is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 51, 1953, no 43, 31-10-1953

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

KORTE AANKONDIGING

Het mocht u misschien ontgaan, daarom wijzen wij u er even op: le. W. Jos de Gruyter: Vincent van Gogh met 29 platen, waarvan 4 gekleurd. Uitgave D. A. Daamen Den Haag, 1953, 62 blz. tekst ƒ 5,90. Dit is een heel mooi boek over een moeilijk en delicaat onderwerp. Het beschrijft aandachtig het moeilijke leven van Van Gogh, maar doet de lezer geen ogenblik vergeten, dat het om een groot schilder gaat. De combinatie van oprechte verering voor de mens Van Gogh met deskundige aandacht voor de revolutionnaire kunst van Van Gogh is zeldzamer dan men denkt. In dit boek is ze weldadig aanwezig. De illustraties zijn fraai en doeltreffend. De stijl is voortreffeiijk. 2e. Dr. G. H. Blanken: Anna Comnema 1083—1148. Glorie der Griekse Middeleeuwen. Dr. E. Rebling: Johan Sebastiaan Bach. Gepassionneerde Menselijkheid.

Dr. T. Eekman: Alexander Herzen. Tussen twee oevers. Drie deeltjes uit de serie Gastmaal der eeuwen. Uitgave Van Loghum Slaterus, Arnhem. 1953, resp. 70, 64 en 77 blz. ƒ 3,25 per deel, bij intekening ƒ 2,90. Het eerste boekje geeft meer dan de titel belooft, want niet alleen vertelt het boeiend van Anna Comnena, die hoewel keizersdochter, nimmer keizerin werd, doch in een klooster verbannen, een merkwaardig leven schreef van haar keizerlijke vader, Alexius (1048—1118), maar tevens geeft dit boekje een levend beeld van het Middeleeuwse Byzantium en werpt een schamplicht op de historie van de eerste kruistocht. Interessant voor elke liefhebber van geschiedenis.

Een kundig musicoloog heeft het tweede boekje geschreven, waar in kort bestek veel leerzaams over Bach te lezen staat. Er zijn echter tegen dit boekje grote bezwaren in te brengen. De geschiedkundige omlijsting is sterk partijdig (marxistisch). Van de barok geeft dr. Rebling een eenzijdige, en welhaast kwaadaardige typering. Het algemeen-menselijke in Bach mag sterk geaccentueerd worden, maar dit hoeft niet te voeren tot een doorlopend kleineren van christelijke overtuigingen. Inderdaad, ook „ongelovigen kunnen door deze muziek ten diepste ontroerd worden”, mits zij zich begrijpend inleven in wat voor Bach het hoogste was, en hem niet met hun overtuiging totaal identificeren.

De kundige schrijver over „Tsjechov en de Russische intelligentsia” heeft in dit boekje een voortreffelijke schets gegeven over de man, die men telkens weer ontmoet als men leest over het Rusland van de 19e eeuw. Ik bedoel Alexander Herzen (1812—1870). Criticus van Europa, criticus van Rusland heeft deze scherpzinnige man, die altijd weer anders dacht dan zijn geestverwanten, een moeilijk leven gehad, dat door Eekman goed verteld wordt. Een boekje dat geen liefhebber van Russische literatuur of geschiedenis ongelezen mag laten.

3e. Litterair paspoort, maandschrift voor boeken uit de oude en nieuwe wereld. Uitgave Meulenhoff en Co. A’dam per jgn. 10 nummers, per aflevering ƒ0,95.

Dit tijdschrift over buitenlandse literatuur en auteurs schijnt uniek te zijn in de wereld. Wat er van zij, aan Nederlanders die vreemde talen verstaan, kan het uitstekende diensten bewijzen. Een competente staf van medewerkers houdt de lezer op de hoogte van de belangrijkste publicaties in het buitenland. Interviews en bijdragen van buitenlandse auteurs verhogen de levendigheid. Bijzonder practisch is het tijdschrift ook, in zover het tussen de lawine van buitenlandse pocketuitgaven de belangrijkste exemplaren signaleert. Het tijdschrift heeft maar één, welhaast onvermijdelijk gebrek: het overschat chronisch moderne schrijvers. Niet, dat het zich bezondigt aan de verheerlijking van bestsellers, maar wel overschatten de auteurs hun ontdekkingen. In de aard der tijden ligt het helaas, dat de staf van medewerkers louter aesthetische en vitalistische normen hanteert.

4e. Een proeve van actueel belijden, een critische beschouwing over „Fundamenten en Perspectieven van belijden” uitgave H. Veenmans, Wageningen. 1953, 103 blz., ƒ2,—.

