is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 52, 1954, no 16, 17-04-1954

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

BENTVELD-NIEUWS

Verslag weekeinde „Problemen van Indonesië – Wereldproblemen”

Blijkbaar was niet iedereen, die kwam meedenken over de problemen van Indonesië, voldoende bekend met de manier van elkaar benaderen op Bentveld om overtuigd te zijn van de goede afloop. Daarom deed ons allen zo goed de bekentenis van onze inleidster mej. Fanggidaej, dat zij een beetje bang was geweest, dat de band tussen haar en ons land, die toch al veel geleden had, door een te openhartig gesprek nog meer zou worden geschaad, maar dat zij in de loop van het weekeind een bevrijd en dankbaar gevoel had gekregen, dat wij hier in kameraadschap samen bezig waren geweest, ons in te denken in de vraagstukken, die de ontwikkeling van dit Aziatische land tot een vrije en souvereine staat met zich brengt.

Was haar inleiding en het door de heer Urip Hartojo uiteengezette referaat van de door ziekte verhinderde heer Soeleiman nog wat aan de informatorische kant gebleven, de discussies, die zich daarna ontwikkelden, brachten niet alleen nuttige verheldering, maar gaven ook inzicht in de ontzagwekkende taken, waarvoor een zich hernieuwende volksgemeenschap in de huidige woeling zich gesteld ziet (zij moesten zelfs voortgezet worden na de Zondagmiddagfllms over dit warme en ruime land, die velen onzer deden terugverlangen).

Zo bekeken wij het onderwijs als een middel tot bevordering van het besef voor de eigen cultuur en de burgerzin, zo zagen wij de oeconomische positie van Indonesië te midden van zijn nabuurlanden, zo hielden wij ons (te weinig voor Bentveld?) bezig met het vraagstuk van de arbeidsverhoudingen, zo vroegen wij ons af, wat nu de basis en de richting van de Republiek was. De problemen van de Indische Nederlanders en van Irian werden niet omzeild; de strijd van Indonesië tegen tekorten op allerlei gebied kwam ons duidelijk voor ogen; over de vrije verhouding der godsdiensten hoorden wij blijde geluiden.

Dieper groeven wij met de vragen naar het patroon van de Indonesische samenleving. Zijn het onderlinge hulpbetoon in de Indonesische dorpen en de samenlevingsgewoonten in onze vroegere agrarische gemeenschappen oervormen van democratie en van gelijke constellatie? Moeten de daarmee tegelijk optredende autocratische verhoudingen in Indonesië gehandhaafd worden? Welke vorm van (Westerse?) democratie streeft men daar na?

Mede dank zij enkele fundamentele gedachten in de ochtendwijding van dr. v. Biemen (die afrekende met de Europese ~überlegenheit” en die de dienst der verzoening centraal stelde) werd ons duidelijk, hoe overal in de wereld geworsteld wordt met een nieuwe vormgeving van de kleine en de daaruit opgebouwde grotere gemeenschappen. De vraag bleef open, of er levensbeschouwingen zijn, die uit hun aard geen visie hebben op de tussenmenselijke verhoudingen; maar in elk geval werden wij er ons voor Indonesië en Nederland van bewust, dat wij elkaar wederzijds zouden kunnen en dus moeten helpen, van eigen inzicht en ervaring uit, tegelijk vrijmakend en bevruchtend met elkaar mee te denken. Laat ons. Westerlingen, niet te veel roemen op zakelijkheid en besluitvaardigheid, maar ook eens open_oog krijgen voor de waarde van het elkaar helpen in de kleine gemeenschap en van het samen worstelen om een beslissing zonder vlucht in de macht van de getalsmeerderheid.

De openheid van het gesprek, de plezierige sfeer en het onbeëindigd blijven van de gedachtenwisseling mogen redenen zijn voor Bentveld om deze ontmoeting tussen Indonesiërs en Nederlapders voort te zetten. W. B. M.

Discussie-verslag

Zondagavond, na afloop. „Zeg, maak jij een verslagje hiervan voor „Tijd en Taak”?”

Zeg dan maar eens „Neen!” Dus, „Ja” zeggen, maar dat betekent dan ook „wél doen.” Dat de consequentie van het „ja-zeggen” niet altijd even vlot getrokken wordt, hebben we in dit weekeinde ook eens overdacht en ik wist dus, dat als ik „ja” zei, ik vast zat aan een niet gemakkelijke taak, want het betrof hier een weekeinde, waarin een veelheid van gedachten is opgeworpen en waar vele verschillende problemen van meerdere kanten werden belicht.

Niettemin en dit dank zij de beide inleiders dr. De Graaf en dr. I. Gadourek kwamen twee hoofdstromingen wat duidelijker uit de grondverf. Ik zou ze hier willen aanduiden als een optimistische kijk en een pessimistische.

