is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 52, 1954, no 11, 13-03-1954

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het blad met ruggegraat blijkt het geheugen verloren te hebben!

Een andere interpretatie van het begrip „wij” is dat men hiervoor leest „wij, de protestante leden der Anti-Revolutionnaire Partij.” Ter verduidelijking had „Trouw” in dat geval dienen te vermelden „Wij, gereformeerden in de ARP”.

Want, de heer Tilanus heeft het juist dezer dagen nog eens op een vergadering zijner partij beklemtoond, wie gereformeerd is, is anti-revolutionnair en wie hervormd is, is christelijk-historisch! Al met al had een precisering hier veel duidelijk kunnen maken.

Er zit overigens in het gehele hoofdredactionele geschrijf een merkwaardige kronkeling.

„We moeten,” meent Trouw, „er de doorbraakmensen van overtuigen, dat christendom en socialisme onverenigbaar zijn. Van de staat van christenzijn van deze lieden blijven we af, doch een christen kan nooit lid zijn van een socialistische beweging, aangezien het een het ander uitsluit.”

Uit deze redenering valt dus af te leiden dat de doorbraak-christen door toe te treden tot een socialistische partij, ontrouw werd aan zijn christelijk beginsel, daarmee een daad verrichtend die niet alleen indruiste tegen zijn christelijke overtuiging, doch daarmee zelfs in flagrante strijd was.

Ware dit zo, dan heeft de doorbraakaanhanger dus het recht op de naam goedchristen door zijn desertie naar het andere, anti-christelijke (socialistische) kamp, verloren.

Het staat echter, en dat zij onze troost, niet de redactie van dit anti-revolutionnaire dagblad gegeven indirect een oordeel te vellen over het al dan niet goed christenzijn van medegelovigen.

Zoals het evenmin tot de competentie van dit blad behoort, uit te maken of geloofsgenoten niet overeenkomstig hun christelijke beginselen handelen als zij toetreden of verblijven in de socialistische Partij van de Arbeid, tenzij dit blad kan aantonen dat de Partij van de Arbeid in leven en streven, in handel en wandel antichristelijke doeleinden nastreeft of wenst na te streven.

Dit neemt niet weg dat „Trouw” de kern van de zaak dichter benadert dan dat zulks geschiedt in de demagogische redevoeringen van de heer Romme.

Het centrale in het doorbraakverschijnsel domineert in de vraag: kunnen christendom en socialisme samengaan? Utopische opmerkingen over het humanisme van de Partij van de Arbeid zetten geen zoden aan de dijk, daar het overgrote deel van het Nederlandse volk voor McCarthyaanse ketterjachten gelukkig te nuchter en te democratisch is.

Is het door ons beleden christendom in strijd met onze socialistische beginselen, ergo vormt onze wereldbeschouwing een tegenstelling tot onze maatschappijbeschouwing? In concreto: Worden bij de christenen in de Partij van de Arbeid geloof en politiek niet tot één harmonisch geheel? Contrasteren christendom en socialisme?

Het is de taak van het anti-revolutionnaire dagblad Trouw, én de taak van allen die de doorbraak op democratische wijze willen bestrijden, ons, uit de dagelijkse politiek die de Partij van de Arbeid voert en heeft gevoerd aan te tonen op welke gronden en bij welke gelegenheden het socialisme in strijd is gebleken met de (ook door de christenen in de Partij van de Arbeid aanvaarde) christelijke beginselen.

D. SCHEPS

The Glass Wall (De Glazen Muur). Met Vittorio Gassman

De stilte in de film

Dit eerste deel uit de twee korte films bevattende—„Crimes de I’amour”, geregisseerd door de filmcriticus Alexandre Astruc (naar een verhaal van Barbey d’Aurevilly) is als het ware een... kamerfilm. Denkt u maar aan „kamermuziek” of wat men in Duitsland „Kammerspiel” noemt, en u weet, wat ik ermee bedoel. In deze film „Le rideau cramoisi” speelt zich onder de oppervlakte van een rustig kleinburgerlijk leven een drama van hartstochtelijke romantiek tussen twee jonge mensen af. Het meisje een kind nog? een vrouw reeds? —, dochter van een bourgeois-gezin in een kleine plaats in het ïYankrijk van meer dan een eeuw geleden, geeft zich aan de officier, die in dit huis is ingekwartierd. De dood maakt een eind aan dit vuur, dat brandt, terwijl de ouders, zelfvoldaan en ijdel, hun leventje leven en geen ogen en geen oren hebben voor wat in hun huis gebeurt.

Dit stijlloze huis en zijn vier mensen: een realiteit. Twee verschillende realiteiten. En zij zijn allebei obsederend. Deze film kdn geen happy ending hebben. Het meisje sterft ’s nachts, wanneer zij in zijn slaapkamer is. En hij ontvlucht dit huis en deze plaats.

