is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 52, 1954, no 8, 20-02-1954

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

niet zo’n „instelling”, die zeker In Zuid-Nederland tracht alles op zich te betrek' ken?

Ik zou door kunnen gaan met vragen. Een voordeel van een en ander Is ongetwijfeld dat dit rapport niet, gelijk het Bronnenboek, aanleiding geeft tot heftige verontwaardiging ten aanzien van felle uitspraken tegen de Kerk en de geestelijkheid Deze uitspraken zijn er nl. niet. Maar het blijft jammer, want nu blijven wij ongeïnformeerd omtrent één van de belangrijkste punten van het probleem van de massajeugd in Zuid-Nederland.

En, om nog even terug te komen op een aanmerking in de aanvang van dit artikel: wat zouden we graag juist van r.k. zijde eens een goed persoonsbeeld hebben gekre – gen van een protestantse jongen in een roomse streek. Ik weet wel: dat op zich zelf is geen massajeugd-kwestie. Maar het zou toch interessant geweest zijn om van bijv. enkele protestantse fabrieksjongens en meisjes in Eindhoven een en ander te weten dat ons via het intermediair van het Hoogveld'instituut werd medegedeeld. Te meer omdat de meeste van de enquêteurs toch wel heel goed getraind waren. Ook al is hun wetenschappelijke instelling ingebed in een bépaalde levens- en wereldbeschouwing, de observatie is vaak uitnemend geweest. En daarom te meer is het spijtig dat zij zich niet ook gericht hebben tot andersdenkenden. Althans niet volgens dit rapport.

In een slotartikel moge nog het een en ander volgen met betrekking tot de concrete adviezen, die aan het einde van het rapport worden gegeven. A. A. W.

kerkbode en zij zullen het onderwerp van menig gesprek gaan vormen op de dameskrans en op de jongelingsvereniging.

Herhaaldelijk zal de Partij van de Arbeid in de propaganda van onze tegenstanders dus weer worden voorgestelci als de voorvechtster voor een alles bedisselende en controlerende staat, die het particulier initiatief dat in de kapitalistische samenleving toch zo goed tot zijn recht komt in de vrijheid van het zelf doen, de nek zal omdraaien.

Onder aanvoering van de anti-revolutionnaire christen dr. A. Zeegers zal het weekblad „Burgerrecht” zijn hetze tegen de socialisten opnieuw beginnen en ergens in een hoekje zullen de Gerbrandy’s blijven zeuren over „onze Oost”, zo schandelijk verraden en verkocht door de Partij van de Arbeid.

Engelen dansen (fragment uit een schilderij van Sandra Botticelli)

Onder dit trommelvuur van verdachtmakingen en deze kanonnade van kennelijke laster zullen wij, als PvdA-christenen uit moeten breken, uit onze veilige stellingen (we vormen nu immers toch de grootste partij!) een uitbraak om de doorbraak opnieuw te doen voortgaan.

Kerkelijke hoogwaardigheidsbekleders zullen het hunne ertoe bijdragen om deze aanval te doen vastlopen, en godsdienstige (en economische) dwang zal trachten te verhinderen, dat politiek gelijkdenkende geloofsgenoten zich bij ons voegen.

Wat zullen wij tegenover dit alles kunnen stellen?

Wat zullen wij onze tegenstanders kunnen zeggen?

Tegenover de laster van „Burgerrecht” kunnen wij stellen het onlogenbare feit, dat financieel, economisch en sociaal in ons land vorderingen zijn gemaakt, die onder een conservatieve regering nimmer gemaakt zijn, vorderingen die socialistische

(Vervolg op pag. 6)

Door ’t leven sluipen vreemd-vijand’ge stonden. Als de angst buigt over in gespannen luist’ren.

Verwarde woorden nog den nacht verduist’ren Van de eigen afgrond, troosteloos bevonden.

De ziel des dichters schijnt geheim verbonden Met machten, die de menigte niet kluist’ren.

Verlangen groeit van ’t diepe donk’re fluist’ren Kaar zuiver licht en goddelijk verkonden.

O Heer! Gij weet, ik ben van goeden wille.

Duld niet, dat kerkerlucht verstikt mijn hopen. Laat mij niet zinken onder eigen slagen!

Wijl ik dit neerschrijf om mijn smart te stillen,

Is ’t of een engel schuift de grendels open. En kan ’k van louter glans al niet meer klagen.

JOSEPH VON EICHENDORF

in de vertaling van H. W. J. M. Keuls „Wegen en Wolken” deel IV van de Verzamelde gedichten, uitgave A. A. M. Stols, Den Haag.