is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 51, 1953, no 40, 10-10-1953

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

/ den Heer I behoort de aarde l en haar , \ volheid. \ Psalm 24:1 >

fyd en Taak

ONAFHANKELIJK WEEKBLAD VOOR EVANGELIE EN SOCIALISME

VERSCHIJNT 50 MAAL PER JAAR 51STE JAARGANG VAN „DE BLIJDE WERELD”

Nr 40 Redactie: dsJ.J. Buskesjr ds L. H. Ruitenberg dr J. G. Bomhoff Redactie-Secr.: Roerstraat 48* Amsterdam-Zuid Telefoon 724386 p/a dr J. G. Bomhoff Vaste medewerking van prof. dr W. Banning J. Hulsebosch H. van Veen dr M. V. d. Voet dsßJ.deWiJs Mej. dr M. H. v. d. Zeyde e.a.

Abonnement per jaarf 5,— ; halfjaar f2,75; kwartaal f 1,50 plus J0,15 incasso. Ussenrsf 0,15; Postgiro 21876; Gem. giro V4500; Adm. N.V. De Arbeiderspers, Hekelveld 15, Amsterdam-C; Postbus 800

BENTVELD GAAT DOOR

In deze titel zit niets sensationeels. Niemand had voorgesteld om het werk van de Arbeidersgemeenschap van Woodbrookers, geconcentreerd in de huizen te Bentveld en te Kortehemmen, te beëindigen. Wie tot de kern van de beweging behoort weet, dat er geen enkele reden is, geestelijk gezien, om er mee uit te scheiden. Integendeel: in nieuwe situaties blijft de noodzaak, ja, zei Van Biemen de roeping om ergens een onafhankelijk ontmoetingscentrum te bezitten, waar socialisten, christenen en humanisten ontdekken, dat ze mensen-voor-God zijn. Menige socialistische Duitser, die in de afgelopen jaren Nederland bezocht en met Bentveld, in aanraking kwam, heeft jaloers gezucht. Nergens ter wereld vindt men een werk, dat zelfs maar gelijkt op dat van Bentveld. Ik bedoel dat niet in qualitatieve zin. Ik bedoel niet, dat er niet elders voortreffelijke centra voor geestelijke arbeid zijn. Maar wèl bedoel ik, dat men nergens deze vorm heeft gevonden, waar in zo grote onafhankelijkheid en tevens zulk een grote verbondenheid socialisten en christenen en anderen samenkomen rondom de vragen van maatschappij, cultuur, geloof. Daarom: van beëindigen van het werk is nooit sprake geweest. Dat neemt niet weg, dat er zorgen zijn.

Daarom waren er in het afgelopen weekeinde 120 leden van geheel Nederland naar Bentveld gekomen. Let op: dat is bijna een kwart van alle leden der A.G. Dat bewijst de trouw van de kern. Zij waren samengeroepen om in de zorgen te delen.

Welke zorgen? Ach, Banning schreef er vorige week op deze zelfde plaats over. Als men vermindering van aandacht voor verschillende onderdelen van het werk (de vacantiecursussen in Bentveld waren bijv. dit jaar bepaald minder bezocht dan het vorige jaar en dat terwijl die van Kortehemmen voortreffelijk gevuld waren!) constateert, dan is het onjuist, zegt Banning, direct met algemene verschijnselen te komen aandragen. Zoals moeheid en luiheid. Op de brandstapel met deze argumenten! Intussen is het wel een aangelegenheid van de leiding na te gaan, waarom die algemene moeheid en luiheid juist nu ongunstig werkt op bijv. het werk van de scholingsarbeid. Want het behoeft niet

steeds aan anderen te liggen, het kan ook onze eigen schuld zijn. Schuld nl. in het niet verstaan van de behoeften en noden van deze tijd. In het niet opvangen van eenzame mensen. In het vanzelfsprekend vinden van wat helemaal niet vanzelfsprekend is.

Over deze dingen nu hebben wij in het afgelopen weekeinde gesproken. Te midden van jonge en oude vrienden. Onder die oude vrienden troffen wij sommigen, die een beetje geschrokken waren en voor het eerst sinds een aantal jaren weer het Woodbrookershuis betraden. Zij waren verrast door de veranderingen ten goede, die het huis had ondergaan. Wat hebben wij besproken?

