is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 52, 1954, no 37, 18-09-1954

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Solidariteit

Terwijl professor Brillenburg Wurth de doorbraak verwerpelijk vindt, pleit hij toch voor solidariteit, al omschrijft hij deze op een wijze, die ik vanwege haar eenzijdigheid moeilijk aanvaarden kan. Hij spreekt namelijk over een solidariteit van ons christenen met de van God vervreemde massa en de schare, die zonder God en zonder hoop voortleeft.

Ik ontken geen ogenblik, dat er duizenden zijn, die van God vervreemd zijn en zonder God en zonder hoop voortleven. En toch is er iets in deze uitspraken van professor B. W., dat mij irriteert.

In zijn artikelen gaat het niet om een doorbraak in het algemeen, maar om de zeer concrete doorbraak op politiek en sociaal terrein, dat wil zeggen: over het toetreden van christenen tot de PvdA en het NVV. Welnu, van de door mij geciteerde uitspraken gaat de suggestie uit, dat de PvdA en het NVV om een bekende uitdrukking van Augustinus te gebruiken één grote massa perditionis zijn, één grote van God vervreemde en zonder God en hoop voortlevende en daarom verloren schare.

Ik ken prof. B. W. en weet, dat eigengerechtigheid en geestelijke hoogmoed hem persoonlijk vreemd zijn. Dit geldt echter niet voor zijn beschouwingen. Ik weet, dat hier een pijnlijk probleem ligt. Dit kan en mag mij echter niet verhinderen, on-

omwonden uit te spreken, dat in deze beschouwingen een onverteerbaar brok eigengerechtigheid en geestelijke hoogmoed schuilt. Waarom spreekt professor B. W. niet eenvoudig over de PvdA en het NVV, wanneer hij schrijft over het vraagstuk van de politieke en sociale organisatie? Waarom moet er door hem op zo dramatische wijze gesproken worden over de van God vervreemde massa en de schare, die zonder God en zonder hoop voortleeft? Begrijpt hij dan niet, dat hij door zo te spreken de antithese tussen geloof en ongeloof, die ik erken, organisatorisch heeft vastgelegd en zo een oordeel uitspreekt, dat hem niet toekomt?

Ik geef ieder lid van de AR Partij en het CNV gelijk, wanneer hij uit de artikelen van professor B. W. de conclusie trekt, dat de PvdA en het NW godloze organisaties zijn: in deze politieke en sociale organisaties is de van God vervreemde massa en de zonder God en zonder hoop voortlevende schare georganiseerd. En ik geef zo’n lid evenzeer gelijk, wanneer hij uit de beschouwingen van de gereformeerde hoogleraar de conclusie trekt, dat in de christelijke politieke en sociale organisatie de bijbelgetrouwe Christusbelijders georganiseerd zijn.

De politieke en sociale antithesebelijdenis is zozeer vlees en bloed geworden in professor B. W., dat hij de individuele mens

en de collectieve organisatie niet meer onderscheidt, één van de noodlottigste gevolgen van deze antithesebelijdenis. In dit opzicht is de geestelijke verwarring in ons lieve vaderland zo ontstellend groot, dat zelfs een welwillend man als professor B. W. er het slachtoffer van wordt. Toch niet enkel slachtoffer, want door zijn uiteenzettingen versterkt hij de geestelijke verwarring en zo komen er steeds meer slachtoffers.

Het is een noodlottige dwaling, wanneer men de AR Partij en het CNV tegenover de PvdA en het NVV stelt als een Leger des Heils tegenover de van God vervreemde massa en de onder God en zonder hoop voortlevende schare. Dat doet men als men op de wijze van professor B. W. spreekt over het apostolaat van de christelijke organisaties. En deze dwaling kweekt een organisatorische eigengerechtigheid en geestelijke hoogmoed, die de mensen van de PvdA afstoot en de mensen van de AR Partij en het CNV geestelijk bederft.

