is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 52, 1954, no 25, 19-06-1954

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Naar een (protestants) kerkelijk gordijn ?

De openlijke oorlogsverklaring van de Rooms-KathoUeke Kerk aan de niet-kerkelijke Partij van de Arbeid, aan de doorbraakgedachte en aan diverse niet-socialistische organisaties het mandement —, heeft in de reeds op vacantie ingestelde politiek een grote beroering gewekt.

Dit r.k. herderlijk sclrrijven is in de politiek geworpen als een steen in een zacht rimpelende vijver en het moet gezegd worden: de bisschoppen hebben op een zeer gunstig moment de pen ter hand genomen! Geen verkiezingen in de nabije toekomst is het, met op de achtergrond het processievraagstuk, zoet eenheidsdromen dromen.

Er is practisch geen orgaan van betekenis in Nederland of het heeft over deze kerkelijke inmenging in de politiek een mening laten horen. Ook Tijd en Taak heeft hiertoe reeds een bijdrage geleverd en het heeft dus weinig zin om op een en ander nog eens uitvoerig terug te komen. Ook zonder onze beschouwing zal de discussie over het mandement vooralsnog wel levendig blijven.

Wie zo de commentaren doorneemt die van onderscheiden richting op deze roomskatholieke uitspraak zijn geleverd, zal zich beurtelings verheugd en teleurgesteld gevoelen. Verheugd over de houding die de „liberale” pers in het algemeen aanneemt (staan we werkelijk zover van elkaar af?) teleurgesteld over de houding van een deel der zgn. christelijke pers. De slaafse houding der r.k. penvoerders grenst aan het ongelofelijke, doch ook de reactie van sommige protestants-christelijke bladen is in hoge mate teleurstellend.

Daar is bijvoorbeeld de volgende passage die we knippen uit een hoofdredactioneel artikel van het anti-revolutionnaire dag-Jjlad Trouw van Woensdag 2 Juni 1954.

Als zodanig is 'het (mandement) een oorlogsverklaring van de R.K. Kerk aan de doorbraak en aan de voornaamste drager van de doorbraakgedachte, de Partij van de Arbeid.

Het behoeft geen betoog hoezeer wij het daarmee van harte eens zijn. En wij zouden wensen dat de kerken der Reformatie op dat punt een even duideUjk en even beslist geluid gaven. Want het gevaar dat de R.K. Kerk ziet, moeten toch ook de belijdende protestantse kerken zien en daarvan op haar wijze getuigen.

Dat is nodig omdat maar al te veel leden van die kerken menen dat het lidmaatschap van bijv. het NVV en van de PvdA, en van allerlei neutrale, maar in wezen liberale organisaties zich verdraagt met hun christelijke belijdenis.”

Tot zover Trouw.

We moeten eerlijk bekennen dat we wel wat optimistisch zijn geweest toen we de gedachte koesterden dat de protestantschristelijke pers. Trouw incluis, tegen het r.k. mandement, bezwaren zou aanvoeren. Uiteraard, het dagblad Trouw is anti-doorbraak, doch we hadden toch zeker een woord van afkeuring verwacht over deze directe kerkelijke inmenging in de

politiek, te meer daar van deze zijde ons telkens weer wordt voorgehouden dat de confessionele partijen geen kerkelijke partijen zijn noch willen zijn. Niets van dat alles!

Trouw is zonder meer enthousiast over dit r.k. mandement geworden en zonder reserve schaart het blad zich achter het rooms-katholieke standpunt.

Geen woord van critiek op dit schrijven van de bisschoppen, dat beweert zonder bewijs en beschuldigt zonder feiten. Alleen maar vreugde over een verscherping van de strijd om de doorbraak.

Het blad wijst er voor de zoveelste maal nog eens op dat het lidmaatschap van nietchristelijke organisaties als de PvdA en het NVV voor de christen van protestantsen huize ontoelaatbaar is. En voor de zoveelste maal wordt deze bewering geuit zonder dat Trouw het nodig acht uit de practijk aan te tonen in welke opzichten het socialistisch handelen en het socialistisch beginselprogram anti-christelijk, althans on-christelijk is.

Het mandement heeft dienovereenkomstige beschuldigingen en ook de r.k. bisschoppen zijn niet in hun bewijs geslaagd. We kunnen dus deze beweringen zonder meer naast ons neerleggen.

Behalve dat het dagblad Trouw zich geestdriftig voorstander toont van deze rooms-katholieke uitspraak (wenst het blad nog verder te gaan en houdt dit man-

dement de protestantse kerken in Nederland ten voorbeeld, als een staal hoe men een duidelijk en beslist geluid moet geven.

