is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 52, 1954, no 11, 13-03-1954

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

regisseur van de Italiaanse acteur Vittorio Gassman heeft gemaakt.

Het belangrijkste in deze film is echter, ik herhaal, de plaats die New York hier heeft gekregen. Deze wereldstad, waarin de mens en zeker de mens zonder macht en invloed!—ineenschrompelt tot niets, waarin de nachtelijke amusementswijk met zijn lichtreclames een demonisch grijzend gezicht heeft. Dit licht, deze bewegende reclame, deze schelle jazzmuziek (in deze film van bijzondere betekenis) contrasteren op beklemmende wijze met de rusteloze mens, die vreemd is hier en ongewenst.

De grote stad als vijand van de enkeling: een onderwerp van veel boeken, toneelstukken en films. Dat „De glazen muur” tot de meest belangrijke werken in dit genre’ behoort, wil ik niet beweren. 'Wel meen ik, dat de sociale strekking en het acteurschap van een wereldstad, deze film op een hoger niveau plaatsen. H. ’WIELEK

VARA-POLITIEK

Korzelige Kes heeft in uw blad van 13 Februari onder de kop „Ter zake” zich beziggehouden met de door mij gehouden radiorede op 'Woensdag 3 Februari j.l. Daar ik 14 dagen in het buitenland geweest ben, heb ik eerst na mijn terugkeer van het artikeltje kennis kunnen nemen.

Het is wel zeer duidelijk, dat de scribent niet de beschikking heeft gehad over mijn tekst, maar zich tevreden heeft gesteld met het weinig objectieve verslag in „Het Parool”. Als Korzelige Kes meent, dat ik er beter aan doe de goede naam van prof. "Van der Leeuw onbesproken te laten, ben ik het gaarne met hem eens, maar dit heb ik ook gedaan. 'Weliswaar tracht men de zaak te stellen alsof ik prof. "Van der Leeuw heb aangevallen en stort men reeds daarom de fiolen van zijn toorn over mijn hoofd uit, maar daarmede is nog allerminst de beschuldiging juist geworden. De zoon van prof. "Van der Leeuw, die eveneens uit de pers vernomen had, dat ik zijn vader ernstig zou hebben aangevallen, heeft gedaan wat Korzelige Kes heeft verzuimd, n.l. de tekst van mijn rede opgevraagd. Drs J. R V. d. Leeuw heeft mij toen het volgende geschreven:

„Voor de toezending van de tekst van uw rede d.d. 3 Februari j.l. dank ik u ten zeerste. Het was mij een bijzonder genoegen te constateren, dat de voorstelling van zaken, gegeven door een groot deel van de Nederlandse pers in het bijzonder waar het mijn vader, prof. Van der Leeuw, betrof wel zeer ver bezijden de waarheid was.”

Overigens zal zelfs Korzelige Kes wel begrijpen, dat men de geschiedenis van de omroep na de oorlog, die door de minister In de toelichting tot zijn wetsontwerp uitvoerig wordt behandeld, onzerzijds niet kan behandelen zonder de verantwoordelijke minister te noemen, ook al werd het beleid dan ook In alle opzichten gevoerd door prof. Schermerhorn.

Mag Ik mijnerzijds Korzelige Kes een raad geven? Hij doet wel verstandig niet alles wat gepubliceerd wordt als juist aan te nemen, want om Korzelige Kes te citeren: „Hij brandt zijn handen en verspeelt zijn reputatie”.

Hilversum, 8 Maart 1954. J. B. BROEKSZ,

Omroepsecr.

Naschrift.

De heer Broeksz heeft gelijk, dat hij mijn geschrijf rectificeert.

Ik blijf voorlopig verbluft: a) dat hij mijn andere critische opmerkingen

zelfs niet poogt te weerleggen, noch die van L. H. R. in hetzelfde nummer en op dezelfde bladzij.

b) dat hij zijn terechtzetting niet onmiddellijk aan „Het Parool” heeft toegezonden. Ik mocht toch menen, 9 dagen na een bericht, dat in heel de pers nog al wat deining veroorzaakt, en maar niet tegengesproken wordt, ook niet door b.v. „Het Vrije Volk”, dat het bericht wel betrouwbaar zou zijn.

c) dat hij in plaats van de desbetreffende passage uit zijn rede, een brieffragment publiceert, waarvan de bewijskracht nogal dubieus is.

KORZELIGE KES

LEESTAFELNIEUWS

Prof. dr. C. J. Bleeker: „Het geloof, waaruit wij leven”. Uitgeverij Bom N.V. te Assen, ƒ2,90, 94 blz. Prof. Bleeker wil in dit boekje voor zich zelf en voor anderen de wezenskern van het geloof formuleren, niet dogmatisch, hij wil het geloof in zijn eenvoud schetsen. Het boekje bevat drie delen: 1. geloof, 2. liefde, 3. hoop. Aan het einde komt een theologische verantwoording. Daaruit blijkt, dat de vertolking van de Bijbelse boodschap in dit boekje in vrijzinnige geest geschiedt.

