is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 52, 1954, no 44, 06-11-1954

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

sterven. Aan de jeugd behoort nog altijd de toekomst.

Maar in die dagen na de bevrijding zag het er wat dat betreft, toch niet zo rooskleurig uit voor Bentveld. Die oorlogsjaren en de totaal gewijzigde omstandigheden, hadden de continuïteit danig in gevaar gebracht. En het getuigt van visie dat de AG-leiding toen tegen alle diep menselijke gevoelens in, bereid bleek het mes te zetten, in een ongevaarlijk gezwel van geestelijke luxe. Maar de tijd raast door. Voor ons, die hun jeugd-illusies in de donkere bezettingstijd hebben moeten koesteren, is Bentveld het laatste bolwerk van waarachtigheid en idealisme geworden.

Dat we nog niet helemaal meegesleurd worden in de stroom van materialisme en eigenbelang komt, door dat heilzame contact, dat we zo bij tijd en wijle met Bentveld mochten hebben.

Maar er is weer een nieuwe lichting naar Bentveld gekomen. Jongeren, die niet de grote ontnuchtering van na ’4o—’4s hebben gekend, maar die met ernst en wilskracht zich werpen in de voorpostgevechten tegen de doorvretende verzuiling van ons volk. Die de doorbraak willen beleven zoals die bedoeld is door de beste voorvechters ervan. Zowel naar de zijde van de Kerk als naar de zijde van de politiek.

In de loop van dit verhaaltje heb ik het gehad over twee bijeenkomsten die ik in Bentveld mocht meemaken. Die van bijna tien jaar geleden waar wij de enige jongeren waren en die van dat jongerenweekend waar het ging over het zoeken naar een nieuwe levenshouding, en waar ik zowat de enige oudere bezoeker was. En het heeft me goed gedaan. Geestelijk ben ik opnieuw jong geworden. Want ik ben overtuigd dat de jongeren die daar op Bentveld aanwezig waren, niet lang hoeven te zoeken naar een nieuwe levenshouding. Hun aanwezigheid op Bentveld is een levenshouding. Jongeren die de moed en de tijd vinden om zich met de huidige problemen van mens en samenleving bezig te houden, geven mij reden tot vreugde en verwachting. Anders is het met die ouderen die zich alweer zo heerlijk hebben aangepast. Voor hen zou een vernieuwde levenshouding helemaal geen kwaad doen. Eigenlijk is het zo en dat is op die cursus ook wel gebleken, dat een mens nooit mag ophouden bij een levenshouding, maar altijd in de weer moet blijven die levenshouding af te stemmen naar de eisen die tijd, opdracht en omstandigheden da,araan stellen. Onze levenshouding moet op het werkelijke leven gesynchroniseerd zijn. En daarin slaagt men het beste als de fundamenten vast en sterk zijn. Ja, tot soortgelijke conclusie is men op het jongeren-weekend wel gekomen. Men is er beslist niet met meer problemen weggegaan dan men gekomen is. Wat me bijzonder opgevallen is: dat er bij de jongeren van vandaag een intense belangstelling leeft voor religieuze vragen. Niet in de zin van een terugkeer tot het oude. Neen, beslist niet. Een herstel van bijv. de confessionele politiek zou dit ontkiemde religieuze besef vast en zeker tenietdoen. Op de Kerken rust de zware taak om in de religieuze beleving en uitingen nieuwe levensvormen te vinden die in die sluimerende behoefte voorzien. Het contact, het gesprek, de ontmoeting zoals die op Bentveld plaatsvindt, kan ons alleen maar verder helpen op zoek naar een nieuwe levenshouding, die toch voor ons allen in meer of mindere mate levensvoorwaarde is.

Jongeren gingen en gaan naar Bentveld. En als de tijd door je heen geraasd is, dan merk je het best of je veel, weinig of nooit naar Bentveld bent geweest. A. SNAAUW

LIED

Die op de troon zat, zeide: Nieuw maak ik alle ding, hemel en aarde heide,

wat nu ten einde ging. Al iaat er moest vervallen, stierf in der tijden kring.

Ik maak de dingen alle blinkend van zegening.

De woorden zijn waarachtig, die Hij gesproken heeft, want God de Heer ahnachtig. Oorsprong van al wat leeft, de Eerste en de Laatste,

het Einde en Begin

alleen sluit alle plaatsen en alle tijden in.

Wie dorst heeft laat Hij drinken, de Bron des Levens welt.

laat in het niet verzinken aanzien en macht en geld, want springende fonteinen

wachten wie overwon: de zingende, de reine, God is zijn pure bron.

God, znl zijn Vader wezen en hij der waarheid kind; maar wie Hem niet wil vrezen, ren poel van leugen vindt.

Daarom loilt u bekeren, dat gij niet zult vergaan

tot niet, maar voor de Here met open ogen staan.

Lied 92 uit de bundel van Woensel Koot/, melodie Adr. C. Schuurman,tekstW.Barnard (Zie leestafelnieuws)

Zegenende Christus, (ikoon uit de St. Clemens kerk te Ochrida. eeuw) Uit: ~Dr, W. P. Theunissen Ikonen.” uitgave Servire