is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 52, 1954, no 39, 02-10-1954

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Godsdienstig leven in Suriname

H

De christenen vormen in Suriname een minderheid. Er zijn ongeveer 35.000 Hernhutters, iets minder rooms-kathoUeken, 12.000 hervormden en 5000 lutheranen. Verder nog een paar duizend leden van kleinere kerkgemeenschappen.

Voorop gaan met ere de Hernhutters. De officiële naam is: Evangelische Broedergemeente. Een zendingskerk, ontstaan in de eerste helft van de 18e eeuw ten koste van ontzaglijke offers. Hoeveel zendingsgezinnen zijn hier niet binnen enkele jaren ten grave gesleept. Telkens stonden er echter weer mensen klaar om hun werk over te nemen. Sommige posten waren echte „dodenposten” 0.a., waar nu een flinke gemeente is gevestigd). Men kan hieraan niet denken zonder diepe eerbied.

Thans bestaat de Broedergemeente grotendeels uit Creolen. In de kerken in het bosland wordt dienst gehouden in de Surinaamse taal, het Negerengels. In de stadskerken houdt men de diensten afwisselend in het Surinaams en in het Nederlands. Alleen in de Grote Stadskerk, naast Kersten, het grote warenhuis, door de Broedergemeente gesticht, houdt men uitsluitend Nederlandse diensten.

Naast het kerkboek in de Nederlandse taal gebruikt men dan ook een „Singi-Boekoe” in de Surinaamse taal. Telkens valt het weer op, hoe goed de mensen hier zingen. Men noemt de Broedergemeente dan ook een zingende gemeente. Volkomen terecht. Behalve de diensten op Zondagmorgen en Zondagavond zijn er de wekelijkse zangdiensten op Zaterdagavond, die vaak stamp vol zijn, drukker bezocht dan de Zondagsdiensten.

Het sentimentele lied neemt in het kerkboek nog een grote plaats in. Maar daarnaast is er toch ook het klassieke lied. Persoonlijk geniet ik er altijd van, wanneer ik het Hernhutter boek moet gebruiken, zoveel keus als deze bundel met zijn 681 liederen biedt. Vooral in de Lijdenstijd, wanneer ons eigen kerkboek, de Protestantenbondsbundel niet veel mogelijkheden geeft. Toch krijgt de zang bij de Hernhutters pas een warmere klank, wanneer men de Negerengelse liederen zingt. Ook buiten de Broedergemeente zingt men graag het bekende Duitse kerklied, dat hier in de Surinaamse taal zo populair werd:

Prijze Jehova, joe, o mi'zieli!

En gi hem glori, gi hem nem! So langa liebribro mi de fili.

Mi moese singi, prijze hem;

Da hem ben gi da liebribro, Vo hem a moesoe de nomo.

Halleluja! Halleluja

Naast de Creolenkerk is er ook een kleine Hindoestaanse kerk, die ongeveer 500 leden telt (het aantal roomse Hindoestanen bedraagt ongeveer 5000), een Javaanse en een Chinese kerk, kleine groepen, maar enthousiaste zendingskernen. De Hindoestaanse kerk telt drie Europese voorgangers; de beide andere kerken elk één.

De Broedergemeente is dus een veeltalige kerk. Nederlanders, die hier komen, zullen het eerst in contact komen met de Creolenkerk. omdat hier ook de meeste Nederlandse diensten worden gehouden. Toch zullen ze wel even moeten wennen. De liturgie is uitgebreider en anders dan in Nederland. In de zangdiensten wordt knielend gebeden. Het Onze Vader wordt door de gehele gemeente hardop meegebeden. Zeker, dat komt hier en daar in Nederland ook wel voor, maar menig gewoon gemeentelid uit Nederland kijkt hier even onwennig rond.

De dames komen allen met een hoed naar de kerk. Wie zonder hoed komt, heeft kans, dat er aanmerking op wordt gemaakt. In de avondmaaldiensten en met Kerstmis komen alle kerkgangers in het wit naar de kerk. Men let hier op het uiterlijk. Dat heeft een aantrekkelijke kant. Maar er zijn ook schaduwzijden. Wanneer bijv. mensen uit de kerk wegblijven, omdat ze geen hoed hebben of omdat hun -witte pak niet netjes meer is. Er zijn Eüropeanen, die enthousiast naar de Broedergemeente gaan, en die toch al heel gauw naar de hervormden of lutheranen overgaan, waar men op deze punten min – der streng is.

