is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 52, 1954, no 41, 16-10-1954

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

/ Aan den Heer behoort de aard« en hiar L volheid. \ Psalm 24 ; 1 y

ind en laak

ONAFHANKELIJK WEEKBLAD VOOR EVANGELIE EN SOCIALISME VERSCHIJNT 50 MAAL PER JAAR 52STE JAARGANG VAN „DE BLIJDE WERELD

Zaterdag 16 October 1954 No. 41

Redactie: ds. J. J. Buskesjr. ds. L. H. Ruitenberg dr. J. G. Bomhoff

Redactie-Secr.; Roerstraat 48® Amsterdam-Zuid Telefoon 724386 p/a dr. J. G. Bomhoff

Vaste medewerking van prof. dr. W. Banning J. Hulsebosch H. van Veen dr. M. V. d. Voet ds. H.J. de Wijs Mej. dr. M. H. v. d. Zeydt e.a.

mementperjaarfS-; halfjaar J2,75; kwartaal f 1.50plus fO.iS incasso. Losse nrsfO.ls; Postgiro 21876; Gem.giro V 4500; Adm. N.V. De Arbeiderspers, Hekelueld 15, Amsterdam-C; Postbus 800

Recht tot beïnvloeding

De sociaal-economische strijd heeft bijna een eeuw lang de voile aandacht van het democratische socialisme gehad. Deze strijd is ook vandaag nog van zeer grote betekenis. Het gaat om niet meer of minder dan om vormgeving van de samenleving, waarin mensen vrij en gelukkig kunnen zijn.

Maar men kan zózeer verwikkeld zijn in een bepaald gevecht, dat men niet ziet, hoe andere problemen in belangrijkheid de eigen strijd naar de kroon steken. Zie ik goed, dan leven wij thans in een periode, waarin tot het besef van zeer velen doordringt, dat de geestelijke-zedelijke vorming minstens even gewichtig 16.

Het is al duizenden malen gezegd: wij willen vrijheid, maar wij weten niet wat die vrijheid inhoudt. Wij willen vorming, maar tot wat?

Het optimisme, een voor-vorig geslacht eigen, dat de Vooruitgang slechts diende bevorderd te worden om de mensheid gelukkiger te maken, vindt weinig aanhangers meer.

Nu is de socialistische strijd, die het sterkst door dit vooruitgangsgeloqf werd gedreven, steeds begeleid door stemmen van de „overzijde” dat wilde toen zeggen: de christenheid die duidelijk wilden maken, dat die vooruitgang niets gaf, omdat de mens toch maar zondaar bleef. Daar hebben de socialisten toen gelukkig niet naar geluisterd. Want al was het achteraf een overspannen gedachte, om te menen, dat geluk (in de diepste betekenis van het woord) te bereiken viel door de sociaal-economische strijd, zij hebben dingen gedaan, zonder welke wij er thans bepaald ongelukkiger aan toe zouden zijn geweest.

Het is nodig ook thans nog dit te stellen, want de verleiding bestaat, om weliswaar de socialisten die dood zijn te prijzen, maar de levenden te honen, omdat ze denken geluk te zullen brengen, terwijl dat tóch niet mogelijk is. Ik doe aan de strijd der socialisten van vandaag van harte mee, al was het alleen maar, omdat ze hun best doen, ongeluk tegen te houden. Ongeluk immers zou het zijn, wanneer wij de grote massa de welvaartsspreiding onthielden, die zij thans met recht verlangt.

Maar dat alles neemt toch niet weg, dat de toegenomen vrije tijd én de haast over-

prikkelde aanbieding van verstrooiing ons voor de vraag stellen, hoe wij de mensen kunnen helpen in hun levensvoering.

En dat niet alleen. Democratie vraagt persoonlijkheden. Democratie betekent spreiding der verantwoordelijkheid. Deze dringt door niet alleen in de politieke sector, maar vooral in die van het bedrijf. Zonder stevige mensen, zonder mensen, die weten wat ze willen en wat ze zijn, is de democratie een gevaarlijke zaak.

Voor zich zelf én voor het gemeenschappelijk welzijn is het nodig, dat de vraag naar de vorming steeds dringender wordt. Wij kunnen er eenvoudig niet meer buiten, ons ook op dit punt met elkander te bemoeien.

Dit uitsprekende, beseffen wij het volgende ogenblik, welk een zwaar woord wij gebruiken.