Het boekje is eenvoudig en helder geschreven. Het zou goed zijn, wanneer orthodoxen en vrijzinnigen het eens samen begpraken. Het zal niemand verbazen, dat ik nog al eens een vraagteken plaatste. Over heel veel denk ik anders, al geloof ik niet, dat dit alleen te verklaren is uit het feit, dat ik naar ze zeggen orthodox ben. Als prof. Bleeker zegt, dat vrijzinnig zijn betekent, dat men in geloofsopzicht slechts die waarheid aanvaardt, waarop men in volle vrijheid des harten volmondig ja kan zeggen, dan weet ik niet meer waar het verschil tussen prof. Bleeker en mij ligt. Een „geloofscritische houding” tegenover de Bijbel aanvaard ik met hem. IVel ben ik er echter van overtuigd, dat het openbaringsbegrip van prof. Bleeker een ander is dan het mijne en dientengevolge ook zijn Christusbeschouwing. Is er tussen hindoe'isme en christendom om slechts één voorbeeld te noemen alleen een gradueel verschil in openbaring of is dat verschil principieel? Ik kan de vraag ook zo stellen: Moeten wij de hindoe’s rustig hindoe’s laten of moeten wij hun Christus prediken als de weg, de waarheid en het leven? Als ik dit boekje goed begrijp, moet prof. Bleeker niet veel voor de zending voelen. Voor mij is niet het christendom, maar wel de openbaring van God in Jezus Christus absoluut.

In dit verband vind ik het merkwaardig, dat prof. Bleeker weinig zegt over de opstanding van Jezus Christus en over de verzoening. Essentiële elementen van het Evangelie mis ik in zijn uiteenzettingen. Maar die mis ik toch niet in „Geloof en Openbaring” van prof. Heering en die is toch ook vrijzinnig. Zo zal dit boekje zowel vrijzinnigen als orthodoxen aan het denken zetten. Dat kan alleen maar heilzaam zijn.

Over de sociale aspecten van het geloof had ik graag iets meer gehoord. Op één van de voorpagina’s staat een motto of een opdracht in een taal, die ik niet ken. Ik vermoed, dat dit voor de meeste lezers zal gelden. Jammer, dat dit motto of deze opdracht niet vertaald werd.

Leon Krucskowskl; „De Duitsers”, Wereldbibliotheek, Amsterdam 1953, ƒ 2,25, 110 blz.

In een aantekening op blz. 109 zegt de redactie van de WB het nuttig te achten, te verklaren, dat zij dit toneelstuk van een hedendaags Pools schrijver beschouwt als een algemeen Ideeënstuk van vredestrekking, zonder politieke propaganda. De auteur heeft geen historische, maar zinnebeeldige gebeurtenissen willen uitbeelden. Men moet niet denken aan bepaalde acties, zoals die in ons land hebben plaatsgevonden. De redactie publiceert het stuk als werk van cultureel-literaire waarde, waarbij de alles beheersende vredesgedachte de uitgave ten volle rechtvaardigt.

Ik ben het met het laatste gedeelte van deze aantekening eens. Dit stuk zal het op het toneel zeker doen. Het is knap en boeiend geschreven, al vind ik de psychologie van de verschillende figuren niet de sterkste kant. Maar de auteur heeft naar mijn overtuiging wel degelijk historische gebeurtenissen willen uitbeelden. Door er zinnebeeldige gebeurtenissen van te maken kan de redactie zich distantiëren van de bekende vredesactie in ons land. Ik geloof niet, dat de schrijver haar daarvoor dankbaar zal zijn. Op blz. 99 blijkt duidelijk, dat het hem wel zeer bepaald om deze vredesactie te doen is. Ik kan mij ook niet voorstellen, dat een hedendaags Pools schrijver dit stuk gepubliceerd kon krijgen, indien het geen politieke strekking had. Men moet zo’n stuk accepteren naar de bedoeling van de schrijver, ook al aanvaardt men persoonlijk wel zijn algemene ideeën, maar niet zijn politieke propaganda. J. J. B. jr.

5e verantwoording van girobetalingen voor geschenkabonnementen op Tijd en Taak, J. W. te A., J. V. te N., B. O. te Z., mej. T. M. B. te A., allen ƒs,—. In totaal nu ontvangen ƒ 297,40. red.-secr.

JEUGDLECTUUR

Marie Boddaert: Boswitha, een verhaal uit de dertiende eeuw, uitgave Kluitman, Alkmaar in de Sneeuwbalserie, 288 blz. ƒ3,50, 7e druk 1953. Met 4 gekleurde platen van B. en J. Midderich—Bokhorst.

Wie dit mooie boek in eigen meisjestijd las, zal biy wezen dat het herdrukt werd. Deze geschiedenis uit de riddertijd is vol romantiek, maar van het goede soort! De uitgave is minder mooi dan vroeger, maar de prijs is niet hoog. Een waardevol bezit voor meisjes van 13 jaar en ouder.

