is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 51, 1953, no 40, 10-10-1953

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

GESPREK MET RUSLAND?

De leiders van de Amerikaanse Democratische Partij, Truman, Acheson en Stevenson, hebben zich in de afgelopen weken duchtig geroerd. Er is velerlei aanleiding voor deze hernieuwe politieke activiteit. In de eerste plaats de al weer binnen de belangstelling komende verkiezingen voor het Congres; vervolgens het feit, dat de democratische regeerperiode nu wel voldoende verjaard is om de stand van de huidige politieke situatie op rekening te zetten van de Republikeinen.

Wij mogen evenwel aannemen, dat hun actie lang niet alleen door partij-ij ver is ingegeven. De betekenis van de dag van heden in de internationale politiek wettigt het democratische streven om Eisenhower te helpen stuwen in de richting van grotere matiging en tegemoetkomendheid jegens Rusland. Bovendien heeft Stevenson, teruggekeerd van zijn reis door de gehele nietcommunistische wereld, in het afgelopen half jaar met tal van prominente staatslieden in Azië en Europa op informele wijze van gedachten kunnen wisselen. Daarbij heeft hij zijn inzicht In ’s werelds zaken aanmerkelijk verdiept, hij heeft het nuttig geacht om ook de aldus verkregen kennis aan president Eisenhower mede te delen.

Voldoende bewapend?

Eén van de voornaamste stellingen van Ie democratische leiders is, dat het doel van het Atlantische Verbond, nl. het verwerven van voldoende militaire macht om zonder vrees met de Sowjet-XJnie in onderhandeling te treden, thans vervuld is. Het Westelijke militaire machtsapparaat is nu inderdaad sterk genoeg om eventuele communistische aanvallen op te vangen.

Daarbij komt, dat wat de beschikbare wapens betreft, het in dit opzicht door Rusland nagestreefde evenwicht bereikt is. Rusland heeft nu ook de beschikking over de waterstofbom, zodat er geen reden is voor de opvatting, dat het Westen militair gesproken zelfs verre de meerdere van de communistische tegenstander zou zijn (een opvatting die vooral bij de isolationisten onder de Republikeinen leeft). Het evenwicht wat betreft massavernietigingsmiddelen is bereikt, precies zoals dat enige jaren geleden een ogenblik het geval is geweest met de atoombom. Alleen zijn de waterstofbommen, waarmee men elkander desgewenst te lijf kan gaan, nog veel verschrikkelijker van uitwerking. Een voorbeeld: de provincie Utrecht zou door één zo’n bom volkomen onbewoonbaar kunnen worden gemaakt.

Op grond van deze situatie achten de democratische leiders het moment gekomen om eens „als verstandige mensen” met de communisten te gaan praten. Zij denken aan mogelijkheid om te komen tot een wederzijdse erkenning en aanvaarding van dit machtsevenwicht, met de daaruit voortvloeiende bereidheid tot een zodanige regeling van de geschillen, dat het leVen op aarde weer wat draaglijker wordt.

Geheime diplomatie.

Al eerder was Churchill tot deze conclusie gekomen. Hij heeft nu weer duidelijk gezegd, dat hij er nog steeds veel voor voelt om een informele conferentie van de hoogste leiders der grote staten te beleggen. Deze formulering is van belang. Een niet aan een agenda gebonden, geheime bespreking betekent, dat de betrokken staatslieden niet door propagandistische overwegingen zullen worden beperkt; dat zij dus veel onbevangener kunnen overleggen. Het ontbreken van een agenda geeft bovendien het voordeel, dat ook over dat punt niet van tevoren getwist behoeft te worden. Tot nog toe zijn nl. de meeste conferenties gestrand op de kwestie van de vaststelling der agenda. Terugkeer dus tot de geheime diplomatie? In zekere zin wel, ofschoon wij daaraan niet de conclusies behoeven te verbinden, die deze vorm van overleg voor de oorlog zo verdacht heeft gemaakt. In elk geval is zulk een geheim contact op dit moment beter dan het openbare en steriele gescheld, waarin de meeste besprekingen tot nog toe zijn ontaard. Eisenhower?

