is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 52, 1954, no 1, 02-01-1954

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

BRIEFWISSELING

Geachte Redactie,

Mag ik Korzelige Kes langs deze weg enkele inlichtingen geven naar aanleiding van zijn critische opmerkingen en vragen aan Het Vrije Volk in uw nummer van 19 December? Het is niet mijn bedoeling met hem op de degen te gaan of tegenover een Korzelige Kes een Korzeiige Klaas te zetten. Ik wil bij de gevallen, door hem critiek genoemd, slechts enige toelichtende noten plaatsen. Hij mag, na lezing daarvan zijn critiek onverkort handhaven, wat mij betreft.

Met zijn critiek op het bericht over de arrestatie van een bekend schrijver raakt Korzelige Kes twee gevoelige plekken in de journalistiek tegelijk: de keuze van nieuws dat wel en dat niet voor publicatie in aanmerking komt en de vraag wanneer iemand met zijn volle naam, alleen met zijn voorletters of helemaal niet moet worden genoemd. De antwoorden op deze vragen behoren tot de moeiiijkste beslissingen. Een vaste regel zonder vele uitzonderingen is niet te geven. Korzelige Kes leze er achtereenvolgens het rapport „Politie, Justitie, Pers” van de commissie-van Bemmelen en het critische artikel, dat de adjunct-hoofdredacteur van Het Vrije Volk, dr. Van Veen, aan dat rapport in het Tijdschrift voor Strafrecht heeft gewijd, op na. Deze beide geschriften zijn onderwerpen van een uitvoerige bespreking geweest in een onlangs gehouden vergadering van de sectie hoofdredacteuren der Federatie van Nederlandse Journalisten. Daar bleek hoe moeilijk deze materie is. De enige algemene regel is, dat nieuws gepubliceerd moet worden. Dat is veel belangrijker dan de meeste mensen zich voorstellen. Maar er zijn uitzonderingen en daar zitten de voetangels en klemmen.

In het geval van de arrestatie heeft de redactie van Het Vrije Volk beslist, dat het bericht voor publicatie in aanmerking kwam en dat de vermelding van de naam voluit gerechtvaardigd was omdat de aankomst van de bekende schrijver van te voren publiek bekend was gemaakt en de arrestatie in het publiek geschiedde. (Wat ik geen fraaie manier van doen vind, maar daar kon de pers niets aan doen). Het zou zinloos zijn alleen de voorletters te vermelden en dwaas om van een bekend schrijver zonder meer te spreken. De toevoeging omtrent de reden van de arrestatie is gegeven omdat de vermoedens van vele lezers waarschijnlijk en ten onrechte in de richting van een politieke arrestatie zouden gaan.

Korzelige Kes geeft de voorkeur aan de „zeer gereserveerde berichtgeving” in de NRC. Ik ken uiteraard de opvattingen van mijn Rotterdamse vriend en collega en ik respecteer ze. Ik deel ze zelfs tot vrij grote hoogte. Maar ik verwerp de consequenties zonder uitzonderingen, die hij huldigt, omdat ook deze consequentie ad absurdum voert. De NRC heeft destijds in de geruchtmakende arre,statie en berechting van de voormalige burgemeester van Den Haag zich consequent gehouden aan de aanduiding: mr. V. burgemeester van ’sGravenhage. Dat gaat mij te ver. Ik probeer niet Korzelige Kes van de juistheid van mijn opvatting te overtuigen. Ik wil de zijne graag eerbiedigen, maar ik wil hem en de lezers van Tijd en Taak wel doen inzien, dat men in de journaiistiek niet zo achteloos en ruw mef de eer van mensen omspringt als het stukje van K. K. toch wel suggereert.

