is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 52, 1954, no 35, 04-09-1954

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Wat wordt hiervan nu waar gemaakt? Het politieke spel vereist van de spelers andere kwaliteiten, en kent andere realiteiten (bijv. de centralisatie die de verantwoordelijkheid van velen af neemt en samen trekt op de centrale instantie) dan een personalistische geesteshouding. Het gevolg is, dat het personalisme meer in de paedagogische dan in de politieke sector van het socialistische denken leeft.

Bij de werkgemeenschappen in de partij, wier doel het is door open beraad over levensbeschouwelijke zaken elkaar met de eigen overtuiging te dienen, is het de vraag of deze bij uitstek personalistische functie niet soms te veel in het gedrang komt door apologie en propaganda naar buiten.

De heer W. H. A. Nuy vertegenwoordigde naast ds. Ruitenberg de r.k. visie op hetzelfde onderwerp. In het personalisme zit enerzijds het verzet tegen de deterministische en utilitische mensbeschouwing van de 19e eeuw, anderzijds (in de geest van Maritain) de erkenning dat het aardse zijn eigen autonomie heeft en niet alleen als voorportaal van het hemelse gezien moet worden. Wat dit personalisme voor het socialisme betekent, bleek duidelijk uit wat Nuy zei over de doorbraak. Deze is het accepteren van het geestelijk leven van elkeen, het erkennen van de eigen geestesinhoud van de mede-mens. En hij citeerde Guardini: de personalist zal te midden van de menigte willen wonen met behoud van eigen en respecteren van anderer geestelijk leven. Door deze uitspraken was ook duidelijk, welke elementen in het huidige socialisme Nuy met het oog op „de moderne mens” wil behouden en verstevigen.

Het personalisme in de practijk

Er zullen in de maatschappij steeds organen moeten worden geschapen en sociale zekerheden moeten worden nagestreefd, waardoor de mensen in gemeenschappelijke verantwoordelijkheid de gemeenschap dienen kunnen. Maar, zo betoogde prof. dr. W. Schermerhorn, met het instellen van organen alleen bereikt men nog geen personalistische maatschappij. Hij sprak een dringende waarschuwing uit tegen perfectionisme en apparatisme. De mens mag nooit verlengstuk worden van het perfect en efficiënt werkende apparaat steeds moet het apparaat de mens in zijn unieke waarde blijven dienen. Zo is een p.b.o. niet bevredigend, zolang niet alle lagen van het bedrijfsleven eraan deelnemen, en er belangrijke groepen dus „niet aan te pas komen”; zo deugt een onderwijssysteem niet, dat aan alle leerlingen dezelfde eisen stelt, ongeacht de verschillen in capaciteiten. Er is uiteraard meer te noemen maar deze twee punten maken toch voldoende duidelijk van welke omvang de problemen zijn, die zich voordoen, als men zijn aandacht richt op het personalisme in de practijk.

Deze vragen zijn van meer dan alleen academisch belang! Want het gaat er mee om de relaties, waarin wij allen, doodgewone mensen, tot ons recht kunnen komen. In materiële zin staan wij niet meer in de kou, nu een complex van sociale zekerheden ons beschermt, maar in geestelijk opzicht blijven wij slecht behuisd, zolang wij het gevoel hebben, dat in de maatschappij de menselijke waardigheid meer leuze is dan realiteit. Daarom vragen wij van de socialistische beweging, dat zij open oog houdt, niet alleen voor de materiële zijde, maar ook en vooral voor de geestelijke zijde van het menselijk bestaan.

H. R. POSTMA

Ter zalee '

Een der verschillen tussen beschaafd en onbeschaafd is, dat een onbeschaafd mens het niet nalaten kan te schreeuwen. Kinderen moet men dit met veel geduld leren: zich beheerst uit te drukken, en wel allereerst door zelf het goede voorbeeld te geven: niet te bulderen, niet te schelden, geen grove taal te gebruiken.

In dit verband veroorloof ik mij de waarschuwing Elseviers weekblad, desnoods in de tweede klas der Nederlandse Spoorwegen te lezen, maar niet in de huiskamer te laten liggen. Onze jeugd zou er verkeerde manieren uit lezen. Neem nu eens het nr. van 28 Augustus. lemand, die tekent (d. K.), misschien de hoofdredacteur W. G. N. de Keizer, aan wie wij dan helaas het praedicaat „de Heer” moeten ontzeggen, gaat aldus te keer over het memorandum van de Indonesische regering over Nieuw-Guinea: „Een samenraapsel van verzinsels, verdachtmakingen en aperte leugens.” Men versta ons goed: wij willen dit memorandum niet verdedigen, maar ons eigen beleid

„redelijk, constructief en fatsoenlijk” te noemen en een eventueel Indonesisch bewind nu al te qualificeren als „overgave aan de chaos thans en aan het communisme later” is ons toch te kras.