Dr. De Graaf ontleende aan de waar te nemen veranderingen een zonnige kijk op de binnenlandse

politiek van de Sowjet-Unie en daar, naar zijn mening de binnenlandse politiek de buitenlandse overheerst, was zijn visie op het geheel optimistisch. Hij ontwaarde tendenties, die wezen op een wat minder krampachtige verdrukking van de individualiteit, zoals: afschaffing van de Stalincultus, een culturele liberalisatie, de amnestieën, het prijsgeven van de methoden van de geheime politie aan de verachting van de bevolking, de vergroting van de productie van verbruiksgoederen, een nieuwe agrarische politiek, kortom allerlei wijzigingen, waaruit een voor westerse begrippen verbetering van de positie van de Russische mens zou kunnen voortvloeien.

Daartegenover stond de meer sombere en als ik eerlijk mag zijn naar mijn mening meer realistische kijk van dr. Gadourek op de problematiek, culminerend in de stelling: Er zijn geen positieve aanwijzingen voor een principiële verandering, waaruit voortvloeit, dat er dus sprake moet zijn van tijdelijke veranderingen, al of niet ingevoerd uit tactische overwegingen. Tijdens de levendige discussies, welke op de inleidingen volgden, werden tal van vragen opgeworpen, waaruit onder meer het verlangen naar een goede informatie, een kreet om vertrouwen, twijfel en zekerheid, objectivering en subjectivering opklonken. Discussies, waarin we beoordeelden en veroordeelden en... daarbij gelukkig onze eigen fouten niet vergaten. Evenzo moet ik vermelden de gedachtenwisselingen over democratie en de relativering daarvan. Kortom, het was een weekeinde, rijk aan ontmoetingen en waarde vol om het dagelijks ieven weer enigszins vernieuwd tegemoet te treden.

Mag ik in dit verslagje ook even twee onvolkomenheden naar mijn mening althans signaleren? Volgens mij is onvoldoende aandacht besteed aan de onbetwistbaar aanwezige controverse tussen woord en daad van het regiem in Rusland, alsmede aan de onwaarachtigheid in de methodiek van de centraal van Rusland uit geleide propaganda in Westerse landen, zoals die door de communisten bedreven wordt.

Het is hier niet de plaats om er nog eens uitvoerig op in te gaan, maar het waren m.i. punten, die aan de orde hadden moeten komen, omdat zij zoveel van onze houding verklaren.

Ten slotte zonder dr. De Graaf te kort te doen wil ik, neen, mag ik dit verslagje niet besluiten zonder even gewag te maken van mijn bewondering voor de figuur dr. Gadourek. Hier stond voor ons een man, wiens land en landgenoten lijden onder de opoffering van de mens aan een idee, dat zeker voor Tsjechosiowakije niet cultuur-eigen is. Een man, die zich dat lijden dag in dag uit bewust is en desondanks de kracht vond het probleem wetenschappelijk te benaderen en er rustig en beheerst over te discussiëren met ons... Wij, die zelfs niet konden komen tot een duidelijke uitspraak, waaruit hij dan voor zich en zijn landgenoten althans enige moréle steun zou hebben kunnen putten. Zeker, ik weet het, daarvoor waren wij niet bijeen, maar toch... N. A. D.

KORTEHEMMENNIEUWS

Weekend 27-28 Maart

Dit weekend vormde de afsluiting van het werk, gedaan gedurende de afgelopen wintermaanden in de verschillende groepen in Friesland en Groningen. Het onderwerp was deze keer „Samen op Weg” van Wilzen en Van Biemen.

De deelname was kleiner dan het vorige jaar, wat waarschijnlijk hieraan lag, dat mén over het algemeen het onderwerp minder aantrekkelijk vond. Op dit weekend echter bleek, dat onze besprekingen een betekenis hadden, die ver uitging boven het historisch overzicht van de afgelopen vijftig jaar ontmoeting tussen christendom en socialisme. Wel is het zo, zoals ds. Bakker opmerkte in zijn openingswoord, dat de historie ons het heden pas goed doet verstaan, maar het bleek, dat de deelnemers veel meer belangstelling hadden voor het heden en de toekomst dan voor het verleden. Dit kwam al tot uiting in de nabespreking op Zaterdagavond. Ds. Ruitenberg gaf een bondig, doch glashelder overzicht van de tijd tot aan de tweede wereldoorlog, waarin hij de nadrug legde op de kenmerken van het religieus-socialisme in die tijd (anti-sectarisme, het „geduldig zijn”, geen machtsvorming, maar orde-vorming) en de „knelpunten” (de godsdienst, de school, het militarisme, de democratie enz.), waarbij hij ten slotte tot de conclusie kwam, dat door het werken van het rel.-soc. het gelaat van de Nederlandse politiek een eigen stempel heeft gekregen. Bij de nabespreking, zoals gezegd, kwam men practisch alleen met vragen en opmerkingen over het heden en de toekomst. Het vraagstuk van

het militarisme nam, zoals te verwachten was, weer veel tijd in beslag. Na de sobere, maar indrukwekkende morgenwijding op Zondagmorgen, onder leiding van ds. Bakker, behandelde ds. R. het heden en de toekomst onder de titel: „Waar wij voor te vechten hebben”. Dit deed hij in een viertal punten:

1. de verwarring op godsdienstig gebied, 2. de verwarring op zedelijk gebied.