De vier personen spreken niet. De stilte spreekt in deze uitzonderlijke film. De ouders hebben elkaar niets te zeggen. Hun dochter, wonend in hetzelfde huis, heeft niets gemeen met hen. De arrogante jonge officier zit aan één tafel met hen. Geen woord verbindt hem met de anderen. Totdat het meisje zijn hand aanraakt. Totdat haar voet zijn voet zoekt. Totdat zij in zijn slaapkamer staat. Totdat zij alles vergeten. Totdat...? Ook hun liefde is zwijgend en verterend.

Hoe wordt de sfeer in dit huis opgeroepen? Monologiserend vertelt de officier een stuk uit zijn verleden, uit dit verleden, dat hij nimmer zal kunnen vergeten. En dan zien wij het gebeuren: de hand van het meisje,die die van de jongeman zoekt... de regen langs de ruiten (triestheid waaraan niet te ontkomen valt)... de oude klok met het enerverend-trage getiktak... de manier waarop de ouders eten... het wandtapijt in de fatale nacht, diabolisch dreigend de arabesken, kringetjes en figuren... en wij horen een enkel geluid: de kikkers voor het huis (ondraagbare zoelte)... het stompzinnige vioolspel van de vader, overgaand in orkestmuziek (heel even)... de officier kraakt noten (hij kijkt naar het meisje)...

Meesterlijk worden in deze film waarin de stilte zo functioneel is groeiend onbehagen en groeiende onrust uitgebeeld door details, die visueel en acoustisch zijn. Een verstikkende sfeer wordt gesuggereerd door voorwerpen, interieur, „gevangen” mensen en door een montage, waarbij zelfs traagheid beweging wordt.

De tekening in de film

Dat er tekenfilms zijn, die Walt Disney achter zich laten, wordt aangetoond door een bloemlezing van tien tekenfilmpjes, die in diverse Nederlandse bioscopen worden gedraaid. Zeker, Disney is technisch geperfectionneerd. Maar zijn kostbare films hebben steeds minder charme en echte oorspr onkelij kheid.

Deze „tien in één” doet ons kennis nemen van tekenfilms uit Frankrijk, die wél char-

mant en tot op zekere hoogte poëtisch zijn, van de Engelse film „Animated Genesis” („De schepping verbeeld”), een niet bijzonder boeiend geval, dat bijzonder pretentieus en „diepzinnig” is, van drie Tsjechische filmpjes, die tegenvallen, wanneer men aan enkele voorbeeldige poppenfilms van de Tsjechische regisseur Trnka denkt, en van een Russisch filmpje met een brave strekking (kinderen, voorzichtig in het verkeer I) en zonder enige oorspronkelijkheid.

Het hoogtepunt wordt door groteske Amerikaanse filmpjes gevormd, waarin wij „de befaamde bijziende mr. Magoo” en Gerald Mcßoing-Boing ontmoeten. Ook zij die van Amerikaanse cartoons en humor niet altijd houden, zullen zich kostelijk amuserend met 'de avonturen van Gerald Mcßoing-Boing en Mr. Magoo verrukt zijn van dit soort dwaasheden, die zich soms tot prachtige satire ontwikkelen.

...en een wereldstad in de film

Dat in speelfilms dikwijls van een wereldstad gebruik wordt gemaakt, zal iedere bioscoopbezoeker wel eens zijn opgevallen. New York bijv. heeft al vaak als coulisse moeten dienen. In „Naked City” hoort men wel eens beweren, is die wereldstad van essentiële betekenis geweest. Ik ben het met deze zienswijze niet eens. Zelfs in dit werk leek mij de stad niet meer dan een decor.

In „De glazen muur” („The glass wall”) van de Amerikaanse regisseur Maxwell Shane echter speelt New York mee. In deze stenen wereld holt en verschuilt zich en vindt voor een uur onderdak en wordt weer achtervolgd een mens. Een man, die niet terug wil naar Europa. In concentratiekampen heeft hij gezeten, lichamelijk en psychich is hij gewond, zijn gebolsjewiseerd vaderland Hongarije schuwt en verafschuwt hij. Hij heeft geen geldige papieren en Amerika laat hem niet binnen. Hij vlucht van de boot. Als hij hier niet mag blijven, verkiest hij de dood boven terugkeer naar Europa. Hij zoekt en vindt „de glazen muur”, het reusachtige gebouw van de UNO. Hij ziet veel deuren, borden „Rechten van de Mens”, „displaced persons”. Hij vlucht die kamer binnen .Hij schreeuwt het uit. Niemand luistert naar hem. Toevallig heeft hij eens een Amerikaanse soldaat geholpen. Deze man is zijn redding nu in deze uiterste nood.

„De glazen muur”, een film over het leven van een ontheemde, een enkele keer melodramatisch, aangrijpend echter al met al ook dank zij het goede gebruik dat de