Een tekening van E. Doeve maakt dat alles nog duidelijker: aan de ene kant een monster, verduidelijkt met woorden als „communisme, terreur, chaos, onveiligheid, faillissementen”, aan de andere kant de Nederlandse maagd, die verdacht lijkt op een Duitse Gretel met als sieraden „welvaart, volksgezondheid, onderwijs, ontwikkeling, beschaving, christendom” en daar tussen in, een kleine, kroezige baby: Nieuw-Guinea.

Wat een grofheid! Wat een smakeloosheid! Wat een ophitserij! Ik merk dat ik zelf ook verval in krasse termen. Ik wilde eigenlijk zeggen, dat een dergelijke terminologie me bijster ongeschikt lijkt om onze voormalige Unie-partners te overtuigen van hun ongelijk en dat ze de openbare mening hier te lande vergiftigt; dat dus een beschaafd en ontwikkeld lezer zich beledigd moet voelen op zo’n manier voorgelicht te worden.

Wat zijn dat toch voor mensen die zo’n tierende, lijvige brulaap (sorry) in huis halen? KORZELIGE KES

Engels initiatief gevraagd

Nu de Franse Nationale vergadering de Europese Defensiegemeenschap definitief heeft afgestemd, is de reactie van de teleurgestelde voorstanders dezer militaire samenwerking pas goed losgekomen. Ook de Nederlandse pers heeft zich bijzonder goed geweerd in het zwart maken van Mendès-France. Waarom is niet recht duidelijk.

We hebben er al eerder op gewezen, dat Mendès-France in zake de EDG met een erfenis is opgeknapt, waarom hij tijdens zijn vroegere activiteit als parlementslid nimmer heeft gevraagd. En het is ten slotte zo, dat de ongelukkige stemming in de Nationale Vergadering bepaald niet aan Mendès-France te wijten is, maar aan de ongedurigheid van enkele extreme voor- en tegenstanders. Niet alleen in Nederland, ook in Amerika is de teleurstelling bijzonder groot en ook daar bestaat de neiging om de Franse premier tot zondebok te promoveren.

De reacties in Engeland zijn veel waardiger en positiever. De meeste Engelse kranten wijzen er op, dat thans de gelegenheid geboden wordt de samenwerking met Frankrijk op basis van de Atlantische Gemeenschap te versterken. Het is namelijk een feit, dat de afzijdigheid van Engeland ten opzichte van de EDG de Franse beduchtheid voor dit plan in hoge mate heeft doen toenemen.

In de Engelse pers wordt nog een tweede conclusie getrokken. Namelijk, dat dit het moment is voor Engeland om ten tweede male de leiding in Europa op zich te nemen. Zulks is op grond van tactische en practische overwegingen mogelijk. Amerika heeft zich te veel vereenzelvigd met de EDG om eenvoudigweg het initiatief te kunnen nemen in zake nieuwe plannen. Engeland heeft zich min of meer afzijdig gehouden en zou nu zeker stappen kunnen

ondernemen, die in Frankrijk geen achterdocht wekken. Wat betreft de practische overwegingen moge worden opgemerkt, dat het meer en meer noodzakelijk wordt Engeland uit strategische overwegingen ten nauwste te betrekken bij de Europese defensie. Engeland heeft namelijk voor de atomaire oorlogvoering grote betekenis als basis. Anderzijds heeft het zelf een groot belang bij een diep en bewapend voorland.

Hieruit vloeit voort, dat er stellig te eniger tijd tot herbewapening van West-Duitsiand zal worden besloten. Uit hetgeen Mendès-France hierover heeft gezegd lijkt het waarschijnlijk, dat zal worden overgegaan tot een gehele of gedeeltelijke opname van West-Duitsland in de Atlantische verdedigingsorganisatie. Dit behoeft niet te betekenen, dat West-Duitsland nu onmiddellijk als volwaardig lid zal worden opgenomen. Er zijn alle mogelijke tussenvormen te denken, die minder provocerend zijn.

Het is nl. van het grootste belang, dat men de Duitse herbewapening met mate hanteert. De herleving van het Duitse „Militar” zou maar al te goed kunnen aansluiten bij de eveneens zorgwekkende herleving van het Duitse nationaal-socialisme. De beste voorwaarde voor een inschakeling van Duitsland in de Westelijke verdediging is o.i. de keuze van een zodanige vorm, dat niet alleen de Westduitse regeringscoalitie, maar ook de socialistische oppositie er zich mede kan verenigen. Het is namelijk van de allerhoogste betekenis, dat de eenheid van West-Duitsland in deze zaken hersteld wordt. Wij mogen namelijk niet uit het oog verliezen, dat de meerderheid die Adenauer voor de EDO heeft kunnen winnen, weinig overtuigend was. Bovendien zal de Duitse oppositie het mislukken van de Vervolg op pag. 8