is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 52, 1954, no 38, 25-09-1954

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Te bonte „barmhartigheid”

De bonte treinen rijden door ’t land, fondanttreinen, wagons beladen met een vracht flauwiteit, goedkoopste rommel, humbug. De waren worden af geleverd... huis aan huis. Men wil lachen. Men wil zich amuseren. Men v/il z’n tijd doodslaan. Met vrohoholijkheid. Met muffe onder stof bedolven pret. Lachen, lui!

En andere lui zorgen ervoor, dat die treinen blijven rijden. Op die heerlijke Dinsdagavond. Je kunt niet veel organiseren op die mooiste aller avonden. Alleen de moedigsten, de non-conformisten, krijg je uit hun kamer, trek j e van hun radiotoestel weg. Van trekken gesproken... Steeds weer nieuwe trekpleisters heeft die „bonte Dinsdagtrein” nodig, telkens nieuwe sensaties, altijd maar nieuwe kun... kuns... kunstenaars. Ook de grote kunstenaars uit de grote tijd. Twee grote tijdperken hebben wij reeds beleefd in onze eeuw: twee oorlogen. En de tweede was nóg schitterender, nóg adembenemender. Daar zorgden krankzinnigen en gekken voor. En zij hadden hun koelies, hun goed betaalde knechtjes. In Duitsland hadden ze er een massa van, in de door hen overvallen landen maar een paar. Maar die weinigen, die zich meer prostitueerden dan welke hoer ook, zullen we niet licht vergeten.

Niet vergeten zullen wij hen, die juichend de terreur aanmoedigden en de moedigen hoonden. Men gaf hun de radio, en zij lasterden, zij verkochten moppen en leugens, zij iikten de laarzen der machtige bandieten en gaven hun die „liquidiert” werden, een schop achterna. Een van hen heette Max Blokzijl. En een ander heette Jacq. van Tol. Hij noemde zich Paulus de Ruyter in die jaren. Als „Jacq. van Tol” had hij, voor 1940, veel geld verdiend, als tekstschrijver van Louis Davids. Maar Louis Davids was dood. En honderdduizend Joden werden uit Nederland de dood ingejaagd. En Van Tol meende, dat slechts een baantje bij de nieuwe heren kans op succes bood. Hij bleef liedjes schrijven. Niet voor Louis Davids meer. Maar voor Mussert en het Arbeidsfront. En voor de Arbeidsdienst. En hij dichtte „Naar het Oosten trekken wij!” En hij zong zijn mooie liedekens voor de Rijksradio-Omroep iedere Zondagmiddag. En het „Zondagmiddag-Cabaret van Paulus de Ruyter” kreeg een vaste plaats in het programma. Bijzonder productief was hij in 1943, gestimuleerd door bijzonder grootse Germaanse daden.

Hij zong op 14 Maart 1943:

„Hoe dikwijls is het al gezegd:

De Joden gaan nu toch oprecht Een legermacht formeren.

De jodenjongens, lui en laf. Die zullen dan plots op een draf Nog leren exerceren.”

Twee weken later kon men uit Hilversum horen: »

„Heb dank o Majesteit... die ’t tuig moreel blijft stexmen, Dat hier op vrouw en kind z’n bommgn nedersmijt.

De doden spreken niet... maar de gewonden kreunen; Waarschijnlijk denkt gij nog: „Heb dank o Majesteit!” Van Tol, edel ridder, streed tegen het tuig; met bewogen stem klaagde hij op 15 Augustus 1943:

„Daar vliegt de Britse D00d... zijn gruwelseizen maaien. Slaan blindelings in ’t rond en vellen rijp en groen; Als velen zijn vermoord en hoog de vlammen laaien, Dan is het werk gebeurd... dan kan de Dood weer draaien En heeft hij weer gedaan wat hij dien nacht moest doen.

Hij trof óns ditmaal niet... maar zouden wij niet lijden Om hen, die ons zó na, in woonplaats en in geest Den ach zo bittren strijd met ’t nachtelijk moordtuig strijden En die niet anders doen dan zich van ’t juk bevrijden Dat zóveel jaren lang ondraaglijk is geweest?

O volk van Rijn en Roer, weet, dat in zulke nachten In ’t Lage Land aan Zee voor velen wordt gewaakt Omdat we broeders zijn en wijl wij zelf ook wachten

Op het verlossend uur, dat door ons beider krachten Een eind aan die terreur... die gruwelmoorden maakt.”

Paulus de Ruyters radio-cabaret bleef draaien en deed wat het moest doen. Protesteren tegen de terreur der Engelsen. Tranen vergieten over het leed van de onschuldige Duitsers. Ophitsen tot haat tegen het koningshuis. Ophitsen tot anti-semitisme. In 1943. In het jaar van de laatste gründlich georganiseerde Joden-razzia’s.

