is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 52, 1954, no 28, 10-07-1954

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

AZIATISCHE POLITIEK

De ontruiming van een groot gedeelte van de delta van de Rode Rivier in Vietnam is niet zo verrassend. Vietnam is nu eenmaal niet verdedigbaar meer. De Franse militaire leiders hebben reeds geruime tijd geleden te kennen gegeven, dat de huidige troepensterkte onvoldoende is om langs de uitgestrekte linies rond het delta-gebied stand te houden. Noemenswaardige versterkingen zijn niet gearriveerd. Een drastische bekorting van het front lag dus geheel in de rede.

Ook het feit, dat gehele legeronderdelen van het Vietnamese leger bij deze terugtocht naar de Vietminh zijn overgelopen, is eigenlijk nauweiijks nieuws. De Fransen hebben een jaar lang geprobeerd de desertie geheim te houden. Maar iedereen weet nu, welk een omvang deze heeft aangenomen. Het komt erop neer, dat de Fransen vrijwel geen steun ondervinden van de bevolking van Vietnam.

Het is niet onmogelijk, dat de Vietminh zal proberen nog een groter slag te slaan voordat de fatale termijn van vier weken (de termijn welke de Franse premier Mendès-France zich heeft gesteld voor het bereiken van een regeling in Indo-China) is verstreken. De Vietminh eist geheel Vietnam op, terwiji de Fransen bij voorkeur enige posities in het noorden alsmede het zuidelijke gedeelte in handen willen houden. Overigens blijkt uit de ontruiming van Laos Kambodsja, dat de Vietminh in principe voelt voor de vermoedelijke wapenstilstandsvoorwaarden.

Een moeilijk punt bij de onderhandelingen zal de invloed zijn van de Franse militaire leiders in het gebied. Zij hebben vele jaren strijd moeten voeren voor een doel, dat nu door de Franse regering min of meer nutteloos wordt geacht. De politieke beslissing om tot onderhandelingen over te gaan, is in lijnrechte strijd met het militaire sentiment, hoe redelijk het besluit vdn Mendès-France ook op militaire gronden is. Na de commando-wisseling bestaat er echter hoop, dat er een aanvaardbaar samenspel zal kunnen ontstaan tussen de Parijse regering en het commando in Indo-China. Dat wil zeggen, het is nu mogelijk dat de Franse militaire leiders zich loyale dienaren van de regering zullen tonen. In de afgelopen jaren heeft daar nog wel het een en ander aan ontbroken.

In het voorgaande hebben wij gewezen op de ontruiming van Laos en Kambodsja

door de Vietminh. Dit kan wijzen op succes van de Chinese politiek in Zuidoost-Azië, welke er kennelijk op gericht is tot aanvaardbare verhoudingen te geraken met de aangrenzende onafhankelijke landen. Het bezoek aan India en Birma, vorige week door de Chinese minister-president gebracht, spreekt in dit opzicht duidelijke taal.

China zoekt enige toenadering tot India en is bereid de invloedssferen tussen beide grote Aziatische landen nader af te bakenen. Het voorspel van deze politiek vond vorig jaar reeds plaats, met de Chinese bezetting van Tibet. Gedurende de lange burgeroorlog is China voor Tibet zeer zelfstandig geworden. De oude betrekkingen met India werden versterkt, en de onafhankelijkheid jegens China meer en meer beklemtoond.

Aan deze situatie nu is een einde gekomen. Het optreden van de Chinese communistische regering heeft aanvankelijk veel kwaad bloed gezet in India. Toen de practijk evenwel bleek mee te vallen, de betrek-

kingen tussen India en Tibet in stand bleven, en de Chinezen alleen het accent bleken te hebben verlegd, kwamen de gemoederen tot bedaren. India heeft zich bij de nieuwe toestand neergelegd, daarmede de Chinese macht over dit gebied erkennende.

Het ziet ernaar uit, dat China nu op zijn beurt bereid is de positie van India in het Zuidoosten te erkennen. Vandaar het vriendschappelijke gebaar jegens Birma, vandaar de terugtrekking uit Laos eri Kambodsja.

