is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 51, 1953, no 40, 10-10-1953

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hoe waarderen wij elkaar ?

Als ik De Vrijdenker goed begrijp, is het zijn bedoeling niet, dat wij een discussie beginnen over het geloof in God.

Ik behoor niet tot degenen, die menen, dat zo’n discussie zinloos is. Ik geloof, dat, indien wij bereid zijn, om naar elkander te luisteren, in zo’n discussie heel wat misverstanden die zijn er aan beide kanten kunnen worden opgeruimd. Misschien dat ik daarom aan het einde van ons gesprek nog iets zeggen ga over het geloof in God. Maar het is De Vrijdenker en mij op het ogenblik om iets anders te doen.

De Vrijdenker is er van overtuigd, dat er grote gebieden zijn, waarop alle mensen in harmonie kunnen samenwerken, ook al weten zij van de grote verschillen in levensen wereldbeschouwing.

Mijnerzijds wil ik van harte gaarne zeggen, dat ik deze overtuiging van De Vrijdenker deel, al vind ik de woorden „in harmonie” wat al te optimistisch. Maar dat er op grote gebieden samenwerking mogelijk is, staat voor mij vast. Ik ben zelfs geneigd te zeggen, dat die samenwerking noodzakelijk is.

Dat de kerk van die samenwerking in vele gevallen niet weten wil, is mij niet onbekend, al evenmin, dat de kerk die samenwerking menigmaal belemmert, doordat zij beladen is met de schuld van het verleden.

De Vrijdenker vermoedt, dat ik een zelfde opmerking zal maken in de richting van de vrijdenkers en hij ontkent niet tot mijn vreugde dat ik tot zo’n opmerking recht heb.

Ik geloof, dat een samenwerking op grote gebieden mogelijk is, wanneer wij in de eerste plaats goed beseffen, dat de verschillen in levens- en wereldbeschouwing heel groot zijn en dat daarom die samenwerking niet zo eenvoudig is en wanneer wy in de tweede plaats breken met de slechte gewoonte, om het goede van ons zelf en het kwade van de anderen naar voren te brengen.

Van die verschillen in levens- en wereldbeschouwing zijn wij wederzijds overtuigd. Maar met die slechte gewoonte hebben wij nog op geen stukken na gebroken. In dit opzicht ben ik, wat De Vrijdenker betreft, nog helemaal niet gerust. Ik lees De Vry-

denker week aan week. Als ik mij indenk, welk beeld ik van de kerk zou krijgen, wanneer ik niets anders dan De Vrijdenker las, moet ik toch met nadruk zeggen, dat dit beeld niet in overeenstemming met de werkelijkheid is. Over het positieve en waardevolle werk van de kerk lees ik in De Vrijdenker niets en als ik er een enkele keer iets over lees, dan met een commentaar, die ik nu niet bepaald waarderen kan. De Vrijdenker kan niet ontkennen, dat er in de kerk een en ander veranderd is. De Vrijdenker kan zelfs niet ontkennen, dat de kerk belangrijk en waardevol werk doet. Ik zou willen, dat De Vrijdenker zich daarover verheugde. Maar de enige commentaar, die ik telkens weer lees, is deze: de dominees zien wel, dat de zaak niet floreert, daarom gooien zij het roer om, maar het zal hun niet baten, de tijd van de kerk is voorbij!

Of de tijd van de kerk voorbij is, is een vraag, die mij in dit verband niet interesseert. Mij interesseert alleen de overtuiging, dat wij dominees dat waardevolle werk alleen doen, om ons zaakje in stand te houden. Kan De Vrijdenker het nu heus niet opbrengen te geloven, dat wij doen wat wij doen, omdat wij menen, dat te moeten doen en niet uit vrees dat de kerk anders failliet gaat?

Ik wil graag samenwerken, maar het

wordt toch heel moeilijk om in harmonie samen te werken met mensen, die je altijd weer laten voelen: je doet wel je best, maar we. hebben je heus wel in de gaten, je doet het alleen, om het ten dode opgeschreven bedrijf van de kerk nog een poosje op gang te houden. Zo was toch de teneur van dat artikel, waaruit ik citeerde: Kerk zonder toekomst, toekomst zonder kerk.

Anderzijds wordt zo ongeveer aan alles, dat in en door de kerk fout wordt gedaan, in De Vrijdenker aandacht geschonken. Ik kan mij best begrijpen, dat iemand, die alleen De Vrijdenker leest, niet meer in staat is, om te begrijpen, dat een fatsoenlijk mens nog tot de kerk wil behoren. Hij moet wel op grond van wat hij leest geloven, dat de kerk het meest wanstaltige verschijnsel is, dat er in de wereld bestaat. Kan De Vrijdenker begrijpen, dat ik van een samenwerking op grote gebieden niet veel verwacht, als wij niet om en om bereid zijn elkaar serieus te nemen?

