is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 52, 1954, no 32, 14-08-1954

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

1. Een groep van Finse christen-socialisten zocht aansluiting. Het bestuur zal dit verzoek aan de komende bijeenkomst voorleggen en ondersten-' nen.

2. De komende internationale conferentie zal plaatsvinden in Duitsland van 9—13 Augustus 1955. 3. Onze Duitse geestverwanten zullen de huisvesting enz. voorbereiden.

4. Als thema, door W. Banning voorgesteld, werd met algemene stemmen aanvaard: de gemeenschappelijke verantwoordelijkheid van christendom en socialisme ten aanzien van Europa. Aan de orde zullen komen: a. De situatie van het socialisme in Europa.

b. Hoe staat het protestantisme in Europa ervoor? c. Het rooms-katholicisme in Europa. d. De taak der religieuze socialisten.

5. Bovendien zal op wens van Zweden een critisch gesprek worden gevoerd over de grondslagen van de Verenigde Naties, die, zoals men weet, in 1956 in de Algemene Vergadering der VN herzien zullen worden.

6. Het overleg omtrent en het uitnodigen van de sprekers werd aan het dagelijks bestuur toevertrouwd.

ledere aangesloten groep betaalt een jaarlijkse contributie van 100 Zwitserse francs, zo luidde een besiuit in Zweden, anno 1952 genomen. Dit bedrag is beslist nodig om een enigszins redelijk functionneren van de internationale bond mogelijk te maken. Enkele nationale groepen, Engeland en Frankrijk, konden dit bedrag onmogelijk betalen. Besloten werd dat wie niet het volle pond betalen kon, naar vermogen zou bijdragen.

De Engelse afgevaardigde Jack Boggis vroeg of de internationale bond niet geroepen was om, indien nodig, duidelijk en fel vanuit het christelijk geloof te protesteren, bijvoorbeeld ter zake van Duitse herbewapening en de waterstofbom. Men was het er algemeen over eens dat beide aangelegenheden een enorme belasting van ons aller geweten vormden. Toch meende men met zulke protesten niet te driftig te moeten opereren. Zij kunnen voor een bezwaard geweten een opluchting zijn, doch de zaak zelf verandert er niet in ’t minst door. Bovendien zijn we betrekkelijk schamele groepjes, die zowel nationaal als internationaal zeker niet eenstemmig denken over zulke kwesties. Minstens zo belangrijk als protesten is het daar, waar over deze zaken beslissingen worden genomen, trachten invloed uit te oefenen. Door middel bijvoorbeeld van de nationale kerken en de Wereldraad van Kerken. Bij de verschillende socialistische partijen verwachtte men voor dergelijke gewetensvragen weinig gehoor. •

ledere organisatie heeft een doelstelling, zo ook de internationale bond. Tot de activiteiten van deze internationale bond schijnt het te behoren om doorlopend grondslagen en doelstellingen te wijzigen. Er is althans geen bijeenkomst bekend waarin niet langdurig over de principes is getwist. In Nyköping zijn na langdurige voorbereiding nieuwe grondslagen vastgesteld en aangenomen. Grondslagen waarin naar de ene kant een oriëntatie op het democratische socialisme werden vastgelegd, anderzijds een openheid en solidariteit met de kerken, de Wereldraad der Kerken in het bijzonder, werden uitgesproken.

Voorlopig gelden dus deze grondslagen. Want geen der nationale groepen heeft hen officieel afgewezen. Wel bleken er ook nu voorstellen ter gedeeltelijke revisie te leven. Deze zullen zomer 1955 wel aan de orde ko-

men. In feite voelt men achter enkele van die voorstellen tot wijziging een voor religieuze socialisten merkwaardige schroom tegenover, om niet te zeggen afkeer van, de officiëie sociaiistische partijen en de „erkende” kerken. Verraadt zich daarin een overigens overleefde neiging tot sectarisme?

Ten slotte kwam nadrukkelijk aan de orde de vraag of het niet nodig was de naam „religieuze socialisten” te herzien. Telkens weer blijkt deze naam mensen, die het overigens geheel met ons eens zijn, af te stoten. Het ware onvergefelijk, uit dierbare overwegingen een naam vast te houden, die de zaak te verenigen en te sterken de mensen, die gegrepen door de boodschap van Gods liefde en zijn Rijk, deze gestalte willen geven in de maatschappij schade doet. Ook daarover willen en moeten we zomer 1955 spreken.

Men ziet: wij staan met onze problemen in Nederland niet alleen! Veel van wat ons bezighoudt is ook in internationaal verband een uiterst belangrijke aangelegenheid. Voor de toekomst van Europa, ja van de wereld is het onontkoombaar dat christendom en socialistische beweging elkander ontmoeten en bij behoud van ieders zelfstandigheid diep op elkander inwerken. Daarvan wiilen we zomer 1955 ook in internationaal verband spreken en getuigen!