Slechts op eén punt, ditzelfde geval betreffende, moet ik mij met beslistheid tegen zijn opvatting keren, nl. daar waar hij schreef: „Ten overvloede heeft deze schrijver grote verdiensten t.o.v. het Nederlandse socialisme”. Meent Korzelige Kes werkelijk, dat bij het publiceren van politienieu\vs discriminatie moet worden toegepast ten voordele van geestverwanten? Dan moet hij nooit in aanmerking komen voor de functie van hoofdredacteur. K. K. critiseert in de tweede plaats de kop boven het verslag van het onderwijscongres te Utrecht: „Onderwijsmeeting hekelt op felle wijze het beleid van minister Cals.” Hij vindt dit unfair. Van wie? van de meeting, die het beleid van de minister fel hekelde? Of van Het Vrije Volk, dat dit constateerde? Het Vrije Volk heeft in het verslag en in de koppen uitsluitend het congres laten spreken. Het is zelf aan het woord geweest, niet in het verslag, niet in de koppen boven het verslag, maar in het hoofdartikel, dat K. K. citeert, naar het mij voorkomt met instemming.

Het is mij dan ook een raadsel, hoe K. K. ertoe komt een verschil, dat hij meent te zien tussen het verslag cn het hoofdartikel, te signaleren als een zwenking van de hoofdredactie. Er is zowel voor als na het congres een hoofdartikel geschreven. Als de hcofdredactie een zwenking heeft gemaakt, kan dat alleen blijken uit een vergelijking van deze beide hoofdartikelen. K. K.'vergelijke. Hoogachtend, K. VOSKUIL, Hoofdredacteur H.V.V. Ik dank pg. Voskuil voor toelichting en verweer. Wat het eerste geval betreft, komt het me voor dat zijn betoog zo al niet volstrekt overtuigt, dan toch wel te denken geeft.

Wat het tweede geval betreft, blijft m.i. zijn pleidooi steken in een formeel gelijk. Ter verduidelijking van wat ik bedoel, schrijf ik de kop over van HVV: „Onderwijzersmeeting hekelt op felle wijze het beleid van minister Cals.” In kleinere letters: „Een ramp voltrekt zich.” (30 XI;.

En nu Het Parool: „Duizenden demonstreerden in Utrecht tegen te grote klassen, tegen het tekort aan onderwijzers.” (30 XI).

En nu de NRC: „Dreigende chaos bij het onderwijs.” (30 XI). Ik wil maar zeggen: men kan door opschriften aan een congres heel verschillende bedoelingen toedichten. Meer wilde ik er nu niet over beweren. Overigens in alle vriendschap. Korzelige Kes.

KERK EN WERELD

I

„Onze plaats in een veranderende

plattelandssamenleving” Cursus voor plattelandsjongeren van 20 tot on-

geveer 30 jaar van Maandagmiddag 8 Februari tot Zaterdagmorgen 13 Februari 1954 in het Jeugdconferentiehuis „De Boerderij” op het Horstterrein. We hopen daar samen te zingen en te spelen, bezig te zijn met handenarbeid en sport, maar ook te luisteren en samen te spreken over alles wat op het ogenblik het platteland in beweging brengt. Uit het programma:

„De maatschappelijke verhoudingen op het platteland in verleden en heden”, door mej. dr. A. v. d. Torre (gevraagd); „Is er sprake van achteruitzetting van het platteland?”, door mr. C. Ph. Abbing; „Het leven in een Joodse kibboets” (landbouwnederzetting), door dhr en mevr. Asscher; „De taak van het gezin in de plattelandssamenleving”, door mevr. Wilzen—Bruins.

Leiding: mej. G. v. d. Akker en mr. C. Ph. Abbing. Deelnemersprijs: ƒ22.50 per persoon. Aanmeldingen te richten aan het Secretariaat van „Kerk en Wereld” te Driebergen met vermelding van beroep, geslacht en leeftijd. II „De Dorpssamenleving in beweging”

Onder dit thema zal van 6—B Februari 1954 een weekend voor plattelanders worden belegd in het „Eijkmanhuis” te Driebergen, uitgaande van „Kerk en Wereld" en de Commissie „Kerk en Platteland”. Onderwerpen:

„Welk proces is er gaande in het dorpsleven?”, door drs. P. de Jong, Dir. van het Sociologisch Instituut der Ned. Herv. Kerk; „Onze houding en onze plaats in dit proces”, door ir. D. S. Tuinman, Den Haag (gevr.); „Is er sprake van culturele en geestelijke achterstand van het platteland?”, door mr. C. Ph. Abbing.

