is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 52, 1954, no 19, 08-05-1954

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

op de belijdeniszondag van een Creools meisje komen de Hindoestaanse buurmeisjes feliciteren. En met die vriendelijke Indonesiërs krijgt niemand ruzie.

Conflicten zijn er opvallend weinig. Natuurlijk is er op allerlei punten wel een strijd om erkenning. Maar over het geheel genomen voltrekt deze strijd zich rustig en beheerst.

Geen in het oog lopende conflicten. Wél echter: een vaak nog volkomen langs elkaar heenleven. Hindoestanen en Indonesiërs hebben hun eigen taal, godsdienst en cultuur behouden. Vooral de taal brengt moeilijkheden mee bij het onderwijs. Hierover zullen we bij gelegenheid graag het een en ander vertellen.

De meeste Indonesiërs spreken wel Negerengels; de Hindoestanen bovendien ook wat Nederlands.

Aan de andere kant maakt die verschel?: denheid het leven hier ook zo ongemeen Interessant. Op de Mohammedaanse feestdagen Is een deel van de markt uitgestorven; op de Hlndoedagen een ander deel. Waar ligt de oorsprong van allerlei volksgebruiken? Waarom wordt een nieuw huls Ingewijd? Is dat Joods, rooms of Afrikaans? Het doet er weinig toe, want uit al die verschillende gebruiken ontstaat een eigen Surinaamse traditie, langzaam, maar onmiskenbaar.

Sommige groepen gaan snel op In het geheel. De Chinezen assimileren vrij snel. De vermenging van Creool en Chinees geldt mijns Inziens terecht als bijzonder geslaagd. Tussen andere groepen komt het contact langzamer tot stand. Toch worden er ook steeds meer huwelijken gesloten tussen Creolen en Indonesiërs. En er zijn aanwijzingen, dat dit contact In de toekomst sterker zal worden.

Vier werelddelen ontmoeten hier elkaar. Wanneer Ik een doopdlenst heb, moet Ik van te voren soms de namen Instuderen, om ze goed uit te spreken. Moet Ik Irene Engels of Nederlands uitspreken? Waar valt de klemtoon bij die Hindoestaanse naam?

„Je hebt de groeten van Elisabeth,” zegt mijn vrouw. Elisabeth is onze Pakistaanse marktvrouw. Ze was op een roomse school en bezocht een club van de Hernhutters. Maar ondanks haar christelijke voornaam is ze een trouw lid van de Islamietische vereniging. Wanneer er straks feestdag is, mag mijn vrouw naast haar zitten in haar „kerk”. Dan zal ze alles uitleggen.

„In October ga ik trouwen,” vertelt een Hindoechauffeur. „En ik ga mijnheer ook uitnodigen om te komen.”

J. A. V. d. MEIDEN

LEESTAFELNIEUWS

Eli Asser: Wegens sterfgeval gesloten; Theo M. Eerdmans: Moord en mooie handel, ABC-boeken. Uitgave De Arbeiderspers, A’dam 1953. 195 blz. en 233 blz. ƒ 1,25 p.d.

Twee oorspronkelijke Nederlandse detective-verhalen. Voor iemand, die met de Engelse en Amerikaanse lectuur enigszins vertrouwd is, komen ze niet boven het „wel aardig” uit. Het eerstgenoemde is veel te geestig geschreven en toont op alle bladzijden, dat de verteller het spel zelf niet ernstig opvat. Zo’n spottende toon is voor de spanning van het verhaal dodelijk. Bij kaarten moet je ook ernstig blijven onder het spel.

Het tweede is beter: het geeft de illusie alsof de schrijver het milieu, dat hij schildert, van binnenuit kent en dat levert altijd een voordeel op aan details, die het verhaal geloofwaardig maken. Ook hier echter is de toon veel te opgewekt. Ik vraag me af of het mogelijk is dat boeiende detectives in ons land spelen. Is ons Hollands klimaat er niet veel te nuchter voor? Misschien is het gezichtsbedrog, maar Parijs, Londen, New York lijken me plaatsen, waar misdaden makkelijker tot puzzles

worden dan in ons vlakke landje met zijn gemoedelijke politie.

Ten slotte, eigenlijk zijn geen van beide echte detective-verhalen, maar veeleer crime-stories. De lezer hoeft en kan niet meezoeken, omdat hem gegevens onthouden worden. Dus: „wel aardig, maar meer ook niet!” Voor de lichtzinnige liefhebbers.

