is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 52, 1954, no 31, 07-08-1954

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

den Heef behoort de aarde en haar volheid. Paaien 24:1 >

flid en Taak

ONAFHANKELIJK WEEKBLAD VOOR EVANGELIE EN SOCIALISME VERSCHIJNT 50 MAAL PER JAAR 52STE JAARGANG VAN „DE BLIJDE WERELD”

Zaterdag 7 Augustus 1954 No. 31

Redactie; ds. J.J. Buskesjr. ds. L. H. Ruitenberg dr. J. G. Bomhoff

Rcdactie-Secr.: Roerstraat 48* Amsterdam-Zuid Telefoon 724386 p/a dr. J. G. Bomhoff

Vaste medewerking van prof. dr. W. Banning J. Hulsebosch H. van Veen dr. M. V. d. Voet

ds. H.J. de Wijs Mej. dr. M. H. v. d. Zcyde e.a.

wtmcmentperjaarfS,-; halfjaarƒ2,7s; kwartaalfl,soplusf 0,15 incasso. Losse nrsfO.lS; mgSro~2iBf6; Cem. giro Adm. N.V. De Arbeiderspers, Hekelveld 15, Amsterdam-C; Postbus 800

Leipzig, Evanston ...en wij

Op grond niet alleen van wat wij in dag- en weekblad, in kerkelijke en niet-kerkelijke pers lazen over de Kirchentag in Leipzig, mag men toch wel zeggen: dit was een bijeenkomst van protestantse christenen uit geheel Duitsland, gehouden in het door het communisme beheerste deel, met een geestelijke betekenis die ver boven de eigenlijk Duitse problematiek uitgaat. Van een deelnemer uit Nederland hoorde ik het verhaal van de slotbijeenkomst op de Rosenthalwiese de laatste Zondag, waar een 650.000 mensen samenstonden in vaste verbondenheid, en waar men na de officiële sluiting eenvoudig niet weg wilde en bleef wuiven en wuiven... als om dit zeldzame ogenblik van geloofssaamhorigheid vast te houden. Dat moet vooral voor de Oost-Duitsers, die terugkeren naar hun eenzame posten onder zware communistische druk een enorm ding zijn geweest: de beleving van een zo sterke geloofsverbondenheid en hoop het thema was immers: „weest blijde in de hoop”.

Levendig kunnen wij, Nederlanders die het nazidom ondergingen, ons indenken hoe de actualiteit van het Evangelie verrassend naar voren sprong, en allerlei bijbelgedeelten nü pas levend werden. Ik herinner mij nog de ontroerende verwondering, toen ik las in een Hollandse krant het verslag van een rede van de Amsterdamse professor-dominee De Hartog tegen de Jodenvervolging; hij liet de Bijbel spreken en zei toen: het heil is uit de Joden heil Israël! Ik herinner mij hoe ineens iets van de stralende kracht voor mij openging, toen wij hoorden zeggen door onze kerk: Christus alleen is Heer dat werd dwars tegen de leidersverering en Hitleraanbidding in van een positieve, bevrijdende kracht. Ik herinner mij hoe ik in die jaren eens heb gezwoegd op een preek naar aanleiding van een tekst die mij toen niet losliet: „Wat kunnen mensen mij doen?” en wij wisten wó,t mensen ons aandeden in een totalitair regiem. Zo werd toen voor ons het Evangelie actueel. Dieper moet dat waar zijn voor de mensen achter het ijzeren gordijn: wij immers hadden de zekerheid, dat na enige tijd de bevrijding komen zou, maar zij zien geen

politieke bevrijding voor zich. Des te aangrijpender moet voor hen de Evangelieverkondiging in hun omstandigheden zijn. Echter: Leipzig heeft ook z’n betekenis buiten Duitsland. Sommigen zijn onmiddellijk klaar met te zeggen: de kerken in het Westen hebben het hunne bij te dragen in de strijd tegen het communisme. Ik wil dat niet ontkennen: inderdaad is het communisme naar z’n levensbeschouwelijke en politieke kant anti-christelijk. En ik kan mij wel voorstellen hoe het gezicht van Semjonow, de Russische Hoge Commissaris, er uitzag, toen hij aan de Westerse vertegenwoordiger der kerk het grote Sowjetpaviljoen ter beschikking stelde, en daarbij zei: „het is zo iets alsof u mij de Dom in Keulen zou afstaan voor een atheïstencongres.” Maar er is toch nog iets anders dat mij bezighoudt: waarom ontglijdt ons in het Westen, of om maar dicht bij huis te blijven, ons in Nederland, de springlevende actualiteit van het Evangelie, die ons toch in de bezettingsjaren greep? Waarom ontvalt ons de vaste geloofsverbondenheid, die mensen van verschillende theologie en richting samenbracht, ook in een gemeenschappelijk belijden? Is de „vrijheid” soms een gevaar voor sterk geestelijk leven? Of hebben wij het weer materieel te goed, genieten we weer te zoet van ons burgerlijk bestaan waarbij nu eenmaal onderling geharrewar, schotjesgeest en kikkergekwaak horen? Of, ietwat beheerster en netter, kan het Evangelie alleen maar grijpen, wanneer wij leven in vervolging, nood en druk?