Annie M. G. Schmidt: Jip en Janneke. Met plaatjes van Fiep Westendorp. Uitgave Arbeiderspers, Amsterdam 1953, 88 blz., ƒ2,50.

Belevenissen in en om huis twee kleuters, in eenvoudige taal en met veel zwart-wit plaatjes. Een gezellig boekje voor 4, 5 en 6 jaar, eerst om uit voorgelezen te worden, later om zelf te lezen. Zeer aanbevolen!

Jessie Powell: Rani’s verrassing, een verhaal uit India, vrij vertaald uit het Engels, tekeningen van IngaU en

Diana Bartlett; Dickie’s geheim, een verhaal uit Guyana, vrij vertaald uit het Engels, tekeningen van Ingall, twee nieuwe uitgaven van het Zendingsbureau te Oegstgeest, elk met 24 blz., 10 gekleurde platen, ƒ 0,95.

„Deze boekjes willen bij de kleintjes een voedingsbodem voor de latere zendingsverhalen scheppen, door de kinderen alvast kennis te laten maken met kinderen uit andere landen, voor wie God ook zorgen wil,” schrijft de uitgever.

Het zijn aardige verhaaltjes, fleurig uitgegeven en zeer laag in prijs. Op de vele gekleurde platen, tien in elk boekje is veel te zien en ze sluiten goed aan bij de tekst, maar ze zijn wat zoetelijk. De tekst is goed, maar niet altijd verzorgd genoeg m.i. ■Van harte aanbevolen voor gezin en ook voor Zondagsschool en bijbelverteluur voor 4—7-jarigen.

Gerti Egg: Deta en haar dieren, vertaald door Til Brugman, omslag en platen van prof. N. von Bresslern-Roth, uitgave Van Goor, Den Haag, 200 blz., ƒ4,95.

Een verhaal over een directeur van een Zwitserse dierentuin en de 14-jarige Deta, die zijn assistente mag zijn. De ups en downs van het leven in de tuin worden boeiend beschreven: ziekte van dieren, personeelsmoeilijkheden, nieuwe aanwinsten, enz. De figuur van de directeur die grote invloed heeft op het jonge meisje is mooi uitgewerkt. Jammer en soms ook hinderlijk is de bijwijlen sentimentele toon en de ook dikwijls hoogdravende taal. Toch een interessant boek met vele geslaagde illustraties voor die van dieren houden.

David Wechsler: Een nieuwe morgen. Ned. bewerking naar de Zwitserse uitgave en de gelijknamige film door A. Rutgers v. d. Loeff—Basenau. Uitgave Ploegsma, Amsterdam 1953, 114 blz., ƒ2,95. Een aangrüpend verhaal, spelend in het Pestalozzi-dorp in Zwitserland. Het ideaal van dat dorp van kinderen uit vele landen is: een samenleving in vrede van alle volkeren. Hoe zwaar de opgaaf is die men zich daar stelt, maar ook hoe waard om voor te leven, leren we begrepen uit dit boek. Het is boeiende, ontroerende lectuur voor jonge mensen, zeer geschikt voor club en kamp om te lezen en te bespreken. De vorm van het verhaal acht Ik minder geslaagd: het is m(j te fragmentarisch. Het is als een film die te vluchtig ernstige problemen wil behandelen. Jammer ook dat het boek sporen draagt van haastwerk. Om de bijzondere inhoud warm aanbevolen. Het is keurig uitgegeven, het heeft 7 foto-illustraties uit de film en het Is spotgoedkoop voor wat het biedt.

Ans van Breda: Het meisje José, geïllustreerd door Hans Borrebach, uitgave Kluitman, Alkmaar, 159 blz., ƒ 4,50.

Een modern boek voor oudere meisjes, waarin heel veel gebeurt, maar dat toch niet bevredigt, omdat de romantiek, die rykelijk aanwezig is, net een tikkeltje vals is, waardoor het boek onbenullig is, ondanks de spanning die er ongetwijfeld in het verhaal zit.

A. Rutgers van der Loeff—Basenau: Vader, de kinderen en ik. Met illustraties van Ch. Icke, uit-

gave Strengholt, Amsterdam, 214 blz., ƒ5,15, Ing. ƒ 6,90 geb.

Een boek dat vertelt over de doodgewone dingen in een gezin met jonge kinderen, in het eerste jaar van de tweede wereldoorlog. Omdat die alledaagse belevenissen beschreven zijn door een moeder die tijd heeft voor haar kinderen, die een levenskunstenares is én die schrijven kan, werd het een boek dat een mens opvrolijkt en de lezer helpt om in eigen omgeving meer oog te krijgen voor de vreugden van alledag. Een gezellig boek om te lezen en voor te lezen.

R. B.—V. R.

Druk N.V. De Arbeiderspers Amsterdam