Dr. W. P. Theunissen: Ikonen. Met een voorwoord van dr. C. H. W. Wendt. Met 7 gekleurde en 51 ongekleurde illustraties. Uitgave Servire, Den Haag. 2e druk 1953, 47 blz. tekst, ƒ 7,90.

Dit is een bijzonder mooi boek, dat alleen al om zijn prachtige platen zijn prijs meer dan waard is. Maar deze schilderkunst, welke iedereen, die enigermate moderne schilderkunst kan waarderen, onmiddellijk aanspreken moet, wint uiteraard veel bij deskundige verklaring. Deze wordt hier de lezer op zeer bevattelijke wijze, zonder gezwijmel, overvloedig geboden en zo wordt dit boek niet alleen een inleiding tot een heel aparte, en ik herhaal: tot een heel bevattelijke schoonheid, maar tevens wordt het getuigenis van de vroomheid dezer vaak anonieme schilders. Afzonderlijk dient dan nog vermeld als laatste aantrekkelijkheid van dit boek; het helpt ons iets beter te verstaan de geheel eigene, Russische vroomheid, zoals die vanuit Byzantium gevormd werd. Als zodanig is het een bijdrage tot de oecumenische gedachte. Kortom van harte aanbevolen.

J. G. B.

KORTE AANKONDIGING

Het mocht u misschien ontgaan, daarom wijzen wij u er even op:

Lede Baekelmans: De nuchtere minnaar. Serie Wereldboog nr. 37. Uitgave W. 8., A’dam. 2e druk 1954. ƒ2,25, voor abonné’s ƒ1,63. Dit boek bestaat uit een bundel verhalen van de bekende Antwerpse schrijver, ingeleid door Mamix Gijsen. De taal is wat vlak en slordig, maar de treffende waarneming, de getemperde deernis, soms ook de haast cynische spot maken dat dit boekje toch nog net boven het peil van leesvoer uitkomt, waarmee het gemeen heeft, dat het „plezant om te lezen is.

Herbert Jenkins: De avondclub Bindle. Serie ABCboeken no. 61 en 62. Vertaald uit het Engels door W. J. A. Roldanus jr. Uitgave De Arbeiderspers, Amsterdam 1953, 1954. 192 en 225 blz. Per stuk ƒ 1.25. Twee bundels met tamelijk platvoerse grappen, die toch wel amuseren, omdat ze zo leuk verteld worden met die typische Engelse ironie van het „understatement”. Goedkope vacantielectuur.

Rudolf Steinmetz: Zijne kleine majesteit. Uitgave A. J. G. Strengholt, A’dam, z.j. 1954, 191 blz. ƒ 5,90. Een moeilijk te plaatsen boek. Knap van compositie ja, maar moeizaam geschreven in een soms harkerige taal, ontsierd door germanismen, maar die ondanks alles „stijl” heeft. Het verhaal gaat over een ziekelijke jongens vriendschap in de kleffe atmosfeer van een internaat. Toch heeft het een toon van echtheid, waarbij het opvalt, dat de vertellers na zoveel jaren, dit weeë avontuur nog zo zwaar

opvatten. Mij ligt dit boek niet; ik wil het niemand aanraden, ben nochtans niet blind voor zijn kwaliteiten en voor de oprechtheid.

Olaf J. de Landell: Ave Eva. Corona-serie. Uitgave F. G. Kroonder, Bussum z.j. (1954), 256 blz. ƒ1,75.

De geforceerd-geestige stijl, de quEisi-vlotte conversatie kunnen niet ongedaan maken dat dit romannetje een combinatie is van Courts-Mahler en Cissy van Marxveld. Wie van deze auteurs houdt, zal ongetwijfeld ook van dit keurig uitgegeven boekje genieten.

Willem van lependaal: Lord Zeepsop; Polletje Piekhaar. Corona-serie. Uitgave P. G. Kroonder, Bussum z.j. (1954). 245 en 220 blz. ƒ1,75.

