is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 52, 1954, no 15, 10-04-1954

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Charlie Chaplin... 65 jaar

op 16 April 1954

Waarom is Chaplin de enige van de oude filmgarde, wiens populariteit gedurende 30 jaar niet kleiner, maar groter is geworden? Omdat hij belangrijk is niet dank zij een of andere grillige mode, waardoor hij plotseling in de smaak viel, om even plotseling uitgerangeerd te zijn. Hij is zo groot, omdat hij... zo kiein is, deze eeuwige zwerver zonder zekerheid, doch met levenswil en hoop. Het slachtoffer van de omstandigheden en de onverschilligheid der velen is hij, die het telkens weer zo goed meent met de anderen, die hem letterlijk en figuurlijk in de kou laten staan. Hij strijdt voor menselijke waardigheid op zijn manier. Deze „Charlie” is zijn creatie... deze Charlie met zijn bolhoed, zijn stokje en puntschoenen, die, het kan zo gek niet lopen, de benen moet nemen. Hij holt en vlucht en snapt het niet.

Maar de massa de „onontwikkelden” én de „intellectueien”, in Europa, in Amerika en zelfs in Azië snappen wel, wat-ie bedoelt. Alhoewel hij in zijn beste films zo onnadrukkelijk en zo sober mogelijk is. Belangrijk Is Charlie Chaplin dus als acteur gebleven, die als zodanig een heel aparte en unieke plaats in de wereld van de cinematografie inneemt. De onheldhaftige held is hij, die ons doet lachen. Achter zijn humor staat de tragiek, zoals de humor van veel Joodse grappen niet kan worden gezien zonder de tragische achtergrond. Chaplin wordt teleurgesteld en belachelijk gemaakt, eenzaam blijft hij achter. Hij valt. En staat op. En lacht. En wij lachen met hem. Wij glimlachen al, wanneer wij zijn naam horen, ’t Is een vertederde glimlach, verwarmend en goed...

Heel vaak realiseren wij ons hierbij echter niet, dat de grootheid van deze Chaplin niet alleen op zijn acteurschap een typisch /ilmacteurschap overigens! berust. Hij is „ook” regisseur, zijn eigen regisseur, die de meest suggestieve effecten soms met de meest eenvoudige filmmiddelen bereikt.

Wie denkt niet aan zijn preek over David en Goliath in „De nieuwe dominee”, wie niet aan de „dans der broodjes” en het koken van de schoenen in „Goldrush”? Welke functionele rol vervullen in zijn films een handschoen en het stokje, een muziekinstrument, een machine, het uit een luidspreker galmende geluid, een globe! Hoe vaak wordt een Chaplin-tafereel zinnebeeld. En ook zijn symbolisme wordt niet duister-ondoorgrondelijk. Het blijft kinderlijk eenvoudig.

De regisseur Chaplin kent het medium film, en hij kan het aan als een meester.

Hij weet meestal ook, hoe hij die man Chaplin, dit andere merkwaardige medium, in de film kan plaatsen.

Charlie Chaplin bemint vrijheid en onafhankelijkheid. De enige kunstenaar in de filmwereld, die van geldgevers, geldleners en aandeelhouders onafhankelijk is gebleven, is deze man, die in de loop der jaren zo rijk is geworden, dat hij zijn eigen films kan financieren. Men doet er goed aan, dit feit niet buiten beschouwing te laten. Chaplin beschikt dus in tegensteliing tot het gros der cineasten over de vrijheid, die voor de kunstenaar even nodig is als de lucht en het brood. Hij heeft daarom Amerika verlaten. Hij wil in Europa wonen en werken. In West-Europa.

Millionnair is hij geworden. Rusteloos in hij gebleven. Vijf en zestig jaar geleden werd hij „ergens in Europa” (in Fontainebleau of in een Londense armoebuurt?), als kind van kermisartisten geboren. Hij heeft zijn vader niet gekend. Hij leerde al spoedig kou en honger en het werk in fabrieken kennen. De indrukken, als kind opgedaan, zou hij nimmer vergeten. Toen ook de film nog kermiskind was, een veertig jaar geleden, werd de jonge Chapman ontdekt. Sindsdien zijn er 85 films met „Chaplin” gemaakt. Sindsdien is hij vooral —■ „Charlie” geworden. Charlie, die, zijn schouders ophalend, altijd weer de wereld intrekt, een kind, dat de wereld niet begrijpt, een mens alléén, ontgoocheld dikwijls, verbitterd haast nooit, en nóóit van haat vervuld.

