is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 52, 1954, no 15, 10-04-1954

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

posities en de oude voorrechten. Men wil zeker humaan zijn, maar binnen de perken van een door klassen- en standenafscheidingen gekenmerkte samenleving. Typisch rooms-katholiek gezegd: men wil terug naar het ideaal, de middeleeuwse standenmaatschappij; en probeert hardnekkig en niet zonder succes dit ideaal aan de moderne in verandering zich bevindende maatschappij op te drukken.

Deze economische en sociale machtsgroepen hebben langs ons onbekende wegen hun invloed op het Vaticaan weten te versterken. Tot omstreeks 1947 blijkt het Vaticaan open, zelfs naar Rusland en het Europese communisme, daarna volgt een vrij bruuske ommezwaai en oriëntatie op de economische machtsgroepen van rechts. Zo in Duitsland, zo in Amerika, zo in Frankrijk, zo in Italië.

Anderen beweren dat het Vaticaan de omslag in de sociale en politieke verhoudingen fijn voorvoeld heeft en zich op de conservatieve machtsgroepen heeft georiënteerd. Hoe het zij: de rechtse koers is een feit.

In Amerika houdt de geestelijkheid McCarthy de hand boven het hoofd, in Duitsland oefenen notoire nazi’s van rooms-katholieken huize hun invloed op de buitenlandse politiek, in Italië strijdt de katholieke actie zowel tegen de communisten en socialisten, als tegen de arbeidersbeweging in haar geheel en bovendien tegen iedere vorm van sociale hervormingen, tegen een verdeling van het grootgrondbezit voorop.

De Spaanse invloed op het Vaticaan schijnt daarnaast sterk toegenomen. Ook deze invloed is echter van stoer conservatieven, beter van extreem-reactionnairen huize. Franco’s bekleding met de orde van Christus is daarvan een duidelijk teken.

Blijkbaar is het Rome niet gelukt een tussenweg te vinden tussen Moskou en de reactie. De eerste afwijzend is zij de laatste al dan niet vrijwillig in de armen gevallen.

Jezus in het huis van Martha en Maria – Vermeer (1632-1675)

Sociaal modernisme

Het gezwel is opengebarsten in Frankrijk. Frankrijk is de eeuwen door een enfant terrible in het wereldwijde katholieke gezin geweest. Het waren Franse geestelijken én leken de laatsten in de eerste plaats die in de 19e en de 20e eeuw rebelleerden. Men was diep verontrust door het godsdienstig verschralingsproces en de onkerkelijkheid van een in naam roomskatholiek land. Eén naam, nog heden met eerbied genoemd, moge voor vele staan: Léon Bloy.

Zij wilden het geloven, het christen-zijn, het-tot-de-Kerk-behoren weer tot een levende werkelijkheid maken. Op deze weg ontdekten zij van hoe grote invloed de sociale scheidingen en tegenstellingen waren. De Kerk is de kerk van de kleine burgerij en het toneel waarop de rijke burgerij van tijd tot tijd in de openbaarheid treedt doop, huwelijk, etc. De onterfden voelen er zich niet thuis: de Kerk heeft hen losgelaten.

EJen hervormingsstreven breekt zich baan: geestelijk het personalisme, sociaal een bestrijding van he)t kapitalisme. De hoge geestelijkheid staat erachter. Soms zelfs aan het front. Billijkte kardinaal Suhard niet een belangrijke staking? De ordens-geestelijkheid. Dominicanen voorop, zet zich aan de studie en publiceert onthullende en ontstellende feiten. Politiek slaagt dit streven er niet in vorm en gestalte te krijgen.

De MRP, na de oorlog uit het verzet geboren, krijgt sociaal onvoldoende profiel.

De socialisten zijn te star en te dogmatisch anti-clericaal om aanvaardbaar te zijn. Is het een wonder, dat geestelijken en intellectuele leken sympathiek tegenover het Franse communisme staan, als enige verdediger van „de arbeiders”?

Alle „rechtsstaande” krachten ballen zich samen en oefenen druk uit op het Vaticaan. De eerste afremming vindt plaats in 1950 met de encycliek „Humani Generis”. Scherp worden de moderne wijsgerige stromingen afgewezen, scherp ook de sociale filosofieën

Het Jezuïeten-seminarie te Foumères wordt gezuiverd, pater Lubac tot de orde geroepen. Hij doet boete met een boek over Maria. Tegen de Dominicanen wordt nog feller opgetreden en niet alleen in Frankrijk. Zij waren te open van geest, onderscheidden zich te duidelijk van het reactionnaire deel van de clerus, met name van de uit Italië afkomstige. Yves Congar wordt zeer aangevochten vanwege zijn boek „Jalons pour une théologie de Laïcat”, Richtlijnen voor een theologie van het lekenambt

Twee gevaren blijkt Rome met één slag te willen overwinnen: die van een groeiende bewustwording der leken en hun dientengevolge toenemende invloed op de gang van zaken in de Kerk, én het door invloedrijke kringen gehate sociale reformisme. Blijkbaar heeft men nu een noemer gevonden om dit alles te verdoemen en te bestrijden: „het sociaal modernisme”. De „Osservatore Romano”, officiële spreekbuis van het Vaticaan, stelt het ongeveer aldus: 50 jaar geleden was Frankrijk de bakermat

het leerstellige thans is inspiratrice van een sociaal modernisdeze term „modernisme” maakt 6en sociale hervormingsbeweging tot leerstellig punt, waarbij de term de gevoeligheden prikkelt, en stelt er als antwoord het „neen” van de traditionele katholieke houding tegenover. De Kerk de zorg voor het eeuwig heil; het bedisselen der aardse zaken laat zij over wereldse machtsgroepen, die dat geloof wel goed zullen doen. citaat ten bewijze. Kardinaal Saliège, aartsbisschop van Toulouse, spreekt zijn diocesane priesters toe en zegt onder andere: „Ik kan me vergissen, en dat zou eerste keer niet zijn, maar rny schijnt onder de katholieke leken zelfs onder een deel der geestelijkheid protestantse wind waait.” Het moeite de dwalenden op het goede spoor terug te brengen (1954). Dit remmen terugdringen geschiedt niet alleen in Frankrijk. Ook elders, zo bijvoorbeeld in Duitsland, worden Jezuïeten en Dominicaketting gehouden. Professor Oswald von Nell Breuning S.J., een van de bekendste medewerkers Quadragesimo Anno, moet volgens Duitse informaties voorzichtigheid betrachten in zijn uitlatinfelle, knappe en radicale Eberhard Welty, een Dominicaan, schijnt het nog zwaarder te hebben,

clerus moet bewust of onbewust de bestaande, liever nog de af stervende maatschappelijke orde ondersteunen en verdedigen!

(Vervolg op pag. 6)