellicht nog andere kranten, er melding van maakten, dat Bentveld en de A.G. kennelijk in moeilijkheden verkeerden. Ik acht mij gerechtigd, daarover hier een en ander in het midden te brengen, omdat men mij heeft gevraagd, op de jaarvergadering de zaak in te leiden.

Voorop: er zijn moeilijkheden, financiële en geestelijke maar die zijn op zich zelf niet onoverkomelijk, indien een vastbesloten, overtuigde, bezielde kern de zaak draagt. In dit laatste zit de eigenlijke zorg. Ziet men zo van buiten af tegen Bentveld, en ook tegen Tijd en Taak, aan, dan is er alle reden om optimistisch te zijn; óók geldzorgen behoren onder ons een bron van optimisme te zijn: als er geld te kort is, gaat het een beweging, die pionieren wil. goed. Men ziet in Bentveld voortdurend nieuwe mensen komen, óók een behoorlijk aantal jongeren; er worden daar belangrijke onderwerpen door deskundige sprekers en spreeksters ingeleid zoals Tijd en Taak knappe artikelen brengt... en er is dus geen reden om de zaak op te heffen? Neen als wij een belangrijk conferentieoord in Nederland zouden willen zijn. Maar ja, als ons bestaan ook nu zijn motivering moet vinden daarin, dat verontrusting en bezieling moeten worden gewekt, dat ergevochten moet worden met de gang die de dingen in Nederland en in Europa, politiek, sociaal en geestelijk nemen. Want er zijn er, èn onder onze Bentveldgangers én onder Tijd en Taak-lezers te velen, die waarderend genieten, te weinigen, die met hart en

ziel vechten. En dat verontrust ons. En over de oorzaken daarvan moeten wij eens eerlijk met elkaar praten. Wat zullen wij van de A.G., Beritveld, Kortehemmen, Tijd en Taak, maken: een club brave lieden, die op verdienstelijke wijze aan volksontwikkeling doen, en ook een tikje aan religieuze verdieping of wijding dan wel een kerntroep, die nog weet ergens voor te staan, Nu kan men natuurlijk opmerken, dat men deze verschijnselen van een zekere geestelijke verslapping, moeheid, inzinking overal tegenkomt. Het feit is juist; ik vraag alleen dringend, dit soort wijsheid te brengen waar het hoort: op de brandstapel. Ik realiseer mij, dat wij een zekere erfenis hebben meegekregen, die verplichtingen oplegt: van de oude Blijde Wereld-mensen en chrlstensoclalisten, zowel als van Barchem, waar men eenmaal het gedurfde woord heeft gesproken, dat een klein plekje grond, de Kale Berg „heilige grond” werd, omdat daar weer bewogen, echt gebeden werd. Ik besef ten volle, dat het volstrekt verboden is, om geforceerd het verleden weer op te roepen maar met het uitspreken van deze waarheid hebben wij alleen nog maar iets negatiefs gezegd.

Er komt nog iets bij. Na de bevrijding zijn wij met A.G. en Tijd en Taak, zij het niet zonder aarzeling, nieuw gestart en hebben wij naar formuleringen gezocht, die bij de nieuwe situatie zouden passen. Wij hebben de naam „religieus-socialisme” losgelaten, om de zaak beter te dienen, en de grenzen te verwijden. Wij hebben rekening gehouden met de waarlijk niet geringe betekenis van de doorbraak en Partij van de Arbeid, met de Protestants-Christelijke Werkgemeenschap, met het Humanistisch Verbond. Sedert zijn acht jaar verlopen, en is er een en ander geconsolideerd en groeid. De vraag moet worden gesteld: en hoe liggen nü de dingen? Er zijn nu een paar feiten dunkt mij duidelijker dan toen. Binnenlands: een geestelijk proces, dat wij mee hebben gestuwd en waarvoor wij mee

verantwoordelijk zijn, schijnt vastgelopen; de verzuiling, die wij bestreden, zet zich door in de radio-organisatie, en misschien zelfs in de Partij; er zitten mensen in de confessionele groeperingen vakbonden, óók partijen met wie wij in de grond eens geestes zijn, en wij vinden elkaar niet; er is verontrusting, bijv. bij gereformeerde en C.H.-jongeren, die geest van onze geest is, en wij zijn voor elkaar gesloten. En buiten de grenzen: terwijl zich, zichtbaar en tastbaar voor wie zien wil, een nieuwe economische, sociale en politieke structuur doorzet, blijft de geestelijke heroriëntering wanhopig ver ten achter; terwijl overal voor „Europa” wordt getuigd, en er ook wel iets zichtbaar wordt, gaat men voorbij aan het beangstigende feit, dat de geestelijke inhoud van dat Europa steeds meer wordt uitgehold, dat Europa innerlijk, verscheurd is, omdat de christelijke inhouden worden teruggedrongen door techniek en politiek; terwijl wij worden opgeroepen om vrijheid en democratie te verdedigen met zwaar drukkende bewapening, zien wij niet hoe door allerlei krachten deze vrijheid en democratie worden uitgehold, hoe met name een redeloze angst onze innerlijke kracht vermoordt... Allerlei knappe lieden bezweren ons, dat de waardering van de enkele mens, oeroud kenmerk van „Europa”, wordt bedreigd, miskend en verkracht door het communisme, dat Aziatisch zou zijn en onderwijl breekt in dit oude Europa allerlei ander „collectivisme” door in vermaak en politiek, en men ziet het niet... Ik zou nog wel een tijdje in deze toon kunnen vooitgaan; ik wil alleen maar zeggen: acht jaar na de bevrijding liggen allerlei dingen toch anders dan in 1945, ook scherper en duidelijker. En ik vraag mij nóg herhaaldelijk af: of wij wel diep genoeg beseffen, hoeveel geestelijke verwoesting de weg naar de toekomst der vrijheid barricadeert. De toekomst der vrijheid dat is voor ons: een socialistische democratie, gericht door evangelische gezindheid. Er ligt in de huidige situatie stof te over om opnieuw de vraag te overwegen: en wat kunnen wij daarin doen? Met de oude woorden, die mij nu eenmaal lief zijn: hoe kunnen wij daarin critisch dienen. Wij hebben het werk in Barchem, in de A.G., in Bentveld en Kortehemmen, nooit anders gezien dan als dienst omdat het leven zelf dienst is. Uit het Evangelie weten wij iets van de heilige diepten van dat woord; en uit de ervaring van het leven hebben wij geleerd, dat dienen alleen een mens vrij niaakt.

Wij zullen op de komende jaarvergadering de vraag bespreken, hoe wij in de huidige verhoudingen kunnen dienen in de strijd om een socialistische democratie, gericht door evangelische gezindheid en hopen, dat daaruit nieuwe geestdrift mag ontstaan.

W. B.