is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 52, 1954, no 48, 04-12-1954

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

behoort de aarde fl l en haar ■ \ volheid. J Psalm 24 : 1 /

Wd en Taak I Ameter

ONAFHANKELIJK WEEKBLAD VOOR EVANGELIE EN SOCIALISME VERSCHIJNT 50 MAAL PER JAAR – 52STE JAARGANG VAN „DE BLÜDE WERELD”

Zaterdag 4 December lVb4 No. 48

Redactie; ds. J. J. Buskesjr. ds. L. H. Ruitenberg dr. J. G. Bomhofif Redactie-Secr.:

48’ tItAtnsterdafc-Zuid =H|faWtehofF rd n m – ■• ■'Vane fiiedewerking van

prof. dr. W. Banning J. Hukebosch H. van Veen dr. M. V. d. Voet ds. H.J.deWijs Mej. dr. M. H. v. d. Zeyde e.a.

2.7,: L.- P'.fOP: o...p„p M.. N.V. D, AA.,2,.p,„. <5, P.*, »

Innerlijke tucht en geestelijk leven

Merkwaardige ervaring: in een inleiding voor een bepaalde kring liet ik de opmerking vallen, dat de moderne technische maatschappij, hoeveel kwaad men gewoonlijk van haar zegt, toch ook de mogeiykheid biedt van vrije tijd, die gebruikt kón worden voor persoonlijkheidsvorming en ontplooiing van menselijke verhoudingen, In mijn ogen een nogal vanzelfsprekende waarheid, wil men: een waarheid als een koe. Het merkwaardige nu was, dat er van verschillende kanten protest kwam: vrije tijd? Meneer, waar hébt u het over? Niemand van ons weet meer wat dat Het was in een kring van intellectuelen, dat ik deze ervaring opdeed: doktoren, juristen, mensen in bedrijven op leidende posten, leraren. Een dokter vertelde, hoe hij in zijn praktijk steeds meer mensen tegenkwam, die overwerkt waren, eenvoudig omdat zij jaren aaneen te veel gevergd hadden vari hun lichaam én geest, die zich te een of andere tijd wreken en de gehoorzame dienst weigeren.

Daar stond ineens een typisch sociaal en tegelijk ingrijpend geestelijk vraagstuk duidelijk voor mij. Er is aan de ene kpit de groep van de uitvoerende arbeiders, die als zij de fabriekspwrt pbben verlaten, „vrij” zijn van en wij rekenen met de mogelijkheid van 40- urige werkweek, eventueel van een vrije zaterdag („het Engelse weekeind”); er is aan de andere kant de groep overbelaste Intellectuelen, die voortdurend aan zich zelf voorbijleven, voorbij draven. In meer dan één commissie maak ik het mee, dat er geen datum te vinden is voor een vergadering, die allen past, allerlei lichamen L partijbesturen, maar ook een orgaan als vroeger – in het ongebreidelde kapitalisme gesproken werd van „ontmenselijkte

arbeid”, dan dacht men aan de zwoegende proletariërs; tegenwoordig moet men denken aan de arbeidskoorts, arbeidskramp, die de menselijkheid bedreigt in andere groepen. |

, Ik los het vraagstuk voor deze laatste groep niet zomaar even op, maar waag toch wel een pleidooi voor innerlijke tucht ter wille van het enorme belang dat hier' op het spel staat, leder mens heeft voor zijn innerlijke rijping en persoonwording nodig, dat hij met zich zelf alleen kan zijn: voor de bezinning óók op zijn arbeid en de verbanden met andere mensen uit zijn ' naaste omgeving. Een mens heeft tijd nodig om te denken, niet alleen over de samenhang van de levensgebeurtenissen, maar ook en vooral om zich eens in beslag te laten nemen door de wereld van binnen. Een periode van ziek zijn kan voor een mens een enormjs zegen zijn; het is maar ten dele waar, dat dan de wereld ineens zo veel kleiner wordt zij kan óók veel dieper en daardoor groter, wijder, rijker worden. Conflicten, die in het drukke werkleven ons hevig beroeren en gaarne worden opgeblazen, worden, wanneer de wereld van binnen opengaat, onbelangrijk. Een Frans filosoof, Gabriël Marcel, maakt onderscheid tussen „hebben” en „zijn” wat de mens „is”, is van een andere orde dan wat hij „heeft”. Ik vraag mij wel eens af, of het ononderbroken werktempo, waarvan wij de slaaf zijn, niet zeer wezenlijk samenhangt met, mede oorzaak is van wat Sartre noemt de „walging”. Waarachtige levensliefde kan nu eenmaal niet opbloeien op een bodem van het gejaagd gezwoeg'.