Leiding: mr. O. Ph. Abbing en mej. G. v. d. Akker.

Deelnemersprijs: ƒ8.50 per persoon.

Aanmeldingen te richten aan het Secretariaat van „Kerk en Wereld” te Driebergen, onder vermelding van naani en leeftijd.

LEESTAFELNIEUWS

S. H. N. Gorter: „Voor de oude dag”, G. J. A. Ruys Uitg. Mij N.V., A’dam; 132 blz., geb. ƒ4.50.

Velen, vooral ouderen, kennen de schrijver, ds. S. H. N. Gorter, van zijn toespraken voor de VPRO in de rubriek: „Voor de oude dag”, die hij een viertal jaren verzorgd heeft. Het zal hun een vreugde zijn, hier een goede veertig van deze toespraken gebundeld te zien. Mij dunkt, dat iedere oude van dagen iets, nee, véél aan dit boekje hebben kan, om er zo nu en dan eens in te grasduinen en al peinzende tot de conclusie te komen dat ook ouden van dagen zegen om zich heen kunnen verspreiden en zich gezegend mogen weten. Het is verlucht met een paar goede reproducties van beroemde schilderijen en een afbeelding van een beeld van Rodin, waardoor de waarde van dit boekske nog verhoogd wordt.

Bij dezelfde uitgever verscheen:

A. J. van Leusen, Arts: „Een eigen wereld van geluk”; 148 blz., geb. ƒ4.90, met als ondertitel: „Een huisarts over moeilijkheden en mogelijkheden in het gezinsleven.”

Nee, lezer, ge behoeft niet bang te zijn, dat de schrijver u met geleerde psychologische termen te lijf gaat. Het is een prettig leesbaar en tegelijkertijd ernstig boekje, waarin dokter Van Leusen de ervaringen uit zijn jarenlange praktijk verwerkt heeft. Het heeft hem daarbij getroffen hoe vaak mensen, met de beste bedoelingen bezield, toch grote fouten maken in hun huwelijksleven en bij de opvoeding van hun kinderen, enkel door misverstand, onkunde, wanbegrip. Hij behandelt in een vijftiental hoofdstukken enkele veel voorkomende moeilijkheden op de hem eigen wijze, in een prettige, open sfeer.

Ook al zijn wij het niet overal voor de volle 100% met de schrijver eens, toch hebben wij grote waardering voor de wijze, waarop hij iaat zien hoe die

moeilijkheden al strijdende overwonnen kunnen worden en hoe, óók als er in een gezin tekorten zijn, de leden ervan toch gelukkige mensen kunnen zijn.

Ook voor dit nieuwe boek van dokter Van Leusen zal naar wij stellig verwachten grote belangstelling bestaan en terécht! Zéér aan te bevelen! Cor Bruijn. Simon en Johannes. G. F. Callenbach N.V. Nijkerk. Geb. ƒ5,40.

De auteur Cor Bruijn bezit enige benijdenswaardige eigenschappen: hij weet kleurrijk te vertellen; hij blaast zijn personen leven in; hij weet achtergronden voelbaar te maken, waar de dingen, die gebeuren, in stilte hun oorsprong hebben; hij kan ons ontroeren, de sentimentaliteit, waartoe hij somwijlen dicht nadert, toch door zijn zin voor humor ontwijkend.