Eerst, Zaterdagavond, na Bannings rede, die in de lijn ging van wat vorige week op deze zelfde plaats stond, over de noodzaak van ons werk in de wereld van het socialisme. Daarna, Zondag, na de morgenwijding, in groepen verdeeld, over ten eerste wat mogelijk de doorwerking van ons werk thans verhindert en ten tweede wat wij moeten doen om daar verandering in te brengen. Over beide punten wil ik hier zonder er een verslag van te maken iets zeggen. Bij alles moet men goed weten, dat Bentveld alleen gezocht zal worden door mensen, die op een of andere manier hun verantwoordelijkheid kennen voor het werk, dat zij verrichten. Hoog of laag gezeteld, dat doet er niet toe. Bovendien zal men er slechts mensen treffen, die verlangen orde in hun denk-, gevoels- en geloofsleven te scheppen en die een hunkering hebben naar kennis der achtergronden. En ten slotte zal men mensen trekken, die verlangen naar gemeenschap hebben. Bentveld kan nooit een oord van grote menigten worden, omdat grote menigten nu eenmaal liever anders leven. Daarom: geen overspannen verwachtingen!

Wat veranderd is, in vergelijking tot de tijd, toen de A.G. begon, na 1919 dus, is dit: vroeger verlangde men naar een vér ideaal en een wijd verlangen; thans, nu de wijdheid van de verbanden maar al te duidelijk is geworden, zoekt men liever het nabije. Daarenboven had men vroeger de illusie, dat men, door iets te doen, ook werkelijk wat deed. Thans vreest men illusies.

En weet men, dat ons ja of neen aan de noden veelal niets af doet en gevaren niet afwendt. Het is waarlijk geen teken van oppervlakkigheid, wanneer imen, dat constaterende, daarnaar handelt of niet handelt. Onze generatie is over het algemeen ernstiger dan die van 1919. Dat moet ook wel, bij het wegvallen van zoveel vanzelfsprekendheden. Vanzelfsprekend is bijv. niet meer de te verwachten opgang van de sociaal-democratie, nadat zij op vele punten bereikt heeft, wat zij wilde. Het is niet alleen een kreet, het is ook waar, dat mèt het toenemen der welvaart onder grotere groepen der bevolking de spankracht van de ziel niet groter is geworden. De spankracht, die nodig is om de problemen van deze tijd aan te kunnen. Het verslappen van deze kracht, die nu niet meer gericht behoeft te worden op het overwinnen van directe noden, is gevaarlijk voor mens en wereld. En wij lijden allen aan dat gebrek aan spankracht, dat men gemakshalve vermoeidheid noemt. Ook Bentveld merkt het.

Het is goed, dat Bentveld het merkt. Want wij moeten niet denken buiten de stroom van de dingen te staan. Wij kunnen alleen maar onze volksgemeenschap dienen, wanneer wij deel hebben aan wat in de levens van duizenden woelt en werkt en daarop, naar de mate van onze krachten, antwoord geven.

Welk antwoord?

Algemeen was men van oordeel, dat wij in Bentveld moesten zoeken naar de dingen, die de mensen werkelijk interesseren. Meestal zegt men dat met het woord: wees niet te moeilijk. Maar dat is het niet. lemand kan een prachtige lezing houden zonder ook maar één. vreemd woord, maar dan toch vér buiten de roos schieten. Omdat niemand het dan wezenlijk iets kon schelen, wat er gezegd werd. Eenvoud vroegen de jongeren, vroegen de ouderen. Men wil eigenlijk van de lezing af. Nooit meer drie op een weekeinde, hoogstens twee, maar dan korte. Op het samenspreken komt het aan. Op de verheldering en de gemeenschap, die daarin ligt.

Natuurlijk is er nog veel meer gezegd. Maar dit was toch wel wat het duidelijkst naar boven kwam.

En de financiële nood dan? Banning, aartsbedelaar, deed, alsof dat geen probleem was. Hij heeft er in zijn leven anders zorgen genoeg voor gehad. De financiële nood (een te dik woord overigens) is gelegen in het feit, dat sommige takken van werk niet al te vlot lopen. En op dit punt moet dan ook hier een direct beroep gedaan worden op de lezers. Straks komt het program uit voor de komende maanden. Daarin vindt men allerlei. Let er op. Let vooral op de week voor huisvrouwen (23—28 November). Daar kunnen kinderen meegebracht worden. Deze vooral moet het onderwerp zijn