Het is niet bekend, of Eisenhower nu bereid is tot zulk een conferentie over te gaan. Ofschoon hij in het begin van zijn

ambtsperiode een royaal gebaar heeft gemaakt (de bekende rede over de mogelijke economische en technische steun aan alle ook de communistische landen, waarvan de ontwikkeling achter gebleven is), heeft hij nog niet duidelijk laten weten, wat hij nu eigenlijk precies denkt te doen.

Zijn minister van buitenlandse zaken. Poster Dulles, toont zich de laatste weken wel wat gematigder in zijn houding tegenover de communistische landen. Maar het is nog lang niet zeker, of de Amerikaanse regering werkelijk aan de conferentieplannen wil medewerken. De eerste reacties op Churchills voren vermelde verklaring zijn in elk geval weinig bemoedigend geweest. De Republikeinse Partij is, dat is wel duidelijk, nog steeds gevangene van de angst voor de communistische tegenstanders.

Geen illusies. Voor een conferentie is (dat wordt licht uit het oog verloren) ook de medewerking van de Russische regering nodig. Wij behoeven ons niet voor te stellen, dat de Russische leiders grif op een eventuele Westelijke uitnodiging zullen ingaan. Zij zullen zeker proberen hun bereidheid tot praten zo duur mogelijk te verkopen. Eén van de eisen, die absoluut naar voren zullen komen, is die van China’s deelneming aan de conferentie. Maar daar staat tegenover, dat de communistische leiding zeer realistisch kan denken. De gevaren, die voortzetting van de koude oorlog voor de communistische landen heeft, zijn immers evident. Öe vraag is nu maar, wat zij hoger aanslaan: de verwarring in het Westen en de onrust in de Aziatische randgebieden; of voldoende rust om de uitbouw van het communistische systeem binnen hun huidige gebied goed ter hand te kunnen nemen. Het mogelijke welslagen van de voorbereidingen der besprekingen hangt dan door dit alles nog aan een zijden draad, om van de uitslag van die mogelijke conferentie zelf nog maar niet te spreken. H. VAN VEEN

Politieke films

Van 10 tot 20 Augustus hield de Internationale Unie der Socialistische Jeugd een filmconferentie in West-Berlijn. Over twee groepen daar vertoonde films n.l. de socialistische propagandafilms en de films van achter het Ijzeren Gordijn, wil ik iets vertellen.

Sommige lezers herinneren zich nog wel de korte film, die door de P.v.d.A. aan de vooravond van de verkiezingen van 1952 werd vertoond. Aan bestaand materiaal had men een aantal beelden van de opbouw van ons land na de bevrijding ontleend en enkele fragmenten over dr Drees werden daaraan toegevoegd. Erg overtuigend was het resultaat niet. In Berlijn is ons wel gebleken, dat er op dit gebied heel wat meer kan worden bereikt. Vooral Denemarken en Oostenrijk bleken over waardevolle propagandafilms te beschikken. De Deense rolprent „Vrijheid legt verplichting op” is een film met vaart en overtuigingskracht, een propagandafilm van hoog niveau, waarin

alle goedkope effecten vermeden zijn. Ook de Oostenrijkse verkiezingsfilm van vorig jaar maakt een goede indruk. De Oostenrijkse socialisten hebben indertijd alle Weense bioscopen in de morgenuren af gehuurd en daar hun film laten draaien. Een aardig idee ligt aan de film ten grondslag: een jong auteur krijgt van een conservatieve partij de opdracht een anti-socialistische verkiezingsfilm te maken. Hij is een onpolitiek man doch wanneer hij zich van de feiten op de hoogte gaat stellen, blijkt hem, dat niet zijn opdrachtgevers maar de socialisten gelijk hebben. Zijn scenario wordt onaanvaardbaar voor die opdrachtgevers maar ten slotte neemt de socialistische partij het over.

Dit verhaal geeft ruimschoots gelegenheid om cijfers en statistieken over de ontwikkeling van het land onder socialistische invloed op te nemen.

Opmerkelijk was een kleine doorbraakscène in de Oostenrijkse film. Op een mor-