A. VAN BIEMEN

Engelands ontruiming van de Suezkanaalzone

Ofschoon het nieuwe beleid van Frankrijk in Tunis het begin van de vrijwording der Noordafrikaanse volken betekent, wordt toch door deze gang van zaken de strategische situatie in het westelijk bekken van de Middellandse Zee niet aangetast. Frankrijk blijft de miiitaire belangen in dit deel van Noord-Afrika behartigen. Voorts zijn er de Britse steunpunten Malta en Gibraltar. .. i n

Anders is het evenwel gegaan in het oostelijk gedeelte van het Middellandse-Zeegebied. Na jarenlang heen en weer gepraat heeft Engeland er ten slotte in toegestemd om de Suezkanaalzone te ontruimen. De militaire bases aan het kanaal zullen binnen afzienbare tijd door de Egyptenaren worden overgenomen.

Hetgeen betekent, dat Engeland een van zijn oudste steunpunten in dit deel van de wereld kwijtraakt.

Over de terugtrekking uit de zone is bijzonder veel te doen geweest. Maar bij alle strategische argumenten tégen wordt gewoonlijk het belangrijkste vergeten. Het prijs geven van de bases is uiteraard van miiitair belang voor Engeland. In geval van een nieuwe oorlog zelfs reeds wanneer Turkije wordt aangevallen verkrijgen de Britten het recht weer troepen in dit gebied te stationneren. Dat is een argument, waarmede de tegenstanders van de ontruiming Churchill vooraan min of meer zijn gerustgesteld. Bovendien is, naar het ons voorkomt stellig terecht, opgemerkt, dat de waarde van het Suezkanaal in het geval van een totale oorlog nog maar betrekkelijk is. Met de hedendaagse atoomwapenen kan het verkeer er door waarschijnlijk onmiddellijk worden lamgelegd. De sleutelpositie Suez is niet zo belangrijk

als bijvoorbeeld nog gedurende de tweede wereldoorlog.

Tegenover deze vergoelijkende woorden hebben de tegenstanders een tegenargument van belang geplaatst. Zij hebben erop gewezen, dat Suez zoals zovele andere bases zijn grote waarde blijft behouden in het geval van zgn. secundaire conflicten. Bij een totale oorlog van geen waarde? Inderdaad, maar die totale oorlog zal niet zo spoedig uitbreken. Wel dreigt steeds w.eer het gevaar van regionale oorlogen, zoals er in Korea en Indo-China hebben plaatsgehad.

Het voornaamste argument tegen ontruiming het argument dat vrijwel nooit is genoemd is evenwel de vrede stichtende invloed, die er van deze bases kan uitgaan. Engeland is vele jaren de.behoeder van de vrede geweest in het Midden-Oosten. Wel is waar, dat deze functie na 1945 ernstig is bekort (verlies invloed in Perzië, onafhankelijkheid van Israël, verminderde invloed in Arabië), maar toch had de gewapende Britse wijsvinger een bezwerende betekenis. Ten slotte wist Egypte, dat elk militair avontuur door Engeland kon worden af gestraft. Ten slotte wist Jordanië, dat de hervatting van de oorlog tegen Israël de Britse troepen in actie zou kunnen brengen.

De wijsvinger is nu teruggetrokken. Wij moeten maar hopen, dat intussen bij de Arabische landen de wijsheid is gewonnen.

Engeland heeft de kennelijke behoefte toch nog enige bevestiging van zijn belangen in het oosten van de Middellandse Zee te behouden. Daarom werd besloten de militaire steunpunten op het eiland Cyprus te versterken. Dit is een lelijke streep door de plannen van de Cyproten zelf, want zij streven reeds sinds jaar en dag naar onafhankelijkheid, respectievelijk aansluiting in vrijheid bij Griekenland.

De gevolgen zijn dan ook niet uitgebleven. Het verzet tegen de Britse bezetters is zeer sterk gegroeid. Het wordt door vrijwel alle vooraanstaanden gesteund en gestimuleerd. Zelfs de aartsbisschop Makarios heeft zich openlijk en zeer beslist uitgesproken voor de aansluitingsbeweging bij Griekenland, daarmede formeel een straf riskerend.

Engeland blijft onbewogen tegenover deze beweging. Maar het droevige is, dat terwijl deze houding uiteindelijk wordt ingegeven door de wens de vrede te dienen met de opgeheven wijsvinger er juist onrust door wordt veroorzaakt.

De verwijdering tussen Engeland en Griekenland is er bijvoorbeeld een gevolg van. Om de bekoeling van de betrekkingen te iilustreren het volgende: de Churchillstraat in Athene is omgedoopt in Cyprusstraat.

Deze spanning tussen Griekenland en Engeland komt en dat is dan de tweede ongerijmdheid ook de strategische positie van het Westen niet ten goede. De Balkanovereenkomst, waaraan Griekenland thans deelneemt, heeft nl. pas zin als er een innige samenwerking bestaat met Engeland en Amerika. Want daaraan zal dit bondgenootschap zijn kracht moeten ontlenen.

H. VAN VEEN