Betekent zulks, dat nu ook Malakka en Siam door de communisten met rust gelaten zullen worden? Het lijkt ons van niet. Deze landen kunnen niet onder de onafhankelijke Aziatische landen gegroepeerd worden, en blijven derhalve vrije buit.

Nehroe zal zeker alles in het werk stellen om de realiteit van deze Aziatische politiek van het Westen duidelijk te maken. Het contact met Londen is op het ogenblik zeer innig. Churchili en Eden zijn bereid te luisteren naar dit lid van het Gemenebest. Misschien, als inderdaad de Westerse politiek aan deze gang van zaken kan worden aangepast, ligt hier de kiem voor een bredere vrede, voor een verzoening tussen Azië en het Wésten. h. VAN VEEN

ligt een taak voor de periodieken, die even tijd krijgen om de beglnselvragen meer aandacht te geven. Ook een taak voor de Partij, de Federaties en Afdelingen om, iets gematigder met de uitgewerkte zakelijkheden zijnde, iets meer de discussies over de grondbeginselen te leiden en te stimuleren, en na te gaan of het vele uitstekende schriftelijke materiaal niet ergens onderweg blijft steken en nimmer de leden bereikt.

En het is ook en vooral de Vijfde Groep, die een beroep doet op de mildheid van de vele uitstekende socialisten die ’t erg druk hebben met partijwerk, openbare functies, hun arbeid voor de socialistische pers, of alleen maar met hun beroep. Intellectuelen en voormannen, de velen die belangrijk zijn waardoor ook. Want nog steeds is een socialistische partij geen verkiezingsmachine, maar een gemeenschap van bewogen en zwoegende strijders. E. M. BUTER

INGEZONDEN

De processievrijheid

In Tijd en Taak van 26 Juni jl. komen enkele artikelen voor over de op handen zijnde wetswijzigingen aangaande processievrijheid, o.a. van ds. J. J. Buskes jr.

„Het weren van de processies” is het opschrift van genoemd artikel. Direct al bij het lezen van het opschrift voelde ik mij niet lekker, omdat mijn grootste ideaal, gedurende mijn gehele leven, was: opkomen voor een ieder zijn geestelijke vrijheid van meningsuiting. Vreemd klinkt het als daar aan het eind van zijn artikel ds. B. schrijft:

„De vrijheid van de straat staat op het spel. Die vrijheid is een groot goed. Die vrijheid betekent ruimte ook voor Rome, een vrijheid, die Rome, waar het de macht heeft, niet aan de protestanten geeft. Daarom menen wij, dat Rome het recht mist, om burgerlijke vrijheden uit te buiten, die het zelf, waar het de macht heeft, met voeten treedt.”

Natuurlijk deugt daar niets van. Wij bedoelen hier de houding van waar „Rome” ik zou daar liever een ander woord voor zien de ..macht” heeft, maar ook de houding van ds. B. hier tegenover de gewenste vrijheid van processie welke de roomsen voor zich opeisen. Wordt het hier ook piet een machtskwestie, zij het dan nog maar voorlopig in de gedachte van ds. B.?

Komt alleen de vrijheid van de straat in gevaar, als er bijv. een optocht van de PvdA in een roomse plaats wordt verboden? En komt deze vrijheid van de straat niet in gevaar als er ergens een grote meerderheid van protestanten wonen en dezen de roomsen hun processie verbieden?

Moeten wij de mening van ds. B. zo opvatten, dat als er verzekering wordt gegeven dat de roomsen overal de vrijheid geven aan andersdenkenden toch niet alleen aan protestanten? —, dat hij dan bereid is om voor processie-vrijheid te zijn?

Willen wij geestelijke vrijheid zien te verkrijgen door middel van concessies?

Dat ds. Buskes uit een zuiver godsdienstig standpunt tegen het houden van processies is omdat datgene wat dan op straat gedragen wordt misschien naar zijn mening in de kerk thuishoort is zijn goed recht om daarvoor uit te komen, maar laat hij er dan niet mee aankomen, dat het recht van de straat in gevaar komt. En nog verder in zijn artikel heeft hij het over gevaar voor de rechtsstaat. Welke rechtsstaat? Alleen voor bepaalde groepen? Al dan niet met veel macht? Of moet er juist een staat zijn die het recht zo handhaaft, dat het daardoor juist pas een rechtsstaat voor een ieder is.