3. de wijziging van het socialisme, 4. de wijziging van het vormingswerk. Het was geen opwekkend" beeld, dat hij ons schilderde, maar het werkte zeer verhelderend. Voor vele dingen gingen ons de ogen open, en andere dingen, waarvan we ons vaag bewust waren, werden ons nu duidelijk.

De nabespreking, die ’s middags gehouden werd, was nu levendiger en algemener. O.a. kwam daarbij aan de orde het humanisme, vooral zoals dat tot uiting komt in het Humanistisch Verbond, en de confrontatie daarmee. Verder het probleem van de onkerkelijkheid en onze taak hiertegenover. Ten slotte werd door verschillende deelnemers de wenselijkheid uitgesproken, het werk in de plaatselijke groepen uit te breiden en in een vaster organisatorisch verband te brengen, waarbij we er echter zeer voor zullen moeten oppassen, dat de oude RSG niet weer herleeft. Ds. R. noemde de mogelijkheid, dat de AG weer over zal gaan tot het uitgeven van boekjes en brochures, zoals vroeger gebeurde, bijv. in de serie Rel.-Soc. vragen. Wanneer dit werkelijkheid wordt, dan betekent dit, voor mij althans, te zamen met de grotere activiteit van de plaatselijke groepen, dat wij met grotere kracht dan tot dusver in de na-oorlogse jaren, onze arbeid kunnen voortzetten.

Wij zijn dankbaar voor dit weekend, met de uit> muntende inleidingen van ds. Ruitenberg en de prettige leiding van ds. Bakker en mej. Gorter. En nu... Samen op weg. v.

HET EUROPEES FEDERALISME Weekend 24-25 April

Dat de Europese eenwording noodzakelijk is en dat wij die bovendien wiilen, is buiten kijf. Uitslagen en proefstemmingen, zoals die in Nederland en elders in West-Europa zijn gehouden, zouden niet mogelijk zijn, wanneer de principiële weerstanden bij de bevolking groot waren.

Wij, d.w.z. leden van de Beweging van Europese Federalisten en leden van de Arbeiders Gemeenschap der Woodbrookers, die deze zaken te zamen wensen te bespreken, zijn het over dit punt volkomen eens dat wij er verheugd over zijn dat het beginsel der Europese eenwording blijkbaar zo algemeen erkenning vindt. En toch vinden wij daarnaast, dat er óók een kanttekening naast die stemming van algemene waardering van het sturen naar Europese eenwording moet worden gezet. En wel deze: zijn alle aanhangers zich wel bewust van de ontzaglijke moeilijkheden, die overwonnen moeten worden en de weerstanden, die in de practijk blijken te bestaan?

Daarom hebben beide organisaties het nodig geoordeeld om de actieve werkers voor en de meelevende voorstanders van een Verenigd Europa eens te Kortehemmen, in het rustig gelegen tehuis van de Arbeiders Gemeenschap der Woodbrookers, bijeen te brengen om met elkaar twee der voornaamste facetten van het Europa-probleem gezamenlijk onder de loupe te nemen, het economische en het culturele aspect.

Wij hopen dan ook, dat het onderstaande programma aantrekkelijk genoeg zal blijken om niet alleen leden van de beide organiserende verenigingen, maar ook vele anderen daar buiten naar Kortehemmen te brengen, ten einde beter in staat te worden gesteld de Europa-gedachte in de breedst mogelijke kring uit te dragen.

Voor de Beweging van Europese Federalisten: S. Nijholt, voorz. Gew. Friesland BEF. Voor de AG der Woodbrookers: Mr. J. A. de Jong, secr. Noordelijke Commissie, algemeen bestuurslid.

Programma: Zaterdag: Opening 17.00 uur Het economisch aspect van het Europees Federalisme – H. G. Buiter ... 19.30 uur Zondag: Ochtendwijding 9.30 uur

Het cultureel aspect van het Europees . Federalisme – Dr. ir. W. C. Klein ... 10.45 uur Algemeen gesprek 14.30 uur Sluiting 17.30 uur Leiding mr. J. A. de Jong, mej. Sj. Gorter. Kosten naar keuze: ƒ4,- of ƒ4,50 per persoon; echtparen ƒ 7,- of ƒ 8,-.

Opgave verwachten wij graag vóór of uiterlljk op Dinsdag 20/4 aan de administratie van de AG der Woodbrookers, Kortehemmen, post Boombergum. Daarna volgen nadere mededelingen.

Dnik N.V. De Arbeiderspers Amsterdam