Het gaat de protestantse politieke partijen de laatste tijd niet bijzonder naar den vleze. Vooral de partij die Trouw aanhangt kan de situatie waarin ze thans verkeert, kwalijk rooskleirrig noemen. Een gevolg van de doorbraak, die niet met politieke middelen tot staan te brengen, dood te verklaren of te niet te doen is! Daarom vraagt Trouw thans naar rooms-katholiek model, om de beschermende dekking van een kerkelijk gordijn.

De protestantse kerken, de Hervormde Kerk en de Gereformeerde Kerken moeten spreken. Geen gereformeerden meer in de PvdA, geen hervormde meer in het NW, de NRC uit de christelijke woning en Het Vrije Volk van de tafel in het gelovige gezin, een christelijk dagblad voor de christen en geen neutrale of niet-christelijke krant.

Nu de doorbraak in het protestantse vlak niet te stuiten blijkt, grijpt Trouw naar het laatste middel: de kerk. De kerk moet zich voor het wankele karretje der confessionele partij laten spannen en met bedreiging van sancties kan de kerk de gelovigen binden aan de christelijke partij, school, film, krant en radio.

Dat men in de a.r. kringen deze mening is toegedaan, dat men naar dit on-protestantse middel grijpt of grijpen wil, is verontrustend. Het is een bevestiging van de vrees die wij reeds herhaaldelijk op deze plaats uitten: de vrees voor de gevolgen van de verzuilingswaan. Als protestanten in een niet-kerkelijke politieke partij, kunnen we slechts alles in het werk stellen om een dergelijk verval van de kerk waarvan onze rooms-katholieke partijgenoten de eerste slachtoffers zijn geworden tegen te gaan.

Het voorbeeld van Trouw moge een afschrikwekkend voorbeeld zijn. Ook voor de Gereformeerde Kerken in Nederland. D. SCHEPS

Wat weten we eigenlijk van India?

Globaal weten wij iets van dit boeiende land: het is zelfstandig, sedert 7 jaar. Midden door zijn gebied loopt een ander zelfstandig land: Pakistan. Nehroe India’s minister-president is een man van invloed en gezag in de Oostaziatische verhoudingen. Zijn zuster presideert de Verenigde Naties. Er zijn communisten, die niet alle straatarm zijn, en er is te weinig voedsel voor een snel groeiend volk van 365 millioen zielen... India is „achterlijk gebied”. Dit weten wij allen wel zo ongeveer. Allen? Er zijn tienduizenden Nederlanders, die ook dit niet eens weten, eenvoudig omdat zij in hun krant alleen het proces-Berkel lezen en de romance van de „President Robert”. Als in de de” wereld maar denk niet, dat India geen beschaving kent! louter een kleine élite de achterlijke gebieden naar voren moet brengen, zonder de kennis die de massa nodig heeft om in beweging te komen aan te brengen, dan zullen er nog heel lang achterlijke gebieden zijn, met millioenen mensen, die vandaag niet weten hoe zij morgen in ’t leven kunnen blijven.

Wat weten wij eigenlijk van India? lets meer dan kort geleden in elk geval.

toen wij het boeiend relaas nog moesten lezen van dr. A. T. W. Simeons*), die, in romanvorm, India voor ons openlegt. De schrijver, directeur geweest van de gezondheidsdienst in één van India’s steden, kent land en volken, heeft de schoonheid en de mystiek ervan ondergaan, is verwonderd gebleven over de vreemde wereld van dit Verre Oosten, en bij dat alles ging het hem om de mensen. Om de Indiase mens, in dit geval de kleermaker Gorind, slachtoffer van de grote volksvijand: de melaatsheid. Dit leven maar zo zijn er optelbare in dit land volgt hij, en zijn boek wordt de tragische lotsbeschrijving van een lepralijder, die ondanks zijn uitgeworpen zijn, tot het léven wil blijven behoren, omdat hij de hoop bewaart op genezing. En zo, in die persoonlijke, diep menselijke strijd, is de gebonden, gemijde en uitgesloten mens, een held: hij draagt een leeuwenmasker.

Zonder hulp en liefde van anderen, die de ellende van het lijden verzachten en die hoop op een toekomst levend houden, zou geen melaatse zulk een strijd met het leven als een leeuw kunnen aanbinden. Nu kan het, omdat die helpende handen en meedragende harten er zijn. Maar er zijn er