is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 52, 1954, no 5, 30-01-1954

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HET NEDERLANDSE SOCIALISME EN DE BUITENLANDSE POLITIEK

Onze eindredacteur heeft de laatste tijd nog al eens een critisch geluid laten horen ten opzichte van de EDO. Ik ben dankbaar, dat hij, één van de weinigen in de PvdA, dat deed. Als antimilitarist loopt men nu eenmaal het risico, dat de zakelijke argumenten, die men tegen de EDO inbrengt, genegeerd worden. Van Bomhoffs argumenten kan mep zich niet af maken door hem als antimilitarist te diskwalificeren, Toch deelt Bomhoff met professor Geyl het lot, door de beroepspolitici in de hoek te worden geduwd van de mensen, die van de buitenlandse politiek toch eigenlijk geen veretand hebben.

Bomhoff heeft m.i. terecht gewaarschuwd tegen een zekere bewustzijnsverenging in de Nederlandse socialistische beweging, Let wel, niet in de socialistische beweging in het algemeen, maar zeer bepaald in de Nederlandse socialistische beweging. In Frankrijk en Engeland is er van deze bewustzijnsverenging geen sprake, Daar is men ruimhartiger en weet men veel meer dan bij ons van nuanceringen, Wat de buitenlandse politiek betreft gaat ons Nederlandse socialisme hoe langer hoe meer lijden aan de dwangvoorstelling dat er bij belangrijke beslissingen maar twee mogelijkheden zijn. In vroeger jaren was het Dr. Abraham Kuyper, die zijn volgelingen onder deze dwangvoorstelling van slechts twee mogelijkheden bracht. Had hij de éne mogelijkheid als onaanvaardbaar aangewezen, dan bleef alleen de tweede mogelijkheid over. Van een „tertium datur” een derde mogelijkheid wist Kuyper vrijwel nooit. De woorden „want van tweeën één” waren voor Kuyper karakteristiek. Eén en ander hing samen met

zijn antithese-belijdenis. De AR-politiek is er in de loop der jaren door verstard. Ik krijg steeds meer het gevoel, dat het Nederlandse socialisme, wanneer de buitenlandse politiek aan de orde is en het dus gaat om onze verhouding tot Rusland en het communisme, op een analoge wijze onder de dwangvoorstelling van een antithesebelijdenis komt te zitten. Het merkwaardige is, dat juist degenen, die vroeger communist waren de communisten werken ook altijd met dat „want van tweeën één”, zij zitten ook onder de door mij bedoelde dwangvoorstelling onze beweging het meest onder de tirannie van deze dwangvoorstelling gebracht hebben en nog voortdurend brengen. In hun wijze van denken en redeneren zijn ze, ondanks hun breuk met communisme, niets veranderd

wie ook maar even anders denkt dan degenen, die de officiële richting van de partij aangeven, worden op een tamelijk vlotte wijze gediskwalificeerd. Van een genuanceerd denken is geen sprake Is men tegen de EDG, dan staat men aan de kant van Gerretson en Gerbrandy of behoort men bij de Duitse pacifisten van. het slag Memöller en Heinemann, zo men al niet wordt ingedeeld bij hen, die zich door de communisten in de luren laten leggen, Bomhoff zegt het fel: dan wordt men op de belt van de politieke verachting geworpen!

Ons Eerste-Kamerlid mr. Jonkman, die met de communisten en prof. Gerretson tegen de EDG stemde, zei, dat hij zich in de Eerste Kamer wat eenzaam voelde maar zich troostte met de gedachte dat hij in het parlement van één der andere landen heel wat minder eenzaam zou zijn

Ik weet wel, dat de meeste beroepspolitici de eenvormigheid van ons Nederlandse socialisme prefereren boven de veelvormigheid van de socialistische bewegingen in Engeland en Frankrijk, maar voor hen, die hóe langer hoe meer zuchten onder de eenvormigheid, is het een bemoediging en verkwikking, dat er in de socialistische bewegingen buiten onze grenzen een pluriformiteit bestaat, die voor serieuze en zakelijke discussie veel meer ruimte laat en bovendien de beste waarborg is tegen een verstarring, die ons in Nederland hoe langer hoe meer bedreigt.

Ik denk aan onze beschouwingen over Rusland.

Bomhoff zegt: de loodzware beslissing in zake de EHDG werd genomen, alsof er sinds de dood van Stalin niets gewijzigd is in de Russische politiek.

Is Bomhoff een fellow traveller? Sjmipathiseert hij toch heimelijk op de één of andere wijze met het communisme? Behoort hij misschien toch zonder het zelf te weten tot de intellectuelen, die zonder zakelijke kennis, uit louter idealisme, meer voor Rusland dan voor Amerika voelen?

Men weet wel beter.