Beide boeken zijn herdrukken van de eerste romans van deze gewilde schrijver. Ze berusten op vertrouwde milieu-kennis van wat men in Nederland geboefte noemt en bewijzen ten overvloede de nooit bestreden stelling, dat de mens niet zo slecht is als hij eruit ziet. Op zijn manier strijdt Van lependaal om herstel der maatschappelijke orde, een herstel voor de vertrapten der aarde en voor andere edele doeleinden. Niet iedere lezer zal evenwel de opzettelijke romantiek en de zgn. geestigheid van de volksmond evenzeer kunnen genieten. Dan resten enige treffende bladzijden, een enkele geestige zet, die bewijzen wat Van lependaal zou kunnen, als hij het er eens niet zo dik oplegde.

Dr. G. J. Geers, G. P. de Ridder: Hedendaagse Spaanse poëzie. Uitgave P. Noordhoff N.V., Groningen 1953. 173 blz. ƒ 4,90, geb. ƒ 6,25. Een oorspronkelijke en prijzenswaardige idee is in dit boekje verwezenlijkt: twee Hispanologen hebben een verzameling aangelegd van wat eraan Spaanse moderne poëzie vertaald werd in het Nederlands: ze hebben die collectie nog wat aangevuld met eigen werk en er de Spaanse tekst bijgegeven. Ik heb van dit boekje genoten: de geur van een sterke, vreemde poëzie slaat je er in flarden uit tegemoet in allerlei, ook vaak gebrekkige vertalingen. Aanbevolen, speciaal aan wie een beetje Spaans kent. red. secr.

De Protestants-Christelijke Werkgemeenschap

De Protestants-Christelijke Werkgemeenschap in de Partij van de Arbeid heeft, aan de vooravond van haar zevende Jaarvergadering, een

DEMONSTRATIEVE VERGADERING belegd op Vrijdag 14 Mei te 20 uur in het Gebouw van de Volksuniversiteit aan de Rijnstraat 42 te Arnhem. In deze bijeenkomst zal ds. M. Groenenberg, Ned. Herv. predikant te Amsterdam, behandelen: „De taak der kerk”; Art. 34 van het Program van Beginselen van de PvdA luidende:

„Aan de kerken wordt de vrijheid gewaarborgd hun roeping te vervullen, zowel met betrekking tot de verkondiging van hun boodschap als ten aanzien van hun dienstbetoon aan de wereld. Erkend wordt, dat de kerken het tot hun taak kunnen rekenen, ter wille van het geestelijk en zedelijk heil van het volk, hun woord te spreken met betrekking tot het staatkundig en maatschappelijk leven”,

terwijl de heer C. Kleijwegt van Nijmegen, Lid van het Algemeen Bestuur, zal spreken over: „Het innige verband tussen levensovertuiging en politiek

inzicht”: Art. 35 van het Program van Beginselen van de PvdA, luidende:

„De Partij staat open voor personen van zeer verschillende levensovertuiging, die instemmen met haar beginselprogram. Zij erkent het innig verband tussen levensovertuiging en politiek inzicht en waardeert het in haar leden, als zij dit verband ook in hun arbeid voor de Partij duidelijk doen blijken. Zij verwerpt echter principieel, en voor de tegenwoordige verhoudingen in Nederland ook practisch, de organisatie van het politieke partij leven op de grondslag van een godsdienstige belijdenis (antithese).”

Declamatie: Willem Berkhemer, van Arnhem. Piano: Hans Gerritsen, van Velp.

De 7e Jaarvergadering van de Prot.-Chr. Werkgemeenschap in de PvdA wordt gehouden op Zaterdag 15 Mei 1954 te 10.30 uur eveneens in het Gebouw van de Volksuniversiteit, terwijl aldaar in een middagvergadering, aanvang 14 uur, prof. dr. W. Banning van Driebergen zal spreken over:

„PROBLEMEN VAN DE DOORBRAAK”

Gevraagd een beschaafd jong meisje als hulsgenote-hulp in de huishouding in gezin met 2 kinderen, 11 en 14 jaar, huisvrouw gedeeltelijk eigen werkkring; 1 x p. w. werkster, C.V.; Gezellige eigen kamer met radio. Ook deze zomer vacantie.

Brieven Mevr. E. Flesseman—van Leer, v. d. Veerelaan 97, Amstelveen.

WAT GELOVEN VRIJZ. CHRISTENEN? De postpropaganda (Bibliotheken van de Ned. Protestanten Bond) verschaft lectuur hierover. Catalogus 50 ets – Giro 401238 Vries. Corr.adres: Warmonderweg 7, Leiden.