Door deze eigenschappen blijven zijn boeken lezenswaard, ook die, waarin gedeelten voorkomen, waar de spanning, die lezers eigenlijk zo gaarne beleven, uit is. Dit boek bevat zulke vlakke gedeelten, waar door het lang uitrekken der handeling de spankracht verloren gaat. Het boek heeft echter een grote verdienste: de gebeurtenissen worden vanuit het gevoels- en gedachtenleven van een vijftienjarige jongen bekeken; slechts die dingen worden helder zichtbaar, die Simon, de jonge, gemakkelijk-opbruisende, maar oprechte puber met zijn nog onervaren blik kan doorzien. Wat hij niet volledig begrijpen kan, wordt niet nader toegelicht, al weten wij lezers, wij wijzeren wel, wat er gaande is. Als door een sluier zien wij bijv., waarom de band tussen de gevoelige, door verdriet gerijpte Johannes en zijn lichtzinnige vrouw, die op geld belust, hem telkens verlaat om in de grote stad haar eerbaarheid te verkopen, blijft voortbestaan. Simon, die de liefdeloosheid van deze Hendrika verachtelijk vindt (maar nochtans soms onder de bekoring van haar schoonheid komt) begrijpt dit van zijn oudere en wijzere vriend niet. Simon heeft óók genoeg met zich zelf te stellen; meisjes trekken hem aan en dan weer laat hij ze links liggen. Het boek eindigt zonder een klinkend slot. Simon gaat zijns weegs met zijn .onbestemde verwachtingen; hij wendt zich af van de meisjes, hij loopt te fluiten, hij heeft honger en verlangt naar zijn moeder en het warme avondprakje.

De meeste lezers verwachten meer: een sluitend eind, een hoogtepunt tot slot. Immers, zo redeneren ze, een schrijver schept niet alleen zijn personages, maar als een volleerd regisseur moet hij ze zo voor het voetlicht brengen, met, in spel en tegenspel, zulk een climax in zulk een belichting, in zulk een entourage, dat de toeschouwers meevibreren in één opstuwing naar de apotheose.

Hier, in dit boek, al vindt men de beste bladzijden kort voor het siot (de ziektegeschiedenis van Johannes), heerst een zekere gelijkmatigheid. Het is alles een episode uit het leven van een rijpende jongen, we ■ zien zijn gevoelig medeleven, zijn opstandigheid, zijn ontwakend liefdeleven te midden van de buurtgenoten, die aan de oevers van de Zaan woonden, enige tientallen jaren geleden. Zo moet men dit boekje lezen en genieten, als een brokje leven, een kleurig stukje, geknipt uit de levensfilm. En zo doet het denken aan sommige dier Italiaanse films, die ons midden in het bonte leven verjSlaatsen, zonder dat er sprake is van een intrige, die naar een ontknoping voert. L. W.—S.

BENTVELD NIEUWS

Ons voorjaarsprogamma van 1954 komt half Januari uit.

Wij willen vast aankondigen de cursussen die plaatsvinden in Januari:

23-24 Januari: Israël als volk tussen de volkeren. 1. Israël als politieke grootheid. (In het middenoosten en in de wereld), Jaakov Zutan. 2. Israëls godsdienstige gestalte, ds. F. Kuiper. Vertoond worden lichtbeelden van reizen door Israël door de heer L. A. A. Cohen, 30-31 Januari: De Angst. 1. Kan oerangst overwonnen worden?, dr. A. van Biemen.

2. De rol van de angst in het persoonlijke en sociale leven, dr. B. C. J. Lievegoed (gevr.). 3. Algemeen gesprek.

KALENDERNIEUWS

Verschenen is Kantekleer Dagkalender 1954 onder redactie van G. v. d. Akker, J. v. d. Akker—Janssen en mej. T. Tanssen. Ontwerp schild H. Doornekamp. Prijs ƒ 2.10.

Ditmaal met een kleiner, maar wel met een heel fleurig schild verscheen weer deze oude getrouwe, die we van harte aanbevelen voor uw huiskamer.

De goede raadgever, almanak voor drankbestrijding 1954. Redactie Sake Bouma, mw. Rothermundt. Prijs ƒ 0.25. Voor de 94e maal verscheen deze almanak, keurig uitgevoerd en met een schat aan waardevolle gegevens voor geheelonthouders. Red. secr.

Druk N.V. De Arbeiderspers Amsterdam