Nu spring ik over naar Evanston, waar zo aanstonds de vergadering van de Oecumenische Beweging begint. Ook daar centraal het thema van de christelijke hoop. Het is wel duidelijk: een volkomen andere situatie. Er zullen daar gelukkig! wel stemmen klinken vanachter het ijzeren gordijn, maar dan toch anders dan in Leipzig: zij zullen zich niet tot aanklagers, bewust of onbewust, van de communistische dictatuur maken. Evanston zal, naar het zich laat aanzien, bepaald worden door kerken uit landen, waar politieke vrijheid en materiële welvaart heersen. Dat men voor die landen en volken toch het thema van de christe-

lijke hoop koos, heeft vooral twee redenen; ten eerste: men weet, dat diep in de ziel van deze volken een sluipende angst leeft, die soms in hysterische uitingen naar voren springt, de angst voor het communisme, de angst voor een derde wereldoorlog, de angst voor collectieve ondergang; en ten tweede; men weet hoe gemakkelijk deze volken zich overgeven aan een valse hoop: het door de techniek welverzorgde leven, de veiligheid in sociale zekerheid, de veiligheid der opgevoerde bewapening, de veiligheid van een massa-democratie. In deze concrete situatie, die nu eenmaal een andere is dan die van Leipzig, moet de kerk in Evanston spreken, moet zij de oude Boodschap van het Evangelie trachten concreet en actueel te maken.

Ik geloof, dat men het in Evanston moeilijker zal hebben dan in Leipzig. En daarbij denk ik met name aan de besprekingen over de sociale en internationaal-politieke vraagstukken. Voor zover ik kennis genomen heb van de stukken, die ter voorbereiding zijn rondgezonden, is wel duidelijk dat men tot richtlijnen en conclusies komt, waarmee wij als socialisten van harte zullen instemmen. Dó,ar ligt dus de moeilijkheid niet. Die ligt dieper: zal er van deze richtlijnen en conclusies die bevrijdende en tegelijk bindende werking uitgaan, die maakt dat mensen maar blijven wuiven en wuiven, en zingen en zingen? Of mag ik het zo niet stellen? Niet zo met elkaar vergelijken? Het is een allermerkwaardigst geval: voor ons als socialisten gaat er van Leipzig geen boodschap uit, die wij voor het socialisme kunnen gebruiken; in Evanston zijn dingen aan de orde, waarvan ik meen dat de niet-christenen onder de socialisten met dankbaarheid kennis zullen nemen. En terwijl dat zo is, zegt juist een socialist: als ze mij nu maar duidelijk kunnen maken daar in Evanston, dat het woord dat zij spreken over sociale en politieke vragen, die levenwekkende actualiteit heeft als het Evangeliewoord kennelijk achter het ijzeren gordijn kenmerkt. Men zal het in Evanston moeilijker hebben... omdat men spreekt in een wereld van materiële welvaart en politieke vrijheid. Zoals wij in Nederland in 1954 het moeilijker hebben dan in het Nederland van 1944. Ik zeg niet, dat ik terugverlang naar de tijden van verdrukking en vervolging ik zeg wel, dat het Evangeliewoord pas dan weer „actueel”, d.w.z. bevrijdend wordt, indien het gesproken wordt door mensen, die bereid zijn er zonder enige opzichtigheid of luidruchtigheid voor te betalen. Het ergste wat het Evangelie kan overkomen, is dat het gebruikt zou worden als stichtelijk versiersel van een materieel welvarende en politiek vrije wereld... of van mijn eigen gemoedelijk en burgerlijk bestaan. W. B.