is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 51, 1953, no 46, 21-11-1953

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

noem ik verdraagzaamheid secundair en op de keper beschouwd negatief: d.w.z. verdraagzaamheid is eigenlijk: niet onverdraagzaamheid.

Het grote debat gaat echter ergens anders over. Het gaat over de motieven en de graden van verdraagzaamheid. Er zijn nl. talrijke redenen, die ons kunnen inspireren om verdraagzaam te zijn vanaf de platvloerse eigenbaat van de koopman, die om zaken te kunnen doen, duldt, dat zijn a.s. klant de meest weerzinwekkende stellingen verkondigt, tot de mens, die in vertrouwen op de straalkracht der waarheid nergens zo bang voor is, dan dat hij met zijn menselijk machtsgebruik of machtsmisbruik het licht der waarheid zal verduisteren. Heel het artikel van ds. De Wijs gaat hier over. Hij zet welsprekend uiteen, waarom een gelovige, waarom een kerk verdraagzaam moet zijn en al zijn motieven onderstreep ik gaarne volledig. Maar daarmee is verdraagzaamheid niet tot beginsel verheven. Het beginsel is naastenliefde of ootmoed en dit inspireert tot de tactiek der verdraagzaamheid.

Ik zie maar één mogelijkheid om van verdraagzaamheid een beginsel te maken, maar dan is het m.i. een dodelijk beginsel, dat zich zelf tegenspreekt, nl. wanneer men zou willen stellen, dat ’s mensen diepste en innigste overtuigingen uiteindelijk de moeite om ervoor uit te komen, om ervoor te getuigen en te strijden, niet waard zijn. Dan is verdraagzaamheid in de grond onverschilligheid, scepticisme, anarchie, dan geeft men alle waarden prijs op de ene na van het comfortabel bestaan. Ik noem dit dodelijk en tegelijkertijd schuilt er tegenspraak in, want dan zie ik aankomen, dat deze verdraagzaamheid onverdraagzaamheid zal zijn jegens iedereen die er wél een overtuiging op nahoudt.

Beste dominee De Wijs, waarom zouden we toch zo kopschuw zijn voor het woord tactiek, voor de eerlijke bekentenis, dat leven schipperen is? „Heeft de schipperaar soms geen doel, terwijl hij bezig is zijn schuit tussen de perikelen van de wal (waar de beste stuurlui staan) door te loodsen?” Ik moet u toch eens aanraden, die aardige verheerlijking van het tactisch schipperen te lezen, die u vinden kunt bij Menno ter Braak in zijn De nieuwe Elite.

Ten slotte, na al deze nuchtere, al te nuchtere opmerkingen over zo’n belangrijk actueel onderwerp, deze ongevraagde raad. Laten we ons toch niet storen aan het geblaf der buitenstaanders. U schrikt „bij de verdenking, dat de kerk het met die verdraagzaamheid niet zo nauw neemt.” Alsof het daarom in 1953 gaat! De onverdraagzaamheid van vandaag is niet die van Calvijn, is niet de religieuze intolerantie, maar de politieke! de sociale! de economische! We hebben sedert totalitaire staten leren kennen, die er nog een andere onverdraagzaamheid op nahielden, dan de donkerste Middeleeuwen kenden.

En als er hier en daar nog mensen rondlopen met een historisch spookbeeld van kerkelijke intolerantie, let eens extra goed op hen, want ik vrees met grote vreze, dat als ze de kans krijgen, ze, jeremiërend over kerkelijke intolerantie, zich zelf onaangenaam onverdraagzaam zullen gedragen tegenover kerkgangers.

Het behoort echter tot mijn ik neem aan ook tot uw tactiek der verdraagzaamheid, dat in dit Nederland onzerzijds er geen bezwaar tegen bestaat, dat de Vrijdenkers Radio Omroepvereniging ook wat zendtijd krijgt, maar laten de heren vrijdenkers zich verstaan met de omroepverenigingen, doch mij arme, die een onweerlegd artikel schreef over Castellio, met rust laten. j. g. B

De eenzame heide

Mocht er een teken zijn

Mocht het een bloem zijn in een witte droom, die, uit de wilde oergrond van mijn ziel gerezen,

een witte wenk zal door het einde wezen, een sneeuwen teken aan de laatste zoom.

Mocht het een dier zijn, schoon, een ree gelijk, die, uit het donker pijnbos van mijn hart gelopen,

komt in de lichte avond en met open.

wijd-open ogen naar de einder kijkt.

Mocht het een stem zijn door de dichte nacht, die, uit het murmureren van mijn mond gebroken,

glanst van ’t Geheim, waar ons van heeft gesproken de onaardse stem, die riep: het is volbracht.

Mocht ik, wanneer de wereld is verstomd

en wijkt en met de tijd voorgoed zal zijn verstreken, dan de belofte ontvangen van een teken

in de ontzaggelijke eenzaamheid die komt.

JOHAN TOOT