is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 51, 1953, no 41, 17-10-1953

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE KOREAANSE VREDESCONFERENTIE

Angstig vooruitzicht

Vorige week hebben wij gewezen op de mogelijkheden van overleg tussen Oost en West. Sindsdien heeft Churchill daar nogmaals op aangedrongen. Behalve het feit, dat thans weer tussen de tegenover elkaar staande partijen een machtsevenwicht is bereikt, nu op het niveau van de waterstofbom, is er een andere zeer dringende reden voor dit overleg, nl. Korea.

Op het moment, dat dit stuk verschijnt, is de termijn van drie maanden, waarbinnen overeenstemming over de Koreaanse vredesconferentie moet zijn bereikt, bijna verstreken. Ten aanzien van die conferentie is echter nog niets beslist.

Meer dan dat, eigenlijk is de situatie sinds het begin van de wapenstilstand nog vrijwel ongewijzigd.

Syngman Rhee, de president van Zuid-Korea, popelt nog steeds van verlangen om de strijd voort te zetten en „de broeders uit Noord-Korea” te bevrijden.

De stemming der Zuid-Koreanen is met de week feller en bitterder geworden. Noord-Korea en China stellen wellicht mede met het oog daarop het nemen van een beslissing nog steeds uit.

Ten slotte is er nog geen overeenstemming bereikt tussen de Verenigde Staten en de andere landen, die troepen in Korea hebben.

Wat doet Zuid-Korea?

Gezien deze situatie, is Syngman Rhee het grootste gevaar. Er bestaat een goede kans, dat hij inderdaad na het verstrijken van de termijn van negentig dagen met zijn reeds luidruchtig aangekondlgde „opmars naar het noorden” zal beginnen.

Wat wil dit zeggen? Rhee kan het geen drie dagen buiten de Amerikaanse hulp

stellen. Zouden de Amerikanen hem dus in de steek laten, dan zou Zuid-Korea binnen afzienbare tijd onder de voet gelopen worden. Daardoor zou Amerika het begeerde steunpunt, dat Zuid-Korea thans is, verliezen, terwijl bovendien de levens van de talloze op het schiereiland aanwezige Amerikanen in gevaar zouden komen.

Rhee probeert, dat is wel duidelijk, de Amerikanen voor een fait accompli te stellen. Hij heeft overigens steeds in de richting van de huidige situatie gewerkt. Zijn grote slag heeft hij geslagen, toen hij Poster Dulles militaire garanties heeft afgedwongen. Dat de Verenigde Staten daartoe zijn overgegaan, is een onvergefelijke fout geweest.

Wie is agressor?

Een heropening van de strijd betekent volgens het gezonde verstand, dat Zuid-Korea agressor wordt.

Wat moeten in dat geval de andere landen, die troepen in Zuid-Korea hebben, doen? Opnieuw steun geven aan de man, die desnoods de wereldvrede in gevaar zal brengen als daarmee zijn eigen plannen gediend zijn, is iets dat weinig aantrekkelijk is. Duidelijker gezegd: het is principieel onaanvaardbaar.

Tegenover deze opvatting, die sterk bij de UNO-mogendheden leeft, staat de sterke Amerikaanse stemming, dat men Rhee niet in de steek zal laten, en dat men, als het dan weer tot strijd komt, maar moet proberen er zo snel mogelijk een totale overwinning uit te slaan. Deze totale over-

winning kan waarschijnlijk alleen bereikt worden met atoombommen. De gevolgen van zo’n ingrijpen zijn niet te overzien. Het gevaar van een grote totale oorlog is dan vrij reëel geworden.

Niet overdreven

Is dit overdreven geschrijf? Wellicht. Maar ofschoon natuurlijk de boven geschetste ontwikkeling geheel anders kan uitpakken, blijft, om met de woorden van de „Manchester Guardian” te spreken, „de angst knagen, dat deze kwade kans snel en vertroebeld werkelijkheid kan worden, en ons onvoorbereid treft.”

Achteraf bezien zou menige oorlog voorkomen kunnen zijn. De plotselinge snelle opeenhoping van de feiten kan echter zozeer overrompelen, dat er geen tijd meer is om grondig over de stand van zaken na te denken.

Het in het begin gesignaleerde feit, dat er tussen de Westelijke mogendheden nog steeds geen overeenstemming bestaat over de te volgen koers, is in dit licht bezien uiterst zorglijk. Het is een raadsel, waarom de Verenigde Staten niet op royalere wijze overleg plegen met hun partners. Het gaat ten slotte om gemeenschappelijke zaken. Als de Amerikanen erop vertrouwen, dat zij beter alleen met de lastige Rhee kunnen omspringen, nemen zij een bijzonder zware verantwoordelijkheid op hun schouders.

H. VAN VEEN

Naschrift:

Inmiddels is bekend geworden, dat de 16 Westelijke landen accoord gegaan zijn met het communistische voorstel om op 26 October (dus een dag voordat de termijn van 90 dagen is afgelopen) te Panmoenjom bijeen te komen om over datum, plaats en samenstelling van de politieke conferentie van gedachten te wisselen.