Toch volgt Bomhoff het gebeuren in Rusland met een intense belangstelling en gelooft hij, dat er sinds de dood van Stalin een en ander in de Russische politiek veranderd is.

In de partij merk ik van zo’n intense belangstelling niet veel. Ook niet in de partijpers. De gangbare redenering is: Al die veranderingen hebben niets te betekenen, alles show, alles opportunisme, houd ze in de gaten, ze veranderen nooit!

Men redeneert op precies dezelfde wijze over Rusland en het communisme als waarop de tegenstanders van het socialisme jarenlang over het socialisme redeneerden: zonder enig besef van historische ontwikkeling, zonder enig gevoel voor nuancering. Soms krijg ik de indruk, dat men niet eens zou willen, dat er in Rusland iets veranderde. De Russen moeten blijven, die ze waren. En zij, die menen, dat er wel iets aan het veranderen is, zijn politieke stumperds.

Ik weet niet of mijn lezers kennis hebben genomen van de artikelen van Shapiro in de Nieuwe Rotterdammer over het Rusland na Stalin. Ik vind het merkwaardig, dat men artikelen van dit soort in onze Nederlandse socialistische pers niet vindt, artikelen, waarin met een grote kennis van zaken en met even grote voorzichtigheid geschreven wordt over de wijzigingen, die zich in Rusland voltrekken en die heus niet enkel show zijn en die al evenmin het resultaat van de bewapening van het Westen zijn.

Wij bekijken en beoordelen het gebeuren in Rusland op een doctrinaire wijze, zo op de wijze, waarop Groen van Prinsterer de Franse Revolutie en de geschiedenis na die revolutie bekeek en beoordeelde. De geschiedenis wordt gewrongen in bepaalde schema’s. Revolutie moet ongeloof zijn. Op een analoge wijze beoordelen wij de Russische geschiedenis. Het schort ons aan historisch besef. Het Engelse en het Franse socialisme is in dit opzicht veel minder doctrinair en daardoor bij alle bezwaren, die men er tegen hebben kan, veel boeiender dan het onze.

Dit zijn zo enige overpeinzingen van een socialist, die geen beroepspoliticus is, maar een dominee, die elke Zondag op de preekstoel staat en getuigt, dat God de God der geschiedenis is, en die daarom gelooft, dat de geschiedenis zich nooit ontwikkelt volgens de door ons uitgedachte schema’s en langs de door ons vastgestelde lijnen.

J. J. BUSKES Jr.

(Vervolg van pag. 5) één zorg: we moeten waken, dat er geen bijkomen.

Deze tactiek Is daarenboven defaitistisch m.a.w. men berust In de nederlaag. Men gaat uit van de overtuiging, dat bij samenspreken en samenwerken het politiek fatsoen het steeds verliest van het schaamteloos politiek onfatsoen.

Deze tactiek veronderstelt vervolgens, dat het communisme een bescheiden minderheid blijft. In Amerika, In Nederland kan men deze tactiek volgen. In Frankrijk, In Italië Is ze uitgesloten. Op het moment dat het communisme nog geen meerderheid, maar een aanzienlijke minderheid Is, moet men wegen tot gesprek en samenwerking zoeken, of men wil of niet, anders verlamt men volledig het burgerlijk verkeer en ondermijnt men de democratische practljk. Ten slotte, deze tactiek veronderstelt dat het communisme een on veranderlijke grootheid Is, dat het nooit ofte nimmer verandert en dat het ook niet kan veranderen en dat er dus maar één oplossing Is: ult-

roeien tot er de dood op volgt. Ik laat nu nog onbesproken, dat deze tactiek de socialisten voortdurend In het onaangenaam gezelschap brengt van bondgenoten, waarop ook wel een en ander Is aan te merken; dat deze tactiek socialisten dwingt personen, toestanden en maatregelen goed te praten en te verdedigen, omdat

ze door de communisten aangevallen worsocialistisch besef hen liever anders deed praten en ageren. liggen de kaarten en ik vraag me zelf af: kan het ook anders?

pleidooi voor een Volksfront, Het wil helemaal geen pleidooi zijn. Het is slechts een appèl aan het geweten en aan gezond verstand. Laat men het zo een waarschuwing om op de tekenen letten. Men zegt: er is in Moskou iets aan het veranderen. Ik weet Moskou iets verandert, er ook iets in Gortzak,

+ Ik wil maar zeggen: we moeten van deze gauw mogelijk af, als de omstanhet enigszins gedogen. Het moet telkens weer geprobeerd worden misskien toch met deze mensen te Op het ogenblik vormen zij een m de staat. Er wordt zoveel gepraat opheffing van grenzen of althans over soepel maken van de douanebepalingrenzen, binnen één

.. , * • anders gezegd: het is misschien een over eén communist die socialist tien Rommianen, die PvdA

Nogmaals; dit is geen pleidooi! Hier aarzelend gevraagd... j. g. B.