Terwijl wij vroeger vooral bezig waren met het scheppen van vormen, waarin wij te zamen redelijk en zedelijk leven konden, blijkt dat thans niet meer voldoende te zijn en gaan wij ons op een veel intenser wijze met elkaar bemoeien. Wij behoeven de begrotingen van de ministeries van O. K. en W. en van Maatschappelijk Werk maar door te lezen, of wij komen onder de indruk, hoe dit alles in het politieke vlak gekomen is. Subsidies aan amateurtoneelgezelschappen, bevordering van kunstuitingen. Scheppen van mogelijkheden om sociaal werk te doen. Sterke verhoging van de post jeugdzorg. De jongeren houden wij veel langer vast dan vroeger. De ouderen komen binnenkort aan de beurt. De vormingscentra ook Bentveld krijgen subsidie en kunnen daardoor meer mensen bereiken. Tegelijkertijd wordt er studie gemaakt op academisch niveau van de wijze, waarop wij de mens aan moeten pakken. Dat werkt weer door in de fabrieken, waar niemand meer eenzaam is, maar begeleid wordt door personeelsfunctionarissen, sociale werkers, semi-pastorale verzorgers.

En als wij dat overzien, beseffen wij meteen, hoe ’n teer geval het politieke leven geworden is. Vroeger had de politiek slechts zijdelings met de zielen te maken, nu rechtstreeks.

Deze ontwikkeling zal bij ons geen verzet ontmoeten. Wij constateren haar. Wij aan-

vaarden haar. Wij nemen haar als uitgangspunt.

Maar wij vragen wel twee dingen. In de eerste plaats: met welk recht bemoeien wij ons eigenlijk met de ander? En in de tweede plaats: onder welk gezichtspunt doen wij het.

Wat de eerste vraag betreft: de vorming van mensen tot vrije, zelf oordelende burgers is een antwoord op een onuitgesproken en vaak ook onbewuste behoefte. Mensen hebben mensen nodig. In een cultuur, waarin de techniek de mensen dreigt te doen vereenzamen hoe anders lag dat in de overwegend plattelandscultuur van voor bijv. tweehonderd jaar verschraalt het mens-zijn, indien wij ons niet mei elkaar bemoeien. Zoals ons denk- en gevoelsleven zich ontwikkelt tijdens het opgroeien in een gezin, zo ontplooit het zich door aandacht en zelfs liefde van de volwassenen voor elkaar. Zou in dit feit niet voor een deel de verklaring liggen van het merkwaardige verschijnsel van de grote opbloei van het kerkelijke leven in Amerika? Daar immers, waar géén gemeenschapstraditie van eeuwen her bestond, bleek de godsdienstige gemeenschap de mogelijkheden te bezitten tot vervulling van de behoefte aan zorg en aandacht voor elkaar.

Het recht om elkaar te beïnvloeden ontlenen wij dus aan het weten, dat mensen mensen nodig hebben.

Maar dan de tweede, zware vraag: onder welk gezichtspunt dient deze zorg te geschieden? Wij kennen maar één antwoord. NL onder het gezichtspunt van de liefde, van God, die wij doorgeven aan de naaste. Pas daarin hebben wij de grens gevonden van bemoeizucht, die in de vorming voor de deur ligt: en van de tirannie, die ogenblikkelijk opduikt.

Er geschiedt veel vormingswerk. Maar herhaaldelijk huiveren wij ervoor. Wij huiveren, wanneer het alleen maar gaat om betere wevers of betere soldaten of betere kantoormeisjes te krijgen. Wij huiveren ervoor, wanneer uitsluitend het nut van de samenleving of van het bedrijf de richting bepaalt. Maar ook, wanneer alleen maar behoefte, bevrediging, verstrooiing aan de orde is. Wij huiveren ervoor, omdat er dan gezichtspunten worden binnengehaald, die het belang van een ander méé doet spelen, soms doet overheersen en de mens, waar het om gaat, niet ten volle tot gelding laat komen.

Vele mensen zijn bezig met de beïnvloeding van anderen. Velen doen dat uit verlangen anderen te helpen om tot persoonlijkheden uit te groeien. In hun stille uren vragen zij zich af, waar zij eigenlijk het recht aan ontlenen, zich met anderen te bemoeien.

Wij menen, dat er maar één rechtsgrond is: de liefde, ons betoond, doorgeven. L. H. R.