„Nooit wordt er lets nieuws verteld... altijd wordt er lets nieuw verteld,” deze woorden heb ik ergens gelezen, en zij zijn me bij gebleven. Altijd heeft de mensheid met dezelfde grote problemen, met dezelfde rampen maatschappelijk en individueel geworsteld; véél is hierin niet veranderd. De taak van de kunstenaar, het altijd weer zó te vertellen, dat het nieuw wordt. Nieuw als een zonnebloem, gezien door Vincent van Gogh... nieuw als een tehuis voor daklozen, gezien door Maxim Gorki... nieuw als de kleine mens met zijn grote liefdevolle humor, gezien door Charlie Chaplin... Merkwaardig: deze drie namen naast elkaar namen van drie zwervers, wier werk de cultuur van onze eeuw mede heeft bepaald. H. WIELEK

Uit de film „Moderne tijden”

De christelijke politieke partijen, de christelijke maatschappelijke en culturele organisaties zijn voorzien van een vals etiket. Ten onrechte voeren zij een christelijk vaandel, ten onrechte suggereren zij organisaties van en voor gelovigen te kunnen zijn.

Niet de Partij van de Arbeid, doch de doorbraak zal deze organisaties aantasten. Niet het geloof, het christelijk geloof, wordt gesteund door het stemmen op een confessionele politieke partij. Niet het stemmen op zo’n partij bepaalt de graad van christen zijn. Niet het doen van een politieke keuze geeft de waarde aan van de christen.

Als christen aan politiek doen wil niet anders zeggen dan strijden voor een rechtvaardige maatschappij, waarin de gevolgen van zonde en on-christelijke deugden zoveel mogelijk worden uitgebannen. Voor de doorbraak-christen betekent dit aan socialistische politiek doen! D. SCHEPS

Juin, Molotow en Dulles

De titel van dit stuk zou ook kunnen luiden: brutaal, te traag en tegen zich zelf gekeerd. De drie genoemde heren hebben in de afgelopen week allen gezorgd voor opzienbarend nieuws. Opzienbarend vooral door het in menig opzicht onmogelijke van hun optreden.

Laten wij dicht bij huis beginnen. Maarschaik Juin, de allerhoogste officier in de Franse strijdmacht en één der machtigen in het Navo-commando, heeft gekregen wat hij wilde hebben, nl. ontslag uit beide hoge functies. De aanleiding daartoe is de rede geweest, die de maarschalk tegen de EDG heeft afgestoken. Het was niet de eerste keer, dat Juin zich te buiten is gegaan aan politieke activiteit, die indruiste tegen de plannen van de Franse regering. Hij heeft al een lange reeks enormiteiten op zijn naam staan, waarvoor hij steeds een berisping in ontvangst heeft moeten nemen. Toen hij kort geleden de moeilijke Franse

politiek ten aanzien van de EDG onder het mes had genomen, wachtte hem waarschijnlijk opnieuw een standje.

De minister-president heeft hem enige keren ontboden om het in ontvangst te nemen, maar wie er verscheen, geen maarschalk Juin. Dit feit, dus de ongehoorzaamheid van een der hoogste dienaren van de staat, is waarschijnlijk de directe reden geweest van zijn ontslag. Een ontslag, dat terecht werd gegeven, omdat nu eenmaal de opperbevelhebber van het leger niet de hoogste macht in het land mag worden.

Uiterst rechts heeft de maarschalk met open armen ontvangen. Juin schaart zich thans achter de Gaulle in de strijd tegen de EDG, de Amerikaanse invloed enz. Het is niet onwaarschijnlijk, dat er nog vele politieke moeilijkheden zullen volgen. De eerste relletjes hebben reeds plaatsgevonden. Overigens zal het ontslag op het gewone Franse publiek weinig indruk hebben gemaakt.