Zo goed als de vrijzlnnig-hervormden aan de nieuwe proeve van belijden der Herv. Kerk (anno 1949) een critische bespreking hebben gewijd, zo doen het hier de theologen van de groep rondom „De gereformeerde kerk”. Let op, lezer, dit zijn niet de gereformeerden van Kuyper, maar om zo te zeggen, een sector van de rechtervleugel der Hervormde Kerk. Wat ik vooral in dit boekje, geschreven door vijf bekwame theologen, zo waardeer, is, dat het de achtergronden van de belijdenisproeve uitlegt en toelicht en vandaaruit zo uiterst mild critiseert. Wie wil weten, wat er leeft in de Hervormde Kerk, kan hier terecht, mits hij zich niet afschrikken laat door een taalgebruik, dat ik persoonlijk soms hooglijk waardeer, maar dat soms wel bijna als geheimtaal aandoet. Red. secr. VORMINGSCENTRUM VAN DE NED. HERVORMDE KERK „DE HAAF”, BERGEN N.H.

„Nieuwe wegen in de bejaardenzorg.” Over dit onderwerp, dat in ons land met zijn steeds stijgend aantal bejaarden wel zeer actueel is, zal op 11 en 12 November a.s. gesproken worden tijdens een conferentie waar allen, die voor dit onderwerp belangstelling hebben, welkom zijn. Inleiders: mr. J. A. J. Meyer, Hilversum (secretaris Nationale Commissie voor Oudelieden). „De psychologie van de oudere mens”),

Dr. D. Brouwer G.G.-G.D., Amsterdam. „Nieuwe wegen in de bejaardenzorg”. Aanvang: 11 November 17 uur. Sluiting 12 November 19 uur. Kosten ƒ 5,25 per persoon. Opgaven vóór 5 November aan „De Haaf”, Bergen N.H.

BENTVELDNIEUWS.

„DE WELVAARTSSTAAT”

Een gesprek over het voor en tegen ervan, op Zaterdag 21 en Zondag 22 Nov. ’53 te Bentveid tussen prof. dr. W. Banning en M. Ruppert.

De Welvaartsstaat is een omstreden zaak; buiten de socialistische beweging, doch ook daarbinnen. Vooralsnog speelt zich deze discussie vooral af op een bepaald intellectueel niveau.

Maar wij, doodgewone mensen, die ons klein voelen in die grote, ingewikkelde samenleving, zitten er op onze wijze ook mee. Onoverzienbare reeksen van vragen doemen op.

Is het de staat wel mogelijk welvaart voor het gehele volk te garanderen?

Welvaart is een hoog goed, ook zo hoog dat men er de persoonlijke vrijheid en verantwoordelijkheid geheel of gedeeltelijk voor in zou willen ruilen?

Zijn wezen en werkelijkheid van de welvaartsstaat in strijd met ’s mensen persoonlijke verantwoordelijkheid tegenover God?

Belet zulk een staatsvorm mensen de ruimte en de mogelijkheden te vinden voor een ontplooiing van hun verantwoordelijkheidsbesef?

Ondergraaft de welvaartsstaat niet de verwezenlijking van de zedelijke doelstellingen van het socialisme vrijheid, gerechtigheid, medeverantwoordelijkheid: kortom de ware menselijkheid? Zo zou men door kunnen gaan. Moeten gaan zelfs, want de welvaartsstaat is niet een theoretisch spinsel, maar een zich ontwikkelende realiteit. Bezinning is broodnodig, en stellig niet alleen op hoog theoretisch niveau!

Om deze bezinning zo vruchtbaar mogelijk te maken, hebben wij twee protestanten van verschillende politieke kleur en inzichten prof. dr. W. Banning en M. Ruppert, voorzitter van het Christelijk Nationaal Vakverbond gevraagd met ons over deze vragen een gesprek te voeren. Wij hopen en vertrouwen dat velen, van welke godsdienstige en politieke overtuiging ook, deze gelegenheid tot verdieping van inzicht en critische bezinning op eigen standpunt zullen willen aangrijpen.

PROGRAMMA: Opening Zaterdag 17 uur; M. Ruppert Zaterdag 19.30 uur; Ochtendwijding Zondag 9.45 uur; Prof. dr. W. Banning Zondag 10.15 uur: Algemeen gesprek Zondag 15 uur; Sluiting Zondag 18 uur.

Leiding: Dr. A. van Biemen. Kosten naar draagkracht ƒ.4.50, ƒ 5.50 of ƒ 6.50 per persoon. Echtparen: ƒ9.—, ƒlO.— of ƒll.—. Aanmelding zo spoedig mogelijk, in ieder geval vóór 15 November a.s.

