is toegevoegd aan je favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 51, 1953, no 40, 10-10-1953

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ander op te merken. Maar laat ik nu slechts twee dingen noemen.

Het eerste is iets, dat nu al een redelijkgoede kans van slagen heeft.

Het tweede is helaas nog een wens, maar... een reeds hier en daar uitgesproken wens.

Allereerst: binnenkort zal er beslist moeten worden door de volksvertegenwoordiging over het wetsontwerp van een „Raad voor de Jeugdvorming”. Wanneer deze Raad wordt samengesteld uit leden, die ten nauwste betrokken zijn bij alles wat er in Jeugdland gaande is, dan kan het een belangrijke stap vooruit zijn in de richting van grondig overleg op het hoogste niveau. En wanneer dan een goed werkend apparaat wordt opgebouwd, dat niet al te zeer in zijn bewegingen wordt belemmerd door zulke vaart-verminderende zaken als zuilen, dan mogen we veel goeds en vruchtbaars verwachten.

Toch is er iets, dat wellicht nog urgenter is. Ik ben er mij heel wel van bewust, dat wat ik thans op het oog heb, mede een kwestie is van politiek spel. Maar... als er eens een staatssecretariaat voor jeugdzorg kwam! 0f... een departement voor jeugdzaken! !! Op het ogenblik moeten de jeugdzaken het bij de regering doen met een afdeling van één der ministeries. Het is al verder geweest, maar... de klok is een paar jaar geleden teruggezet. Dat was toen heel erg triest en naar. De mogelijkheid blijft natuurlijk bestaan, dat de klok ineens met een flinke zet vooruit wordt gezet! Klokhervorming op dit terrein zou dringend nodig zijn.

Maar... léést dat Bronnenboek. En... aanvaardt de slapeloze nachten die het berokkenen kan! Ik wens u... slapeloosheid toe! Terwille van de Nederlandse jeugd. A. A. W.

ZESDE LANDSCHAP

AART VAN DOBBENBURGH

„Schaduw slaapt langs de bergen, het bazalt

is droevig, en de bleeke bergbeek schalt;

Kachtwolken varen van den hemel heen.

Daar is het stil, op aarde weent alleen

Die ééne berg, de lucht is zwaar en moe.

Rondom staan andre bergen en zien toe.”

uit Gorters „Mei”