Helaas zijn het niet alleen Europeanen, die hun heil bij de andere kerken zoeken. De Hernhutters betalen een hoofdelijke omslag van 1%. En de andere kerken zijn gratis; men heeft er alleen vrijwillige bij-

dragen. Dat leidt tot een ongezonde aanwas van de beide andere protestantse kerken ten koste van de Broedergemeente. Of dat op den duur niet tot onhoudbare toestanden zal leiden?

Bij de Broedergemeente moet men twee jaar de belijdeniscatechisatie volgen. Bij de anderen is de duur korter. Ook dit punt drijft vele gemakzuchtige lieden naar de andere kerken. Moeten daarom de kleinere kerken zich gaan aanpassen bij de Broedergemeente? Dat is een begrijpelijke, maar niet zonder meer verantwoorde conclusie.

Ongetwijfeld is de Broedergemeente hier de volkskerk. De invloed van deze kerk werkt ook buiten de eigen kerkmuren door: bij hervormden en lutheranen, bij de secten, maar ook bij de rooms-katholieken. Ik hoop hiervan bij gelegenheid enkele duidelijke voorbeelden te geven. Het zal ons duidelijk zijn, dat men niet kan spreken over christendom in Suriname, zonder daarbij in aanraking te komen met de Broedergemeente. Een grote, ingewikkelde organisatie, een zendingskerk met eigen scholen en hospitalen, met een eigen theologische school met... nu ja, met van alles: een zwaarbelaste leiding en grote financiële problemen: een kerk, die opvoedt tot zelfstandigheid en verantwoordelijkheid, maar die voorlopig steun uit Europa niet kan missen. Denkt u alleen maar aan de „Aziatische” kerken (zo vatten we hier de kerken der Hindoestanen, Javanen en Chinezen gewoonlijk samen).

Een bijna bovenmenselijke taak rust op de Broedergemeente. Natuurlijk hebben we als buitenstaanders weleens aanmerkingen. Hoe zou het anders kunnen. Maar bovenal is er toch de waardering en de eerbied voor wat werd en wordt verzet, soms op eenzame posten, soms onder veel teleurstellingen en strijd.

Is het een wonder, dat ik het altijd als een bijzonder voorrecht gevoel, wanneer ik eens een dienst mag leiden in een der kleine Hemhutterkerkjes? Paramaribo.

J. A. VAN DER MEHDEN

Die ietzte Brücke

Een menselijke film over vijanden

„Die letzte Brücke... bekroond in Cannes met de internationale prijs 1954, plus een eervolle vermelding voor de hoofdrolspeelster Maria Schell; bekroond met de grote prijs van de internationale Katholieke Filmliga; bekroond als de beste Duitse film van 1953 met speciale onderscheidingen voor de beste vertolking van hoofd- en bijrollen, het beste draaiboek, de beste regie; uitgeroepen tot „film van de maand” door de filmcommissie van de Evangelische Kerk in Duitsland; bekroond met David O’Selznicks gouden lauwertak als de film, die het meeste heeft bijgedragen tot begrip tussen de volken...

Men zou gaan denken dat een film, die zulk een uiterst gunstig onthaal van zoveel verschillende zijden heeft gekregen, het gelukkige resultaat is van uitgebreide internationale samenwerking en dat reeds het plan ertoe overal luide werd toegejuicht.

Het is alleen niet waar. „Die letzte Brücke” is als het ware gebouwd in een moeras van misverstanden, intriges, gewetensconflicten en zelfs diplomatieke verwikkelingen, elk op zich zelf interessant- genoeg om er een lang artikel aan te wijden.

Eigenlijk zijn al die barensweeën helemaal niet zo verwonderlijk: veel verwonderlijker is het, dat de film ten slotte toch nog ter bioscoop is gekomen.

Maar allereerst: wat is de inhoud van „Die letzte Brücke”?

Helga Reinbeck, een Duitse vrouwelijke dokter, doet tijdens de oorlog dienst als hoofdverpleegster in een veldlazaret in het bezette deel van Zuidslavië. Een Servische vrouw komt naar het ziekenhuis om hulp te halen voor haar zieke kind. Helga gaat met haar mee, maar merkt al spoedig, dat de vrouw in werkelijkheid een partisane is, die haar in de val heeft gelokt. Zij moet een