WEEK VOOR HUISVROUWEN 23—28 November 1953

De winter met haar vele huiselijke feesten breekt aan, een tijd, waarin men meer dan in de zomer de huiselijke haard zoekt.

De huisvrouw is dan in huis de centrale figuur, zij bepaalt voor een groot deel de sfeer en gezelligheid. Van haar wordt elke keer weer het initiatief gevraagd om bijv. de winterfeesten tot iets goeds te maken. Hiertoe zijn vele mogelijkheden, maar alleen zien wij die niet altijd. Daarom dacht de A.G. der Woodbrookers dat het goed zou zijn, een week te organiseren voor huisvrouwen, om zich met elkaar hierop te bezinnen.

Deze week wordt gehouden van 23—28 November 1953 in Bentveld in het gebouw van de A.G. der Woodbrookers.

Om het iedere huisvrouw mogelijk te maken te komen, kunnen kinderen worden meegebracht. Voor kinderleiding wordt gezorgd. Het huis is centraal verwarmd.

Naast het behandelen van enkele thema’s staat practisch bezigzijn op het programma. Dit is als volgt:

THEMA’S „Het vieren van onze feesten” mejuffrouw ds. W. H. Buijs. „Het spel van onze kinderen” mevrouw' C. Leijns—de Boer. „Het boek in ons gezin” mevrouw Hamaker— Willink. „Ons gezin en de buitenwereld” mejuffrouw ds. W. H. Buijs.

PRACTISCH WERK a. Handwerken of het maken van lampekappen 0.1. v. resp. mevrouw T. Reijntjes—Kleima en mejuffrouw E. ’t Hooft. b. Het maken van Kerstversierselen en andere kleine voorwerpen 0.1. v. mejuffrouw E. v. d. Goot. Daarnaast staat nog een excursie op het programma. De leiding berust bij mejuffrouw ds. W. H. Buijs. De kosten zijn naar draagkracht ƒ 18.— of ƒ 20.—. Kinderen t.e.m. 11 jaar ƒ9.— en van 12 t.e.m. 15 jaar ƒ 13.50. Opgave aan de administratie van de A.G. der Woodbrookers, Bentveldsweg 3 te Bentveld.

Druk N.V. Do Arbeiderspers Amsterdam

invloed die gij als christenen hebt op de vaststelling van de partij koers of op zekere handelingen van de partij?”

Behalve onbehoorlijk is deze vraag ook onredelijk. Met evenveel recht en met evenveel reden kan de PvdA-christen aan de christenen in de kerkelijke partijen de vraag voorleggen waaruit bijv. de invloed bestond die de christelijke partijen hadden op de maatschappelijke verhoudingen van voor de oorlog.

Daarentegen is het redelijk te verlangen van de christen in de Partij van de Arbeid dat hij zo nu dan, als hij dat meent te moeten doen, zijn eigen visie geeft op bepaalde politieke gebeurtenissen. De visie van een socialistisch christen, of christen-socialist.

Dit is juist een van de voorrechten welke de christen in de PvdA bezit boven de christen in de kerkelijke partijen. De apos – tolische roeping van de christen komt derhalve veel beter tot zijn recht in een politieke partij die krachtens haar beginsel en structuur openstaat voor dat getuigenis dan in een isolationistische kerkeiijke partij. De christen in de PvdA is, kerkelijk gesproken, in het offensief, de christen in de kerkelijke partij bevindt zich in een schuilkelder.

Wanneer nu een christen, zich deze apostolische roeping bewust, getuigt van zijn

christen zijn te midden zijner niet-christelijke partijgenoten, en hij daarbij op zaken wijst, welke naar zijn christelijke overtuiging fout zijn, dan gaat het niet aan dat buitenstaanders dit getuigenis gaan gebruiken als wapen tegen deze partij, trachtende hieruit politieke munt te slaan.

En als men op die gronden gaat beweren „in de PvdA is het dus niet gelukt een innerlijke doorbraak te bewerkstelligen dan leggen wij deze mening met een gerust hart naast ons neer. Wij zouden niet durven beweren dat in ons nieuwe politieke huis alles volmaakt is. Toch geeft dit onze tegenstanders niet het recht zich op de borst te gaan slaan, Omdat, laten we concreet worden, zowel het anti-revolutionnaire als het christelijkhistorische huis, vermolmde bouwwerken

Het chr.-hist. huis is tegen zich zelf verdeeld, in de a.r. woning gooien de bewoners elkander met (lege) vrijhandeldozen om he oren.

De anti-revolutionnair A. Ingwersen sprak over zijn partij als over een scheefgezakt huis.

Wij moeten ons als christenen telkens weer bezinnen op onze „woningruil”. Het bovenstaande moge ons er opnieuw van overtuigen dat deze overgang juist was. D. SCHEPS