is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 51, 1953, no 47, 28-11-1953

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE PERSOONLIJKHEID IN DE ONDERNEMING

De zakelijke verhouding De persoonlijke verhoudingen zijn in de laatste halve eeuw wel grondig veranderd. Vroeger was de verhouding tussen de werkgever en de arbeider van zuiver zakelijke aard. De arbeider leverde zijn prestatie. De werkgever betaalde daarvoor een loon. En daarmede uit. Deze verhouding was kenmerkend voor de opvattingen van die tijd. De arbeider werd niet gezien als mens, maar als „arbeidskracht” en als zodanig op één lijn geplaatst met machines, grondstoffen en andere bedrijfsbenodigdheden.

Men kan niet zeggen, dat de patriarchale verhoudingen, die destijds in verschillende ondernemingen voorkwamen, dit beeld essentieel wijzigden. Daarvoor werden deze verhoudingen, die bovendien lang niet algemeen waren, te veel gestempeld door het kenmerk der ondergeschiktheid van de arbeider. Bekend is het verhaal van Schaper, die destijds in de Kamer mededeelde, dat hij als jong schildersknecht van een ladder viel en daardoor enige weken niet kon werken. Hij derfde zijn karige weekloon en ontving, toen zijn patroon hem een bezoek kwam brengen ... een kwartj e I

Ook toen de sociale wetgeving haar intrede deed kwam in deze zakelijke verhouding geen wezenlijke verandering. Door de sociale verzekering bijv. werd de arbeider verzekerd tegen de financiële gevolgen van allerlei evenementen als ongeval, ziekte, invaliditeit e.d., waardoor hij niet in staat was te werken en dus geen loon ontving. De werkgever betaalde krachtens die verzekering iedere week een premie. De arbeider ontving bij het intreden van bijv. een ongeval zijn uitkering uit het ongevallenfonds. Hiermede was de verhouding tussen werkgever en arbeider bepaald.

De persoonlijke verhouding

In de laatste tijd zijn gelukkig de ogen meer en meer opengegaan voor het onbevredigende van deze toestand. De liberale economie, die de mens slechts als object van calculatie zag, verloor sterk aan invloed. Bovendien kwam de psychologie tot een snelle ontwikkeling. De resultaten van haar onderzoekingen, ook op het terrein van de arbeid, openden meer en meer de ogen voor de noodzakelijkheid de mens in het arbeidsproces op te merken. Zo brak de periode aan, waarin wij nu leven en waarin het woord „human relations”, de menselijke betrekkingen, in het productieproces steeds meer door de lucht gonst.

Deze betrekkingen betreffen zowel de

verhoudingen tussen de werkgever en de baas als de verhoudingen tussen de werkgever—arbeider en baas—arbeider. De werkgever moet voor zijn arbeider de waardering tonen, die hem toekomt. Onderzoekingen van arbeidspsychologen hebben geleerd van hoeveel betekenis dit is voor de goede verhoudingen in de fabriek. Bekend zijn bijv. de onderzoekingen van ir. Ydo, gepubliceerd in zijn „Plezier in het Werk”, waaruit blijkt, dat het ontvangen van de nodige waardering bij de arbeider zelfs zwaarder weegt dan de hoogte van het loon.

De haas was vroeger veelal gewend te bevelen wat er moest worden gedaan. De arbeider had dit bevel blindelings te gehoorzamen ook al begreep hij niet, waarom nu juist deze arbeidsmethode werd gevolgd. Tegenwoordig gaat dit dikwijls anders. De baas deelt zijn ploeg van arbeiders mede, welk werk moet worden gedaan en overlegt met hen wat de beste manier is om tot het gewenste resultaat te komen. De kadaverdiscipline maakt plaats voor de teamgeest.

Ook de arbeider moet de gelegenheid hebben zijn belangstelling in het werk te tonen. De wijze, waarop dit moet gebeuren is nog veelszins in het stadium van onderzoek. Uit Amerika is bijv. naar ons overgewaaid de ideeënbus. leder lid van het personeel heeft het recht om een of ander voorstel tot verbetering in de bus te deponeren. De bedoeling is om op die wijze het persoonlijk initiatief en de belangstelling van het personeel voor de onderneming te stimuleren door hen de gelegenheid te geven een constructieve bijdrage te leveren. Wie een nuttige en bruikbare wenk geeft, ontvangt daarvoor een beloning. In verschillende grote ondernemingen in ons land, als Philips, de Nederlandse Spoorwegen, Stork, wordt de Ideeënbus toegepast. Bij Philips bestaat deze reeds meer dan 25 jaar. In die periode werden 15.000 suggesties in de bus gevonden, waarvoor een bedrag van bijna anderhalve ton aan uitkeringen werd verstrekt.