Het arbeidsleven móét, naar zijn aard in het teken staan van het nuttige en het doeimatige. Ik begrijp en aanvaard ook al£ zin vol, dat men, gelijk de vorige week te Utrecht, efficiency-dagen houdt, en óók dat daarbij „de menseiijke verhoudingen’ in het bedrijf volop in de aandacht staan Het is inderdaad waar, dat ook het eigenbelang der ondernemers meebrengt, dal men zo goed mogelijke menselijke verhou-

dingen schept en onderhoudt dat iB efficiënt, nuttig, doelmatig en wij móéten in deze richting blijven zoeken en denken. Het enige wat ik er naast wil stellen, dat dit soort denken over nut en efficiency ook eens van ons moet afvallen, en dat het echte feestelijke levensgevoel, het gevoel dat het leven diep in goed en rijk kan zijn, met nut en doelmatigheid niets te maken heeft. Het is de verwachting, die de Bijbel doortrekt, dat het Licht Gods eenmaal in volle macht en majesteit zal losbreken over de aarde, dat alle mensen en dingen zullen staan en glanzen in zijn Liefde en dan zwijgen onze nuttigheidsoverwegin"l gen volledig. In deze verwachting plaatsen ons de Adventsweken ook dit jaar Geestelijk Geheim van het komen Gods.

Om daaxvan ook maar iets mede til verstaan, moet de mens niet vreemd zijn aan de stUte. Er komen mij talrijke waardevolle en dierbare regels van dichters te ' binnen: van Gezelle en Bontens, van Adama van Scheltema en Henriëtte Roland Holst. Ik ga niet citeren, zeg alleen: de verveling is stom, de stilte leeft en spreekt. Diepe vriendschap, liefde, wezenlijke ontmoeting van mens met medemens, van Ik met Gij zij leven uit en worden j gevoed door de stilte. „Zijn” van de mens, heeft Marcel ons opnieuw geleerd, is steeds tweezijdig: het is mede-zijn met anderen, met de medemens; het is mede-zijn met de Bron van alle goed, met God. Het jachtende arbeidstempo van heden wordt vooral daarom een bedreiging van oiis waarachtig mens-zijn, omdat lïet ons dit tw*€BÖdig mede-zijn onthoudt.

i Ik pleit voor innerlijke tucht. Zeker, onmiddellijk en 'direct omdat ieder mens persoonlijk alleen tot waarachtige menselijkheid groeien kan, indien hij de arbeidsjabht in eigen bestaan weet te bedwingen. Maar niet minder uit algemeen, wil men; uit socialistisch en cultureel oogpunt. Wij hebben naar mijn wijze van zien de moderne techniek, de moderne maatschappij, die enorm hard werkt, te aanvaarden, óók als zegen. Maar toch vooral als opdracht: om daarin ruimte te scheppen voor het diepere leven van mensen, die met ;nch zelf alleen kunnen zijn zonder arbeidskramp, die de stemmen van de stilte aandurven of)dat de feestelijke uitstorting van Gods licht en liefde over ons allen ons niet voorbij ga. Zeker, met innerlijke tucht alleen zijn wij er niet.

Maar zonder haar komen wij er nooit. ik bedoel: tot een waarachtig mens-zijn in de bovengenoemde twee-I zijdigheid. , W. B.