Anders gezegd: ik vind het best, dat De Vrijdenker ons bestrijdt en dat wij De Vrijdenker bestrijden. Maar laten christenen, als zij de vrijdenkers bestrijden, de vrijdenkers op hun best bestrijden en laten de vrijdenkers, als zij de christenen bestrijden, de christenen op hun best bestrijden. Als wij om en om niets anders doen dan eikaars dwaasheden ten toon stellen, zullen wij nooit de sfeer in het leven roepen, in welke alleen een wezenlijke samenwerking op bepaalde gebieden mogelijk is. Ik aanvaard het, dat De Vrijdenker critiek op de kerk oefent. Ik vind dat zelfs heilzaam. Maar dan moet het wezenlijke critiek zijn. Wanneer ik triomfantelijk van een vrij-

voor onze propaganda onder vrouwen, die aan vacantie niet toe zijn gekomen en nu iets kunnen beleven, dat haar sterken zal. Waarmee niet gezegd wil zijn, dat ook de andere bijeenkomsten niet onze actieve aandacht nodig hebben.

Wij dringen in „Tijd en Taak” weinig aan onze lezers op. Dat is nu eenmaal onze stijl. Maar als wij het een enkele keer doen, dan is er ook alle reden toe.

Bentveld gaat door. Omdat het weet een onvervangbare geestelijke en zedelijke functie in Nederland èn daarbuiten te vervullen. Maar ook omdat het zich gedragen weet door de actieve deelname van een stevige groep Nederlanders, die socialisten zijn en geraakt werden door het Evangelie. Mogen wij de lezers van ons blad in grote meerderheid daar ook toe rekenen?

Lddt Bentveld dan ook doorgaan. En, als het kan, vóórgaan. L. H. R.

Gemakkelijke betaling

Er is niets nieuws onder de zon. En dat er nu in de pers, ook in Tijd en Taak, artikelen verschijnen, die tegen het af betalingssysteem waarschuwen, juist zoals dit plaatsvond in vroegere perioden die een economische crisis inleidden, betekent wellicht dat het verleden zich herhalen gaat...|

Natuurlijk weet iedereen, hoe de individu, die zich tot de zgn. koop op gemakkelijke voorwaarden verleiden laat, in de knel kan komen. Ook ik ken ze, de slachtoffers die onder toezicht van hun werkgever in samenwerking van een toeziend voogd, die de pastoor, de predikant, een sociale instelling kan zijn, van hun schulden moeten worden verlost door slechts een gedeelte van hun week- of maandloon te ontvangen, omdat een deel tot afbetaling onder toezicht wordt gebruikt. Die wat vaak nog erger is door de zorgen die hen drukken niet meer in staat zijn hun werk goed te doen en thuis veel onaangenaamheden beleven waarmee de lichtvaardigheid van vrouw of man moet worden betaald. Daarom zijn waarschuwingen op hun plaats: zet de tering naar de nering ter wille van allerlei. Maar is dit het laatste woord, de enige opmerking? |

Is er alleen schuld bij de lichtvaardige

koper, die z’n lust niet langer bedwingen kan? Of daarnaast nog schuld bij de verkoper die in krant, bioscoop, per circulaire, verleidt om uit uw inkomen te betalen en tegelijk reeds het genoegen van het bezit te smaken? Of is er nog iets meer? |

J Economisch bezien is het de plicht van de producent, de gevraagde goederen te produceren; van de verkoper, ze zo spoedig mogelijk aan de man te brengen opdat de producent niet ondergaat door de goederenopstopping en geldgebrek; van de consumenten om de vervaardigde goederen ook zo snel mogelijk te kopen en eventueel te verslijten. Althans zo is het aJs de schaarste-economie voorbij is. |

I Ik herinner mij de indruk, die het op mij maakte toen ik in 1947 de USA bezocht. Koop sigaretten in dozen van 20 pakjes, dan krijg je een flinke reductie. Radio- en televisie-sets, ijskasten en wasmachines op afbetaling. Meubels en kleding dito. En de zgn. „post-order institutes”, die vaak op rekening verkopen, werkten deze methode in de hand. Dat alles terwijl we in Nederland nog een buiging moesten maken om iets te mogen kopen. En nu is er ook in ons land iets aan ’t veranderen. Niet in de mentaliteit van de