Dit bericht zal door menigeen met een zucht van verlichting zijn begroet. Het onmiddellijke gevaar van het opnieuw ontbranden der vijandelijkheden is daarmee van de baan, ofschoon de algemene politieke situatie er natuurlijk nog niet wezenlijk door veranderd is. v. V.

hy zich voor God verootmoedigt? Maar voor welke God liggen de soldaten dan geknield, wanneer zy de uitbarsting volgen? Voor welke God anders dan voor de duivel, die met een holle lach dit schouwspel gadeslaat en op deze dag één van zijn grote overwinningen viert?

Het valt my altijd moeliyk om over de gruwelen van de oorlog te spreken. Ik kan dit niet, omdat ieder woord een spel lykt, dat de werkeiykheid in geen enkel opzicht benadert. Ik geloof, dat het positieve belangryker is. Ik geloof, dat wij op het leven van de kinderen des lichts moeten wijzen om de vloek van de oorlog te ontmaskeren, wy moeten byv. letten op het leven van William Penn, de Quaker, die met zijn van vrede bezield leven de weg naar Atnerika zocht. In een bepaald geval werd hem gevraagd, of het geoorloofd was wapens te dragen. Toen was zijn antwoord: „Draag de wapens zo lang ge kunt.” Met andere woorden, als ge u voor God verootmoedigt, weet dan ook, dat er een grens is, die u „neen” doet zeggen. Dit is het antwoord van een kind des lichts, dat het heilig spel voor het aangezicht van God gespeeld heeft en daarby ons ten voorbeeld is.

A. F. L. VAN DIJK

LEESTAFELNIEUWS

J. B. Charles. Volg het spoor terug. Uitgave De bezige bij, A’dam. 1953. 327 blz. ƒ8.90. Dit is een boek dat met schroom dient besproken te worden, omdat het zo benauwend eerlijk is; een boek, dat echter ook, omdat de schr. nergens een blad voor de mond neemt, tot openlijk stellingname en tegenspraak prikkelt. Ik voor mij heb het boek met diepe instemming en dankbaarheid gelezen. De schr. vraagt zich af: waarom heb ik van 1940 1945 zo actief aan het verzet deelgenomen? Dit pijnlijk zelfonderzoek voert tot een lange serie van schijnbaar negatieve resultaten: niet om het nationaal besef, niet om ’s lands onafhankelijkheid, niet om de Nederlandse lotsverbondenheid, niet om Oranje en niet om de godsdienst der vaderen. Louter en alleen om met zelfrespect te kunnen voortleven. Daarmee heeft de schr. zich zelf teruggeplaatst in de eenzame hoek van het uiterste individualisme: het leven naar eigen zelfgekozen normen. Ten onrechte m.i. hebben vele critici hieruit afgeleid, dat de schr. de menselijke solidariteit prijsgeeft. Integendeel, juist deze is ook ten diepste gefundeerd in de eerlijke eenzaamheid van het individueel geweten. Dit merkwaardige boek geschreven over een reeks van jaren in een soort dagboekvorm vol met prachtige improvisaties rondom het centrale thema, vol meedogenloze karakteristieken en venijnige uitvallen naar de grote en kleine collaborateur, zal voortaan een der standaardwerken zijn over de geest van het verzet. Geen geschiedenisboek nochtans, maar een handboek der ethiek. Ik heb slechts een, maar zwaarwegend, principieel bezwaar: dit boek is ondanks zijn bezwerende nadrukkelijkheid een bescheiden boek. Juist daarom treft het pijnlijk, dat Charles in zijn oordeel over mensen zo meedogenloos stellig is. Ik heb principieel geen bezwaar tegen schelden. Het is misschien onwellevend, maar het is niet

onzedelijk. Jezus heeft ook gescholden, „Witgepleisterde graven” is allesbehalve een compliment. Maar Jezus wist over wie hij het had. Charles noemt met een griezelige duidelijkheid naam en toenaam van de mensen, die hij verfoeit. Is hij er helemaal zeker van, dat hij zijn tegenstanders tot op de bodem gepeild heeft? Heeft niet ieder, tot het tegendeel absoluut bewezen is, recht op zijn goede naam? Geldt ook niet voor hem: „Oordeelt niet en ge zult niet geoordeeld worden?” Ten slotte, Charles is een groot schrijver, zo goed als hij een belangrijk dichter is. Om al deze redenen vind ik dit een aangrijpend boek. Men zie elders in deze aflevering. j. q. B.

Prof. dr. P. A. H. de Boer Vreugde en verdriet. Poorten die toegang geven tot het leven. A. W. Sijthoff’s Uitg.mij., Leiden 1953. Prijs ƒ1,25.

Een bundeltje toespraken voor de VPRO gehouden. Kort en op de man af, die bij herlezen Btellig aan waarde winnen. Centraal staat de vraag naar de mens, niet de mens op zich zelf, doch de mens te midden van de anderen en de worsteling in het contact met God. Mij boeiden in het bijzonder: „De Bijbel”, een heldere uiteenzetting over het gezag van de Bijbel, „Verdriet”, een eerlijke bijbelse bezinning op de watersnood, „Jeugd zonder belofte” en „Leven met de dood”. Hartelijk aanbevolen voor jong en oud! A. v. B.

Wat geloven Vrljz. Christenen? De POSTPROPAGANDA (Bibliotheken van de Ned. Protestanten Bond) verschaft lectuur hierover. Cat. 50 ets. Giro 401238 Vries. Corr.adres Warmonderweg 7, Leiden.