is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 52, 1954, no 41, 16-10-1954

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De kwestie Formos^

Op de keper beschouwd is de klacht van communistisch China wegens „Amerikaanse agressie” niet geheel ten onrechte. Als men zich op het Chinese standpunt stelt, dat Formosa deel uitmaakt van het Chinese rijk, is de aanwezigheid van Amerikaanse militairen op dat eiland, de sterke financiële steun aan Tsjang Kai Tsjek, en de bescherming van Formosa door de Amerikaanse vloot, duidelijke agressie.

Maar ook als men er vanuit gaat, dat het verblijf van Tsjang Kai Tsjek en zijn nationalistische troepen op Formosa gerechtigd is, blijft het Amerikaanse optreden een dubieuze zaak. Daaruit kan dan immers worden geconcludeerd, dat de Verenigde Staten Tsjang Kai Tsjek niet alleen in staat stellen zijn positie op het eiland te handhaven, maar bovendien de middelen verschaffen om enige militaire acties tegen communistisch China te ondernemen. Anders gezegd: Amerika is zeer duidelijk partij in het conflict tussen nationalistisch en communistisch China.

Dat partij zijn blijkt misschien nog wel het duidelijkst uit de economische blokkade van communistisch China. De Amerikaanse vloot controleert hetgeen in China wordt ingevoerd. Het embargo gaat vrij ver. Wat dit laatste aangaat, ondervindt Amerika schoorvoetend de steun van zijn Westelijke bondgenoten. Engeland is bereid eveneens de invoer in China van strategische goederen tegen te gaan, maar wenst eigenlijk lang niet zo ver te gaan als de Amerikanen.

De volkenrechtelijke aspecten van deze zaak kunnen op allerlei manieren worden uitgesponnen. Het zal de specialisten van de ene partij wel mogelijk zijn het Amerikaanse standpunt als juist en correct voor te stellen, terwijl communistische deskundigen daartegenover de rechtmatigheid van een Chinees-communistische bevrijdingsaanval op Formosa zullen kunnen aantonen. Al deze redenaties gaan echter voor de practijk niet op, omdat de norm, de wet, voor de partijen volkomen verschillend is.

Als er dus een oplossing gevonden moet worden, dan zal deze een zuiver politieke moeten zijn. En als er ooit kans is om die oplossing tot stand te brengen, dan zullen de volgende prmten als basis voor onderhandeling moeten worden aanvaard:

1. De regering van Mao Tse-toeng is op het ogenblik de werkelijke regering van China. Zij zal als zodanig moeten worden aanvaard.

2. Het restant van de Chinese nationalisten op Formosa zal zich moeten kunnen terugtrekken uit de burgeroorlog op een wijze, waarbij communistische vergelding wordt uitgesloten. Een regeling heeft nl. een kwade bijsmaak als de Chinese nationalisten dientengevolge aan de communisten zouden worden uitgeleverd.

3. Het is lang niet zeker, dat de oorspronkelijke bevolking van Formosa aan-

sluiting bij communistisch China wenst. Zomin als het feitelijk juist is te veronderstellen, dat deze bevolking zich thans gelukkig voelt bij het regime van Tsjang Kai Tsjek. Deze bevolking is nl. bepaald niet als Chinees aan te merken. Derhalve zal zij het recht moeten krijgen zich vrijelijk over haar toekomst uit te spreken.

Voordat het echter tot onderhandellngen op een dergelijke basis kan komen, zal er een politieke regeling gevonden moeten worden voor de vijandigheid van het Westen tegenover de communistische landen en andersom. De tijd is daar kennelijk nog steeds niet rijp voor, ofschoon er al heel wat ten goede is veranderd. Het heeft immers geen zin om over de toekomst van Formosa te gaan spreken als bijv. tegelijkertijd de economische blokkade gehandhaafd blijft. Of ook, zo zal Peking aan voeren, wanneer communistisch China niet erkend wordt door het Westen en zijn lidmaatschap der UNO wordt tegengehouden.

De kans op het noodzakelijke vergelijk tussen Oost en West hangt van vele factoren af. Hoofdzaak is echter, of de wereld in staat zal zijn een situatie te scheppen, waarbij de beide groepen zich wat veiliger gevoelen dan thans het geval is. Een lange weg dus, waarvan het einde nog lang niet in zicht is.

De Sowjet-Unie heeft deze week een kleine bijdrage geleverd, mede waardoor op den duur aan verbetering van de toestand kan worden bijgedragen. Het heeft nl. een nieuwe overeenkomst met communistisch China gesloten, waarbij de positie van Rusland in het Chinese militaire en economische leven van minder betekenis kan worden. De Russische invloed in Chinese ondernemingen wordt uitgesloten, de Russische bases op Chinees gebied worden ontruimd. Stellig is dit een Chinees succes, ofschoon wij niet uit het oog mogen verliezen, dat enige jaren geleden ook reeds iets dergelijks werd besloten zonder dat het echter werkelijkheid is geworden. De komende maanden zal dus moeten blijken of het succes alleen op papier, of ook in werkelijkheid zal bestaan.