Wie de zaken zo stelt dat doet professor B. W. ondanks alle reserves, die in zijn persoon hun oorsprong vinden heeft de wezenlijke solidariteit reeds bij voorbaat de nek omgedraaid. Niet omdat hij spreekt over een antithese tussen geloof en ongeloof. Ook niet, omdat hij zegt, dat er een verschil is tussen wie God dient en wie hem niet dient. Maar omdat hij deze bijbeise gedachten organisatorisch vastlegt op een terrein, waar dit het gevaarlijkst is, op het terrein, waar gestreden wordt om politieke en sociale macht en waar de inzichten, ook die, welke men als de christelijke bij uitstek proclameert, veranderlijk en vergankelijk zijn. Zo wordt het Evangelie, dat wil zeggen: zo wordt Christus zelf verorganiseerd. De christelijk politieke partij en de christelijk sociale organisatie worden op een christelijk voetstuk geplaatst en vanaf die hoogte ziet men neer van een voetstuk kan men alleen neerzien op de van God vervreemde massa en de schare, die zonder God en zonder hoop voortleeft.

Solidariteit is op deze wijze uitgesloten. De antithesetaelijdenis maakt haar onmogelijk. J. J. BUSKES JR.

TIEN JAAR FRIESE KOERIER

Op 15 September bestaat het dagblad, dat eerst Heerenveense Koerier heette en dat tegenwoordig Fries Dagblad heet, tien jaar. De Friese Koerier is een regionaal blad, een blad dat in de eerste plaats voor Friese lezers is bedoeld en dat dus allerlei artikelen en berichten bevat, die niet- Friezen weinig of niet zullen interesseren, Er zou geen enkele aanleiding zijn om van dit jubileum gewag te maken, was het niet dat de Friese Koerier een rubriek bevatte, die aan deze krant een bijzonder cachet verleent. We bedoelen nl. de hoofdartikelen, die men van dag tot dag in de rechterkolom van de eerste pagina vindt en die doorgaans door de hoofdredacteur Fedde Schurer, van tijd tot tijd ook door de adjunct-hoofdredacteur L. O. ten Cate worden geschreven. Wie de Friese Koerier kent, weet dat hier op het wereldgebeuren een commentaar wordt gegeven, die uitmunt door een onafhankelijkheid van visie, een breedheid van biik en een originaliteit zoals men die zelden of nooit in onze dagbladpers tegenkomt. Voorvallen en gebeurtenissen van de meest uiteenlopende

aard vormen er de aanleiding toe: vandaag is het een interne Friese kwestie, morgen een zaak die de gehele wereld bezighoudt, vandaag zijn het de rechten van het Fries die in het geding komen. morgen is het het onrecht, dat de Neger wordt aangedaan, maar altijd is deze commentaar eerlijk en waardig. Dat deze hoofdartikelen in een uitstekend, stijlvol Nederlands zijn geschreven, is een bijkomstige factor, die we dan ook maar terloops noemen.

De Friese Koerier is een democratischsocialistische krant en de voorlichting, die hij geeft, is dan ook democratisch-socialistisch. Ook wanneer men het niet met Schurer en Ten Cate eens is, zelfs ook wanneer men in een bepaalde zaak radicaal met hen van menig verschilt, ook dan zal de onbevooroordeelde lezer toch altijd weer getroffen worden door hun streven, de motieven van feiten, daden en gebeurtenissen op te sporen en hun consequenties duidelijk te maken. Het behoort tot de taak van de pers, aan het nieuws dat zij brengt een achtergrond te geven. Die

achtergrond berust op de levensbeschouwing van de krant; ~Trouw” commentarieert het wereldgebeuren natuurlijk anders dan „De Waarheid” dat doet. De Friese Koerier doet het in de geest van het socialisme en van het christendom,

In deze geest schreven Schurer en Ten Cate over onze strijd in Indonesië, over de strijd in Vietnam, over het rassenprobleem in Zuid-Afrika en het Negervraagstuk in Amerika, over de herbewapening van Duitsland, over het anti-semitisme en over allerlei andere onderwerpen, die in de laatste tien jaar onze aandacht kwamen vragen. Noch de redactie, noch wij hebben er ook maar een flauwe voorstelling van, welke invloed deze artikelen op de lezers hebben. Maar vooral ook door de eenvoudige, klare wijze van voorstelling en de heldere logica der uiteenzettingen moet deze voorlichting in hoge mate bijdragen tot de meningsvorming van de lezers. Als democratische socialisten kunnen we dit geestverwante blad daarvoor niet genoeg dankbaar zijn.

P. J. MEERTENS