is toegevoegd aan je favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 51, 1953, no 49, 12-12-1953

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Scherpe analyse van de Duitse burgerij en haar derde rijk

„Das Reich der niederen Damonen.”*)

Hoe belachelijk lijken nu de vele „optimistische” geruststellingen anno 1933: Hitler zou niet lang aan de macht blijven, de industriëlen, de bankiers, de vertegenwoordigers van de Duitse burgerij zouden wel spoedig een eind aan dit regiem van een dilettant maken...

Hoe infaam lijken nu de vele tegen het socialisme gerichte beschuldigingen, die er op neerkomen dat socialisme en nazisme eigenlijk broertje en zusje zijn, die het allebei op de brave burgerij gemunt hebben...

Hoe belachelijk nü... hoe infaam nü...? Nü pas goed, zou ik willen zeggen, en ik bedoel er mee: na de lectuur van het zojuist bij Rowohlt te Hamburg verschenen boek van Ernst Niekisch: „Das Reich der niederen Damonen”.

De socialist prof. Niekisch, die o.m. in de jaren twintig over „Grundfragen der deutschen AussenpoUtik” en de „Deutsche Politik” had geschreven, analyseerde in 1935/’36, in 33 hoofdstukken de achtergronden van het derde rijk. Hij wist, dat de Gestapo op hem loerde; wanneer er gebeld werd, borg hij zijn manuscript gauw op, dit manuscript waarvan er uiteindelijk drie exemplaren waren. Twee ervan bereikten, toen Niekisch in Maart 1937 werd gearresteerd, niet hun plaats van bestemming, zij werden vernietigd. Toch één exemplaar kwam bij de Gestapo terecht... om na de oorlog weer de weg terug naar de auteur te vinden. Het is dit manuscript, dat nu eindelijk gepubliceerd kon worden, en dat naast en boven het letterkundige werk der belangrijke schrijvers Wolfgang Borchert, Albrecht Haushofer, Günther Weisenbom, Luise Rinser, Heinrich Böll en Gerhard Kramer het hoogtepunt van na 1945 in Duitsland verschenen literatuur vormt.

Vissend op de wijde wateren

Zijn er niet heel wat Duitsers (bijv. een Hans Grimm), die beweren, dat Hitler tot 1938 een groot nationaal Führer was geweest en pas in later jaren de weg van de misdaad op ging? Niekisch toont aan, hoé misdadig heel de weg van het Hitlerisme is geweest, van begin af aan. Hij geeft ons met zijn boek, waaraan hij in 1948 vier hoofdstukken over oorlog en nederlaag heeft toegevoegd, de meest meedogenloze en briljante ontleding van het Duitse fascisme. Het is een in sociologisch en in psychologisch opzicht uitermate boeiende, heldere analyse, interessant niet alleen voor de historicus, doch voor iedereen die ook nu alle vertroebelingspolitiek van de hand wijst en een kijkje achter de coulissen niet overbodig vindt. Met Niekisch kijken wij achter de coulissen van het Duitsland tussen de twee wereldoorlogen.

Waarom werd Hitler... Hitler? Omdat de bezittende klasse in hem de laatste kans zag. De laatste kans van „Duitsland”, omdat zij zich zo graag met „Duitsland” ver-

eenzelvigt. Hitler was zijn loopbaan begonnen als propagandist voor de Wehrmacht hij is het gebleven tot ’t einde toe. Hiervandaan kwam pas veel later tegenstand.

De boeren liepen in hun vertwijfeling veroorzaakt door een maatschappelijk systeem, waaraan de kapitalistische burgerij de schuld droeg naar Hitler, de voltrekker van dit zelfde systeem. Grote delen van de Duitse jeugd vielen Hitler toe. Revolutionnaire stemmingen en particuliere belangen kwamen hier bijeen; het „revolutionnaire” sentiment konden zij in het nazisme uitleven, en buitendien meenden zij pas in een derde rijk hun particuliere ambities te kunnen vervullen.

Lompenproletariërs zijn gemakkelijk te koop. Uniform, avontuur, Saalschlachten: kon het mooier? En de kleine burgerij? „Nachdem das Grossbürgertum in der Inflationszeit das kleinbürgerliche Eigentum hinweggefegt hatte, war nur noch das kleinbürgerliche Ehrgefühl zurückgeblieben... 1933 hatte, unter Hitlers Führung, das gesamte deutsche Kleinbürgertum Geschmack daran gefunden, an der Arbeiterschaft für den inflatorischen Raubzug, den das Grossbürgertum 1922 und 1923 veranstaltet hatte, Vergeltung zu üben...”*)

Grootgrondbezit en burgerij hadden uit de gebeurtenissen der jaren twintig en dertig geleerd; een Kapp-Putsch en een dictatuur van een von Papen konden geen redding voor het bedreigde bezit brengen. Waar het op aan kwam, was een basis in de massa te vinden. Grote delen van de jeugd, de boeren, de kleine burgerij, het lompenproletariaat sloten zich aaneen onder leiding van de „Trommler” Hitler.

De massa moet zich niet met concrete maatschappelijke vraagstukken bezighouden. „Wen die Rassenfrage nicht mehr

schlafen lasst, der hat sonst keine Sorgen mehr, und wer jüdische Bettlakengeheimnisse ausschnüffelt, der steekt seine Nase gewiss nicht mehr in die Bilanzen der Aktiengesellschaften. Je mehr einer mit Biologie gefüttert wird, desto weniger Appetit hat er nach Soziologie...”")

Wat kon beter voor een Massenbasis en voor Verschleierungsmanöver zorgen dan het Hitlerisme? Deze taak nam het dan ook op zich, naar beste weten en zonder geweten. Met veel pathos en veel mythos. Met „Kraft durch Freude” en antisemitisme.

De tijd was moeilijk geworden voor de Duitse burgerij. En „ten einde raad”, nam zij haar toevlucht tot het banditisme. Alle burgerlijke partijen legaliseerden in 1933 de Hitlerse dictatuur, toen zij in het parlement achter de „Ermachtigungsgesetze” der nazi’s stonden; slechts de SPD weigerde haar stem hieraan te geven.

Compromisloos en consequent met een niets ontziende, verkwikkende eerlijkheid onthult Niekisch de achtergronden van de massale „gelijkschakeling”, van de terreur, van de anti-geest, gepropageerd door de „geestelijke élite”, van de propaganda en het academische leven, van de mentaliteit der Duitse onderdanen en de Duitse schuld.

Ernst Niekisch heeft met zijn in 1931 verschenen hoek „Hitler – ein deutsches Verhangnis” Duitsland en de wereld gewaarschuwd. Men heeft niet naar hem geluisterd. Wéér hoort er moed toe, om te waarschuwen. (Moed van auteur en uitgever!) In de jaren dertig was de Duitse burger slechts van het verlangen naar restauratie van de burgerlijke „orde” vervuld; dit verlangen dreef Duitsland in de armen van het Hitlerisme. De lage demonen behaalden de (Vervolg op pag. 6)