Op 7 Maart 1943 verkondigde het Zondag-Cabaret:

„Veranderd is er veel in deze grote tijden. Der Joden tyrannie is hier voorlopig klaar. En al zwelt menigeen van zieklijk mede-

lijden. Ook wie het niet bekent, besefte dit gevaar. Want wat er ook geschiedt en wat ons zal

bedreigen Aan 00r10g... bloed... geweld... verdruk-

king, leed en dood, Hij mag in ’t donker staan, hij mag zijn naam verzwijgen. Maar achter alles staat toch altijd weer een Jood!”

Terwijl veewagens de laatste Nederlandse Joden uit Westerbork deporteerden op 15 Augustus 1943 zong Jacq. van Tol:

„Ze kunnen dan moorden met koud nihilisme, De weerlozen mart’len met Jiddisch sadisme.”

Bedoeld waren, indien u het nóg niet mocht begrijpen, de Geallieerden, die het op de arme SS-ers hadden gemunt.

De toespraken van Max Blokzijl en de liedjes van Paulus de Ruyter begeleidden de oorlog en werden een onderdeel van de nazistische oorlogvoering in ons land.

Doch wij zijn boven alles barmhartig. Wij zijn ruim. We hebben begrip voor ’s mensen falen. Vergeet die nare liedjes. Hij moest toch ook leven, Jacq. van Tol. ’t Leven was duur in de grote tijd, u weet het, ik weet ’t, wij weten het allemaal. Kunstenaar is kunstenaar. De spoeling is dun. Brood hebben we nu voldoende. Maar echte, bezielde en bezielende kunstenaars ontbreken ons. De bonte, treinen hebben jong bloed nodig. Frisse ideeën zijn onmisbaar. Durf en originaliteit zijn gevraagd, bij onze radiobesturen en bij onze artisten.

De AVRO wijst dapper de weg. Eindelijk zullen wij Paulus de Ruyters stem weer kunnen horen. Hij heeft gezongen. Hij zingt. Hij zal zingen. Hij volgt zijn roeping. Zoals een waarachtig kunstenaar betaamt. Hij wordt geen putjesschepper. Dit is beneden zijn waardigheid. De AVRO zorgt er gelukkig voor, dat zijn talenten niet verloren gaan, en zo is ook voor Paulus de Ruyter anno ’A4 het verlossend uur gekomen...

H. WIELEK

KORTEHEMMEN-NIEUWS

WAT IS ONS DE VRIJHEID WAARD?

Weekend voor jongeren van 18-30 jaar 2-3 Oct. 1954

Voor een groot deel van.de jeugd is de geestelijke vrijheid een probleem; enerzijds, omdat zij niet weet of het wel de moeite waard is voor geestelijke vrijheid op de bres te staan, anderzijds, omdat de jeugd vraagt: waartoe dient en waartoe leidt de geestelijke vrijheid of met andere woorden: heeft de geestelijke vrijheid een diepere zin? Nu zijn we ons er van bewust, dat een gesprek over deze dingen vaak zeer onbevredigend blijft, vooral wanneer we de problemen in het algemeen stellen, zonder aan te haken bij concrete voorbeelden en situaties.

Daarom leek het ons goed het probleem te verlevendigen door de vertoning van een film, die ons duidelijk maakt, dat vrijheid en recht onverbrekelijk met elkaar verbonden zijn. Deze film kan dan het uitgangspunt vormen van een gesprek, dat zal worden geleid door de bekende filmrecensent en leider van vormingswerk W. Kweksilber, wellicht meer bekend onder zijn schuilnaam H. Wielek. Wij hopen, dat de jongeren deze opzet zullen weten te waarderen en dat zij ook ditmaal weer gaarne naar Kortehemmen zullen komen om er samen te luisteren, samen te spreken en het er met elkaar domweg plezierig te hebben.

Namens enkele jongerenorganisaties: H. K. Beversiuis, VCJC; Amold Eisma, Jonge Strijd; Taco J. Kastelein, VJB; J. J. Oljans, Nieuwe Koers; Jan Warrink, AJC.

Voor de Noordelijke Commissie v. d. A.G. der Woodbrookers: mr. J. A. de Jong, secretaris; Sj. Gorter, adj.-directrice.

Programma:

Zaterdagavond: Vertoning van de film „Opdat recht geschiede.” Zondagmorgen: Groepsgewijze bespreking van een aantal vragen. Zondagmiddag: Gezamenlijke bespreking, Ingeleid door W. Kweksilber.

Practische mededelingen:

Welkom Zaterdag tussen 16.30 en 17.30 uur sluiting Zondag 17.30 uur.

De deelnemersprijs bedraagt naar keuze ƒ 3.50 of ƒ 4. p. p., bij aankomst te voldoen. Voor de Zaterdagavond neme men eigen boterhammen mee.

Het Woodbrookershuis ligt een half uurtje lopen van Beetsterzwaag. Voor niet-fietsers: Beetsterzwaag is per N.T.M.-bus te bereiken van Groningen, Heerenveen en Leeuwarden.

Opgaven, graag zo volledig mogelijk, per onderstaand intekenbiljet te zenden aan A.G. der Woodbrookers, Kortehemmen. post Boornbergum, vóór Maandag 27 Sept. a.s. Daarna volgen nadere mededelingen plus deelnemerslijst.