Angst voor te veel invloed, laten wij zeggen van de roomsen, bij de protestanten?

Angst mag nooit een menseiijke richtsnoer zijn. En voor angst al vooruit voor eventuele invloed, daardoor maar de macht waarover men beschikt te gaan gebruiken om andersdenkenden te willen onderdrukken, mag nooit zelfs maar in onze gedachte komen en had ik dan ook zeker niet bij ds. Buskes verwacht.

Laat ik nog, om alle misverstand uit de weg te ruimen, meedelen dat ik niet tegen de mening van ds. B. opkom omdat ik een roomse ben en ook

geen protestant, maar een doodeenvoudige humanist. M. H. WENSMA

In mijn artikel „Verdraagzaamheid” in dit nummer van Tijd en Taak vindt de heer Wensma mijn antwoord op zijn ingezonden stuk.

Ik moge erop wijzen, dat de heer Wensma geen enkel woord zegt over de argumenten, die ik tegen de opheffing van het processieverbod te berde bracht, maar bij mij motieven veronderstelt, die mij vreemd zijn. De roomsen hebben precies dezelfde vrijheden als alle andere burgers. Een ruilhandel heb ik niet gepropageerd. Van een machtskwestie is geen sprake. Met de rechtsstaat bedoel ik de rechtsstaat, die wij kennen. Angst voor Rome speelt in mijn artikelen geen enkele rol.

Ten slotte twee opmerkingen; 1) De heer Wensma stelt ten onrechte een politieke betoging op één lijn met een processie; 2) In de titel boven mijn artikel van 26 Juni staat een drukfout. Er stond: Het weren van de processie! Het moet zijn: Het wezen van de processie. J. J. B. jr.

Even rechtzetten

Er zullen waarschijnlijk wel partijgenoten zijn en behoort mijn vriend Henk Voorwinde ook tot hen? die zich afvragen hoe het komt dat die D. Scheps nu maar niet inziet dat door zijn geschrijf de vijand aan minitie wordt geholpen.

Wanneer mijn vriend Henk Voorwinde opmerkt dat zijn artikel in „ARBEID” over de smenwerking tussen de „Birdland-Bebop-club” en Nieuwe Koers (Rotterdam) niet geheel juist is weergegeven, dan heeft hij volkomen gelijk.

Het spijt mij dat door een ongelukkige samenloop van omstandigheden de zaak zo is gesteld, hiervoor aan allen die dit betreft, en speciaal aan de Ritterdamse Nieuwe Koers vrienden, mijn excuses.

Nakaarten over deze kwestie heeft niet veel zin, doch ik wil wel opmerken dat mijn mening over het benaderen van de massa- (asfalt-) jeugd aanzienlijk verschilt van die van mijn vriend Henk Voorwinde. Ik persisteer bij het gestelde in mijn vorig artikel: ik geloof niet dat we de goede weg opgaan als Nieuwe Koers contact opneemt met verenigingen die gewoon zijn de Zondag te besteden aan dergelijk amusement.

Hier staat geen lust tot foei roepen voor, ik als protestants christen en jij als humanist zoeken beiden het beste voor de Partij en voor haar jongerenorganisatie. En al mogen we dan in het levensbeschouwelijke aanzienlijk verschillen, we hebben elkaar als partijgenoten gevonden. En, en dat is m.i. juist de grote verdienste van de Partij van de Arbeid, wij kunnen en wij mogen het elkaar openlijk zeggen als we het samen niet eens zijn. Ik zie dat nog steeds als winst, en ik ben ervan overtuigd dat juist een discussie vanuit onze levensbeschouwing, ook over schijnbaar „nietige” zaken, de Partij uiteindelijk ten goede zal komen.

En zullen we ons, als leden van een partij waar critiek niet onder de tafel gewerkt wordt, maar niet te veel aantrekken van de zure commentaren van de (a.r.) „Nieuwe Haagsche?”

We weten immers hoe het met de eenheid in de confessionele partijen gesteld is. DICK SCHEPS