Indien dat laatste het geval is, wordt d9,armede de zelfstandigheid van China gedemonstreerd. Deze zelfstandigheid houdt geen verbreking in van de bondgenootschappelijke banden met Rusland. Maar het zou van groot belang zijn, als de huidige indruk van semi-vazalverhouding wordt weggenomen.

Er is nog één aspect aan de kwestie Formosa, die niet uit het oog verloren mag worden, nl. de veroudering van het leger van Tsjang Kai Tsjek. De tijd werkt gunstig voor de Chinezen. De soldaten uit 1945 zijn inmiddels acht jaar ouder geworden. Hun gevechtswaarde vermindert met het jaar, terwijl er nauwelijks nieuwe aan voer is. Uit dit feit kan Amerika lering trekken. Als het niet van plan is binnenkort een aanval op het Chinese vasteland te

lanceren (hetgeen naar wij stellig menen inderdaad niet in het voornemen ligt), dan wordt de positie der nationalisten steeds zwakker. De onderhandelingsmogelijkheden zullen dan eveneens afnemen. Hetgeen een reden zou kunnen zijn, om nog vóór een algehele opklaring der wereldverhoudingen het gesprek over Formosa te beginnen.

H. VAN VEEN

KORTEHEMMENNIEUWS

WAT IS ONS DE VRIJHEID WAARD?

Onder deze titel werd 2 en 3 October door de A. G. der Woodbrookers een jongerenbijeenkomst gehouden.

Zaterdagavond werd de Engelse film „Opdat recht geschiede” gedraaid, die een episode uit het Engeland van het jaar 1908 behandelt en op voortreffelijke wijze vertelt, hoe een vader voor zijn jongen, die in opleiding bij de Marine is en die wegens diefstal van een paar shillihg wordt weggestuurd, de strijd aanbindt met de officiële machten en uiteindelijk gedaan krijgt, dat de zaak voor parlement en rechtbank komt en de 13-jarige vrijgesproken wordt. Er is recht geschied.

De enkeling in de democratische samenleving, zijn rechten en plichten, zijn vrijheid: dit was het uitgangspunt voor de door W. Kweksilber (H. Wielek) geformuleerde vragen, die door enkele discussiegroepen de volgende morgen beantwoord moesten worden; deze vragen luidden: aldus:

1. Wat heeft recht met vrijheid te maken? 2. Wat wordt bedoeld met: „gerechtigheid is gemakkelijk, maar recht doen, daar komt het op aan?”

3. Heeft de vader (in de film) juist gehandeld. Wat zou je zelf gedaan hebben?

4. Welk verband is er tussen angst en vrijheid? (Angst in en angst voor de dictatuur...) Kan redeloze angst voor het communisme onvrijheid ten gevolge hebben?

Zondag kwamen de meningen van de diverse groepen ter tafel; er was een prachtig stuk denkarbeid verricht. De probleemstelling was bijzonder interessant. Er bestond een grote genuanceerdheid van meningen, hoewel zij in grote lijnen gezien, niet sterk uiteenliepen.

De heer Kweksilber voorzag de definities van commentaar, vatte een en ander samen en kwam zodoende te spreken over „vrijheid in de democratie” en „vrijheid in de dictatuur”. In dit verband kan men het echter niet uitsluitend hebben over Oost-Europa (en Spanje), maar ook over... de vermaaksindustrie, die in onze tijd en in onze vrije tijd een grote rol speelt.

De mens, verslaafd aan bepaalde verschijnselen van de vermaaksindustrie: dit was het onderwerp waarover W. Kweksilber ’s middags een lezing hield. Wat zijn de achtergronden van de moderne ontspanning? Wat is de taak van echte ontspanning? Wat is het verband tussen vrije tijd, vrijetijdsbesteding en vrijheid? Het zijn deze vragen, die in onze eeuw vraagstukken zijn geworden en die door de spreker op de voorgrond werden geplaatst.

Het spreekt vanzelf, dat verschillende aspecten van het onderwerp:' „Wat Is ons de vrijheid waard?” niet aan de orde kwamen, niet aan de orde konden komen, omdat daarvoor de tijd te kort was. Maar, zoals Jan Warrink aan het slot van de bijeenkomst opmerkte, indien we ons afvragen: „Wat was ons dit weekend waard?” dan zal het antwoord zijn: „Veel, zeer veel,” omdat hier een openhartige en bijzonder levendige gedachtenwisseling plaatsvond over een thema van wezenlijk belang en een vaak beklemmende actualiteit, voor maatschappij en individu.

In de tijd van dé onvrijheid, een tien jaar geleden, werd door de Franse dichter Paul Eluard het hartstochtelijke gedicht „Vrijheid” geschreven, dat in Kortehemmen werd voorgelezen en waarvan dit de laatste regels zijn:

„En door de macht van ’t éne woord Kan mijn leven weer beginnen.

’k Werd geboren om Jou te kennen, ’k Werd geboren om jou te noemen,

o Vrijheid!” W. P. H.

BENTVELDNIEUWS

23—24 OCTOBER

PROBLEMEN ROND DE WERKCLASSIFICATIE Leiding: dr. A. van Biemen. Een weekend-cusus voor hen die in het bedrijfsleven werkzaam zijn: arbeiders, bazen, leiding, enz.

Industrialisatie wijzigt de menselijke arbeid „het