Het blijkt van belang om niet alleen de belangstelling van de arbeider, maar ook die van zijn gezin, voor het werk te trekken. Gedurende de oorlog werd in Amerika op middelen gezonnen om de oorlogsproductie van vliegtuigen nog meer op te voeren. Voor het winnen van de oorlog was dit uiteraard van het grootste belang. Daar de lonen zeer behoorlijk waren, kon op dit terrein geen aansporing meer worden gevonden. De werkgever heeft toen zijn arbeiders de gelegenheid gegeven om aan hun

vrouwen en kinderen hun arbeid aan de vliegtuigproductle te tonen, met de bedoeling, dat de arbeider ook thuis meer waardering voor zijn dagelijkse arbeid zou ontvangen. Het resultaat was verrassend. Want de productie steeg aanmerkelijk!

Het motief

Hoe belangrijk deze ontwikkeling is, daarmede rijst toch de vraag: wat is hier het motief?

Bestaat niet het gevaar, dat deze methode voor het verkrijgen van betere persoonlijke verhoudingen in de onderneming weder wordt gemechaniseerd en vertechniseerd, zodat het leven eruit gaat? Blijft dan niet een uit menselijk oogpunt gedevalueerde handeling over?

Er is alle aanleiding deze vragen te stellen, wanneer men ziet, welke ontvangst het bevorderen der „human relations” in Amerika heeft gevonden. Al te veel wordt het argument, dat het betaalt („it pays”) hierbij gehoord. Wij staan hier voor een tjrpische mengeling van motieven van materiële en zedelijke aard, welke niet scherp uit elkaar worden gehouden en gezamenlijk bij de Amerikanen ingang plegen te vinden.

Wanneer het goed is, dan vraagt de nieuwe zienswijze een geheel andere kijk op de mens in de onderneming. Er zal dan moeten zijn een gevoel van zedelijke verantwoordelijkheid van de mens voor zijn medemens, met wie hij in een onderneming is samengebracht. Dit betekent tegelijk een geheel andere instelling van de een tegenover de ander. Wij komen hier op een terrein, waar het keiharde practische leven zich in al zijn onmeedogendheid vertoont. Vandaar dat velen geneigd zijn hier de zedehjke motieven naar het land der illusies te verwijzen.

De juiste houding

De helaas reeds overleden Zwitserse hoogleraar, prof. dr. A. Carrard, die op het gebied van de menselijke betrekkingen in de onderneming algemeen als een der grote pioniers wordt beschouwd, gaat er van uit, dat alleen een omzetting van het eigen ik de juiste verhoudingen in de onderneming kan brengen. In zijn in het Nederlands vertaalde publicatie: De mens in beroep en bedrijf (pag. 23) schrijft hij:

„Maar het is niet genoeg, dat een menselijk wezen durft te wagen en zich kan handhaven in het leven, hij moet bovendien van egoïsme komen tot mensenliefde, of, zoals de psycholoog Künkel het uitdrukt, van de „ik-houding” tot de „wijhouding”, van de a-sociale tot de sociale houding.”

Hoe komen wij nu tot deze mensenliefde, deze wij-houding, deze sociale houding?

Het antwoord van Carrard luidt: (pag. 24—25)

„De christelijke religie eist de overgave van het „ik” aan God en verkondigt de bevrijding van het „wij” als genade van God door Jezus Christus, onze Verlosser.”

Zij, dit uit het Evangelie willen leven, worden daarmede voor een zware verantwoordelijkheid geplaatst. De ogen zijn opengegaan voor de juiste persoonlijke verhoudingen in de onderneming. Maar daarmede worden problemen opengelegd betreffende onze instelling ten opzichte van de mens als schepsel Gods, die alleen vanuit het Evangelie een juiste oplossing kunnen vinden.

Voor ons allen, die bij dit werk zijn betrokken, een nieuwe kans om in de practijk het Evangelie zodanig te belven, dat er een hervormde invloed van uitgaat!

A. A. VAN RHIJN